Een waterlog: instrument om de snelheid van een schip mee te bepalen in een tijd dat er nog geen GPS bestond.
Waterland is een progressieve denktank die de linkse leegte te lijf gaat en antwoorden wil formuleren op de nieuwe uitdagingen van deze tijd. Waterland werkt aan een nieuw links verhaal over vrijheid, gelijkheid en solidariteit, daartoe geïnspireerd door de rijke tradities van het progressieve denken. Waterland onttrekt zich bewust aan bestaande politieke scheidslijnen en neemt een onafhankelijke positie in tegenover de progressieve politieke partijen. Ons doel is een nieuwe intellectuele doorbraak te bewerkstelligen, middels een verzoening tussen socialisme en liberalisme die past bij de problemen van deze tijd. De signatuur die wij daarvoor kiezen is het sociaal-individualisme : iedereen moet zich in vrijheid en bestaanszekerheid kunnen ontplooien, in zelf gekozen gemeenschappen, zonder anderen te schaden (‘gelijkheid in keuzevrijheid’).
Waterland Blogt!
Met behulp van het Waterlog willen we als denktank meer op de actualiteit inspelen. Bovendien geeft het log onze bezoekers de mogelijkheid om direct op artikelen te reageren. Verwacht op het Waterlog niet alleen politieke essays: het is een echte blog, waarin serieuze stukken worden afgewisseld met luchtiger en persoonlijker beschouwingen.
Het is mogelijk waardering voor het werk van Waterland te laten blijken door uw wisselgeld achter te laten:
Waterlog wordt geschreven door:
Remko van Broekhoven (1967) e-mail
Politiek filosoof. Docent op de School voor Journalistiek in Utrecht. Auteur van Staat van Tederheid (2007).
Tamira Combrink
Marina Lacroix (1985)
Politicoloog, speechschrijver, redacteur van Waterstof.
Econoom, cultuurwetenschapper.
Journalist voor onder meer De Volkskrant en NRC Handelsblad.
Vanaf november 2006 woont en werkt Marcia voor enkele jaren in Kampala, Uganda.
(www.marcialuyten.nl)
Brechtje Paardekooper (1964) e-mail
Politiek weblogger, psycholoog,
schreef met Thomas Schillemans “Verhalen uit het Vooronder, ambtenaren over de overheid” (2004). Werkzaam bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Redacteur van Waterstof.
(www.brechtje.nl)
Dick Pels: Dick Pels (1948) e-mail
Socioloog,
freelance publicist.
O.a. auteur van het Progressief Manifest (2004) en
Een zwak voor Nederland. Ideeën voor een nieuwe politiek (2005).
Voorzitter van de Stichting Waterland en redacteur van Waterstof . (www.dickpels.nl)
Duncan van Rijsbergen
Dylan van Rijsbergen (1975) e-mail
Politiek-filosofisch weblogger. (Cultuur-)historicus.
Werkzaam bij de publieke omroep.
Secretaris van de Stichting Waterland
redacteur van Waterstof. (nemodroomt.web-log.nl)
Els Veenis. Sociaal pedagoog. Al 50 jaar links en feminist, maar toch vrolijk. Beleidsmedewerker emancipatie bij OCW. Een beetje actief in GroenLinks. LAT met de buurman, samenwonend met 2 katten, Piet & Bul. Speelt toetsen in een cover soulband.


geachte waterloggers,
rondsurfend op het web op zoek naar “geesteseverwanten” kwam ik op de site en deze blog. De achtergrond van deze zoektocht is het ophanden zijn van de oprichting van een nieuwe politieke partij die een grote gelijkenis vertoont met het waterland gedachten goed. Zou het niet mooi zijn als we onze politiek ook in de praktijk (niet alleen op het web) met waterlanders konden vullen?
Ik nodig u graag uit eens op de voorlopige site te gaan kijken: http://venv.wordpress.com/ (de oorspronkelijke site was mijn persoonlijke site http://www.binnenenbuitennederland.nl). Is het toegestaan om met bronvermelding publikaties over te nemen?
groeten
Francois
Beste Francois,
Je kunt artikelen van Waterlog altijd met bron- en auteursvermelding, link naar Waterlog en trackback-URI overnemen in je eigen site.
Succes met je onderneming!
bedankt!
Vredesideaal.
Zestig jaar na de proclamatie van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, lijkt het vredesideaal verder weg dan ooit. Een misverstand, omdat langzamerhand alom het besef begint te rijpen dat mondiale democratie (als exponent van het VN-ideaal) niet afgedwongen kan worden met wapens. Om dat besef in praktijk te brengen, zal het onze partijpolitieke kopstukken slechts duidelijk moeten worden dat socialisme en liberalisme niet conflicteren, omdat zij de twee integrerende delen zijn van het alomvattende begrip DEMOCRATIE. In wezen zijn liberalen en socialisten dan ook geen concurrenten, maar zijn ze geroepen tot vreedzame coëxistentie, hoe ongrijpbaar het ‘power tot the people’ ideaal desondanks zal blijven.
Als grondslag voor die vreedzame coëxistentie, leent zich bij uitstek de Gaia-hypothese. De gedachte van onze aarde als één groot levend giga-organisme. Een reusachtige organische eenheid die zich door de tijd heen heeft geëvolueerd van een eencellig (n)iets tot zijn huidige omvang.
Wat het functioneren van dat alomvattende geheel betreft kunnen we het beste te rade gaan bij ons eigen lichaam. Zoals bekend vertegenwoordigt elk orgaan daarin een unieke, onvervangbare functie. De levenskracht van ons hele lichaam hangt echter niet alleen af van de gezondheid van elk orgaan afzonderlijk, maar ook van de harmonieuze samenwerking tussen alle organen. Een samenwerking die als puur democratisch bestempeld moet worden, omdat zij een levensnoodzakelijkheid is en geen concessie die wordt afgedwongen. Ook kan niet van tolerantie gesproken worden. Tenslotte hoeven de longen het hart niet te verdragen. Het enige wat hen gevraagd wordt is ‘goede longen’ te zijn, zoveel mogelijk ‘long’ te zijn, en naar de mate waarin zij daarin slagen zullen zij het hart helpen een goed hart te zijn, waardoor onze hersenen (als coördinerend orgaan) in staat zijn alle levensprocessen effectief op elkaar af te stemmen, ten bate van de levenskracht en de gezondheid van het gehele lichaam.
Deze vorm van vrijwillige organische samenwerking is als ‘democratie in optima forma’ te betitelen. Je zou het ook zelforganisatie kunnen noemen. Een intelligente orde zònder baas. In ons lichaam is immers ook geen baas of leider te bekennen, maar werken alle organen – van links naar rechtst en van boven naar onder – op vrijwillige basis samen in het belang van het algemeen!
Voor de maatschappelijke vertaling van dit organisch functioneren zal het verdelend partijpolitieke bestel omgebouwd moeten worden tot een helend organische bestel, waarin links en rechts op natuurlijke of ongedwongen wijze vruchtbaar samenwerken in het belang van het algemeen, hoe ondefinieerbaar dat ook in wezen is. Het algemeen belang dat anno 2008/’09 simpelweg neerkomt op de effectuering van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Het gemeenschappelijk door alle volkeren en alle naties te bereiken (vredes-)ideaal, zoals in de preambule vermeld staat.
Daarvoor zal onze volkerenorganisatie wel eerst grondig verbouwd moeten worden. Gelukkig biedt artikel 109 van het Handvest daartoe alle mogelijkheid. Wat die reorganisatie betreft moet met name worden gedacht aan de opheffing van de dictatoriale (vetorecht!) Veiligheidsraad. Zijn primaire verantwoordelijkheid – de handhaving van de internationale vrede en veiligheid – zal daarbij overgeheveld moeten worden naar de Algemene Vergadering. Daardoor zal dit orgaan zich eindelijk kunnen ontwikkelen van een ongeloofwaardig mondiaal praatcollege, waarin de VS de scepter zwaait, tot een daadkrachtig mondiaal daadcollege met bovennationale bevoegdheden. Een gezaghebbend multicultureel wereldforum, dat op basis van de wereldwijd onderschreven Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en onze ongeëvenaarde ‘know how’ op elk terrein een duurzaam wereldbeleid van de grond weet te tillen, waarmee de wereldproblemen op rechtvaardige en effectieve wijze het hoofd geboden kunnen worden. Het ultieme politieke doel waar met name ons nageslacht, toch onze eerste! zorg, de vruchten van plukken zal.
Reactie op – GeenStijl en de grenzen van het linkse emancipatie-ideaal – Daniël Broersma
Vandaag las ik dat “dankbaar naar je negatieve gevoelens kijken, je helpt de beperkingen van je utopische gedachten te ontdekken.” Daar moest ike rg aandenken toen ik dit artikel las.
Ik zal bekennen dat ik wel de humor van “Geen Stijl” op het web kan inzien. “Geen Stijl” is politiek en journalistiek incorrect. Het is de onbeschaafde pispaal en je reinste opportuisme. Maar door die humor komt “Geen Stijl” boven de ruis uit. Monty Python komt deze keer van rechts denk ik dan.
Mijn probleem met het artikel is dat onduidelijk blijft welk “Links” problemen heeft met “Geen Stijl”. Oké Geen Stijl zeikt Links graag af, maar dat doen ze met bijna iedereen (behalve hun eigen ego’s). Waar is dat Links dat niet tegen een grapje kan: Is dat het Links van Vogelaar? (die toch echt niet alleen een probleem met GS, maar ook et de Tweede Kamer had). Van eeuwige dolende schoolhervormers wier betere de vijand van het goede is? Het links van de zcihzelf te serieus nemende carrierepolitici. Verheffen begint met zelfkennis (en zelfspot). Als je stil staat in je ontwikkeling mag daar best tegen aangetrapt worden. Vind ik, maar ja, ik hou wel van een beetje bitse humor. Hadden ze in middeleeuwen niet ook een nar?
Schepping én Evolutie.
Om grip te krijgen op de diverse crisissen (economisch/milieu/armoede/grondstoffen/klimaat/….) die ons ‘als mensheid’ treffen, is het zaak oog te krijgen voor de tijd waarin wij leven. In zijn algemeenheid gesproken is deze te bestempelen als ‘mondialisering’. Persoonlijk ervaar ik dat als een autonoom proces dat gericht is op wereldomvattende eenwording, zowel rationeel als moreel. Wat de rationele kant van dat mondiale eenwordingsproces betreft wijs ik graag naar onze ongeëvenaarde ‘know how’ op elk terrein, waar we dagelijks wereldwijd de vruchten van plukken, hoe wrang deze soms ook zijn. Voor de morele kant wijs ik graag op de mensenrechten, waar onze tijd nagenoeg geheel van doortrokken is. Anno 2009 bestaat er daardoor bijna geen mens meer die er geen weet van heeft. Bovendien blijkt het geloof daarin onuitroeibaar te zijn, hoe sceptisch vaak over het mensenrechten- of vredesideaal wordt gedacht en gesproken. Zonder idealen kunnen wij kennelijk niet leven.
Kort samengevat; de geest die uit dat wereldomvattende autonome wordingsproces opborrelt (hoe mystiek of ongrijpbaar het ook klinkt) verwijst niet naar verdeeldheid maar naar zowel rationele als morele eenheid, als de twee zijden van een en dezelfde medaille. Tot een maatschappelijke vertaling daarvan zal het echter niet komen, zolang niet wordt ingezien dat de vraag ‘Schepping (irrationaliteit) of Evolutie (rationaliteit)?’ als achterhaald moet worden bestempeld. In feite verdoen wij onze kostbare(!) tijd met dit vraagstuk. In het belang van het algemeen wordt het dan ook tijd het woordje ‘of’ in de vraag te vervangen door het woordje ‘en’. Alleen zo kan de eenheid gestalte krijgen en de daaraan verbonden samenwerking van de grond komen, zonder dat iemand gezichtsverlies lijdt. Daardoor zijn wij (als mensheid) in staat de diverse crisissen de baas te worden en het alom onderschreven mensenrechten- of vredesideaal handen en voeten te geven. Hoewel ik mij realiseer dat ik grote woorden gebruik, hoop ik dat het duidelijk is waarom ik ze gebruik, hoe ongeloofwaardig (dus irrelevant) zij ook aandoen op het eerste gezicht.
Taak van onze tijd.
Hoewel ik niet geloof in de kernwapenvrije wereld waar Obama naar streeft, omdat de kernwapenkennis nu eenmaal bestaat, denk ik wel dat het recht bevrijd te worden van de angst voor totale vernietiging realiseerbaar is in 2009. Het kenmerk van onze tijd is namelijk dat er niets meer fundamenteels te ontdekken valt, materieel noch immaterieel. De taak van onze tijd is dan ook te karakteriseren als het te gelde maken de overweldigende kennis die wij ‘als mensheid’ door de eeuwen heen hebben verworven, ten behoeve van het ‘algemeen belang’ wereldwijd. Daarvoor zal onze planeet omgebouwd moeten worden van een partijpolitiek en economisch strijdtoneel, waar het recht de sterkste koning kraait, naar een leefbare en rechtvaardige verblijfplaats voor een ieder. Het ultieme politieke doel dat realiteit moet kunnen worden door ons niet te focussen op een kernwapenvrije wereld, maar op de ombouw van de VN van een organisatie van regeringen naar een volkerenorganisatie met bovennationale bevoegdheden, die de wereldproblemen en het daarmee gepaard gaande onrecht adequaat weet aan te pakken. Voor die broodnodige ombouw biedt artikel 109 van het VN-Handvest alle mogelijkheid. Hoewel het niet in het regeerakkoord staat, zou onze regering daar – als VN-lid – het initiatief toe kunnen nemen, op aandrang van Eerste en Tweede Kamer in gezamenlijkheid. Kortom, wat de effectuering van het door de VN uitgeroepen ‘Internationaal Jaar van de Verzoening’ betreft, zou Balkenende IV een mondiale voortrekkersrol ‘kunnen’ spelen, waar zelfs Barack Obama I (met alle respect) niet aan tippen kan.
Fitna-2, een geschenk uit de hemel.
PVV-leider Geert Wilders komt ‘ergens in 2010’ met een vervolg op zijn anti-Koranfilm Fitna, waarmee hij wederom zijn primaire taak verzaakt. Met deze tweede film maakt hij namelijk opnieuw duidelijk dat van de PVV geen enkele positieve bijdrage te verwachten is wat het realiseren van het ultieme politieke doel, de alom beoogde vrede, betreft. Het proces van conflict naar vrede, draait immers om het overwinnen van verdeeldheid, veroorzaakt door religieuze, etnische, culturele of materiële verschillen! Wat de bijdrage aan díe (eind-)overwinning betreft, komt de PVV niet verder dan het produceren van oorverdovend ketelmuziek. Op termijn graaft ze daarmee automatisch haar eigen graf, omdat ze daarmee eigenhandig de vertrouwensbasis ondermijnt waarop haar bestaan is gestoeld. Redelijkerwijs gesproken is de val van de PVV dan ook een kwestie van tijd, waar gelukkig niemand enige invloed op heeft. Slechts is te voorzien dat die val, hoe dramatisch voor de betrokkenen ook, een positieve invloed zal hebben op het vredes- of verzoeningsproces, dus op het algemeen belang. Het gunstige effect dat de val van de PVV uiteindelijk zal hebben, maatschappelijk gesproken, is dan ook het beste te typeren als ‘een geluk bij een ongeluk’. In dat kader kan Fitna-2 worden gezien als ‘een geschenk uit de hemel’.
PVV prijst zichzelf uit de markt.
Uit een enquête van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat steeds meer mensen de aanwezigheid van verschillende culturen een aanwinst voor Nederland vinden. Een uitkomst die moeilijk valt te rijmen met de groei van de PVV die volgens de wekelijkse opiniepeiling van Maurice de Hond nu (27 april) op 33 zetels staat. Een ontwikkeling die in feite in strijd is met het wezen van onze democratie, die altijd rekening houdt met minderheden. Er kan dan ook geen twijfel over bestaan dat de opkomst van de PVV niet ten goede komt aan het democratisch gehalte van onze samenleving. Vandaar dat een samenleving waarin solidariteit en saamhorigheid op de eerste plaats staan, voor de PVV geen prioriteit heeft.
In feite prijzen Wilders en de zijnen zich daarmee uit de markt, omdat volgens een rapport van het SCP uit 2004, het overgrote deel van de Nederlanders verlangt naar een solidaire en saamhorige samenleving, waarin plaats is voor alle culturen. Het mag duidelijk zijn dat voor de politieke vertaling van dat meerderheidsverlangen de PVV niet de aangewezen partij is. Geen enkele partij trouwens, omdat dat meerderheidsverlangen partijpolitieke belangen verre overstijgt. Dit impliceert dat voor de maatschappelijke vertaling van het SCP-rapport uit 2004, ons partijpolitiek bestel fundamenteel tekortschiet. In het belang van het algemeen wordt het dan ook tijd het openlijk ter discussie te stellen. Wat dat betreft ligt hier voor de media, in het bijzonder de publieke omroep, een uitgelezen taak weggelegd. De vraag is alleen welke vertegenwoordiger van ons publiek bestel de capaciteiten/kwaliteiten in huis heeft die voortrekkersrol op zich te nemen.
Democratie behoeft geen dragers maar dragend beginsel.
Hoewel de dragers van de vertegenwoordigende democratie, de traditionele politieke partijen, op sterven na dood zijn (nog maar 2,5% van de kiesgerechtigden is lid van een politieke partij en slechts 15% daarvan is actief), vindt de Raad voor het openbaar bestuur (ROB) niet dat de democratie kan functioneren zonder politieke partijen, getuige het rapport ‘Democratie vereist partijdigheid’. Een misverstand, ervan uitgaande dat het universele begrip democratie geen plaats- en tijdgebonden dragers maar een alomvattend dragend beginsel vereist, waar ‘het algemeen belang’ op drijft.
Voor dat dragend beginsel leent zich bij uitstek de Gaia-hypothese. De gedachte van onze aarde als één grote organische eenheid, waar wij – als mensheid – niet boven staan maar deel van uitmaken. Een levende totaliteit die constant in beweging is en op een dito wijze bestuurd dient te worden. Wat dat betreft ben ik wel gecharmeerd van de bewegingsgedachte die Geert Wilders en Rita Verdonk aanhangen. Om deze gedachte maatschappelijk bruikbaar te maken, verdient zij het om door alle partijen in gezamenlijkheid (met in het achterhoofd de Gaia-hypothese) uitgewerkt worden. Begrijpelijkerwijs zal daarvoor de gevestigde orde, inclusief Wilders en Verdonk, bereid moeten zijn om overstag (van vertegenwoordigende naar organische democratie) te gaan.
Hoe pijnlijk deze manoeuvre voor de betrokkenen ook is, democratisch gesproken is zij voor 100% te verdedigen. Het algemeen belang (dat ver uitstijgt boven partijpolitieke belangen) zal er namelijk zonder meer wel bij varen, hoe ongrijpbaar (want constant in beweging!) het desondanks blijft. Die ongrijpbaarheid vereist dan ook een democratie zonder dragers, dus zonder partijdigheid, hoe wereldvreemd en daarmee onbespreekbaar dat de dames en heren van de ROB (en de gevestigde Haagse orde die zij representeren) ook in de oren zal klinken.
Kneedbaar kapitalisme.
Volgens hoogleraar politieke economie Dani Rodrik werkt het kapitalisme omdat het bijna(!) onuitputtelijk kneedbaar is (Het Financieele Dagblad 2 mei). Het woordje ‘bijna’ getuigt van realiteitszin, omdat de kneedbaarheid van het kapitalisme staat of valt met het geloof in het kapitalistische gedachtegoed. Op het moment dat dát instort, is het dan ook gedaan met het kapitalisme en het asociale hebzuchtige menstype dat het promoot. Wat dat betreft zie ik de toekomst met vertrouwen tegemoet.
Uit talrijke onderzoeken van gedragseconomen (zoals Herbert Gintis) blijkt namelijk dat ‘de mens’ (op een enkele uitzondering na) zich meer laat leiden door morele dan door financiële overwegingen, dus meer een altruïst dan een egoïst is. Voor de politieke vertaling daarvan zal het beleid dan ook meer oor moeten hebben voor gedrags- dan voor traditionele economen, die er van uitgaan dat de mens een geldwolf is, dus alles doet voor materieel gewin. Een visie waarin de huidige mens (die dagelijks geconfronteerd wordt met het mensenrechtenideaal, dat ver uitstijgt boven materiële en partijpolitieke belangen) zich in meerderheid niet meer herkent, hoewel het beleid er nog steeds op gestoeld is. Dat laat zich immers primair niet leiden door morele, maar door financiële belangen! Het schrijnend gebrek aan vertrouwen in de politiek kan dan ook geen verwondering wekken.
Klimaat van vrede.
Hoewel het denkbaar is dat de klimaatcrisis zal leiden tot meer geweld in de wereld, bv. door overstromingen of een gebrek aan schoon drinkwater, denk ik niet dat het ooit tot klimaatoorlogen zal komen. Ik ga er namelijk van uit dat de crisis beheersbaar te maken is, omdat zij deels onze eigen schuld is. Afgezien van de CO2-uitstoot, denk ik daarbij vooral aan de voortschrijdende verwoestijning, als gevolg van menselijk handelen. Deze aanslag op de leefbaarheid van grote delen van onze planeet, met alle negatieve (zowel emotionele als rationele) gevolgen van dien, moeten we in staat zijn terug te draaien met behulp van onze fenomenale kennis, die wij aan de Verlichting te danken hebben.
Wat de rationele kant van die verlichtingskennis betreft, moeten we ‘als mensheid’ technisch gesproken in staat zijn de door ons gecreëerde woestijnen weer volledig in cultuur te brengen. Daarvoor zal wel eerst de morele verworvenheid die de Verlichting ons gebracht heeft, de democratie, op mondiale leest geschoeid moeten worden. Geen onmogelijke opgave, omdat daarvoor de VN omgebouwd dient te worden van een ongeloofwaardige organisatie van kibbelende regeringen tot een mondiaal beleidsorgaan met bovennationale bevoegdheden. Een gezaghebbend wereldforum waar een klimaat van vrede of gezamenlijke verantwoordelijkheid heerst, voor het totale aardse wel en wee. Voor de verwerkelijking daarvan biedt artikel 109 van het Handvest alle mogelijkheid.
Publieke Omroep behoeft cultuuromslag.
Tijdens een persbijeenkomst in Hilversum afgelopen maandag (25 mei), stak NPO-voorzitter Henk Hagoort zijn bewondering voor Paul de Leeuw niet onder stoelen of banken. Bij de aanstaande salarisbesprekingen heeft de VARA-presentator dan ook niets te vrezen. Daarmee geeft de bestuursvoorzitter van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) blijk van een gemankeerde kijk op het anker waar de publieke omroep aan hangt. Dit bestaat namelijk niet alleen uit informatie en verstrooiing maar (last but not least) óók uit opvoeding. Door dit over het hoofd te zien is het niet verwonderlijk dat de NPO meewaait met de heersende wind van het materialisme, van het gegraai en de hebzucht. Daarmee verzaakt de NPO zijn opvoedende taak voor wat betreft het bevorderen van een cultuur gestoeld op normen en waarden die uitstijgen boven het materiële, het geld verdienen, de waan van de dag. Om dit maatschappelijk ideaal in het vizier te krijgen is dan ook een cultuuromslag en de daarbij horende wisseling van de wacht noodzakelijk. Uiteraard niet alleen bij de NPO.
Stemmen op 4 juni? Kom nou!
De verwachting is dat zeker zes van de tien stemgerechtigden geen gebruik zullen maken van hun stemrecht, omdat Brussel de Nederlandse kiezer niet in het hart weet te raken. Volgens mij is dat het logisch gevolg van het feit dat het in Europa momenteel schort aan leiders met visie, die het ideaal van de Europese droom (gelijk Obama dat doet met de Amerikaanse droom) gloedvol weten uit te dragen.
Dit is echter niet verwonderlijk, omdat de Europese droom veel meer omvat dan Europese economische samenwerking alleen. De Europese dromers van het eerste uur, Robert Schuman en Jean Monnet, beschouwden de Gemeenschap namelijk niet als een doel op zich, maar slechts als een fase op de weg naar de realisatie van het ‘nooit meer oorlog ideaal’. In hun visie was een verenigd Europa dan ook enkel de voorloper van de ware wereldgemeenschap, de rechtvaardige mondiale samenleving van morgen.
Helaas speelt deze bezielende visie geen enkele rol bij de komende verkiezingen, omdat op ons continent de grote verhalen politiek hebben afgedaan. Anno 2009 wordt daardoor geen politiek meer bedreven op basis van wenkende wereldomvattende perspectieven, als ‘de nieuwe hemel en de nieuwe aarde’, de ‘socialistische heilstaat’ of de ‘Universele Verklaring van de Rechten van de Mens’. Een jammerlijke vergissing, omdat onze tijd er zich juist bij uitstek voor leent om ‘als mensheid’ dit soort perspectieven gezamenlijk gestalte te geven. Daarbij zou de EU een voortrekkersrol kunnen vervullen.
Om dat waar te maken zal Brussel wel eerst oog moeten krijgen voor de geest van onze tijd, die (zoals het een goede geest betaamt) boven de partijen staat, dus niet als links/progressief of rechts/conservatief te bestempelen is en daarnaast niet te koop of te vermaterialiseren is. Vervolgens zal op de Brusselse burelen het besef moeten doordringen dat de tijdgeest niet verwijst naar europeanisering maar naar mondialisering. Dáárop, in plaats van op de creatie van een Europees economisch machtsblok, zal het Brusselse vizier dan ook gericht moeten worden. Daarbij ga ik er van uit dat deze ideële koerswijziging bij het gros van de Europeanen zal aanslaan. Van de nodige steun voor die koerswijziging kan Brussel dan ook verzekerd zijn, waarvan de maatschappelijke vertaling simpelweg neerkomt op de creatie van een mondiaal centrum van eendrachtige wereldpolitiek. Gelukkig is dat geen onmogelijke opgave, omdat het vereiste mondiale beleidscentrum al sinds 1945 bestaat, te weten de Verenigde Naties.
Om conform de tijdgeest te functioneren zal onze volkerenorganisatie echter rigoureus omgebouwd moeten worden van een sterk verouderde organisatie van regeringen, waarin het recht van de (economisch en militair) sterkste heerst, tot een bijdetijds mondiaal beleidscentrum met bovennationale bevoegdheden, gestoeld op het universele mensenrechtenideaal. Een gezaghebbend wereldforum dat met behulp van onze ongekende know how op elk terrein en de alom onderschreven rechten van de mens, een duurzaam wereldbeleid van de grond weet te tillen, waarmee de wereldproblemen en het daarmee gepaard gaande onrecht adequaat kunnen worden aangepakt. Voor die broodnodige ombouw van onze volkerenorganisatie, waar de tijd meer dan rijp voor is, biedt artikel 109 van het VN-Handvest alle mogelijkheid. De effectuering daarvan zal helaas nooit het resultaat kunnen zij van de komende Europese verkiezingen. De hervorming van de VN speelt daar immers een enkele rol in!
Stemmen op 4 juni? Kom nou!
Democratie in optima forma.
Hoewel de winst van rechts bij de Europese verkiezingen weinig goeds belooft voor de behartiging van het algemeen belang, is het de schijn die hier bedriegt. De gestaag voortschrijdende individualisering waar de winst grotendeels aan te danken is, staat namelijk niet op zich maar gaat gepaard met een steeds groter wordende individuele bewustwording over het mondiale karakter van het algemeen belang. Met de dag wordt daardoor alom duidelijker dat het algemeen belang ver uitstijgt boven eigen, partij- en nationale belangen. De duidelijkheid die ook de politiek niet kan ontgaan en tot een politieke vertaling noopt. De moeilijkheid daarvan is alleen dat dáárvoor ons dualistisch op strijd gestoeld bestel omgebouwd dient te worden tot een monistisch op consensus gestoeld bestel. De democratie in optima forma, ofwel het enig denkbare beleidsmodel waarmee de wereldproblemen, die ons allen! raken, adequaat aangepakt kunnen worden. In feite komt dit neer op de verwerkelijking van het ultieme politieke doel: “Vrede”. Van het partijpolitieke bestel en zijn kapitalistische evenknie zal dit nooit het resultaat kunnen zijn, hoe zeer beide ook de hemel in worden geprezen door de gevestigde orde.
Lodewijk houdt het netjes
Lodewijk is een goede naam voor mij, dacht hij. Een ex-collega van mij, helaas overleden, de XIV genoemd, zei: “L’état, c’est moi.” Ik voel dat precies zo: Amsterdam, dat ben ik eigenlijk. Het is bijzonder, ik denk dat Louis, de voetbalcoach, soortgelijks ervaart. Hij zal het met al zijn reserves nooit zeggen. Maar ik vermoed dat de zinsnede ‘Het voetbal, dat ben ik’ precies bij hem past. Ons grootste manco, van de genoemde Lodewijken, is onze bescheidenheid.
Ik wil van Amsterdam een schone stad maken. Ik hou van netjes. Ik hou van een driedelig pak met stropdas. Zonder dat voel ik me naakt, als een fundamentalistische moslima zonder hijab. Maar opofferingen horen erbij, dus in Amsterdam onder de arbeiders en de vrijgevochtenen loop ik als het ware met een lendendoek, zonder m’n stropdas en vest.
Een rosse buurt in het centrum, is dat zoals het hoort? Amsterdam is weliswaar bekend in de wereld om de schitterende ligging van de hoeren, maar dat was iets van het oude millennium. In een nieuwe era moeten we met een schone lei beginnen. De term zegt het al: schoon. De Wallenbuurt dient hoogwaardige kwaliteit uit te stralen. Wat dat behelst, bedenken we nog wel, maar het heeft in ieder geval met netjes te maken, met een schone loper uitgerold voor de kapitaalkrachtige bezoeker van Amsterdam. En ik ben zo goed op weg. Met het 1012-project is zowat de helft van mijn doelstelling al gerealiseerd.
Wat gebeurt er echter tijdens de Europese verkiezingen? De sociaal-democratie wordt weggevaagd. Bon, dat interesseert mij niet. Maar volgend jaar zijn er gemeentelijke verkiezingen. Minder dan een jaar nog om niet sinds bijna een eeuw de oppositie in te gaan. Wouter moet ik afschudden. Wouter, kabouter, dat zegt toch al genoeg. Lodewijken gaan over lijken, die instelling moet je hebben.
‘Lodewijk ruimt op’ wakkert mijn eigen uitverkoop misschien aan. Een pakkende slogan is in ieder geval punt één. Hmm, iets met schoon wellicht. ‘Schoon genoeg van … ‘, tsja, maar van wat? Geen associatie met de PvdA, dat is belangrijk. ‘Amsterdam wordt L.A. met Lodewijk’. Een allusie op het zonnige Los Angeles, Hollywood, stardom, lijkt me wel wat; c’est moi, n’est-ce pas? Is het daar overigens wel schoon genoeg? Zoeken we nog uit. Als Lodewijk de Schone streven we ernaar de geschiedenis in te gaan.
Poker: tientallen miljoenen als inzet
“Ik wil aandacht, aandacht, aandacht. Édes (snoepje), wat doe je? Dat is lief, maar nu heb ik het even niet over mijn andere ikje, mijn pikje. Help me even. Ik heb gewonnen in de Europese verkiezingen. Maar ik moet het initiatief blijven behouden.”
“Wat wil je, mijn mézimozi (honingachtige Mozartje)? Je won, iedereen heeft schrik van jou. Jij wordt de volgende president van Nederland.”
“Premier, édes, in Nederland hebben we een koningin. Nederland is archaïscher dan Hongarije. Wat ik zeggen wilde: ik heb keihard gewerkt en ben daarvoor terecht beloond. Maar nu komt die vreselijke vrouw weer.”
“Wie, Fleur?”
“Nee, ik heb het niet over onze bloem, maar over Rita.”
“Rita, ken ik die? Je doet toch niks met vreemde vrouwen, hè?”
“Je weet wel, die wat forse vrouw, die voortdurend glimlachend stupiditeiten uit haar mouw schudt en die vorig jaar hoog in de polls stond. Ik heb dus de verkiezingen gewonnen. En nu wil zij weer een graantje meepikken. Zij wil meeliften op mijn populariteit. Ze beweert echter dat er gematigde moslims bestaan, dat is gevaarlijk.”
“O, die Rita, hartstikke vergeten. De koran is een terroristisch boek, dat bedoel je. Het was toch geweldig van je om de koran te reduceren tot een een Donald Duck, als je alle haatzaaiende passages schrapt. Je bent genialer dan Ernö Rubik.
“Goed was dat hè.”
“Ja, je hebt de meeste Nederlanders in hypnose. Zij geloven in wat je zegt. Je bent de Jomanda van de politiek. Als je zegt dat je de koran wil verbieden in Nederland, dan kan dat ondanks anderhalf miljard moslims die het als een heilig boek beschouwen. Je kunt het zeggen. Zeg het gewoon nog eens.”
“Nee, ik moet wat nieuws brengen. Hetzelfde natuurlijk, maar anders. Ik denk aan iets over hun criminele inborst.”
“Duizenden moslims zijn crimineel!”
“Duizenden is niet genoeg. Impact moet het hebben. Ik zeg gewoon: miljoenen moeten weg.”
“Maak er tientallen miljoenen van. Jij kunt het. De linkse kerk zal je uitlachen. Maar dat moet je hebben. De ware gelovigen in jou zullen het accepteren.”
Een soepele geest
Oef … puf … kreun. Even rustig, José, rustig ademhalen. Oem, oem, oem. Iedere dag yoga-oefeningen is goed voor geest en lichaam. Spiritus flexibilis in corpore flexibile (Een soepele geest in een soepel lichaam). Mijn motto. Een rubberen ruggegraat is absoluut noodzaak. Na de grote Jacques Delors word ik de tweede voorzitter met een tweede termijn. Dat kostte souplesse, kan ik verzekeren. Steeds buigen naar degene met schijnbaar de meeste invloed op een bepaald moment, zonder dat evenwel te opzichtig en public te doen.
Neem die Bush met zijn waanzinnige Irak-oorlog. In maart 2003 op de Azoren, als premier van Portugal, op een ‘top van de schande’ zegde ik er samen met de Spaanse premier José Maria Aznar en Tony Blair aan Bush steun toe voor de net begonnen invasie van Irak. Blair heeft het geweten, net als Aznar. Die zijn politiek dood. Maar José is nog springlevend.
Nu wat eka pada rajakapotasana, oefening voor soepele heupen. Snel en schijnbaar makkelijk kunnen bewegen is onmisbaar.
Of neem mijn politieke partij: de Partido Social Democrata. Een sociaal-democratisch uithangbord als aperitief. Maar dan voer je als hoofdgerecht een regelrechte neo-liberale politiek als premier van Portugal. Dat dient vervolgens wel geblust te worden met een Europees lidmaatschap van de christen-democratische EVP. Kortom, van alles wat in een onbegrijpelijke mix en toch wordt het smakelijk geslikt.
Zo’n eeuwig knulletje als Daniel Cohn-Bendit denkt een coalitie te kunnen vormen van Groenen, sociaal-democraten, liberalen en wat loslopend links grut om de grote Barroso te kunnen dwarsbomen. Maar wat is zijn alternatief? De sociaal-democraten vechten elkaar de tent uit tussen voornamelijk Britse eurosceptici en vooral Zuid-Europese euroadepten. Prima toch? De liberalen hebben de grote eurofederalist Verhofstadt in de aanbieding. Wisselgeld is het, wie gelooft in het federalistische sprookje?
Dat de groepering van EVP-ED (christen-democraten en conservatieven) scheurt, gaat langs mij heen. Mijn positie is daar niet van belang. Ik ben – gods wegen zijn ondoorgrondelijk – lid van de EVP. Dat volstaat, dat past mij. God is er voor ons allen, voor iedere zondaar, en dus zeker voor José Manuel.
Verheffing in plaats van vernedering
“Fijn, Lilianne, om snel een overleg te plegen.”
“Tussen een paar happen van de lunch door lukt het altijd, Wouter.”
“Het gaat om de Europese verkiezingen. Die zijn voor de PvdA verlopen als verwacht, maar niet zoals gehoopt. Maar de buitenwacht ziet het misschien als een nederlaag. Daar moeten we iets aan doen.”
“We moeten een diepgaande analyse maken.”
“Precies. Daarvoor hebben we een commissie nodig, een geschikte commissievoorzitter en conclusies.”
“Conclusies? Hoe bedoel je?”
“Daar kom ik zo op. Eerst de commissie. Die moet snel aan de slag. Dat getuigt van daadkracht. En ze moet snel met conclusies komen. Dat getuigt van werkkracht. Uitstraling van kracht gaat boven alles. Jij moet voor de samenstelling van de commissie zorgen.”
“Ik?”
“Ik help je, Lili, We beginnen met de commissievoorzitter. Het profiel moet van iemand zijn die hard werkt, zelfstandig kunnen denken is voor een voorzitter van weinig belang, maar wel iemand van gewicht is nodig. Ik dacht aan Erika Terpstra, al is die van de VVD. Hou die in gedachten, dan vind je wel een geschikt persoon.”
“Dat lukt wel.”
“Dan moet de commissie snel werken. Daarom beginnen we met de conclusies. Vervolgens kunnen zij de argumentatie erbij zoeken.”
“We zouden toch diepgaand onderzoek doen? Bijvoorbeeld zouden we de resultaten van andere sociaal-democratische partijen in Europa erbij kunnen betrekken.”
“Dat doen we ook. Het zit even tegen voor de sociaal-democratie. Na regen komt zonneschijn. En nog wat van dat soort dingen.”
“Hmm, dus eigenlijk geen Europabrede afstemming?”
“Nee, Lilianne, hebben we daar al niet vaker een babbel over gehad? De Europese verkiezingen komen neer op een populariteitspoll. Het Europees Parlement is een adviesclub. De echte beslissingen nemen wij, de regeringsleiders.”
“Met alle respect, boss … euh Wouter, Jan-Peter is er toch ook nog.”
“Balkenende? Ja, hij mag de diners afstruinen. Maar als het op het echte werk aankomt, zoals bij de redding van de Nederlandse banken, doe ik de zaken.
Bon, we vervolgen met de conclusies. Er zijn fouten gemaakt. Dat volstaat, daar hoeven we verder niet te veel op in te gaan. Verder moeten we collectieve schuld bekennen. Niemand hoeft voor Zwarte Piet te spelen. En we benadrukken de verheffing. Verheffing staat tegenover de ondergane vernedering.”
“Welke inhoud geven we aan verheffing?”
“Verheffing sec. Zie het als een soort van ‘Yes, we can’. De inhoud is onbelangrijk als het aanslaat. Mijn suggestie voor de titel van het verslag: ‘Yes, we’ll lift’.”
Seks en de City
Dr. Sid Joy, psychiatrist, vertelde het gouden naambordje in passende letters.
“How do you do, Gordon?”
“How are you, Sid?”
“Druk gehad de laatste tijd?”
“Nou, druk, wij regeringsleiders kunnen grotendeels zelf onze tijd indelen. Dat is het probleem niet. Tegenwoordig moeten we zelfs zo weinig mogelijk doen, ons low-profile houden. Wat we ook doen, het is altijd fout volgens het volk.”
“Klinkt zwaar defaitistisch.”
“Ja en nee, misschien. Daarom kom ik naar je toe.”
“Ga verder.”
“Ik heb de laatste tijd last van een droom. Steeds dezelfde.”
“Ach, Traumdeutung, dan ben je aan het goede adres.”
“Geen flauwe grapjes, Sid. Ik word uitgeput door die nachtmerrie.
Ik droom dat ik een hond ben, een waakhond. Op een bepaald moment komt er een loops teefje langs kuieren. Ik spring er meteen op. Geweldig gaat ie. Ik kom bijna klaar. Dan komt er een bulldog aan. Heel vals. Ik krimp in elkaar. En ik wordt wakker.”
“Interesting. Deze droom heeft geen seksuele betekenis. Alle dromen hebben een seksuele betekenis, tenzij er expliciet seks in voorkomt. Dat is mijn theorie. Joy’s interpretatie van seksdromen.”
“Klopt dat wel, dokter?”
“Ik zal het aantonen. Die bulldog staat voor Engeland. Dat is klontjesklaar. Doe je iets speciaals in het belang van Engeland?”
“Ja, dat doe ik toch sowieso.”
“Ik bedoel extra inspanning, meer dan er van je verwacht wordt.”
“Ja, ik bescherm de City, het belangrijke zakencentrum. In Europa willen ze meer toezicht op de bankensector. Maar dat blokkeer ik. De City is belangrijker.”
“Je was van de Labour Party, als ik me herinner. Ja, ik let altijd op wat mensen doen, niet op welk labeltje ze op zichzelf plakken.”
“Indeed.”
“Dan zou je vanuit je socialistische overtuiging moeten waken over de gewone mensen, ze beschermen tegen inhalige bankiers. Vandaar je optreden als waakhond. Je ging eerst geweldig, volgens je droom.”
“Ja, ik had aan Sarkozy beloofd mee te doen aan beter toezicht op de banken.”
“Plotseling ben je veranderd, steun je de financiële belangen, omdat je denkt dat dat beter is voor het UK. Maar je twijfelt. Daarom schrompel je ineen. Je weet het niet meer.”
“Okay, dokter. Thnx. Het is mijn oude socialistische demon die weer opspeelt. Ik bel Blair op. Die weet precies hoe je jezelf politiek transformeert. Hij kon precies zo keffen als Bush’ schoothondjes.”
Caritas in veritate.
Het is een illusie te denken dat de weg die de paus wijst om uit de economische crisis te komen zal leiden naar een wereld van gerechtigheid en solidariteit. Daarvoor zal er eerst een einde moeten komen aan de symbiose tussen God en Geld, waar het Vaticaan al eeuwenlang model voor staat, getuige de uitgestalde kunstschatten in Vaticaanstad. Imponerend roofgoed waar de kerk grotendeels haar aanzien en gezag aan ontleent, maar dat ver afstaat van het visioen van een nieuw Jeruzalem.
Het ware dan ook eerlijker geweest als de paus zijn encycliek de titel ‘Caritas in pecunia’, Liefde in geld, had meegegeven. Mocht het Vaticaan op zeker moment ook tot dit inzicht komen, dan is de volgende encycliek – waarin korte metten wordt gemaakt met de Roomse liefde voor het aardse slijk ten gunste van het vredesvisioen dat niet te vermaterialiseren is – een kwestie van tijd. Een baanbrekende encycliek met verstrekkende maatschappelijke gevolgen wereldwijd, die de titel ‘Caritas in veritate’, Liefde in waarheid, met ere toekomt. De Vaticaanse waarheidsliefde die daaruit spreekt zal het zicht op de geprofeteerde nieuwe hemel en nieuwe aarde (Jes. 65: 17-18) zonder meer ten goede zal komen, zo waag ik te voorspellen.
G8 zet Groen in de wacht
De jonge ambitieuze Groene politicus lag op het bed van zijn hotelkamer, pafte nadenkend een slof sigaretten weg en zuchtte.
“Op de G8-top was weer slechts schamele progressie geboekt met betrekking tot afspraken over reductie van CO2-uitstoot. Het wordt tijd voor actie. Pak het een keer, anders lukt het niet meer.
Het IPCC verricht uitstekend werk, doet meer dan ze kan. Het opstellen van scenario’s was gewoon een briljante zet. In het gunstigste scenario blijft het klimaat quasi onveranderd, terwijl in het slechtste geval allerlei rampen optreden. De focus ligt natuurlijk op de rampen, dat is nieuws, niet op de kans dat het allemaal meevalt.
Is het Al Gore die het verpest heeft? Heeft hij de rampen overdone voorgesteld in zijn ‘Inconvenient Truth’? Hij liet Nederland dramatisch overstromen. Dat gaf misschien iets te veel schrik. Daardoor zijn mensen zich gaan afvragen wanneer die overstromingen zich zouden voordoen. Volgens een bevriende klimaatwetenschapper zal het bij vier graden stijging van de temperatuur nog duizenden jaren duren voordat de ijskap op Groenland grotendeels is afgesmolten. Duizenden jaren, dat schiet niet op. Daarvoor stemmen de mensen niet Groen.
Afsmelten van de Noordpool doet niets voor zeespiegelstijging. Kon Archimedes geen andere wet bedenken?
Smelt mijn carrière ook weg?
Ik heb aan die vriend al eens gevraagd of het op aarde al eerder flink warm was geweest. Gedurende het grootste deel van de geschiedenis was het veel warmer dan heden. Zelfs na de laatste ijstijd, aan het begin van het Holoceen, de huidige geologische periode, steeg de temperatuur tot waarden van zo’n drie graden boven het huidige niveau. Dat vond ik aanvankelijk prachtig. Daarmee kon je wellicht aantonen welke rampen, overstromingen, stormen, droogtes er toentertijd hadden plaatsgevonden. Maar dat bleek niet zo’n goed idee. De Sahara was toen bijvoorbeeld groen als gevolg van een moessonklimaat dat zich daar bij toenemende warmte ontwikkelde. De tekeningen van jagers op wild in grotten van het Tassili-gebergte getuigen daarvan.
En dan die Bjørn Lomborg. Hij is vrolijk aan het vertellen dat we het hoofd koel moeten houden. Paniekreacties op de klimaatverandering zijn prematuur. Het geld dat we voor klimaatmaatregelen uittrekken, zouden we beter besteden aan de bestrijding van armoede, het tegengaan van ziekten als malaria en aids. En vooral aan wetenschap, opdat we effectief tegen eventuele problemen in de verdere toekomst kunnen optreden. Kon hij dat niet wat eerder vertellen? Groen ben ik, en zal ik blijven.”
Hij pakte de telefoon.
“Roomservice, breng me een fles Pisang Ambon”
Jan-Peter op visite bij Obama
Jan-Peter is op reis geweest. Waar ging die dan naar toe? Hij is op visite bij Obama geweest en zegt nu voortdurend: ‘yes’.
Onze reporter had een fictief interview met Jan-Peter.
“Wat is uw indruk van Obama?”
“Yes, laat ik er dit van zeggen, ja, Obama maakt veel indruk.”
“Waaruit blijkt dat voor u?”
“Dat blijkt uit zijn houding. Yes, Obama heeft een positieve houding. Anders dan bij Bush. Bij Bush voelde je je …, hoe zal ik het formuleren, was je als het ware een uit de klei getrokken boerenpummel. En dat is pijnlijk, dat begrijpt u wel.”
“Is de situatie in Oeroezgan aan de orde geweest?”
“Yes, daar bedoel ik mee: nee, niet in de zin dat we specifiek over Oeroezgan hebben gesproken, maar meer algemeen over Afghanistan in zijn geheel.”
“Bedoelt u daarmee dat de Nederlandse troepen Oeroezgan verlaten en ze elders in Afghanistan worden ingezet?”
“Yes, Nederland heeft altijd een positieve grondhouding ten opzichte van vragen die aan ons worden gesteld. Vragen worden niet zondermeer genegeerd. We zullen vragen altijd serieus overwegen.”
“Daarmee ontkent u de gestelde vraag niet.”
“Ik zou het kunnen ontkennen, maar ontkennen is niet positief. We moeten positief blijven denken. We kunnen het wel. Ik zou zeggen: yes.”
“Met alle respect, maar ik begrijp uw laatste opmerking niet.”
“Meneer, ik ben in het Oval Office geweest. Daar heb ik positieve indrukken opgedaan. Ik wil zeggen dat we niet weer in het Nederlandse negativisme moeten verzeilen. Nederland zeilde vroeger anders. Ik zal niet nog eens over de VOC beginnen. Dat is gepasseerd. Maar we moeten gewoon durf hebben ons elders op de wereld in te zetten voor de goede zaak.”
“U vindt blijkbaar de strijd in Afghanistan nog steeds een goede zaak. Osama is of dood of weg naar Weet-ik-veel-stan. Nu wil men daar democratie brengen. Riekt dat niet naar het goede ouwe imperialisme, waar de westerse christelijke waarheid overal verspreid moest worden?”
“Ho, ho, dat zijn uw woorden. Yes, uw woorden. U wilt toch niet zeggen dat u democratie afkeurt?”
“Ik bedoel, moeten de mensen daar zelf niet uitvinden wat democratie waard is? Wij streden toch tegen nazisme, hoe goed de Duitsers dat ook vonden. Kunnen wij de Afghanen wel iets opdringen van buitenaf, wat hen misschien alleen tegenstaat, omdat het niet van hen zelf uitgaat, dat ingaat tegen het wezen van hun huidige cultuur?”
“U speculeert, democratie is goed. Daar is geen discussie over mogelijk. Met Obama heb ik evenmin gediscussieerd over democratie. Yes, we zijn het daarover eens, trouwens ook over christendom. Ik vind uw vragen beneden peil. Tot niet spoedig ziens. Yes, ik vind u niet kunnen. Bye”
PVV-vragen.
De morele discussie die de PVV oproept door het hangen van een prijskaartje aan allochtonen, is weliswaar begrijpelijk, maar lost niets op. Dáárvoor zal de vraag wat allochtonen uit niet-westerse landen kosten en wat ze opbrengen, in het licht van het algemeen belang geplaatst moeten worden. Dáár draait het immers om in een democratie! Aangezien het algemeen belang nooit in klinkende munt omgezet kan worden, omdat het met de dag verandert, moet de PVV-vraag naar de kosten-batenanalyse dan ook als niet ter zake doende terzijde worden geschoven, alle goede bedoelingen van kamerlid Sietse Fritsma ten spijt.
Kwade genius.
Om de PVV de wind uit de zeilen te nemen zal het besef moeten doordringen dat de kwade genius achter de PVV-vragen naar de kosten en baten van allochtonen níet de heer Wilders is, was het maar zo simpel(!), mààr het heersende financieel-economische en partijpolitieke gedachtegoed. Dát staat namelijk machteloos tegenover de PVV-vragen, omdat het daar zelf de polariserende bron van is.
Desondanks gaat de problematiek die de PVV signaleert ons allemaal, los levensbeschouwelijke gezindte en/of politieke gezindheid, wel degelijk aan. Dit houdt in dat deze gemeenschappelijke problematiek geen verdeeldheid zaaiende of polariserende dictatoriale aanpak behoeft, maar een gezamenlijke of samenbundelende democratische. Daarmee bedoel ik een aanpak die voor de volle 100% draait om het algemeen belang, de leefbaarheid van onze planeet. Niet alleen in ons eigen belang, maar bovenal in dat van onze eerste zorg, ons nageslacht. Hèt belang dat persoonlijk gekleurde financiële en/of partijpolitieke belangen verre overstijgt en om een dito politieke vertaling vraagt. Kortweg een zuiver democratische die een ieder, man én vrouw/arm én rijk/autochtoon én allochtoon/jong én ………/….., ten goede komt. Zowel letterlijk als figuurlijk.
Voor de totstandkoming van dat ultieme politieke doel, de democratie in optima forma, wordt het tijd dat Den Haag het gekunstelde financieel-economische en partijpolitieke gedachtegoed, waarvan de verwerpelijke PVV-vragen de weerslag vormen, publiekelijk ter discussie stelt. Voor minister Plasterk, als baas van de publieke omroep, ligt hier een uitgelezen taak weggelegd.
Oud zweet moet ook
Hij transpireerde teveel, want hij trapte weer sneller dan de bedoeling was. Een rijwiel is een uitstekend vervoermiddel, maar het moet geen trainingsapparaat worden. Tenminste niet voor zover je geen sporter bent, doch heer van stand.
Hij wilde doorduwen. Het was nu de tijd om door te duwen. Langer uitstel zou het project van de AOW-leeftijdsverhoging alleen maar bemoeilijken. Onaanvaardbaar.
Zijn daden bennen groot, hij heeft overwonnen de verzilveringsvloot. Om die daden groot te maken, moet je wel doorduwen. Vervelend is dat het op je hele ingesteldheid doorwerkt, ook op je omgang met je rijwiel.
Grote werkloosheid ligt in het verschiet. Vooral jongeren zullen de klos zijn. Dan is het natuurlijk absurd om ze buiten het arbeidsproces te houden en de 65-plussers te verplichten extra lang door te werken. In de jaren negentig van de vorige eeuw werd zelfs een 36-urige werkweek ingevoerd om het beschikbare werk eerlijker te verdelen. Voordat de burgers zich die situatie zullen realiseren, moeten er wetten doorgedrukt zijn om de AOW-leeftijd te verhogen.
Verdorie in g-mineur, nu hij daarover dacht, duwde hij toch weer te hard op de trappers.
Het verhaal over de doem van de vergrijzingsgolf moeten we volhouden. Richard Nixon beloofde weliswaar in 1956 als presidentskandidaat de vierdaagse werkweek. Toen met een onvergelijkbaar mindere welvaart leek het wel te kunnen. Dat was een gevaarlijke gedachte van die anders zo weloverwogen reagerende man. Geen frivoliteiten over een flierefluitend leven zijn toelaatbaar. ‘In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten’, aldus Genesis 3:19.
De PvdA is dood. Bernard-Henri Lévy zei het al over de PS. Van die zombies daar valt geen gevaar te duchten. Maar wat wil die vakbondsman Van der Kolk nu weer met zijn tegenwerking? De frase ‘Willen we naar de Dam, dan gaan we naar de Dam’ is oudbakken. Maar je moet wel voorkomen dat zulke oude koeien uit de sloot komen en verwarring kunnen stichten. Mede daarom is haast geboden met de wetgeving. Wachten op het SER-advies is puur tijdverlies.
Pfff, hij kreeg het er behoorlijk warm van in zijn driedelig pak. Zou hij een keertje gek doen en zijn vest uitlaten? Het is tenslotte zomer. Nee, verman je, gedenk Genesis 3:19, zweten zal je.
Een ijskoud veto
Een veto is toch de kroon op je macht. Wanneer je een veto kunt uitspreken, heb je de anderen te grazen. Een orgastisch gevoel is dat. ‘Met macht meer mans’, is mijn maxime.
De eerste keer durfde ik nog niet zo goed. Gelukkig waren onze zuiderburen (in ruil voor snelle uitdieping van de Westerschelde, maar ssst …) zo vriendelijk ons te ondersteunen. Servië mocht geen lid van de EU worden, althans niet vooraleer het Mladic uitleverde.
Een geweldige bevrediging was dat veto. Hoho, ik ontwaar kritiek. Moet de Servische bevolking nog in de put blijven voor daden gepleegd door een regime waar ze middels verkiezingen al lang afstand van hebben genomen, terwijl niemand weet waar Mladic zich ophoudt? Die kritiek is totaal irrelevant. Het gaat erom wat wij willen. Wij willen wraak voor Srebrenica. Wij wilden derhalve een veto.
Nu is er dan onze dreiging met een veto tegen IJslands toetreding tot de EU. Een njet bij een luttel bedrag van €3 miljard schuld volstaat voor ons. Boter hoort bij de vis; betalen zullen ze. Misschien vinden de IJslanders dat bedrag niet zo gering. Voor een land met minder inwoners dan onze kleinste provincie, Zeeland, kan ik me zelfs daarbij wel iets voorstellen. Maar god straft de onrechtvaardigen. Ik ben zeker en vast uitverkoren om gods vonnis te voltrekken bij onrechtvaardige wanbetaling. Als christen-democraat voel ik dat aan.
De gangbare procedure is dat ieder Europees land lid kan worden van de EU als het aan een aantal voorwaarden voldoet, de zogenoemde Kopenhagen criteria. Kan … maar niets belet Nederland haar eigen criteria op te voeren. Nederland gidsland toch?
Sommigen menen dat een veto niet democratisch is. Hoezo niet? Het is juist de democratie ten top. Een democratie is niet de dictatuur van de meerderheid. Geenszins. Het veto geeft je rechten als minderheid. Ik droom regelmatig over mijn lidmaatschap van de Poolse landdag, het liberum veto fungerend als ultieme uitdrukking van het eigen gelijk. Wat zou ik vaak gelijk hebben. Heerlijk.
De Poolse landdag zou exemplarisch zijn voor chaotisch bestuur. Onzin. Daar gaat het toch helemaal niet om. Het gaat om mijn maxime. Chaotisch bestuur is ook bestuur. Tenslotte is de EU niet voor niets gecreëerd. Bovendien compenseren rijkelijke buffetten daar armoedige besluiten. Leve het veto!
Gidsland Nederland.
Met Jort Kelder ben ik het eens dat Nederland toe is aan een meritocratie waarin alleen de besten voor de publieke zaak mogen werken (NRC Handelsblad 8 augustus). Wat de smaakmakende journalist en tv-presentator ontgaat is dat het dienen van de publieke zaak veel meer omvat dan geld verdienen alleen. In wezen is het immers een erezaak, die met geen mogelijkheid te kapitaliseren is! Aan volksverheffing hangt nu eenmaal geen prijskaartje. Kelder’s ingenomenheid met de wijze woorden van Paul de Leeuw om de Balkenendenorm van 180.000 euro te vervangen door de Beatrixnorm van 2 miljoen euro heeft dan ook niets met een verheven doelstelling te maken, maar alles met eigenbelang en de waan van de dag. Om dat te doorbreken zullen wij dan ook niet bij deze vorstelijk betaalde tv-persoonlijkheden te rade moeten gaan, maar oog moeten krijgen voor de politieke implicaties van de tijd waarin wij leven.
Wat dat betreft valt niet alleen het mondiale karakter daarvan op, maar ook het feit dat onze tijd doortrokken is van het mensenrechten- of vredesideaal. Dit impliceert dat het waarmaken daarvan om politici vraagt die niet alleen kosmopolitisch denken, maar ook gebroken hebben met het gangbare economische en partijpolitieke gedachtegoed. Het universele mensenrechten- of vredesideaal is namelijk monistisch van aard en zal daardoor nooit van de grond komen via een denken waarin het dualisme (arm-rijk, links-rechts) koning kraait. In het op de schop nemen van het kapitalisme en het parlementarisme moet dan ook de oplossing gezocht worden voor de totstandkoming van een mondiale rechtsstaat, waarin de mensenrechten geen holle frase zijn maar dagelijkse praktijk.
Waarbij aangetekend dat de Verenigde Naties in wezen de representant zijn van die alom beoogde rechtvaardige mondiale samenleving. Uiteraard zal onze volkerenorganisatie daarvoor eerst grondig verbouwd moeten worden van een organisatie van regeringen waarin de VS de scepter zwaait, dus het recht van sterkste heerst, tot een mondiaal beleidsorgaan met bovennationale bevoegdheden, die het algemeen belang (de alom onderschreven mensenrechten) gestalte weet te geven. Voor die metamorfose van mondiale dictatuur onder de Stars and Stripes in mondiale democratie onder het blauwe dundoek van de VN, biedt artikel 109 van het VN-Handvest alle mogelijkheid. Als VN-lid zou onze regering daartoe het voortouw kunnen nemen, waarmee Balkenende-IV ons land zal promoveren tot richtinggevend gidsland met betrekking tot de effectuering van de mensenrechten, ofwel de mondiale concretisering van het ideële democratische gedachtegoed.
Het stevige gesprek
“Heren Kattouss en Bouzrou, ik zal maar met de deur in huis vallen. Het wordt een stevig gesprek.”
“Maar Achmed, je overlegt ook nooit met ons. Je moet niet zo boos zijn.”
“Jullie zijn achterlijke geitenneukers. Dat moet eerst in jullie botte hersens doordringen. Begrijpen jullie dat?”
“Maar daarom zijn we toch juist in de raad gekomen, om ons soort mensen te representeren.”
“Oké, representeren wil niet zeggen dat jullie dan ook een eigen mening te berde moeten brengen. Het plaatje moet mooi zijn, daar gaat het om. Voldoende allochtonen, evenredige vertegenwoordiging door vrouwen, dat soort dingen. Jullie zitten nu lang genoeg in de politiek om te weten waar Mohammed de mosterd haalt.”
“Je maakt het ons veel te moeilijk. Je praat sinds onze installatie nooit met ons. Toch moeten we allerlei dingen begrijpen. Je hebt bijvoorbeeld nooit uitgelegd dat de PvdA ergens voor staat. Je vertelde dat ze geen visie had, dat ruim tien jaar geleden alle ideologische veren zijn afgeschud.”
“Astagfir-allah, wat een dombo’s. Geen visie wil niet zeggen geen standpunten. Of die standpunten elkaar tegenspreken, doet er niet toe. Maar de PvdA heeft wel standpunten. Ik bepaal hier in het stadsdeel welke standpunten er toe doen.”
“Maar de imam zei dat er hier in Nederland dualisme bestaat. Dat het college bestuurt en dat de raad kritiek mag geven.”
“Zo, zo, de imam? En wat had die wijsneus nog verder te vertellen?”
“Hij zei dat moslims geen homo’s zijn. Zelfs als iemand moslim meent te zijn, maar hij ontdekt dat hij homo is, dan is hij op dat moment geen ware moslim meer. Door homoseksualiteit te bespreken met moslims beledig je hen, want dat zijn ze dus nooit.”
“Goed, goed, moslims zouden dus geen homo’s zijn. Maar daar gaat het hier helemaal niet om. Het gaat om de PvdA. De partij denkt dat er onder de moslims wel homo’s zijn. Waarom denk je dat ik met de gay-parade heb meegedaan? Toch om dat standpunt van de PvdA te tonen. Niet voor de moslims, die stemmen sowieso wel op ons.
Jullie zijn goede gelovige mannen, maar jullie moeten niet goedgelovig zijn. Jullie moeten geloof en politiek niet met elkaar verwarren. De imam preekt in de moskee, dat is zijn terrein, die spreek je daar toch niet tegen. Hier preek ik, hier bepaal ik.”
De NAVO na de hoop
Jaap de Hoop Scheffer zeeg ineen in zijn laatste werkweek als secretaris-generaal van de NAVO. Dat gaf schrik ten aanzien van zijn welbevinden. Ik hoop voor De Hoop op een goede gezondheid en een rustige pensionering.
Ondanks alle persoonlijke dramatiek lijkt het gebeuren met Jaap symbolisch te zijn voor de NAVO.
Ooit werd ze opgericht als een militaire organisatie van democratische landen tegenover vijandelijke totalitaire regimes. Dat was niet zo’n gekke gedachte na WO-II. De keuze voor de rol van rijk van het kwaad was snel gemaakt: de Sovjet-Unie.
Na de val van de Muur viel ook de USSR. En de NAVO? Waar was haar opponent? Zonder een tegenstander kun je moeilijk een wedstrijd continueren. Wat te doen?
De eerste optie is doorgaan. Wie weet of het GOS de plek van de vergane communistische grootmacht inneemt? Nee dus. Wie weet of Rusland zich alsnog niet herstelt? Jammer, maar helaas, die illusie bleek eveneens van korte duur. Een sterk Rusland was na de actie ‘Help de Russen de winter door’ in 1990-1991 toch een moeilijk verkoopbaar product geworden. Jeltsin werkte ook al niet mee, in al zijn nuchterheid deed hij zijn best de democratie wortel te laten schieten.
Daarna komt de mogelijkheid van inkrimpen in het vizier. De legersterktes van de NAVO-landen verminderden. De NAVO raakte vet kwijt.
Maar dan plots, als een duveltje uit een doosje verscheen Osama als reddende engel. De door hem geïnspireerde terreuracties creëerden een nieuwe vijand. Het internationale moslimterrorisme is een bedreiging voor de Westerse democratieën. De moslims, die het volkseigen zionisme al lang niet zagen zitten en met Israël een langdurig conflict hebben, werden van een lokaal ineens een globaal issue. Het arme Afghanistan, schuilplaats van Bin Laden, kreeg de volle laag. De NAVO kon haar nut bewijzen. Sloeberige Afghaanse opiumboeren die hun nering verdedigden tegen de invasie, kregen het etiket van potentiële internationale terroristen.
Toch dreigt de noodgreep van de NAVO langzamerhand ineen te zijgen. Van mensen die eerder ontwikkelingshulp verdienen dan militaire bezetting valt hun potentiële verstoring van de wereldorde niet vol te houden. Bedenk een list, Tom Poes! De Deen Rasmussen, nieuw NAVO-hoofd, bedacht dat Jeroen van der Veer, als voormalig CEO van Shell, wel een geschikte Tom Poes zou zijn. Vice-voorzitter van een advieswerkgroep over de toekomst van de NAVO is echt een wijsneusfunctie bij uitstek. Totdat het advies verschijnt vormt een allegaartje van terroristen, computerhackers, energievoorziening en klimaatverandering de voorlopige dreiging. De NAVO breidt vermoedelijk zolang haar activiteiten op Groenland – Deens grondgebied – uit. Alle afbrokkelende gletsjers moeten op hun plaats blijven.
Das Nichts macht’s
“Was het verstandig om niet mee te doen aan de gemeentelijke verkiezingen, Geert? Er kwam veel kritiek op dat besluit”
“Er hoort altijd kritiek op mij te komen. Jullie begrijpen het niet.”
“Maar deze keer komt het ook van onze aanhangers. Die zijn teleurgesteld.”
“De PVV heeft nog nooit meegedaan aan gemeentelijke verkiezingen. Een ieder heeft het recht om mee te doen, er bestaat geen plicht. Na de aanvankelijk mogelijke teleurstelling zullen ze het begrijpen.”
“Femke Halsema sprak zelfs over het in de kou laten staan van kiezers”
“Geweldig toch, die uitspraak. Als ze zich zo bekommert om de kiezers, maakt ze toch een programma dat de kiezers aantrekt die in grote getale op mij zouden willen stemmen.”
“Maar waarom doet de PVV dan wel mee in Den Haag in Almere?”
“Dat is het mooie. De PVV doet wel mee aan de gemeentelijke verkiezingen. Onze tegenstanders zijn fout als ze ons ervan betichten niet mee te doen. Alleen doen we niet overal mee.”
“Wie heeft dat besloten?”
“Dat is democratisch besloten”
“Maar er is toch maar één persoon die de koers van de PVV bepaalt. De rest is toch gewoon aanhang.”
“Democratie heeft niets met aantal te maken. Als een beweging uit weinig mensen bestaat, kunnen die weinige mensen nog wel democratisch besluiten nemen. In het extreme geval neemt één persoon een democratisch besluit. Dat is de logische consequentie.”
“Daar heb je gelijk in, Geert”
“Ja, Jezus nam ook besluiten in zijn eentje. Hij overlegde hoogstens met god, die hij natuurlijk ook weer zelf was. Vertel mij niet dat Jezus niet succesvol was.”
“Vergelijk je jezelf met Jezus?”
“Dat zijn jouw woorden. Ik vertel gewoon dat er meerdere manieren zijn om tot een goed oordeel te komen. Ik geef toe dat ik mij regelmatig tot god richt en niet tot die bedrieger allah. Allah is de duivel die de koran heeft opgesteld en de moslims misleidt.”
“Het lijkt me beter om in dit geval de islam er niet bij te betrekken; het staat ver af van het besluit om te participeren in de komende verkiezingen. Beter is om niets te zeggen.”
“Inderdaad, dat is onze kern. Met die twee gemeenten zeggen we eigenlijk niets. Dat is de kracht van ons niets. Niets houdt het spannend. Met een variatie op Heidegger: het niets doet het. Voor ons in ieder geval.”
Het Westerscheldeconflict bis
Kan je je voorstellen dat er ergens een belangrijke haven is, maar dat voordat je die haven binnenvaart je eerst een natuurgebied moet doorkruisen? Help je daar de haven mee? Help je daar het natuurbehoud mee? Het zijn retorische vragen.
Toch slaagt Jan-Peter erin het onmogelijke met het onwenselijke te verzoenen. Op papier althans. Natuurbehoud voor de Westerschelde? Jan-Peter tekent ervoor. Uitdieping van de Westerschelde? Jan-Peter tekent ervoor. Is Jan-Peter een kluns of een stoethaspel? Geen van beiden. Hij hangt de domme August uit en krijgt dat imago ook nog, terwijl hij premier van Nederland is. Welke premier voor hem is het ooit gelukt om zulke tegenstrijdige zaken met elkaar te verbinden. Verdraaid gehaaid. Het kan niet anders zijn dan de vermomming van een uiterst geslepen politicus. Daar past slechts bewondering voor als incarnatie van de polderpolitiek.
Natuurlijk zorgen uiteindelijk de belangentegenstellingen voor een conflict. Had Jan-Peter dat niet moeten zien aankomen? Eigenlijk wel en waarschijnlijk had hij daarover wel nagedacht. Maar hij is niet gekozen als belangenbehartiger van de Vlamingen. Als de Vlamingen zich gepasseerd voelen, moeten ze maar protesteren. Het ligt niet op zijn weg daar van tevoren al rekening mee te houden. Hij deed iets wat in Nederland op instemming kan rekenen: de Westerschelde tot Natura 2000 gebied bestempelen. Als er hommeles van komt, zijn er zat kandidaten om de schuld op af te schuiven: de natuurbeweging, de boeren, de Vlamingen, de Zeeuwen. Iedereen heeft een beetje schuld en de beste Jan-Peter gaf een ieder een beetje van zijn gading. Daar is hij tenslotte koning van het poldercompromis voor. Als er een oplossing komt, dan zal dat dankzij Jan-Peter zijn, die alle belanghebbenden tot het uiterste heeft gedreven, en zodoende niet op basis van half uitgedachte rapporten werkt.
En van dit soort endorfine producerende zaken houdt Jan-Peter. Voor het trucje met de Antwerpse haven heeft hij zelfs al een zuiver Nederlandse pendant gevonden. De haven van Delfzijl breidt uit. Iedereen blij. De Groningers zien de economische activiteit toenemen in een achtergebleven gebied, terwijl ze tot voor kort nauwelijks profiteerden van de enorme aardgasvoorraden in hun bodem. De overige Nederlanders houden met een kruimel de Noorderlingen stil. Maar er bestaan plannen voor een kolencentrale nabij Delfzijl. Die zal bevoorrading vragen. Dat gaat niet zonder enorme kolenvrachtschepen. En die schepen moeten zowat door het schitterende natuurgebied van de Waddenzee varen. Stof genoeg voor conflict. Het Westerscheldegebeuren is een prima opmaat voor de toekomstige beroering. De natuur zal de dupe worden; die uitkomst ligt voor de hand.
Over gezonde Amerikanen en gezonde Afghanen
“Kom, Hillary, we gaan een biertje drinken. Net als met de politieagent, de professor en Joe Biden.”
“Ik drink liever wijn, als je het niet erg vindt.”
“Deze keer is het wel erg. We drinken bier. Niet van die pilsener troep, maar Bier met een grote B. Ik heb namelijk zware problemen te bespreken en daar hoort zwaar bier bij. Belgisch bier bijvoorbeeld, dat past uitstekend bij het onderwerp.”
“If you say so, mr. President.”
“Maar to the point, waar het om gaat is de gezondheidsverzekering voor alle Amerikanen. Die ligt jou ook na aan het hart.”
“Zeker.”
Schuimend zwaar bier arriveert.
“Ik zei in mijn rede over de gezondheidszorg dat ik niet de eerste was die het probleem probeerde op te lossen, maar wel dat ik vastbesloten ben de laatste te zijn. Het was geen sneer naar jou. Jij was tenslotte bij de vorige poging niet in command, maar je liefhebbende echtgenoot Bill.”
“Och Bill. Je moet hem ook alles voorzeggen, anders gaat het mis. Hij heeft zijn hoofd maar bij één ding, waar het bij de meeste mannen om draait.”
“Heerlijk eerlijk bier, niet? Maar goed. Ik doe mijn deel om te zorgen voor de zorg van de gezondheid. Mijn rede was weer uitstekend geslaagd. Maar jij hebt ook een deel te doen.”
“Ik? Ik behartig toch buitenlandse zaken en ik zie het verband niet helemaal.”
“Ik zie het wel, daarom heb ik ook van je gewonnen, haha.”
Hillary neemt nog maar een zware slok.
“Ons tweesporenbeleid ontspoort. Aan de ene kant strijden we voor invoering van de algemene gezondheidszorg. Dat wordt door onze vijanden – ik gebruik met opzet het woord vijand en niet opponent – als socialistisch bestempeld. Ze zijn des duivels. Eentje riep tijdens mijn speech zelfs dat ik loog. Onbestaand zoiets.”
“En het andere spoor?”
“Daar kom jij in the picture. Tegenover dat ‘socialistische’ geweld stellen we ons patriottistisch op. Hoe doe je dat? Wel, door een oorlog te voeren. Een beperkte oorlog weliswaar. Het moet geen drama als Vietnam worden. Uit Irak vertrekken we al. Maar in Afghanistan blijven we, en dat moet meer succes opleveren. Karzai lijkt een corrupte bandiet met zijn verkiezingsfraude. Jij gaat een oplossing bedenken voor succes.”
“Moet Karzai weg?”
“Met of zonder Karzai, dat doet er niet toe. In ieder geval moet de oorlog doorgaan en die moet succesverhalen opleveren. Denk aan Orwells 1984. De gezondheid van de Amerikanen hangt samen met het leven van de Afghanen.”
Miljoenennota.
Hoewel de kritiek op de Miljoenennota alleszins begrijpelijk, lost deze niets op, omdat voorbijgegaan wordt aan de kern van het probleem. Deze is namelijk niet van financieel-economische aard, maar heeft alles te maken heeft met ons partijpolitieke bestel. De mondiale omvang van de kredietcrisis overstijgt namelijk ruimschoots het vermogen daarvan en vereist zodoende een dito aanpak. Voor de realisatie daarvan zullen wij, als stemgerechtigden, wel eerst tot het besef moeten komen dat anno 2009 de houdbaarheidsdatum van ons 19e eeuwse partijpolitieke bestel is verstreken. Voor de totstandkoming van dat besef bij het electoraat ligt hier voor de opiniërende media een uitgesproken taak weggelegd. Enkel onder druk van ons, de publieke opinie, zijn onze parlementariërs namelijk te bewegen tot een discussie die hout snijdt. Een inhoudelijk debat waarin het niet draait om partijbelangen en euro’s, maar om de totstandkoming van een beleid waarin het de behartiging van het algemeen belang centraal staat. Daarvoor schiet het partijpolitieke én financieel-economische gedachtegoed simpelweg tekort, omdat het algemeen belang nu eenmaal partijpolitiek noch financieel-economisch vertaald kan worden. Nu niet en nooit niet.
Liefde als geldige reden voor een huwelijk
Integratie is een mooi ding. Als we nou nog zouden weten wat het inhield, was het nog mooier. Maar laat het betere niet de vijand van het goede zijn. Dus nogmaals: integratie is een mooi ding.
Doch voortdurende instroom van laag opgeleide allochtonen bevordert de integratie niet. Dat vormt dan een probleem. Een oplossing is vanzelfsprekend de toevloed van buitenlanders – mensen van buiten de EU – te beperken. Dat is legitiem. We kunnen niet een miljard Chinezen toelaten in Nederland, omdat de situatie in China niet helemaal conform de mensenrechten is zoals we dat als wenselijk zien.
Dan doemt er echter een nieuw probleem op. Als de immigrant een huwelijkskandidaat is, kunnen we daar dan beperkingen aan opleggen? Jawel, volgens de Nederlandse politiek. Huwelijkspartners kunnen slechts worden toegelaten indien de partner in Nederland aan bepaalde sociaal-economische criteria voldoet. Dat kan leiden tot een afstandshuwelijk waarbij de ene partner in Nederland woont en werkt en de andere in het buitenland dient te blijven. En wat is het lot van de eventueel verwekte kindjes? Moeten die zonder een voor de opvoeding zorgdragende ouder (meestal de vader) opgroeien?
Wat verklaart de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens? Die stelt in artikel 16.3: “Het gezin is de natuurlijke en fundamentele groepseenheid van de maatschappij en heeft recht op bescherming door de maatschappij en de Staat.” Houdt die bescherming voor Nederland in dat een laag opgeleide minvermogende slechts recht heeft op een afstandshuwelijk?
Zet je toch maar de huwelijksbeperkingen door? Het hemd is tenslotte nader dan de rok. Een toenemende toestroom van allochtonen is koren op de molen van Wilders. Balkenende doet er in ieder geval nog een schepje bovenop. Neven en nichten mogen niet langer met elkaar trouwen. Het is niet aanbevelenswaardig, maar zijn er sterke belemmerende medische redenen? Nou nee, dan zou je eerder vrouwen van boven de vijfendertig moeten verbieden nog kinderen te baren.
Wat wil je? Wil je dat huwelijksredenen slechts gebaseerd mogen zijn op materiële gronden? Is het doel van het huwelijk niet primair dat mensen erin gelukkig worden, maar gelden slechts sociaal-economische overwegingen? In dat geval kan je als maatschappij huwelijken tegenhouden die leiden tot een slechte sociaal-economische situatie van minstens één van de partners of van een te grote sociaal-economische belasting voor de gemeenschap.
Als je daarentegen ‘houden van’ de legitieme reden vindt, dan valt juridisch geen uitzondering te maken. Het is aan niemand anders dan de huwelijkskandidaten zelf te bepalen of ze van elkaar houden.
Met de nieuwe kabinetsvoorstellen kan Wilders een taart aansnijden. Hij heeft invloed. Discriminatie vindt nog krachtiger haar weg in de huwelijksvoorwaarden.
Na de bonuscultuur
“Goedemorgen, chef, je kijkt somber, weer niks gewonnen in de lotto? Grapje.”
“Goedemorgen, Sjaak, ik zal maar met de deur in huis vallen. Ik heb goed en slecht nieuws voor je.
Het slechte nieuws is dat je bent ontslagen, het goede nieuws is dat je een behoorlijk bedrag aan ontslagvergoeding zult ontvangen.”
“Mixed feelings past als goede verwoording inderdaad. Maar mag ik weten wat de reden voor dat besluit is?”
“Simpel, je hebt te weinig winst gemaakt, je hebt te weinig risico genomen.”
“Maar dat mindere risico was toch de bedoeling van het afschaffen van de hoge bonussen?”
“Het was misschien de bedoeling van de politici, maar we zitten hier in een bankbedrijf en daar telt winst.
Neem nou je collega D’Angers, hij heeft 2x zoveel winst behaald als jij met hetzelfde budget. Dan is de som simpel, daar heb je geen computer voor nodig.”
(Zal ik vertellen dat die D’Angers gokverslaafd is? Dat hij op een avond zelfs gokte met als inzet een nacht doorbrengen met zijn te jonge vrouw. Maar nee, daar komen ze vanzelf nog wel eens achter.)
“Als je me iets meer bonus had gegeven. Er zijn toch altijd wel gaatjes te vinden.”
“Nee, voorlopig is het Schluss met de bonussen.
Bovendien zijn politici net mensen. Ze hebben macht. Wat zou jij doen als je macht had en relatief weinig verdiende en een ander had weinig macht maar verdiende stukken meer? Dan zou je toch ook proberen die ander pootje te lichten?”
“Andersom kan ik niet verhelen enig ressentiment te koesteren jegens die slecht betaalde, doch op machtsposities zittende sukkelige politici. Als je capaciteiten hebt, verdien je veel. Zo simpel is het.”
“Het ligt niet zo eenvoudig. Daarom ben je ook ontslagen. Je denkt te simpel in termen van slechts geld. Macht is ook een vorm van inkomen. Sommige mensen geilen daar meer op dan zuiver op pecunia. Maar ze kennen ook wrok. Ze willen niet dat anderen meer verdienen. Daarom is de Balkenende-norm de hoogste norm die ze toelaatbaar achten.
En we moeten er als banken in meegaan. We ontslaan met genoegen medewerkers die menen dat de mores zijn veranderd of die nog teveel dromen over hun hoge bonussen en een tekort aan risicobereidheid tonen.”
“Politici zijn kortzichtig.”
“Je hebt het weer mis, Sjaak. Ze weten heus wel dat de bonuscultuur niet de oorzaak was van de economische crisis. Maar het is ze gelukt dat wel als zodanig aan het grote publiek te verkopen. Om goed verkopen gaat het, dat moest jij weten.”
Ierland revitaliseert dromen
Ierland is nog steeds een eiland. Dat wel. Maar het voelt anders. Ierland zit opnieuw vast aan Europa.
Europa heeft weer een stapje gezet op weg naar zichzelf. Jezelf uitvinden is best lastig. In dat proces kwamen de Ieren als perifere buitenbeentjes tot inkeer, gingen bij zichzelf te biecht. Wat eenvoudige logica en horse trading (koehandel) hielpen daarbij. Als we geen abortus toestaan, dan willen we zelf ook niet geaborteerd worden uit Europa. Is abortus toegestaan in Afghanistan? Nee, dat is mooi, dan willen we garantie op militaire neutraliteit. En is er kans op verlies van een eurocommissaris? Och, is dat wel te regelen? Prima. Tenslotte, van belastingharmonisatie kan geen sprake zijn. Dat was toch al nooit de bedoeling? Mooi, maar zet het nog maar eens extra zwart op wit. Deze toegiften moeten volstaan.
Na dat alles komt er nog een extra impuls door een zware economische crisis waarbij Europa de Ieren weer uit de brand moet redden; het kon niet meer misgaan.
Hoe de Ieren Lissabon binnenhaalden is na gisteren eigenlijk al niet meer van belang. We kunnen verder met nieuwe dromen over Europa.
Wat is het grootste bezwaar, of in ieder geval één van de grootste ergernissen van de Europeanen? Ongetwijfeld het circus. Niet dat met olifanten, acrobaten en clowns, hoewel …, maar het reizende circus tussen Brussel en Straatsburg. De Europeanen kunnen dromen over het burgerinitiatief dat werkt. Slechts een miljoen handtekeningen volstaan dan om een onderwerp op de agenda van het Europees Parlement te krijgen. Die één miljoen kan geen obstakel vormen. Het one seat initiatief van Cecilia Malmström lukte het binnen een mum van tijd dat aantal te bereiken. Alleen besliste indertijd de Europese Commissie dat een dergelijk volksinitiatief niet in de regels voorkwam en dus het best genegeerd kon worden. Democratie is prachtig, zolang het volk zich er maar niet mee bemoeit.
En wellicht komt in de opvolger van het Verdrag van Lissabon een heuse ‘presidentsverkiezing’ in zicht. De verkiezing van Obama hield de hele wereld in een greep. Overal, zelfs in gehuchten in Afrika die nog nooit konden stemmen, werden mensen gefascineerd door het proces: genuine democracy at work. De voorzitter van de Europese Commissie zou in navolging democratisch gekozen kunnen worden. Hoe dat precies gebeurt, valt te onderhandelen. Gaat het rechtstreeks of via kiesmannen zoals in de VSA? Dat doet er eigenlijk wat minder toe. Zolang het maar spannend is en vrijwel alle burgers zich betrokken voelen in het proces.
Zonder dromen geen vooruitgang. “I have a dream,” speechte Martin Luther King ooit. Ik ook, over een democratisch Europa.
Globaliseringsangsten.
Voor het bestrijden van de angsten die de globalisering met zich meebrengen, zullen we er oog voor moeten krijgen dat de oorzaak daarvan niet ligt bij partijen of politici, maar bij het bestel. De partijpolitieke of dualistische grondslag daarvan schiet namelijk tekort om de boven de partijen uitstijgende globaliseringsproblemen en de angsten die deze oproepen het hoofd te bieden. Daarvoor zullen wij ons gezamenlijk sterk moeten maken voor een monistisch bestel met als grondslag eensgezindheid. Een neutrale grondslag die iedereen in zijn waarde laat, dus geen gevaar vormt voor welke levens- en wereldbeschouwelijke overtuiging dan ook.
Uiteraard komt zo’n bestel niet zomaar uit de lucht vallen, maar zullen wij dat zelf waar moeten maken door in alle openheid en zonder vooringenomenheid met elkaar in discussie te gaan. Dus zonder dat op voorhand het monisme en het dualisme als strijdig aan elkaar worden bestempeld. Daardoor namelijk zal de broodnodige eensgezinde aanpak nooit realiteit worden, waardoor niet alleen de globaliseringsangsten blijven bestaan, maar er ook geen eind komt aan de uitzichtloze dualisme-monisme-controverse. Leuk voor de borreltafel en het wetenschappelijk discours, maar dodelijk voor het maatschappelijk reilen en zeilen.
Aanpak globaliseringsproblemen.
Om de problemen van de globalisering het hoofd te bieden, zal allereerst de partijpolitieke grondslag van ons bestel openlijk ter discussie gesteld moeten worden, omdat de globaliseringsproblemen geen verdeeldheid zaaiende partijpolitieke maar een eensgezinde neutrale aanpak behoeven. Een boven de partijen uitstijgende aanpak die een ieder in zijn/haar waarde laat, dus geen gevaar vormt voor welke levens- en wereldbeschouwelijke overtuiging dan ook. Dé voorwaarde om gezamenlijk de schouders te zetten onder de gemeenschappelijke problemen.
De moeilijkheid is alleen dat voor de realisatie van dat neutrale ‘eendracht-maakt-macht-bestel’ de medewerking van onze partijpolitici onontbeerlijk is. Zolang die ontbreekt blijft het dweilen met de kraan open en kan de strijd tégen de globaliseringsproblemen en het daarmee gepaard gaande onrecht, ofwel die vóór het algemeen belang, gevoeglijk als verloren worden beschouwd.
Oranje vervaalt
In het laatste deel van de 16e eeuw begonnen de Nederlanden hun onafhankelijkheidsstrijd. De hertog van Alva kwam uit een ver land (Spanje) met een overweldigende legermacht een afvallig gewest een lesje leren. Dat bekwam hem slecht. Een bende rovers, ook wel watergeuzen genoemd of in tegenwoordige termen Taliban, maakte het het reguliere leger ongelooflijk lastig. Bovendien kregen de geuzen ook nog eens de plaatselijke bevolking achter zich, omdat ze hun ketterse geloofsovertuiging steunden en niet het ware geloof van de kerk. Ondanks zeker schandalige optredens van die geuzen met plunderingen van steden en dorpen, o.a. Monnickendam en Schellingwoude, met het beroven van historisch erfgoed in de vorm van kloosters en het afslachten van vrome onschuldige geestelijken, wonnen de geuzen steeds meer terrein.
De van educatie verstoken geuzen hadden echter een leider nodig die geletterd was. Een avonturierende edelman, Willem de Zwijger, nam de kans te baat. De allochtone prins en het Nederlandse volk konden het goed met elkaar vinden. Zijn laatste woorden schenen te zijn: “Non de dieu, ayez pitié de ce pauvre peuple.” Als blijk van vertrouwen kregen de Oranjes als dynastie het legeraanvoerderschap.
Na de oorlog, na tachtig jaar continueerde de verhouding tussen de Oranjes en de Nederlanden. De Nederlanders wilden zich na hun jarenlange strijd onder geen beding nog eens laten ringeloren door een vorst. De Nederlanden waren jarenlang een trotse republiek.
Maar zoals dat gaat in de geschiedenis, principes verwateren. Nadat door toedoen van Napoleon in Nederland een koning werd geïnstalleerd en daarna in Europa de Restauratie zijn intrede deed, bleef Nederland een koninkrijk. De Oranjes zouden de Oranjes niet zijn als ze niet profiteerden. De volgende koning na de Fransman Lodewijk Napoleon werd een Oranje. Aldus kreeg Nederland zijn koningshuis. Nederlands trots was vernietigd; het systeem dat een inspiratie bood aan de vorming van Verenigde Staten van Amerika.
Na tweehonderd jaar royalty schijnt het Nederlandse volk iets van zijn trots terug te winnen. Het stelt steeds meer vragen bij het optreden van de Oranjes. Enkele decennia geleden slechts ‘redde’ de zich sociaal-democraat noemende premier Joop den Uyl de monarchie zonder aarzelen. En nog steeds houden politici, zoals een andere sociaal-democraat, zich socialist noemende Ronald van Raak in het tv-programma Pauw en Witteman, een pleidooi voor een constitutioneel goed functionerende monarchie. Maar ondanks deze dubieuze reddings- annex vergoeilijkingspogingen wint het democratische gevoel steeds meer terrein. Wanneer het koninklijk werkpaleis wordt gebruikt voor duistere financiële transacties, passeert dat niet meer achteloos. Wanneer Willem-Alexander een vakantiehutje wil kopen in Mozambique, moet hij met de billen bloot om te bezien of dat wel democratisch ethisch verantwoord genoeg gaat.
Ondanks de democratiseringsgolf, die de Oranjegloed steeds valer maakt, vraag ik me af wanneer er een invloedrijke politicus opstaat en zegt: “Genoeg is genoeg. We willen onze trots terug.”
Agnes Faust
“Wat hoor ik daar toch? Het lijkt net of ik een stemmetje in mijn hoofd hoor. Het is meer dan gewoon gedachten die door mijn hoofd spoken.”
“Niet schrikken, Agnes, ik ben een geest die je voorspoed zal brengen. Ik heb dr. Faust in het verleden ook al goed geholpen.”
“Wie is Faust? Word ik geacht die te kennen?”
“Dat doet er eigenlijk niet toe. Faust kreeg wat hij wenste en dat kun jij ook krijgen als je naar mij luistert.”
“Oké, ik luister, maar ik beloof niets.”
“Je maakt je zorgen over de verhoging van de AOW-leeftijd, met name over de gevolgen ervan voor de zware beroepen.”
“Zorgen? Ben je wel een geest? Ik ben witheet. Ik zou met de duivel en z’n oude moer in zee willen gaan om de asociale verhoging tegen te houden.”
“De duvel en z’n ouwe moer hè, ga door Agnes.”
“Indruisend tegen de democratische beginselen is die verhoging. De democratie is niet slechts de dictatuur van de meerderheid, maar zij hoort oog te hebben voor de belangen van de minderheid.”
“Ja, en die minderheid zijn natuurlijk de mensen met zware beroepen.”
“Precies, die mensen leven aanzienlijk korter dan het gemiddelde. Bovendien zijn minimaal hun laatste tien à vijftien levensjaren van beduidend mindere kwaliteit wegens hun fysieke ongemakken. Die mensen halen meestal de vijfenzestig niet werkend.”
“En nu wil de meerderheid, met meer scholing, op latere leeftijd begonnen met werken, met hogere inkomens er nog een paar jaartjes bovenop doen. Nog meer achterstand voor de achtergestelden.”
“Exact, men wil zelfs niet praten over flexibilisering van de AOW. Een maximum stellen aan het aantal jaar zwaar werk houdt een afrit naar de bijstand voor een groot deel van hen in.”
“Goed, vraag jezelf af wie de duivel zou zijn in Nederland als dat een mens was.”
“Dat is niet moeilijk.”
“Je zei eerder dat je zou willen samenwerken met de duivel, dus de keuze ligt voor de hand.”
“En, wat moet ik doen?”
“Dat vertel ik je, maar eerst moet je een contract tekenen met je eigen bloed.”
“Dat nooit, ik ben toevallig vreselijk ongesteld en vind je verzoek erger dan duivels.”
De rest is historie. Agnes dacht later dat het stemmetje in haar hoofd toch wel enige grond had. Maar ze had niets ondertekend en haar suggestie tot samenwerking faalde stuntelig.
Vreedzame samenleving.
Het streven van GroenLinks en de SP om bijzondere scholen te verbieden een gericht toelatingsbeleid te voeren, vormt volgens de directeur van het Landelijk Verband voor Gereformeerde Schoolverenigingen (LVGS), drs. Harry Lamberink, een bedreiging voor een vreedzame samenleving. Daarmee maakt hij duidelijk geen enkel heil te zien in de leus ‘Onverdeeld naar de openbare school’. Jammer, omdat het openbaar onderwijs bij uitstek geschikt is om onze kinderen klaar te stomen voor de vreedzame samenleving. Dit type onderwijs zet zich namelijk niet af tegen welke geloofs- of levensovertuiging dan ook. Integendeel, het biedt daar alle ruimte aan, als logisch van het feit dat in het openbaar onderwijs godsdienst- of levensbeschouwelijk onderwijs niet moet, maar mag. Deze vrijheid vormt de ideale voedingsbodem voor de verwerkelijking van de vredelievende wereld waarin het lam bij de leeuw ligt, beren en koeien samen weiden en kinderen zonder problemen bij het hol van een adder spelen. Dit oudtestamentische (vredes-)visioen zal immer een luchtspiegeling blijven zolang de LVGS niet inziet dat de linkse initiatiefwet geen enkele bedreiging vormt voor het vreedzaam samenleven van burgers en minderheden, maar juist de voorwaarde is voor het verwerkelijken van dat hoge maatschappelijke ideaal. Er is dan ook geen sprake van dat door deze wet een peiler onder het grondrecht op vrijheid van onderwijs wordt weggeslagen of dat daardoor een rangorde van grondrechten ontstaat, zoals drs. Harry Lamberink suggereert.
Voorwaarde voor vrede.
De directeur van het wetenschappelijk instituut van de ChristenUnie, Gert-Jan Segers, is zeer bezorgd over de komst en integratie van moslims en vreest dat de samenleving uiteenvalt. In zijn islamstudie ‘Voorwaarden voor vrede’ legt hij daarbij de vinger op de zere plek: “Gebrek aan een gedeelde levensbeschouwing”. Voor het oplossen van dat fundamentele gebrek leent zich geen enkele religie of ideologie, maar wel de gaia-hypothese. De opvatting van onze aarde als één groot levend oerorganisme waar wij – als mensheid in verscheidenheid – niet boven staat maar een integraal deel van uitmaken. Dit houdt in dat wij – als mensheid – gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de instandhouding van die levende totaliteit. Niet alleen in ons eigenbelang, maar met name in dat van onze eerste zorg: “Ons nageslacht”. Een gezamenlijk verantwoordelijkheid die vraagt om een gemeenschappelijke aanpak, ofwel een ‘eendracht-maakt-macht-bestel’, als vervanger van het verdeeldheid zaaiende partijpolitieke bestel.
De moeilijkheid is alleen dat voor deze radicale breuk met het huidige bestel de medewerking van onze overheid, politiek Den Haag, onontbeerlijk is. Zolang deze ‘voorwaarde voor vrede’ achterwege blijft, blijft het dweilen met de kraan open, waardoor het vredesideaal zo zal verwateren dat het op termijn geheel uit het zicht zal verdwijnen, de welgemeende oproep van de heer Segers dat ‘het roer echt om moet’ ten spijt.
Multi-o-nal NV
Mijne heren,
Welkom wederom bij de bestuursvergadering van Multi-o-nal. Het belangrijkste punt op de agenda zijn de vestigingsplaatsen van ons bedrijf. Of we met onze hoofdzetel in Zwitserland blijven zitten is nog maar de vraag. Het is goed om eens alternatieven op een rijtje te zetten.
Er treden serieuze veranderingen in de financiële wereld op. Dan bedoel ik niet het stormpje van de subprime crisis en zijn gevolgen. Ik heb het over de geleidelijke opheffing van het bankgeheim. U bent bekend met de smokkel in 2008 van een disk met gegevens van geheime rekeningen van een Liechtensteinse bank naar de Duitse fiscus. Ik vermoed dat het een geheim agent van de EU was die dat deed. Ik kan me niet voorstellen dat een onzer Liechtensteinse vrienden zijn land willens en wetens naar de afgrond wilde duwen. Temeer verdenk ik de EU van een opzetje daar de nodige vervolgstappen snel zijn gezet. Achtereenvolgens worden de bankgeheimen in ons omringende landen als Oostenrijk, België, Luxemburg, Monaco, enzovoorts ontmanteld. Zelfs de wat verder gelegen plekken als de Antillen en de Kaaimaneilanden in het bijzonder zijn niet veilig meer.
Ik zal de EU niet kapittelen om het vele goede dat ze tot stand heeft gebracht. Ze heeft gezorgd voor een grote open markt in Europa, waar gemakkelijk handel is te drijven en grote winsten te behalen zijn. Maar ze dreigt langzamerhand te ver te gaan. Hoewel Zwitserland nog steeds buiten de EU is kunnen blijven, werkt de unie meer en meer als een enorme octopus. Haar tentakels grijpen op veel zaken in. Zwitserland is zowat haar zelfbestuur kwijt. En nu wordt geraakt aan de kern van de Zwitserse welvaart: de veiligheid van het geld voor de buitenlandse belastinghaaien.
Goed, voor zover de achtergronden. Ik stel voor onze hoofdzetel te verplaatsen naar een Arabisch ministaatje, waar ze oliegeld zat hebben en niet moeilijk wordt gedaan over een slordige persoonlijke belastingaangifte. En er bestaat daar een aardige infrastructuur met een goed functionerende medische sector. Nadeel van dergelijke landen zijn mogelijk de vrouwen, toch een niet onbelangrijk deel van het leven. Eerlijk gezegd heb ik nog geen onderzoek gedaan naar de mogelijkheid van een netwerk van vriendinnen dat ons mentaal en sensueel ondersteunt in onze zware werkzaamheden.
Als ons financiële centrum stel ik Nederland voor. Bedrijven als Multi-o-nal hoeven er nauwelijks vennootschapsbelasting te betalen. Als onze financiële medewerkers niet meer gebruik kunnen maken van de Zwitserse bankzekerheid, kunnen we ze net zo goed daar stallen tussen de tulpen, bloeien ze vast op.
Ik merk onrust op. Wie mag ik het woord geven? Aan de heer Scheringa? Uw broer in Nederland – het spijt me van zijn recente ongelukkige val – maakte zich ook al bezorgd om de veiligheid van Zwitserland en had reeds plannen klaarliggen? Prima.
De zelfdestructie van de sociaal-democratie
Thanatos is de personificatie van de dood in de Griekse mythologie. Hij is de tweelingbroer van Hypnos (de slaap). Sigmund Freud gebruikte de mythe om de doodsdrift aan te geven. Thanatos staat bij hem tegenover Eros, de vitale levensdrift.
Die achtergrond kwam onvermijdelijk bij de oude krijger op tijdens de voorbije worstelingen van de PvdA met de verhoging van de AOW-leeftijd. Het komt gevoelsmatig vreemd over, een sociaal-democratie die lijkt te hunkeren naar haar einde. Maar hij kon er niets anders van maken. Wie meent dat Bos de barricaden opgaat? Strijdend voor de hardwerkende proletariër. Hoogstens kon hij zich Bos voorstellen als een capabele crisismanager die het financiële kapitalisme voor de totale ineenstorting behoedde. Uitstekend gedaan jochie, maar wat heeft dat met sociaal-democratie te maken? Wie zag voor wat betreft de aloude sociaal-democratische idealen, voorkoming van relatieve achteruitgang van de minstbedeelden, meer dan apathie tot nog toe? Anders gezegd: verkeerde de sociaal-democratie niet slechts in de ban van Hypnos?
Komt na Hypnos Thanatos? Misschien moet het zo zijn. Waar is de vitaliteit, waar is het gevecht om het beste eruit te slepen voor de zwakkeren?
Het optreden van Samson lijkt exemplarisch. Vermoedt dit grote licht zelfs wel het bestaan van het buskruit? Als harde werker die met grote inzet van nut kan zijn voor het team, staat hij in een voetbalelftal hij met open mond te gapen naar de sterspeler. Met een lichaam bol van de coke kon Maradona nog iets bijzonders kon doen, de buffelaar Samson is al blij de bal zo snel mogelijk te kunnen afspelen.
Deze Diederik moet het vuile werk opknappen. “Schouders eronder jongens, de gemaakte afspraken zijn het beste wat we kunnen bereiken”, luidt zijn boodschap. Maar zelfs als de AOW-leeftijdsverhoging onontkoombaar wordt geacht, dan nog is het duidelijk dat de gevolgen aanzienlijk verschillen voor groepen mensen. Wie komt er beter van af: de advocaat die €200 per uur vraagt of de vuilnisman die een fractie ervan verdient. De eerste die makkelijk rustig kan afbouwen om toch nog genoeg over te houden of de laatste die moet doorwerken op straffe van onder het minimumloon te komen. Klinken deze overwegingen zwaar door in de verkooppraatjes van de sociaal-democraten? Lijken de sterke schouders van de vuilnisman beter in staat de zwaarste lasten te dragen?
Als het vuur ontbreekt, daarentegen zich scheef verhoudende verslechteringen als evenredig worden gepresenteerd, dan lijkt de sociaal-democratie in zijn Thanatos-fase. “Met enige weemoed zal ik aan haar graf staan”, treurde de militant.
Beproeving.
Of je de PVV nu het etiket extreemrechts opplakt, zoals Harry de Winter doet, of modern conservatief, waar Paul Schnabel voor opteert, het zal Geert Wilders allemaal een worst zijn. Op de opmars van de PVV zal die etikettering namelijk geen enkele invloed hebben. Daarvoor zullen we te rade moeten gaan bij de cultureel antropoloog Claude Lévi Strauss, die afgelopen weekend in Parijs overleed op honderdjarige leeftijd. Hij benadrukte het grote belang van wederzijdse beïnvloeding van culturen. ‘De enige echte beproeving die een mensengroep kan treffen en het enige onheil dat haar kan verhinderen zich ten volle te ontwikkelen, is een geïsoleerd bestaan’, aldus de antropoloog. Daarmee geeft hij haarscherp de beproeving aan die ons te wachten staat als de PVV de grootste partij wordt.
Het moeizame democratiseringsproces, met als uiteindelijk doel de leefbare multiculturele samenleving waarin voor een ieder (los van levens- en/of wereldbeschouwing) plaats is, zal daardoor namelijk op rigoureuze wijze worden afgeremd. Het kwalijke is dat de frustratie die dat ongehoorde vertragingsproces met zich mee zal brengen een explosief samenlevingsmengsel zal doen ontstaan, waarvan niet te hopen is dat het tot ontbranding zal komen. De apocalyptische gevolgen daarvan zullen namelijk niet meer te houden zijn, alle goede bedoelingen ten spijt.
Vijf jaar na Van Gogh
Vijf jaar na de moord op Theo van Gogh hoort men stil te staan bij zijn tragische lot. De pianospeler die fataal werd geraakt.
Beschouwingen zijn er bij de vleet. Leveren ze nog iets op? Daar hopen we altijd op, maar eerder voel je een bipolaire stoornis ontstaan met veel déjà vu’s. Triestigheid en optimisme wisselen elkaar daarin af.
Droevig waren de voorspelbare commentaren van Ayaan Hirsi Ali, Sylvain Ephimenco en Ehsan Jami. De islam is monolithisch en onveranderbaar. Hoewel natuurlijk niet iedere moslim een potentiële terrorist is, zorgt de islamitische ideologie voor een continue stroom fanaten die een mensenleven gebruiken als mest op de velden van de toekomst.
Kan het nog doeviger? Natuurlijk. Daarvoor heb je wetenschappelijk onderzoek nodig. Er gaat een gerucht over een rapport dat met het moslimdebat van doen heeft. Wetenschappelijk, dus met zo objectief mogelijke methoden zou zijn vastgesteld dat Wilders extreem-rechts, een racist een bedreiging voor de staatsveiligheid is.
Extreem rechts? Sinds wanneer stimuleert Wilders het gebruik van knokploegen en fysiek geweld? Wil hij de sterke man zijn die alle andere politieke stromingen uitschakelt?
Een racist? Hij is tegen de islam. Maar de islam is natuurlijk geen ras. Van geloof kan je veranderen; dat houdt een principieel verschil in met de opvattingen van een racist. Als hij bepaalde ideeën als onwenselijk wegzet – in zijn optiek: de islam – dan levert dat strijd op. Daarmee zet hij in principe niet bevolkingsgroepen tegen elkaar op, maar overtuigingen. Een toevallige bijkomstigheid is slechts dat een bepaalde bevolkingsgroep grotendeels de ene overtuiging aanhangt en een andere bevolkingsgroep een andere. Oké, het geeft de impressie van uitspelen van bevolkingsgroepen tegen elkaar, maar is dat daarmee wetenschappelijk bepaald?
Een gevaar voor de rechtsstaat? Dat misschien wel. Als je boeken wil verbieden zoals de koran, ben je een gevaar voor de rechtsstaat. Maar … niet ter vergoelijking, maar ter nuancering valt op te merken dat hij niet de enige is. Er zijn nog andere partijen in Nederland die niet voor een opheffing van een drukverbod van een boek zijn dat bijvoorbeeld in België gewoon verkrijgbaar is.
Optimistisch is daarentegen weer een recent onderzoek van Gallup door Dalia Mogahed en John Esposito. Niet deskundologen kregen de vragen, maar 50.000 moslims in veertig landen. Moslims wijken in hun voorkeuren niet af van de inwoners van westerse landen. Zij beschouwen democratie en vrijheid als belangrijke verworvenheden en koesteren grote bewondering voor westerse expertise en technologie.
Achter de brekende Muur
Twintig jaar geleden werd de Muur gesloopt. Aan de ene kant stonden beleidsmakers die beseften dat ze volkeren hun recht op democratie en vrijheid niet langer konden onthouden.
Maar wat vond men aan de andere kant, achter de Muur?
Margaret Thatcher benaderde hem rechtstreeks om te vragen de Duitse hereniging tegen te houden. ‘Laat ze (de Oost-Duitsers) maar rustig achter die Muur blijven’, aldus Michail Gorbatsjov in een recent interview .
De biografie van Helmut Kohl bevestigt het beeld. Hij schrijft dat hij haar vertelde dat zelfs Margaret Thatcher niet een volk kon beletten over zijn eigen lot te beslissen. Zij kookte daarop van woede.
François Mitterand vreesde de val van de Muur volgens een artikel in de Nouvel Observateur. Hij voelde, vatte samen, incarneerde de Franse angst voor een te groot Duitsland tegenover een Europese constructie wier point of no return nog niet is gepasseerd.
Ruud Lubbers deed ook nog een duitje in de zak. De Duitse eenwording was geen zaak van snelle beslissingen. Duitsers die veertig jaar in onvrijheid en relatieve armoede hadden geleefd, konden best nog wel even wachten. In dat kader beschreef Wilfried Martens in zijn memoires een ruzie tussen Lubbers en Kohl.
Voor de wat meer bijbelvaste lezers: het voelt alsof het verhaal van de barmhartige Samaritaan in een andere context opnieuw wordt verteld.
Angst domineert Wilders-debat.
Het debat over Geert Wilders en zijn PVV zal steeds meer verharden, zolang niet duidelijk is dat de kern van het probleem angst is. Voor het kraken van die kern, die als links noch als rechts te karakteriseren is, zullen wij onze pijlen niet op Wilders moeten richten, maar er oog voor moeten krijgen dat angst schuil gaat achter het doen en laten van elke(!) partij, dus ook die van Wilders’ criticasters. Het bedrijven van partijpolitiek is nu eenmaal godsonmogelijk zonder het kweken van vijandbeelden en de daarbij horende angstgevoelens.
Om angst de wereld uit te helpen (te beginnen in Nederland) zal dan ook allereerst ons partijpolitiek bestel op de helling gezet moeten worden. De tijd is daar meer dan rijp voor, aangezien de parlementaire democratie al verregaand is geëvolueerd tot een mediacratie, als gevolg van de steeds groter wordende invloed van de media op het dagelijkse politieke gebeuren. Om de onafhankelijke (want niet partij gebonden!) mediacratie handen en voeten te geven is slechts een gedeelde levensopvatting vereist die voor geen enkele geloofs- of ideologische overtuiging een bedreiging vormt en zodoende geen angst genereert en slachtoffers maakt. De Gaia-hypothese, waarin onze planeet wordt beschouwd als één levend gigaorganisme voor de instandhouding waarvan wij – ‘als mensheid’ – gezamenlijk verantwoordelijk zijn, voldoet daaraan.
Toch voorzitter van de Europese Raad
“Ik wil eigenlijk niet, Sjaak, geef me advies. Het was al nooit mijn ambitie om premier van dit verscheurde land te worden. En nu dan Europa, dat nog erger verscheurd is.”
“Dat is lastig Herman. Hoe harder je roept dat je niet wilt, des te geschiktere kandidaat word je.”
“Met zo’n politiek adviseur schiet ik niets op. Eentje die alleen maar zegt dat het lastig wordt.”
“Ik heb wel een idee, maar er is geen garantie dat het werkt.”
“Als je nog meer van dat soort platitudes te berde brengt… Ik ontsla je zo van je adviseurschap. Garanties, natuurlijk bestaan er geen garanties. Je krijgt nog één kans. Geef je advies.”
“Je moet iets vertellen wat logisch is, wat in de lijn ligt van de natuurlijke ontwikkeling van de EU. Dat zal niet gesmaakt worden. Daarmee geef je een duidelijk signaal af dat je niet geschikt bent voor de job.”
“Hmm, klinkt niet slecht.”
“Het moet ook weer niet teveel opvallen. Je moet geen blunder begaan. Dat kost je je politieke carrière. Het moet er iets tussenin zitten. Iets waarvan men denkt: ‘Zo moet het eigenlijk’. Maar waarvan men tegelijkertijd vindt: ‘Eigenlijk kan je dat niet maken’.”
“Kom op, Sjaak, je bent geen politicus, je hoeft het niet met duizenden woorden te zegen als je het ook in één zin afkan.”
“Oké, nog een laatste opmerking, eigenlijk vraag vooraf. Daarna kom ik ter zake. Wat wil men absoluut niet?”
“Federalisme.”
“Juist, maar dat punt heeft Guy Verhofstadt al vaak naar voren gebracht. Dat heeft te weinig impact meer. Wat nog meer niet?”
“Belastingen.”
“Prima. Dat is het. Je stelt Europese directe belastingen voor. Maar dat doe je niet zomaar in het openbaar. Het moet heel onopvallend gebeuren. Je had binnenkort een diner bij de Bilderberg groep, is het niet?
“Ja, dat klopt”
“Daar vertel je over groene taksen. Groen is sowieso al vies. Denk aan smiley mr. Green. Verder vertel je dat de tijd is gekomen voor Europa om de mogelijkheid van eigen belastingen te onderzoeken.”
“Goed, niet gek. Maar ‘no cure, no full pay’ hè.”
“Nou ja … akkoord.”
Ik heb geen cent ontvangen van Van Rompuy en ben ontslagen. Wie wil er nog een politiek advies van me?
Power to the people.
Met Dick Pels ben ik het volstrekt oneens dat ‘het volk’ zichzelf niet kan regeren, zoals hij stelt in zijn artikel ‘Tegen de verhuftering’ (de Groene Amsterdammer 6 november). Het adagium ‘power to the people’ moet namelijk wel degelijk uit de verf kunnen komen. Daarvoor is slechts een beleidsmatige grondslag vereist die het vijanddenken neutraliseert, dat schuil gaat achter het doen en laten van elke(!) partij. Het bedrijven van partijpolitiek is nu eenmaal godsonmogelijk zonder vijanddenken.
Om het vijanddenken de wereld uit te helpen (te beginnen in Nederland) zal dan ook eerst de liberale democratie op de helling gezet moeten worden, met als doel te komen tot een gezamenlijk beleid dat het algemeen belang dekt en waarin zodoende links en rechts zich kunnen vinden. Als grondslag voor zo’n broederlijke aanpak is enkel een gedeelde levensopvatting vereist, die geen bedreiging vormt voor welke levensovertuiging dan ook.
De Gaia-hypothese, waarin onze planeet wordt beschouwd als één levend gigaorganisme waar de mens niet boven staat maar deel van is, wat impliceert dat wij – als mensheid – gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de instandhouding daarvan, voldoet daaraan. Om er achter te komen of deze beleidsgrondslag voldoende draagkracht heeft in onze multiculturele samenleving, zullen wij-Nederlanders daar allereerst grondig over geïnformeerd moeten worden. Als dragers van informatie, een uitgelezen taak voor de media. De uitvoering daarvan zal zonder meer duidelijk maken welke tak van de media, de geschreven pers of de publieke omroep, het predicaat ‘onafhankelijk’ het beste weet waar te maken. Dus opgewassen is tegen de te verwachten Haagse weerstand tegen de mogelijke aanvaarding van een op democratische wijze tot stand gekomen alomvattende duurzame beleidsgrondslag, die het vijanddenken overstijgt en daardoor partijpolitiek overbodig maakt.
Een nieuwe leasemaatschappij
“Wallen onder je ogen, heb je het druk, Sjaak?”
“Ja, enigszins.”
“Heb je toch nog wel tijd om even een stukje te schrijven?”
“Dat kan nog wel.”
“Wat is aan de hand?”
“Ik heb weer een nieuw project onder handen.”
“Een nieuw project? En een nieuwe mislukking. Had je niet iets met Pim Fortuyn?”
“Haha”
“Laat je niet door cynisme weerhouden, ga door.”
“Van elk politiek besluit kan je profiteren. Camiel Eurlings lijkt erin te slagen het rekeningrijden door de Kamer te krijgen.”
“Eindelijk.”
“En dat betekent kassa. Voor mijn project althans.”
“Ik kan je niet helemaal volgen.”
“Moeten buitenlandse auto’s, ik bedoel daarmee auto’s met buitenlandse kentekenplaten, ook zo’n kastje plaatsen?”
“Dat lijkt me lastig door te drukken.”
“Mij ook. Europa zal protesteren. De buitenlanders betalen al belasting in hun eigen land.”
“Leuk voor de buitenlanders die niet of in ieder geval minder in de file hoeven te staan.”
“Maar nu komt de truc. Niet alleen de buitenlanders.”
“Nederlanders ook met andere woorden.”
“Ja. Dat is de bedoeling van mijn project. Het gaat om de veelrijders.”
“Niet iedereen profiteert?”
“Ik profiteer, daar gaat het in eerste instantie om.
Kijk, veelrijders zullen relatief veel moeten betalen met het systeem van het rekeningrijden. En veel van die veelrijders zijn leasebakrijders.”
“Ja.”
“Maar de leasemaatschappijen zijn praktisch allemaal Nederlands, rijden met Nederlandse nummerplaten.”
“Ik begin het te vatten, geloof ik, ze moeten buitenlands worden.”
“Precies. We hebben in de EU de dienstenrichtlijn. Bolkestein zij geloofd.”
“En jou rol is …?”
“Ik richt een nieuwe leasemaatschappij op. Een buitenlandse, een Bulgaarse, een Maltese, een Estlandse, het doet er niet toe. In ieder geval één in een land waar de belastingen op auto’s het geringst zijn. Ik ben nu aan het uitzoeken waar dat het geval is.”
“Mag je als Nederlander wel met een buitenlandse auto in Nederland rijden?”
“Zelfs als dat problemen zou geven, valt er wel wat op te vinden in het kader van de Europese vrijheid van verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal. Desnoods laat je iemand een Bulgaars rijbewijs halen.”
“Je idee is in principe briljant. Maar er is één maar.”
“En?”
“Het is te simpel. Denk je dat je de enige bent die op dat idee komt? Zelfs als je de eerste bent die met het concept komt, word je in no time uit de markt gedrukt door grote leasemaatschappijen.”
“Wellicht heb je gelijk. In ieder geval is er dit stukje”
Minarettenreferendum.
Met zijn felicitatie aan Zwitserland ‘met de prachtige uitslag van het minarettenreferendum’, geeft PVV-leider Geert Wilders aan er geen boodschap aan te hebben dat de VN 2009 hebben uitgeroepen tot ‘Internationaal Jaar van Verzoening’. Kennelijk beschouwt hij dat hoge ideaal als onrealiseerbaar, uitgaande van de waan dat moslims niet behoren tot ons – als superieur gedacht – soort mensen, geworteld in het verheven joodse, christelijke en humanistische gedachtegoed. Over respect voor de mensenrechten en daarmee voor de medemens van moslim huize gesproken. Vandaar dat niet jongeren model staan voor de sociale tijdbom, zoals onderzoeksbureau Motivaction vaststelt in het boek De grenzeloze generatie, maar de beweging van PVV-leider Wilders.
Exit-strategie.
Bij de presentatie van zijn nieuwe Afghanistan-strategie afgelopen dinsdag, merkte president Obama op dat wat er op het spel staat de veiligheid van de wereld is (Volkskrant Forum 3 december). Nederland zou daaraan een substantiële bijdrage kunnen leveren. Niet door te zwichten voor de smeekbede van Ivo Daalder, ‘Nederland, blijf alstublieft’ (Volkskrant Forum 3 december), maar door oog te krijgen voor een exit-strategie die perspectief biedt. Niet alleen voor de leden van het Atlantisch bondgenootschap, maar ook voor die van de Taliban.
Als basis daarvoor is enkel een redelijke levensvisie vereist, die voor geen enkele levens- en/of wereldbeschouwing een bedreiging vormt. Een gedeelde visie als grondslag voor een dito beleid, dat niet alleen draait om mondiale veiligheid maar dit ideaal ook hoog in het vaandel heeft staan.
De Gaia-hypothese, die onze planeet beschouwt als één levend gigaorganisme waar de mens deel van is – met alle consequenties van dien voor de instandhouding daarvan – voldoet daaraan. Om er achter te komen of deze hypothese als grondslag voor een overkoepeld beleid voldoende draagkracht heeft in de wereld, zou Nederland het initiatief kunnen nemen tot een mondiale gedachtewisseling daarover op VN-niveau. Daarmee invulling gevend aan een exit-strategie gericht op een nieuwe wereldorde die niemand tekort doet, letterlijk noch figuurlijk, omdat hij geen winnaars en verliezers kent en zodoende voorkomt dat wie dan ook gezichtsverlies lijdt.
Minaretten afgeschoten
De Zwitsers hebben minaretten afgeschoten, dat wil zeggen de bouw van deze torens is verboden. Daarmee erkennen ze de tijdgeest. Appels afschieten van het hoofd van je zoon is heroïsch maar niet meer van deze tijd. De huidige era vraagt in plaats van heroïek bekrompenheid. Moslimpje pesten past daarin prima. Minaretten zijn niet een onmisbaar onderdeel van een moskee. Er zijn er slechts vier van in Zwitserland. Een verbod is met andere woorden geen belemmering van de vrijheid van godsdienst. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zal geen veroordeling uitspreken. Dat kan het toch sowieso al moeilijk na de toelating van het hoofddoekjesverbod op Franse scholen met het argument dat het een voorschrift ter bescherming van de rechten en vrijheden van de ander en de openbare orde betreft.
Pesten is algemeen. Als iemand niet in de pas loopt, is pesten een van de eerste methodes om hem te dwingen. En moslims zijn vervelend, althans dat wordt vaak zo ervaren. Moslimmeisjes willen niet samen met jongens op zwemles. Studentes geneeskunde willen zelfs hun hoofddoek ophouden tijdens chirurgische interventies. Eisen voor een halal omgeving in bedrijfskantines komen voor. Het zijn slechts enkele simpele voorbeelden. Maar het wordt als irritant ervaren. Als zij irritant doen, dan kunnen wij het ook.
In zo’n opgefokte sfeer komt er een referendum. Het volk neemt zelf de teugels in handen. De beroepspolitici, de vaklui, mogen tijdelijk aan de kant gaan staan. We slaan voor een momentje geen acht op het geheel aan regels, internationale verdragen, enzovoorts. Nee, we voelen even aan onze onderbuik en bepalen onze stemming.
Doen de beroepspolitici het dan beter? Kozen zij niet voor een inval in Irak die compleet ongegrond was? Tsja, manipulatie is inherent aan politiek. Niet altijd volgen er goede beslissingen. En bij gevallen van oorlog en vrede is een snelle beslissing vereist, wat de kans vergroot op een verkeerd besluit. Maar in het algemeen slapen politici er nog eens een nachtje over. Lastige beslissingen worden gerekt en uitgesteld. Die langzame molens wekken vaak ook irritatie. Maar het valt niet te ontkennen dat er uitgebreid over een en ander is nagedacht.
Bovendien kiest het volk meestal conservatief. Wat we hebben werkt, dus waarom veranderen? Best volk, soms veranderen de omstandigheden. Daar moet op worden geanticipeerd. De euro als munt zou bijvoorbeeld veel profijt brengen, zou als een belangrijke stabiliserende factor werken bij economische onrust. Waarom veranderen, denkt het volk. We houden van de gulden als van ons huisdier. Ander voorbeeld: waarom hebben we een Europese grondwet nodig? We hebben toch al een grondwet. Zo’n argument dat totale ignorantie uitdrukt, speelt een rol in de overwegingen bij een referendum.
Is het volk dom? Nou, nee. Het is eerder een kwestie van expertise. Dat heeft niets met domheid te maken. We laten een advocaat toch niet een medische operatie uitvoeren, we laten een arts toch geen rechtszaak voeren. We laten het volk toch niet beslissen in een referendum.
De leugen regeert.
Beheersing klimaatprobleem vraagt om meer dan reductie CO2-uitstoot.
De klimaattop draait in wezen om het algemeen belang, de leefbaarheid van onze planeet. Voor het waarborgen daarvan is een eensgezinde mondiale aanpak vereist, gestoeld op een dito levensopvatting die religieus noch ideologisch van aard is.
Wat dat betreft valt te denken aan de Gaia-hypothese, die onze planeet beschouwt als één levend gigaorganisme, waar de mens niet boven staat maar deel van is.
De klimaattop nu leent er zich bij uitstek voor om te testen of deze gedachte voldoende draagkracht heeft in de wereld, zodat in Kopenhagen de kiem kan worden gelegd voor een daarop gestoeld wereldbeleid. De Nederlandse delegatie zou tot die broodnodige kiemvorming de aanzet kunnen geven, door het lanceren van de Gaia-hypothese op de klimaattop. Dankzij de grote retorische kwaliteiten en de uitgebreide netwerken waarover onze delegatieleden beschikken, moet die lancering voor hen een fluitje van een cent zijn. De vraag is alleen of zij ook het vermogen bezitten om over de eigen (nationaal en partijpolitiek gekleurde) schaduw heen te springen, ofwel het eigenbelang ondergeschikt te maken aan het algemeen belang.
Het gevaar van een groene Sahara
Foto’s genomen tussen 1982 en 2002 tonen een uitgebreide toename van vegetatie in Tsjaad en westelijk Soedan. Naar aanleiding van de foto’s schreef James Owen over de vergroening van de Sahara in een artikel in de National Geografic van juli 2009. Het verschijnsel van een groene Sahara is geen sprookje. In het Holoceen, de huidige geologische periode vanaf de laatste ijstijd, bestond er rond 8000 jaar geleden eveneens een groene Sahara. Het Megatsjaadmeer – 200 x groter dan het huidige Tsjaadmeer – was een uitvloeisel daarvan. Toen lagen de temperaturen zo’n 2 à 3 graden boven het huidige niveau. De verklaring voor de vergroening is de moesson. Hogere temperaturen veroorzaken uitbreiding van de moessonregens in een groot gebied van de Sahara.
Dit ‘gevaarlijke’ perspectief staat in contrast tot de doembeelden van verdroging, verwoestijning en klimaatvluchtelingen zoals het hoort.
Zes graden
De journalist Mark Lynas ging na wat we kunnen verwachten van een steeds warmere planeet. Hij zette wetenschappelijke scenario’s op een rij die de gevolgen van de temperatuurstijging beschrijven en rubriceerde ze voor 1, 2, 3, 4, 5 en 6 graden temperatuurstijging. Zijn boek ‘Zes graden – Onze toekomst op een warmere planeet’ kreeg in 2008 de prestigieuze prijs voor het beste wetenschapsboek van de Royal Society in Engeland. Al zijn beschreven veranderingen draaien rampzalig uit. Al bij 1 graad opwarming teisteren extreme droogtes graanschuur Amerika.
Niet gokken met het klimaat
Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) is een organisatie van de Verenigde Naties om de risico’s van klimaatverandering te evalueren. Sinds zijn oprichting in 1988 heeft het IPCC een reeks rapporten gepubliceerd die gelden als referentie. Het IPCC voorspelt klimaatopwarming. In de toekomstscenario’s komen schetsen voor van verdroging en verwoestijning. Dat is vanzelfsprekend een desastreuze ontwikkeling. Wat doe je als beleidsmaker? Je weet wat je hebt en je wilt het risico van een ramp vermijden. Dan kies je voor handhaving van de status quo. Met het klimaat gok je niet.
Tegen het IPCC?
Je bent gewoon gek als je tegen de gangbare opinie ingaat. Zeker als serieuze politicus kan je je niet als een ketter opstellen. Het algemeen aanvaarde beeld van Mark Lynas verdraagt geen ketterij. Van alle mogelijke klimaatmodellen zitten we nu toevallig in het optimale. Elke verandering naar boven of naar beneden houdt in dat we van het ideale model afwijken. Voor de industriële revolutie, toen het 0,7 graad kouder was met koude winters, was het klimaat ongunstiger. Een opwarming met 1 graad is eveneens ongunstig. Is dat reëel of houdt dat angst voor verandering in? Hoewel we het antwoord niet weten, mogen we ons niet door dwalingen laten afleiden.
Afwachten?
In haar oratie in 2008 als bijzonder hoogleraar klimaatmodellering en klimaatanalyse ging Nanne Weber in op de klimaatmodellen. Ze zei: “Over tien of twintig jaar hebben we zekerheid, maar dat duurt nog even.” Daarmee komt de in het begin genoemde vergroening van de Sahara in perspectief te staan. Misschien is een graad opwarming, of zelfs twee graden zo slecht nog niet. Misschien ook wel. Wat doen we met de onzekere twijfel? Zo zou zelfs de vraag kunnen opkomen of er inderdaad urgentie bestaat om klimaatverandering te tackelen. In het geval van grote onzekerheid is een slimme strategie: het voor de hand liggende doen en het andere nog even laten. We kunnen maatregelen nemen die sowieso besparingen opleveren. Energie zal in de toekomst alleen maar duurder worden; iedere besparing is meegenomen, niet alleen wegens redenen van klimaatverandering. De consensus zegt echter dat we aanzienlijke subsidies moeten geven voor ongewisse alternatieve energieopwekkingsprojecten, bouw van kerncentrales en opslag van CO2 in de bodem.
Hoe kunnen we echter een groene Sahara met de correcte status quo overtuiging laten rijmen en dan hebben we het nog niet eens over een ijsvrij Siberië?
Nobelprijs voor de Vrede.
Bij de uitreiking van de Nobelprijs voor de Vrede, noemde Barack Obama zijn Nobelprijs ‘a call to action’, een oproep om gezamenlijk in actie te komen omdat geen enkel land de mondiale problemen in zijn eentje kan oplossen. Voor de realisatie van die broodnodige gezamenlijke aanpak is echter een levensovertuiging vereist die tweespalt uitsluit. Dus religieus noch ideologisch van aard kan zijn en daardoor voor niemand een bedreiging vormt.
Wat dat betreft valt te denken aan de Gaia-hypothese. De gedachte van onze planeet als één levend (oer-)organisme is, waar de mens niet boven staat maar deel van is, waar hij – als enig levend wezen – nog weet van heeft ook. Wat impliceert dat wij, als mensheid, gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de instandhouding van die levende totaliteit. Niet alleen in ons eigen belang, maar met name in dat van onze eerste zorg, ons nageslacht.
Op de klimaattop nu zou uitgetest kunnen worden of de Gaia-hypothese voldoende draagkracht heeft in de wereld, zodat in Kopenhagen de kiem kan worden gelegd voor een daarop gestoeld wereldbeleid. Daarvoor zal deze gedachte wel eerst ingebracht moeten worden op de klimaattop. Als machtigste man van de wereld ligt hier voor Barack Obama een taak weggelegd. Met het oppikken daarvan aanstaande vrijdag slaat hij drie vliegen in één klap. Allereerst geeft hij daarmee richting aan zijn ‘call to action’. Tegelijkertijd zorgt hij voor een keerpunt in de klimaatdiscussie en als klap op de vuurpijl geeft hij daarmee invulling aan zijn Nobelprijs voor de Vrede.
De weersvoorspelling van het CPB.
Stormkracht 8 verwacht op de schaal van werkproblematiek. Of in iets gelijkaardigs zou je de voorspelling van het CPB van vier maanden geleden kunnen kwalificeren. Inmiddels is de verwachte werkloosheid voor 2010 bijgesteld tot 6,5%. Het valt mee. Tenminste de werkloosheid, niet de voorspelkracht van het CPB.
Hoe zit dat nou met het CPB? Kunnen ze er niets van? Zo simpel ligt het niet. De voorspellingen over de economie zijn goed te vergelijken met de weersvoorspellingen.
In de zomer voorspellen de meteorologen dagelijks zonneschijn, een blauwe lucht en hoge temperaturen. Ze hoeven eigenlijk alleen maar het bericht van gisteren te kopiëren. Niet vergeten de datum te veranderen natuurlijk. De variabelen die het weerbericht bepalen schijnen ook met vakantie te zijn: ze veranderen zowat in constanten. De meteorologie levert dan ook fraaie prestaties af. In termen van scorebordjournalistiek verdient ze een grote pluim.
Maar in de lente of de herfst kunnen er andere omstandigheden heersen. Opeenvolgende lagedrukgebieden wisselen elkaar in ijlings tempo af. Soms treedt er een storm op. Is een stormwaarschuwing op zijn plaats, terwijl de voorspelling nauwelijks beter is dan een gok? Het dilemma is duidelijk: doen, want een storm zonder aankondiging zal een storm van kritiek brengen; niet doen, want een onterechte stormwaarschuwing zal een golf van kritiek opleveren. Wat er gebeurt is ook duidelijk: liever meerdere golven dan één storm van kritiek.
Een zich gelijkmatig ontwikkelende conjunctuur is te vergelijking met de hoogzomer. Nu lijkt het herfst. In de huidige omstandigheden is een voorspelling niet veel waard. Toch moet je voorspellen. Is het al eens voorgevallen dat de meteorologische dienst zegt dat er voor morgen geen weerbericht is wegens te grote onzekerheid? Dat kan je niet maken. De psychologie van kritiek zal ook bij het CPB spelen. Dus voorspellen we een economische orkaan. Het ergste is een afzwakking ervan.
In de jaren negentig van de vorige eeuw vond een stevige discussie plaats over econometrische modelbouw plaats. Een model met zo’n dertig variabelen, met ieder van die variabelen weer met een onzekerheidsmarge valt niet te testen. Treedt een fout op tengevolge van de configuratie van het model of van de onzekerheidsmarges van de variabelen? De chaostheorie bracht tenslotte orde – ‘deterministische chaos’ – aan in de soms verhitte discussies. Onvoorspelbaarheid is eerder regel dan uitzondering.
Het is niet de fout van het CPB als politici het niet goed begrijpen. Het doet zijn best om met zoveel woorden te zeggen dat de huidige voorspelling in feite flauwekul is, zonder zijn positie kwijt te spelen. Het levert telkenmale cijfers, hoe dan ook, ter onderbouwing van beleid; het is geen beleidsmaker. Het Planbureau is tenslotte geen planbureau.
Symptoombestrijding, oorzaak mislukking Klimaattop.
De mislukking van de klimaattop in Kopenhagen is volgens mij te wijten aan de suggestie die aan de top ten grondslag lag, namelijk dat ‘ons klimaat in een crisis verkeert’. Dit klopt slechts gedeeltelijk. De werkelijkheid is namelijk veel omvattender. Niet alleen ons klimaat, maar de gehele aarde – als levend organisme (Live Earth) – verkeert in een ernstige crisis, ofwel is doodziek. De opwarming van de aarde is daar een duidelijk symptoom van, maar slechts één van de vele.
De bestrijding van de opwarming – door vermindering van de CO2-uitstoot wereldwijd (Kyoto-verdrag) – is weliswaar een stap in de goede richting, maar schiet tegelijkertijd schromelijk tekort. Voor het behoud van de aarde als ‘levend organisme’ is namelijk meer nodig dan symptoombestrijding. En wel het inzicht dat wij, als mensheid, niet boven die levende totaliteit staan maar er een onlosmakelijk deel van uitmaken. Het bijzondere is dat wij ons daar, als enig(!) levend wezen, nog bewust van zijn ook. In feite kun je dan ook stellen dat wij met elkaar het (giga-)brein vormen van dat levende (giga-)organisme, waarvan wij zo langzamerhand de werking tot in detail in kaart hebben gebracht, zowel letterlijk als figuurlijk.
Dankzij deze fenomenale kennis moeten wij, als mensheid, zo langzamerhand tot een adequate (nationale, partijpolitieke èn economische belangen overstijgende) mondiale of eendrachtige aanpak kunnen komen van de doodzieke aarde.
Voor de effectuering daarvan heb ik mijn hoop gevestigd op de Verenigde Naties. Voor het waarmaken daarvan zal onze volkerenorganisatie slechts omgebouwd moeten worden tot hecht samenwerkend wereldbrein van dat levende gigaorganisme. Geen onmogelijke opgave, omdat die broodnodige ombouw zijn beslag moet kunnen krijgen via een grondige reorganisatie van de VN. In het bijzonder moet daarbij worden gedacht aan de uitbouw van de Algemene Vergadering (AG) tot mondiaal beleidsorgaan met bovennationale bevoegdheden. Uiteraard zal daarvoor de ondemocratische (vetorecht!) Veiligheidsraad opgeheven moeten worden, met de gelijktijdige overheveling van zijn belangrijkste taak – de handhaving van de internationale vrede en veiligheid, oftewel ‘Het Algemeen Belang’ – naar de AG. Voor die ingrijpende reorganisatie is een algemene VN-conferentie ter herziening van het Handvest vereist, waartoe artikel 109 alle mogelijkheid biedt. Als VN-lid zou onze regering – bij monde van Maxime Verhagen – daar het initiatief toe kunnen nemen. Uiteraard onder druk van de Kamer, geen partij uitgezonderd. In plaats van zich te richten op de volgende klimaatconferentie die gedoemd is te mislukken, de COP16 in Mexico, wordt het dan ook tijd dat regering en parlement zich gezamenlijk gaan inzetten voor de broodnodige herziening van het VN-Handvest. Niet teveel gevraagd, omdat de herziening al in 1955(!) had moeten plaatsvinden, zoals elk Kamerlid met enig historisch besef zal weten.
Over IJsland maakte ik op 9 augustus al een opmerking. Op de IJslandse bevolking die kleiner is dan die van Zeeland wordt het falen van toezichthoudende financiële instanties bij de IJslandse banken afgewenteld. Internationale solidariteit, redelijkheid, christelijk mededogen? Ammehoela.
De Nederlandse plus Britse bevolking is 250 keer groter dan de IJslandse. Het schuldbedrag van €12.600 per IJslander komt bij een gezamenlijke verdeling over Nederland, IJsland en het VK uit op €50 per persoon.
Leve Olafur Ragnar Grimsson als de nieuwe Fidel Castro.
Zapatero deelt een speldenprik uit
Voodoo? Niet helemaal. Toch zullen sommigen het wel zo voelen. De voodoopop is de EU. Diverse priesters alias hooggeplaatste politici proberen op gevoelige plekken prikken uit te delen. Een recent pijnpunt kwam van Zapatero. Hij wilde de Lissabon agenda, het plan waarmee Europa de economische ontwikkeling en innovatie op een hoog peil tracht te zetten, minder vrijblijvend maken. Bij gemaakte afspraken horen ook sancties volgens hem. Sterke negatieve reacties volgden van de grote jongens, van Duitsland, Frankrijk en het VK. Het effect van de prik blijft dus beperkt.
De Belgische boys steunen Zapatero. Verhofstadt en Van Rompuy, weliswaar behorende tot verschillende politieke families, prezen de Spaanse premier. Het zal toch niet zo zijn dat de positie van Brussel er iets mee te maken heeft? De residentie die maar geen hoofdstad wordt. Ongetwijfeld zetten ze zich slechts in voor de unie, proberen haar te verbeteren, wetende hoe Belgische interne verdeeldheid verlammend uitpakt.
Van Rompuy deelde voorafgaand aan zijn benoeming tot voorzitter van de Europese Raad zelf al een speldenprik uit. Hij pleitte voor uitbreiding van de Europese belastingen. We moeten af van dat eeuwige getouwtrek over de hoogte van de lidstatelijke bijdragen aan de EU. “Ik wil mijn geld terug,” is in vele varianten dan de teneur, hoewel niet zo duidelijk uitgesproken als Margaret Thatcher dat in het verleden deed.
Met die prikken lijkt er een trend gezet te zijn die van de EU meer dan een unie wil maken. Een superstaat? Ik weet eigenlijk niet wat een superstaat is. Is het zoiets als een supermacht? De VS is, en in het verleden de Sovjet-Unie was een supermacht. Het zou kunnen dat enkelen in de EU die ambitie hebben, maar ik heb niet het gevoel dat dat streven breed leeft. Een superstaat in de vorm van een technocratische dictatuur is ook een mogelijke interpretatie. Maar daartegen pleit dat bij voorstellen om meer democratie in te voeren, juist het verwijt van superstaat de kop opsteekt. Is het de veelvolkerenstaat waartegen men ageert? Dat is ook een optie. Overigens heb ik in die context India nooit als een superstaat horen betitelen. Kortom, de definitie van superstaat ontbeert nauwkeurigheid.
Eerder lijken de prikken op een aftasten van de mogelijkheden van het Verdrag van Lissabon. De inkt op het verdrag is nog nauwelijks droog of het vertoont al scheuren. Eigenlijk hoort het ook zo. Europa groeit naar volwassenheid en dat gaat niet zonder pijn. Prikken zijn nodig.
Verspilde tijd en energie.
Een parlementaire commissie onder leiding van SP-Kamerlid Jan de Wit is een onderzoek begonnen naar de kredietcrisis. De bedoeling is dat er lessen worden getrokken uit de bevindingen. Persoonlijk heb ik daar geen enkel vertrouwen in, omdat de commissie onderzoek gaat doen naar oorzaken die voorbijgaan aan de kern van de kredietcrisis. Deze ligt namelijk niet bij de bonuscultuur, noch bij de Nederlandsche Bank of de Nederlandse regering en de Kamer als toezichthouders, maar bij onze op geld verdienen en economische groei gerichte cultuur. Voor het adequaat aanpakken daarvan schiet een parlementaire commissie simpelweg tekort, omdat partijpolitici niet boven die heersende cultuur staan, maar er onlosmakelijk mee verbonden zijn. Elke partij laat zijn programma immers doorberekenen door het Centraal Planbureau! Alle goede bedoelingen ten spijt, is het werk van de commissie De Wit dan ook op voorhand te bestempelen als verspilde tijd en energie, voor de niet geringe kosten waarvan wij – als brave belastingbetalers – opdraaien.
Mediaproces van de eeuw.
In ons partijpolitieke bestel zijn partijen elkaars concurrenten, die – volstrekt legaal – elkaar onophoudelijk te vuur en te zwaard bestrijden. Haatzaaien valt daar ook onder, zoals de eeuwige strijd tussen kapitalisten en socialisten bewijst. Je kunt dan ook stellen dat haat de kurk is waarop ons partijpolitieke bestel drijft. Vandaar dat in het ‘proces van de eeuw’, zoals Wilders de strafzaak tegen hem noemt, in wezen niet de PVV-voorman in de beklaagdenbank zit, maar ons veelkoppige haatzaaiende partijpolitieke bestel, waar de PVV deel van uit maakt. Om het haatzaaien de wereld uit te helpen, te beginnen in Nederland, zullen wij onze pijlen dan ook niet op Wilders en zijn aanhangers moeten richten, maar op ons partijpolitieke bestel. Geen onmogelijke opgave, dankzij het bestaan van de onafhankelijke media. Voor een bevredigend resultaat van dit ‘mediaproces van de eeuw’, is vruchtbare samenwerking in medialand uiteraard noodzakelijk.
Barbertje (Buitenlandse Zaken) moet hangen!
Voor de politieke steuntoezegging aan de oorlog in Irak lijkt het Ministerie van Buitenlandse Zaken (Buza) de belangrijkste actor te zijn. Buza heeft al in een vroeg stadium het beleid vastgesteld voor het verlenen van politieke steun van Nederland aan de inval van de Verenigde Staten in Irak. Dat gebeurde begin augustus 2002 tijdens een overleg tussen de pas aangetreden minister van Buitenlandse Zaken De Hoop Scheffer en een kleine groep ambtenaren. De inlichtingendiensten, de AIVD en de MIVD, stelden zich terughoudender op over de dreiging die uitging van Irak. Overigens was De Hoop Scheffer als topdiplomaat lange tijd incrowd lid van BuZa. Het overleg tussen Jaap en zijn ambtenaren zal meer een vriendenreünie dan een serieuze afweging van belangen zijn geweest.
Wordt die stellingname over Irak eindelijk de stok waarmee we Buza kunnen slaan? Buza dat sinds WO-II een succesvolle eigen toko politiek heeft gevoerd. Voor 1940 werd Nederland in het buitenland vertegenwoordigd door gezantschappen die geleid werden door een gezant. In 1942 werden de Nederlandse gezantschappen in Londen en Washington verheven tot ambassades. Later is dat met alle andere gezantschappen gebeurd. Een ambassade was voor de Eerste Wereldoorlog voorbehouden aan de ‘grote machten’. Kleinere landen zoals Nederland en België ontvingen en zonden gezanten die in het protocol na de ambassadeurs kwamen. Een ambassadeur genoot een zeer hoog inkomen en voerde een grote staat. Toen steeds meer gezantschappen door ambassades werden vervangen vervaagde het verschil tussen gezant en ambassadeur. Om protocollair niet in het nadeel te verkeren, een gezant krijgt bij diners een plaats onder aan de tafel, werden uiteindelijk alle Nederlandse gezantschappen in de wereld opgewaardeerd. Geld lijkt in deze geen rol te spelen. Evenwel valt niet te ontkennen dat er belangrijke posten bij kunnen zitten, zoals die van barones van Lynden-Leijten in Vaticaanstad.
Nederland onder leiding van Buza voert in de wereld een grote staat. Geweldig die invloed van Nederland op de wereldpolitiek. Toch een klein vraagje, of eigenlijk een aantal kleine deelvraagjes die uitmonden in een eindvraag. Is de invloed van Nederland in de wereld evenredig met de hoeveelheid ambassades? En wat is de relatie met de EU, dat een eigen vertegenwoordiger voor Buitenlandse – niet-Europese – Zaken heeft en een eigen diplomatieke dienst? Wat is het verschil qua invloed met de situatie in de VS waar de staat Californië niet door een ambassadeur in de staat New York wordt vertegenwoordigd? Laat staan als het gaat om de Californische diplomatieke vertegenwoordiging in Nederland, terwijl Californië zowel wat betreft inwonertal, omvang als economisch potentieel aanzienlijk groter is dan Nederland.
Natuurlijk is een en ander met betrekking tot Buza te begrijpen vanuit historisch perspectief. Als eindvraag zou ik dan willen stellen: heeft Buza eigenlijk nog wel een functie in de moderne geglobaliseerde wereld en speciaal in de EU? Vooral wanneer blijkt dat het qua eigen beleid acteert als een getrouwe fellow traveller.
Volksverheffing.
Het is te voorzien dat Wilders niet veroordeeld zal worden voor belediging van de godsdienst, omdat het fenomeen God nu eenmaal boven de partijen staat en daarmee simpelweg niet te beledigen is.
Toch gaat Wilders niet vrij uit, omdat beledigingen nooit neutraal zijn. Door hun negatieve lading roepen zij vroeg of laat altijd een dito reactie op. Een stem op de PVV is dan ook koren op de molen van het negativisme, wat de samenleving nooit op een hoger beschavingsniveau zal brengen. Aan het begrip volksverheffing, toch het ultieme politieke doel, hebben Wilders en de zijnen dan ook geen enkele boodschap.
Waterlands waterballet
Vijf jaar geleden rees met veel air nieuwe vaste grond uit het linkse moeras op. Met passie en vuur zou een progressieve denkdank het neoliberalisme te lijf gaan zonder zich aan vastgeroeste schema’s te houden. Een heus oprichtingsmanifest zag het licht met inderdaad een onconventionele wending erin: een praktisch vergeten polemist, Jacques de Kadt, figureerde als inspiratiebron. Zijn magische formule – socialisme ter wille van het individualisme – zou worden uitgewerkt.
Na een aantal interessante artikelen op de site verscheen twee jaar na de oprichting het Sociaal-Kapitalistisch Manifest. Weer een nieuwe term die in vaagheid concurreert met het eerder bedachte sociaal-individualisme. Maar soit. Luciditeit was niet het sterkste punt van het door meerdere auteurs verwezenlijkte geschrift. ‘Het kan vriezen en het kan dooien’, aldus kwam de boodschap van het manifest over. Kritiek erop was er toen, zoals het hoort als je iets te berde brengt. Geen negeren, dus stap één slaagde. Maar de lakmoesproef komt na jaren. Wordt het manifest genoemd als maatschappelijke problemen ter sprake komen? Misschien, maar in ieder geval niet dat ik het merk.
Twee belangrijke betrokkenen bij Waterland geven op de site na ongeveer vijf jaar een evaluatie. Zelfkritiek ligt in de lijn der verwachting. De heer De Beer stelt echter doodleuk dat er weinig reden is om het Sociaal-Kapitalistisch Manifest te herzien. Ondanks de kredietcrisis die aantoonde dat het aangehangen economische model, het Rijnlandse, van de per staat aangestuurde financiële economie onhoudbaar is. De IJslanders betalen een dure les. Oké, hij heeft op punten gelijk. Als je met hagel schiet, raak je altijd wel iets. En hij voelt nattigheid. Een instantie zou moeten toezien op economische verschijnselen die mogelijk uit de hand lopen. Daar zou een discussie over gevoerd dienen te worden, een eufemisme voor het totaal geen idee hebben wat je ermee aanmoet.
Als Paul de Beer met een zwak begin nog wel tot een zinnige afronding komt, kan de andere auteur, Ewald Engelen, het anders doen? Hij stelt niet teleur in de zin dat hij totaal de weg kwijtraakt. Nochtans begint hij goed. Hij noemt culturalistische verenging als kenmerk van het Waterlanddebat. Slechts de cartoonist besteedde aandacht aan de kredietcrisis. Maar dan volgt een heerlijke zelfbevrediging in de uitwerking van de zonden van die verdomd culturalistisch ingestelde Waterlanders. Boetepreken is blijkbaar nooit weg, hoort echt bij ons calvinisten. Als uitsmijter komt tenslotte de aan het vertoog vreemde opmerking: geloof dat de oplossing van het door hem beschrevene minder staat en meer markt is.
Tja, zich onttrekken aan het laaglandse moerasniveau van analyses blijft een grote opgave.
Jacqueline Cramer misnoegd over klimaatmaffia.
“Ik tolereer geen fouten meer van de klimaatwetenschap,” volgens een uitlating van minister Jacqueline Cramer. Ach, gossie. De muis brult. Cramer in de rol van Peter Sellers.
Wat dreef de bewindsvrouwe tot deze ongenuanceerde uitspraak? Het begon met de gehackte e-mails uit de Engelse Climate Research Unit. Vooraanstaande wetenschappers gebruikten zeer creatieve interpretatiemethoden voor het verloop van de temperatuur in de afgelopen eeuwen. Boomringen waren goede indicators voor de temperatuur van vroeger eeuwen. Totdat die boomringgegevens begonnen af te wijken van de later gemeten temperaturen. Was het dan niet het beste latere boomringdata maar aan te vullen met de latere temperatuurdata zonder het eerdere paleoklimatologische onderzoek te laten vallen?
Oké, het kan gebeuren dat onderzoekers iets te hard iets willen aantonen en een wat onzorgvuldige methodologie gebruiken. Het gros van het klimaatonderzoek stond stevig.
Himalaya gletsjers zijn gesmolten in 2035. Over 25 jaar al. Of was het eigenlijk 2350? Over driehonderd jaar, waarover niemand zich druk maakt? Het is niet erg. Een slordigheidje kan voorkomen. Het gros van het klimaatonderzoek blijft fier overeind.
Het Amazone oerwoud verdroogt. Waarschijnlijk wordt het vervangen door ecosystemen die robuster zijn tegen opwarming, droogte en branden, zoals savannes. Schreef het IPCC dat? Terwijl iedere basisschoolleerling kan bedenken dat verdere opwarming tot meer neerslag in de tropen leidt als gevolg van de Hadleycel. Slordig, slordig. Toch blijft het gros van het klimaatonderzoek staan.
Maar waarschijnlijk was het bericht dat Nederland voor 55 procent onder de zeespiegel ligt voor ons kabinetslid de druppel. Uit haar eigen land kwam zo’n domme fout naar boven. Hoe was dat niet in een eerder stadium opgemerkt? Worden de rapporten van het IPCC überhaupt wel gelezen, of slechts de samenvattingen voor beleidsmakers? Maar ondanks de aandoenlijke woede van Jacqueline kan niet worden getwijfeld aan het gros van het klimaatonderzoek.
Wat doet de minister? Belt ze persoonlijk Rajendra Pachauri op? De chef van het IPCC. Diezelfde die onder vuur kwam te liggen na uitlatingen van Murai Lal over foute informatie inzake het eerder genoemde afsmelten van de Himalaya. Binnengehaalde fondsen van de EU voor onderzoek in de Himalaya kwamen grotendeels terecht bij zijn researchbureau TERI.
Er zou geen reden voor twijfel zijn aan het gros van het klimaatonderzoek. Toch wil Cramer niet het gevoel hebben dat ze met een maffia te maken heeft. Als dat gevoel niet verdwijnt, maar integendeel steeds sterker wordt, kan je wel eens uit je slof schieten. Ik vergeef het je, Jacqueline. Ik vond je eigenlijk wel schattig. Jij als klein grijs meisje tegen geharde klimaatfiguren.
Van bij- naar voortrekkersrol.
In de krachtmeting tussen Amerika en China, zowel op het economische als op het politieke vlak, speelt Europa een bijrol. Gelukkig maar, omdat Brussel daardoor haar energie niet hoeft te verspillen aan machtspelletjes waar wij, als mensheid, niets mee opschieten. Het mondiaal of algemeen belang overstijgt nu eenmaal economische en politieke belangen. Voor de maatschappelijke vertaling daarvan zal Brussel er slechts oog voor moeten krijgen dat onze tijd van mondialisering om een dito aanpak van de problemen vraagt.
Maar daarvoor zullen de Verenigde Naties omgebouwd moeten worden van een ondoelmatige organisatie van regeringen, die het nationaal belang laten prevaleren boven het mondiaal of algemeen belang (getuige o.a. de klimaattop in Kopenhagen), tot een mondiaal beleidscentrum met bovennationale bevoegdheden. Artikel 109 van het VN-Handvest biedt daar de mogelijkheid toe.
Kortom, de bijrol die Europa vervult op het wereldtoneel zou omgezet kunnen worden in een voortrekkersrol, wat betreft het doorbreken van de machteloosheid waar de Verenigde Naties (en daarmee al wat leeft op onze planeet) dagelijks onder te lijden hebben. Als EU-lid zou Nederland voor die doorbraak het voortouw kunnen nemen. Uiteraard is daar wel eerst een regering voor nodig die als eenheid in verscheidenheid functioneert en zich door de VS noch door China de les laat lezen.
Frankrijk scheept Rusland niet af
De heer Verhagen, buitenlanddeskundige, stellen we een aantal vragen in verband met de levering van marineschepen door Frankrijk aan Rusland.
Mijnheer Verhagen, denkt u dat de levering van vier oorlogsbodems aan Rusland een goede zet is? Is het een stap in het proces van opname van Rusland in de NAVO of is dat te voorbarig?
We moeten de levering zien in de context van de ontwikkelingen. De ontwikkelingen zijn nog niet zodanig dat we kunnen vaststellen dat de relatie tussen de NAVO en Rusland onproblematisch is. Ik wil hierbij de pas afgeblazen plaatsing van afweerraketten in Polen en Tsjechië noemen. Overigens ligt er weer een nieuw plan klaar om een gedeelte van het afweerschild nu in Roemenië te plaatsen. De Roemeense regering heeft al besloten tot plaatsing van raketten op haar grondgebied.
Met alle respect, maar die raketten zijn toch bedoeld voor schurkenstaten als Iran en Noord-Korea?
Ja, eh ja, dat klopt wel. Excuus. Tegenwoordig moet je ook zo veel verhalen uit elkaar houden dat zelfs een deskundige wel eens een vergissing maakt. Een ander voorbeeld. De Taliban was vroeger een bondgenoot in de strijd tegen de communistische Russen. Nu zijn ze vijanden zonder dat ze van gedachtegoed of plannen met Afghanistan zijn veranderd. Hou het allemaal maar eens bij.
We dwalen af. Laten we de Taliban maar in Afghanistan en concentreren we ons op Frankrijk en Rusland. Is er sprake van een nieuwe en/of onmogelijke liefde tussen de haan en de beer?
De heer Sarkozy, president van Frankrijk, is een beetje een hyperactief ventje. Hij moet als het ware dwangmatig altijd iets doen, al is het niet altijd comme il faut om het zo maar eens uit te drukken. De levering van een kerncentrale aan Libië, naast gevechtsvliegtuigen en helicopters, was twee jaar geleden vrij onverwacht. Het was mede een verzoeningspoging met zijn toenmalige eega Cécilia die hem tot die stap dreef.
Beste heer Verhagen, komt u alstublieft tot de kern van de zaak: de verhouding tussen Frankrijk en Rusland.
Daar kom ik op. Zoals ik zei, Sarkozy is ietwat onberekenbaar. Een nieuwe liefde is hem zeker niet vreemd. Maar ik reken erop dat die Frans-Russische liefde niet structureel is. Het is een bevlieging.
Maar toch, wapens leveren Rusland zegt iets over verhouding tussen de NAVO en Rusland. Probeert Rusland niet op geniepige wijze het paard van Troje te zijn? Het Medvedev instituut bracht vorige week een rapport uit waarin het zei dat het land in een democratie westerse stijl dient te veranderen. Zoete broodjes lijken volop voorradig in deze.
Tja, niets is onmogelijk. Maar Nederland volgt de VS wat er ook gebeurt. Zolang de VS Rusland wantrouwt, zijn wij wantrouwig. Wij wantrouwen Frankrijk ook, want de Fransen worden in Amerika nog steeds met argusogen bekeken. Zo simpel ligt het eigenlijk. Dus de Franse toenadering tot Rusland kan in Nederlandse diplomatieke kringen op een non en een njet rekenen.
Stemmen? Kom nou!
Al jaren hoor ik tot de categorie ‘bewuste niet-stemmers’ en de gemeenteraadsverkiezingen op 3 maart zullen daar geen verandering in brengen. Dat ik mijn stem en daarmee mijn krediet aan geen enkele politicus of politica geef, is echter niet het gevolg van mijn gebrek aan vertrouwen in hem/haar persoonlijk of in zijn/haar partij, maar heeft alles te maken met mijn gebrek aan vertrouwen in het partijpolitieke bestel. Stammende uit de 19e eeuw is het eenvoudig niet opgewassen tegen de problemen van de 21e.
Vandaar dat het adequaat aanpakken van de huidige problemen geen grote lijsttrekkersdebatten vereist, maar een groot publiek debat over de ontoereikendheid van ons partijpolitieke bestel. De enige mogelijkheid om tot een beleid te komen dat het algemeen (ons aller!) belang daadwerkelijk vorm weet te geven, dus niet langer word verziekt door kleingeestig partijpolitiek gekissebis. Voor de publieke omroepen, die toch ooit zijn opgericht ten dienste van het publieke debat (met als doel ‘volksverheffing’) in plaats van het grote geld, ligt hier een uitdagende taak.
Topberaad in Oeroezgan
Mannen, jullie kennen natuurlijk de reden van deze bijeenkomst. De Nederlandse militairen vertrekken uit Oeroezgan. Ik zal proberen de situatie in beeld te brengen.
Politiek betekent gekonkel in Nederland. Niet zoals bij ons, waar het gaat om persoonlijk vertrouwen en stamverbanden. Hier ken je je vrienden en je vijanden. Op verraad volgt wraak. Dus de posities liggen zo goed als vast. In Nederland geldt echter geen vergelding voor verraad. Daar heerst het marktprincipe. Wie de mooiste of de beste verhalen heeft wint, om het kortweg uit te drukken. Een afspraak is slechts geldig zolang iemand niet een nieuw verhaal bedenkt dat hij verwacht goed te kunnen verkopen.
De leider, Balkenende, een christenhond, was politiek verzwakt. Hij was min of meer als een oplichter weggezet in verband met zijn politieke steun aan de inval van de Amerikanen en Britten in Irak. Bush en Blair zijn inmiddels van het politieke hoofdtoneel verdwenen (Blair speelt nog als figurant). Balkenende zat er nog. Terwijl hij altijd vol was van normen en waarden, eigenlijk zoals wij Afghanen de politiek ook opvatten, bleek zijn foute rol. Zijn verhaal was gebarsten. De vice-leider, Bos, een ongelovige hond, rook zijn kans om Balkenende als onbetrouwbare draaikont weg te zetten. Hij hield vast aan een eerder afgesproken ultimatum over de terugtrekking van de Nederlandse troepen. Er kwam een crisis met het inmiddels bekende gevolg.
Bij de Nederlandse bevolking is de oorlog niet populair. Onze spionnen aldaar berichten zelfs dat ze de situatie hier beschouwen als een gevecht tussen geitenneukers en schapennaaiers.
Stilte, ik Umar, jullie leider spreekt.
Ik kan jullie verontwaardiging begrijpen. Wij zouden nooit zulke infame taal gebruiken voor die honden. Maar soit, dat is een kwestie van beschaving.
De opmerking over populariteit houdt verband met de kans op de komst van nieuwe Nederlandse troepen. Die is zo goed als nihil.
We moeten maar afwachten wat er in de plaats komt. De Nederlanders waren mild. Als één van de grootste drugsexporteurs ter wereld begrijpen ze ons ergens toch. Ze weten dat een verstokte roker geen onruststoker is. Onze papavervelden lieten ze zo goed als ongemoeid. Alleen de scholen die ze bouwden, waar niet slechts de koran werd onderwezen maar ook gevaarlijke westerse kennis, dienden we natuurlijk consequent te vernietigen.
Als er Amerikanen in de plaats komen, kan er van alles gebeuren. Zij zijn onbetrouwbaar. Het ene moment willen ze onze oogst compleet opkopen, het andere ogenblik proberen ze onze bloemen plat te branden. Het zal voor ons een intensivering van de strijd betekenen. Ik weet dat ik een zwaar beroep op jullie doe. Maar we vechten voor allah, wiens profeet ons de weg wijst. Onze strijd is een heilige strijd. Allah schonk ons de papavers. Derhalve rust er een door hem aangegane verplichting op ons die te beschermen en te verzorgen. Allah akbar.
Doorbreken vertrouwenscrisis.
Gebrek aan vertrouwen heeft geleid tot de val van het kabinet. Dat gebrek is echter politici noch politieke partijen aan te rekenen omdat ons partijpolitiek bestel nu eenmaal gestoeld is op wantrouwen. Voor het doorbreken daarvan zal dan ook allereerst ons bestel open gebroken moeten worden, via een groot publiek debat. Begrijpelijkerwijs is het initiatief daartoe van Den Haag niet te verwachten, maar zullen wij (als publiek) daarvoor moeten aankloppen bij Hilversum. De publieke omroepen zijn immers ooit opgericht ten behoeve van het publieke in plaats van het Haagse belang, ofwel de instandhouding van de gevestigde orde!
Meer blauw op papier dan op straat
Meer blauw op straat! In hoeveel verkiezingsprogramma’s kwam ik dat niet tegen; in programma’s van verschillende partijen in diverse gemeenten en stadsdeelraden. Mijn eigen partij, waarvoor ik op de lijst sta, vond het eveneens nodig het op te nemen. En ik zou dat gaan verdedigen.
Waarom willen we blauwe straten? Ordehandhaving is één van de belangrijkste taken van de lokale overheid. Oké, daarvoor is politie nodig. Bij misdrijven of wangedrag zou het liefst meteen ingegrepen moeten kunnen worden. Oké, daar dient de politie voor.
Toen ik laatst weer eens met een mes op mijn keel op een vroege ochtend, halfslapend meteen wel wakker wordend, dan wel mijn mobieltje of mijn leven moest afstaan, verwachtte ik onmiddellijk blauwe hulp. Waar was die toen ik ze nodig had? En ik kon ze niet eens direct bellen om evidente redenen.
Ik vroeg daarna een voorbijgangster om haar mobiel. Vroeg ik het door mijn angstige belevenis te bot? Want van de verschrikte dame kreeg ik meteen een assertieve lading pepperspray in mijn gezicht. Waar is dat verdomde blauw als de nood hoog is?
Herkenbaar? Nu heb ik dergelijke zaken gelukkig nooit meegemaakt. Het had in theorie ooit wel kunnen gebeuren, dat ontken ik niet. Zelfs als één van de bijzondere omstandigheden zich wel had voorgedaan, hoeveel blauw was er dan nodig geweest om mij direct te helpen? Op iedere straat, plein, weg, laan, steeg, boulevard, pad, kade een agent?
Ik heb de tijd van Bromsnor nog gekend. Telefoon was al uitgevonden, maar alleen de politie, de ambulance, de burgemeester en de dokter hadden die. Verwittiging van de sterke arm duurde wel even voor de simpele boerenbuurtschap. Daar deed de veldwachter zijn rondjes, kende de gemeenschap en wist vaak gauw waar hij moest zoeken. Blauw op pad was vanzelfsprekend.
En nu willen we al die Bromsnorren weer in de door full-time werkende mensen verlaten straten terug. Er lijkt geen evolutie te zijn geweest. Mobiele communicatie is toch alleen bedoeld om onze vrienden te bellen en te sms’en? Eigenlijk willen we een persoonlijke bodyguard, maar niet door ons betaald en in het blauw.
De politie zal nooit vertellen dat ze minder blauw op straat wil, en in plaats daarvan meer recherchecapaciteit. Ze zal wel gek zijn. Geld binnenhalen is één, het daadwerkelijk hebben is twee en het besteden is drie.
Bovendien is er nog een ander probleem. Paarse minister Hans Dijkstal wilde al graag meer agenten op straat. Maar hij moest ondanks herhaaldelijk aandringen van de Kamer het antwoord schuldig blijven op de vraag over hun aantal. Ook harde tante Guusje ter Horst wist het nog steeds niet. Meer blauw, het bekt lekker, maar niemand weet hoeveel er al is.
Hoe moet het verder met mijn politieke carrière? Ik denk dat ik teveel denk en te weinig doe. Op papier staat het goed: blauw. Maar meer blauw op straat verkopen, hoe doe je dat onderbouwd? Of verstand op nul en blik op oneindig?
Stemverklaring.
Vanuit mijn overtuiging over de ontoereikendheid van ons overjarige (19e eeuws!) partijpolitieke bestel om de huidige (21ste eeuwse!) problemen adequaat het hoofd te bieden, stem ik niet op 3 maart, noch op 9 juni. Met die publieke stemonthouding hoop ik mijn steentje bij te dragen aan de totstandkoming van een publiek debat over een bestel dat een afspiegeling is van onze tijd. De 21e eeuw, waarin (dankzij de Verlichting) de rede het voor het zeggen heeft gekregen. Aan het daarbij horende bestel kleven begrijpelijkerwijs geen ideologische veren of theologische aureolen, omdat het (gelijk de rede) neutraal is. Dankzij die neutraliteit moeten wij in staat zijn de grote maatschappelijke problemen, die niet partijpolitiek gebonden zijn, effectief aan te pakken. De cruciale vraag naar de bemanning van dat bijdetijdse bestel moet positief beantwoord worden. Diegenen die (los van levensovertuiging) nut en noodzaak inzien van dat neutrale bestel, moeten namelijk in staat zijn daar met elkaar vorm aan te geven, op zakelijke wijze. Waar een (gemeenschappelijke) wil is is immers een (gemeenschappelijke) weg!
An Invitation to Paradise
I performed the istikhārah salāh on the evening of Thursday, 7th September 1995 and pleaded for guidance from Allāh, The One Who Is Above weaknesses. By the Grace of Allāh, The One Who Is Most Kind to His slaves, I had the most marvellous dream. In my sleep that evening, I saw myself standing in the venerated presence of, and about two metres away from our Beloved Prophet Muhammad in the Rauda al-Jannah. The Holy Messenger of Allāh was immaculately dressed in pristine white apparel and white turban. I felt entirely insignificant. I was in the company of the fountainhead of virtue. I, also, was dressed in white robes and a white turban, and stood with my back towards the qiblah. Tears of happiness streamed down my cheeks. The Holy Prophet , who was sent by Allāh, The Creator and Cherisher of all things, as a Warner and a Mercy to the worlds, stood and looked at me. My spirit rested. I said in Afrikaans: “Yaa Rasoeloellah, ek het vir U kom wys my familie – Suleiman, Dawood, Rifdah, en Makkia.” In English, this reads: “O Messenger of Allāh, I have come to show to your [esteemed] self my family – Suleiman, Dawood, Rifdah and Makkia.”
I woke with a song in my heart. Allāh had honoured me with the society of the best of mankind. The dream was etched in my memory with an astonishing clarity. I shall never forget it. It was, to me, a precognition of the predestination of Allāh, The One Whose Will Reigns Supreme, and an invitation from al-Madīnah al-Munawwarah.
By my words “Yaa Rasoeloellah” (“O Messenger of Allāh”), I knew that I had definitely dreamt of the Modest Messenger of Allāh . I had addressed our Good Prophet with the utmost respect. That I spoke in “kombuis” Afrikaans was enlightening. I had much to think about.
The reason for my not mentioning my wife’s name (as part of my family) in the list of introductions to our Prophet Muhammad became apparent to me – she had introduced herself on our first Pilgrimage in 1991! The same could be said for myself – I also had not introduced myself in the dream, as I, likewise, had first travelled to Madīnah then.
I had referred to Suleiman, Dawood, Rifdah and Makkia in the sequence in which they were born. The dream held another eye-opener – I had spoken of them as ‘my family’ and not as ‘my children’ (as we do in the west). In this lay a poignant lesson – although Makkia forms part of our family, she is adopted (and not ours biologically) and therefore not of ‘our children’! For inclusiveness and especially in du’ā, I later familiarised myself with referring to them as ‘my family’, rather than ‘my children’. I would also refer to them as ‘the children’ in du’ā.
I realised also that my not speaking of them as ‘children’ could mean that all, or some of them, would be adults by the time that we got to the City of Light.
Always thereafter, I wondered why our Cherished Prophet did not speak to me in the dream.
I related my experience to anyone who would listen.
Islam teaches that a person who dreams of the Holy Prophet Muhammad has dreamt the truth and has in fact seen the Holy Prophet , and not (mistakenly) anyone else in his or her dream. Based on this reassurance, I believed with certainty that, as long as we held firmly onto the Sharī’ah, my family and I would receive divine assistance to get to the Hijaz.
A considerable number of the ’Ibaad-u-Ragmaan Qadiri Jamaa’ah had regularly, over the years, travelled to Saudi Arabia on Haj and ’Umrah. More than fifteen Jamaa’ah people had gone on Haj in 1997. In 1998, thirty-six persons had performed the holy journey. Twenty-one Jamaa’ah pilgrims had answered the call in 1999. The year 2000 had twenty-five Jamaa’ah hujjāj. Just eight people had gone during 2001. This time, more than a hundred went.
It was a good year, 1422AH. The Haj of that year brought new meaning to the lives of many and helped to heighten the spirit of camaraderie among the members of the ’Ibaad-u-Ragmaan Qadiri Jamaa’ah. Travelling to and staying in the Holy Land has always meant a lot to me. This journey was especially fulfilling. Every day was better than the one before, every moment sweeter than the previous one. Better travelling companions I could not have hoped for.
At 6pm on 24th December 2001, we left Cape Town for Johannesburg. Two days later, we left Johannesburg on Flight KQ 0461 for Nairobi and Jeddah. On 27th December 2001, we arrived by bus in Makkah al-Mukarramah from Jeddah. “Suleiman, Dawood, Rifdah, Makkia – Look! There’s the outer wall of the Masjid al-Harām,” I called out to them as our bus neared the Great Mosque. I felt like jumping out and running towards it.
We completed the rites of ’Umrah. That Suleiman, Dawood and Rifdah were of age had added value to things. Makkia was just big enough for us not to have to carry her during the tawaaf of the Baitullāh and the saa’i. She had turned eight in Makkah.
Taxis coasted through the busy streets. Tow-away trucks hurriedly hauled away badly parked vehicles. Trucks busily pumped desalinated water into storage tanks. Lorries delivered water from the central water distribution centre on the outskirts of Mecca to homes, schools, hospitals and hotels in the area. There were more water delivery trucks than bread distribution vans on the roads.
With the approach of every obligatory prayer, traffic police hastily converted smaller roads into one-ways that led towards the Masjid al-Harām. On the completion of the prayers, many thoroughfares functioned as one-ways leading away from the Grand Mosque. Outside of the busy times, these streets served as dual carriageways.
Various tongues sounded from a string of telephone booths as international callers spoke to family and friends back home. Pilgrims stood in line as they waited to use the clustered telephone kiosks.
A cup of tea cost one Saudi riyal on the street. Mutabbag, fried pastry crammed with sweet or savoury filling, were topped with lemon and pepper. This was sold by street vendors in Mecca as ‘fast food’. Kibda sandwiches overflowing with fried liver slices mixed with onion, tomato, and green peppers were irresistible. Traditionally made shawarma was especially tasty. Fruit and vegetables stands made a mint. Stalls selling fruit juice sprinkled with shaved ice had a roaring trade.
Cafés and restaurants flourished. Coffee in herbal, fruity or cardamom blends was served in small cups as appetizers. Tables overflowed with regional delights. Rice was the staple cooked meal ingredient. Slow-cooked, broad, brown beans called ful was particularly mouth-watering and eaten at breakfast. Spicy kebab tested one’s taste buds. Sweet mint tea was served in small glasses. Pakistani eateries sold burgers, pies, samosas, breyani, roast chicken, and roti and curry. On offer also, were warm and cold beverages.
A shopkeeper would give a customer some chewing gum, a packet of tissues, or an item of similar value, instead of a half-riyal coin as change. Some shops did not keep coins. Handling loose change was seen as a nuisance.
Recorded recitals from the Holy Qur’ān by Dr ’Abd Al-Rahman ibn ’Abd Al-’Aziz al-Sudais al-Najdi and Shaykh Saud ibn Ibrahim al-Shuraim al-Najdi sounded from audio shops. An expert in Islamic jurisprudence, Shaykh ’Abd Al-Rahman al-Sudais had been the leading Imam in the Masjid al-Harām since 1983. Shaykh Saud al-Shuraim, also, was Hafith al-Qur’ān and an Imam in the Great Mosque. He served as a judge in the High Court of Mecca and was a member of the teaching staff at the Umm al-Qura University in the Holy City.
If monetary outlay was the standard by which such things were measured, the Sacred Mosque in Makkah must have ranked as the principal wonder of the world. Billions of Saudi riyal had been spent on its expansion and upkeep. Escalators carried eager worshippers between floors. The air-conditioning and audio systems there were from the top drawer.
Embroidered Quranic texts glistened above head-height on the kiswah. Brown tiles had replaced the hand-hewed stones of the Holy Ka’aba. The polished granite base of the Baitullāh had not changed.
Falcons had ousted the finches from the Ancient Mosque. Gliding majestically from the 89-metre-high minarets, these magnificent hunting birds soared elegantly on the warm air currents high above the Masjid al-Harām. They were showing off, I thought.
Clothed in ’Umrah clothes, our group went to al-Ji’rānah one day, intent on performing the Lesser Pilgrimage from there. Adjacent to the Masjid al-Ji’rānah, was a large burial ground. Haji Bienjamien Abrahams and I approached it. I was about to peer over the high wall, when he had already opened the heavy metal gate. We went inside. The graves were well maintained. We raised our hands and recited the Surah Al-Fātiha for the sake of Allāh , dedicating the spiritual benefits of its recital to the people who were buried in the graveyard. I lifted my head and saw the soul of every occupant of every grave standing at the head of his burial place. Some of the holy companions of our Expressive Prophet Muhammad had been laid to rest within this cemetery. Many had fallen in battle. Allāh, The One Who Is free of all wants and Worthy of all praise, is Pleased With them and they are pleased with Allāh . They had given their lives for their God Most High, exulting in the defence of Islam. No amount of reparation can repay their service. They had championed a cause so wondrous, being so wonderful themselves.
Prayers for rain on 31st December 2001 in the Masjid al-Harām were answered when showers fell in Mecca hours later. Thunder preceded the sudden downpour. The torrent broke a long spell of drought. Urchins paddled impishly through the flooded streets in low lying areas.
At around 16:00 on 2nd January 2002, we went by bus from Makkah to Madīnah and reached there the next morning. Cape Muslims rarely spent more than ten days in Madīnah – my family and I would spend twenty-one wonderful days there.
Al-Masjid al-Rasūl, complete with underground parking and first floor, had been enlarged to include two inner courtyards. Twelve big state-of-the-art, umbrella-shaped Teflon sunshades sheltered visitors against the sun. Enlarged to hold more than a million worshippers, the Holy Mosque boasted large patterned doors, precast terrazzo cornices, eye-catching brass chandeliers and golden grilles. Plush woollen carpets enhanced the stylish décor.
Sheikh ’Ali ibn ’Abd Al-Rahman al-Hudhaifi al-’Awāmiri was an Imam in the Mosque of the Prophet. He lectured at the Islamic University of Medina and taught in al-Masjid al-Rasūl. Always, when we performed the congregational Salāh on arrival in the City of Light, Sheikh al-Hudhaifi had led the prayer in al-Masjid al-Nabwi. On every occasion, strangely, he had loudly recited from the part of the chapter of the Glorious Qur’ān called Al-Furqān (“The Criterion”) wherein God describes the ’Ibaad-u-Ragmaan. This time was no different. The Word of God tore at my heart. Worshippers sobbed openly.
Underneath the green dome in the Masjid al-Nabwi was the Apartment of ‘Aishah. The treasures of the heavens and the earth and all its elements could not rival the worth of this Sacred Chamber. Curtained behind ceiling-high partitioning, it held the holy graves of our Selfless Prophet Muhammad , Sayyidinā Abu Bakr al-Siddīq and Sayyidinā ’Umar al-Farūq (May Allāh, The One Who Lives and dies not, Bless them with His Guardianship).
After performing the necessary Salawāt, I carefully walked into the Rauda al-Jannah. A fresh breeze blew through the place. Calm came over me. Heavenly fragrances caught my attention. My mood moved from a state of grace to the very mountain-top of spirituality. Clad in white robes and a white turban, and standing with my back towards the qiblah, I stopped about five feet from the brass lattice that separates one from the holy graves. I was unable to stop the tears from running into my beard. Choking back my emotions, I managed to greet and bestow salutations on the Holy Messenger of Allāh . I faithfully declared the essentials of my faith, confirmed our Prophet’s most excellent standing in the Sight of God, proclaimed the unquestioned success of his mission and again conveyed peace and greetings on God’s Chosen Messenger. I softly added: “Yaa Rasoeloellah, ek het vir U kom wys my familie – Suleiman, Dawood, Rifdah, en Makkia.” (“O Messenger of Allāh, I have come to show to your [esteemed] self my family – Suleiman, Dawood, Rifdah and Makkia.”)
I greeted our Warm-hearted Prophet Muhammad on behalf of the people who had asked me to do so. I also greeted the Holy Prophet’s illustrious companions, Sayyidinā Abu Bakr al-Siddīq and Sayyidinā ’Umar al-Farūq, and attested to their rank before God and the unselfish help that they had given our Holy Prophet (May Allāh, The One Who Is Best Informed of all things, Comfort them with His Unending Satisfaction).
My dream of our Free-handed Prophet Muhammad had come true after more than six years. Allāh, The One Who Feeds us against hunger and Makes us secure against fear, Had Guided us through the flawless personality of our Prophet . I considered it a major honour being able to present my family to our Wise Prophet . I was glad that I could show to our Prophet that there had been some moral advancement in our lives since we had last been to al-Madīnah al-Munawwarah. Our Blameless Prophet Muhammad is the guiding light of those who do good deeds. There is no man greater than him. He is the spirit of truth and the master of those who warn against evil. The most honoured person in the Sight of Allāh , our Generous Prophet remains the model that guides others to the straight path. Our Chivalrous Prophet Muhammad is the Sayed of the people of paradise.
In Makkah al-Mukarramah and al-Madīnah al-Munawwarah I had found God and His Prophet .
In the Holy Pilgrimage we had partly received our just earthly deserts. Allāh, The Guardian and Disposer of all affairs, had honoured my family and I in our pursuit of seeking His Countenance, by Granting that we stand together, for His sake, on the Plain of ’Arafāt on the Day of Haj. We performed the Pilgrimage with a singularity of purpose. Together we had, as faithfully as humanly possible, served as willing instruments in the Grand Plan. I, in keeping my word, had faithfully embraced my destiny. I had another Haj in a million.
May Allāh Bestow Peace and Salutations on our master Muhammad, on all the prophets and messengers, on the angels, on the righteous, on the martyrs and upon His pious slaves.
Al-hamdu-lillāh.
De Kantloze missie van de SP
Voorvrouw Agnes Kant trok haar conclusies en vertrok na de verloren gemeenteraadsverkiezingen. Het leek te gaan zoals het wel vaker gaat en misschien ook wel hoort te gaan. De voetbaltrainer krijgt eveneens het indringende advies ontslag te nemen bij tegenvallende prestaties. Scorebordbeleid bepaalt het wel en wee.
Het meer aan krokodilletranen der commentatoren dat daarna ontstond was intrigerend. “Ze was een viswijf, maar wie brengt ons nu de vis?” “Overschreeuwde ze zich meer dan eens? Dan kwam dat vooral door haar fanatieke inzet.” “Hoewel ik geen fan van de SP ben, toch een vrouw met het hart op de goede plek.” “Eerlijk en authentiek, hoewel misschien is dat heden ten dage te antiek.” De teneur geeft sympathie voor haar aan.
Een succesvolle opvolging van Jan Marijnissen in de SP en een hopeloze zaak zijn synoniem. Hoe leid je na de val van de Muur een historisch anachronisme? Jan had unieke kwaliteiten daar mee om te gaan. Maoïst was hij ooit, maar niet meer. Langzame politieke verschuiving kenmerkte hem. Dat maakte hem niet ongeloofwaardiger, maar zijn voortschrijdend inzicht verschafte hem een aura van iemand die de tekenen des tijds verstaat. Hij zette in een interview in het FD (2006) zijn socialisme uiteen:
— We hebben wel de indruk dat de SP vooral het mkb steeds meer in het vizier krijgt.
‘We hebben gewoon heel veel respect voor die hardwerkende mensen. En ik ken zo veel mensen in het mkb die echt betrokken zijn. Dat zijn de mensen die in al die verenigingen zitten en wat met
de gemeenschap willen. Wij hebben een plan “Hart voor de Zaak” gelanceerd waarmee wij de ondernemingszin willen bevorderen. In december beleggen wij een congres speciaal over dit onderwerp. Hoe gaan wij dat historische compromis tussen het gemeenschappelijk belang en het bedrijfsbelang tot stand brengen? Ook als SP hebben wij de economie hard nodig.’
— Dat is toch niet steeds zo gezien?
‘Nee, daar werd binnen de SP te gemakkelijk over gedacht. Je moet een idee hebben hoe Nederland zich economisch-strategisch gaat ontwikkelen. De overheid kan dat niet verzorgen, maar die kan wel zorgen voor goed onderwijs, voor mensen die aan het werk zijn.
‘De ondernemingszin bevorderen’ en ‘De overheid kan Nederland economisch niet ontwikkelen,’ Agnes leek dit soort socialisme toch niet helemaal goed begrepen te hebben. “Is dat nou eerlijk?” was een repeterende frase in Agnes discours. Sympathiek. Wellicht had ze iets te veel van het paard Boxer uit Orwells Animal Farm en te weinig van de varkens. De vigerende leus – vier poten goed, twee slecht – diende in context gelezen te worden. Je moet de vleugels van de kippen en eenden als poten kunnen duiden en de handen van mensen als instrumenten van het kwaad, zoals het varken Sqealer deed.
Opvolger Emile Roemer maakte als wethouder in Boxmeer al deel uit van een college met SP en VVD. Hij lijkt Marijnissens socialisme beter onder de knie te hebben. Het is te hopen voor hem, want Marijnissen zelf gooit de handdoek in de ring. Kwam Jan uiteindelijk in de knoop met zijn eigen geesteskind?
Leidende gedachte.
Volgens velen zou Balkenende zich aan het vertrek van Bos moeten spiegelen. De vraag of daarmee het algemeen belang (waar de democratie toch om draait!) wordt gediend, moet ontkennend beantwoord worden. Gelijk de democratie is het algemeen belang nu eenmaal niet persoonsgebonden. Vandaar dat het dienen van het algemeen belang primair niet om (partij-)leiders vraagt, maar om een leidende gedachte die boven het partijpolitieke gekrakeel staat en daarmee los staat van de strijd om de macht. Om de juiste vertaling van het algemeen belang boven de residentietafel te krijgen, zal dan ook eerst het partijpolitieke bestel van die Haagse tafel geveegd moeten worden. Redelijkerwijs gesproken ligt dat in het verschiet, ervan uitgaande dat de Kamerverkiezingen op 9 juni geen werkbare meerderheid zullen opleveren, met alle consequenties van dien voor de (on-)regeerbaarheid van ons land. Het begrip democratie onwaardig.
Camiel of het vertrek van de verloren zoon
Beste Jan Peter,
‘Mijn god, mijn god, waarom hebt gij mij verlaten?’ (Marcus 15:34) Ik heb u altijd trouw gediend, zelfs als minister op een post waar ik niet het flauwste benul van heb. Gij waart als mijn vader. Een wijze vader, veronderstelde ik, een die weet wanneer de tijd komt om afstand te doen van de troon.
Is het niet zo dat: ‘Allen zullen onderricht ontvangen van god. Wie naar god de vader heeft geluisterd en bij hem in de leer is geweest, komt naar mij toe.’ (Joh. 6:45) Was ik niet uw briljantste leerling? De zoon die gij miste? Komt mij niet het recht toe om in het vervolg de kudde te leiden naar het beloofde land?
In uw oneindige wijsheid hebt gij steken laten vallen. De besluitvormingsprocedure over Irak hebt gij in de doofpot willen stoppen. Davids trof de reus die gij zijt. Bedrog werd u aangerekend. Gij zijt daardoor gehandicapt. Als een aangeslagen vogel fladderde gij in de politieke arena. Daarna blunderde gij nogmaals in de zaak Oeroezgan. Een door de Kamer genomen meerderheidsbesluit aangaande het nieuwe Vietnam, Afghanistan genaamd, trotseerde gij opzichtig.
De CDA-leden bekritiseren u. De provincie twijfelt aan u. Gij hebt zelfs nauwelijks een accent om u te kunnen accentueren. De boeren herkennen u niet als een van de hunnen. Twentse bloem en voormalig boerin Annie Schreijer-Pierik sprak dat openlijk uit. Daarentegen spreek ik keurig met een zachte g. Ik kan naar wens provinciaals zijn. ‘Zalig zijn de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der Hemelen.’ (Mat.5:3) We moeten het niet hebben van de arrogantie in de Randstad.
Vader, gij hoort hier niet meer in het alledaagse rond te dolen. Hogere sferen zouden uw bestemming moeten zijn. Uw nieuwe troon bevindt zich elders, niet meer in het Catshuis. Neem uw voorgangers Van Agt en Lubbers. Zij werden vertegenwoordiger van de EU, respectievelijk Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen bij de VN. Prachtige voorbeelden van de door u bewonderde globetrottende VOC-mentaliteit.
Uw keuze was een andere. Gij zult begrijpen dat ik vertrek. Een vader dient te weten wanneer de opvolging van de zoon naakt. Gij verkoos daarin nogmaals te flateren. Soit.
Met iets minder vriendelijke groet, Camiel
De man van de paradoxen is niet meer, doch blijft
Hij hield ervan paradoxen te creëren. Ligt daarin zijn blijvende grootheid? Uiteindelijk is Hans van Mierlo’s politieke palmares gering. Hij was mede-oprichter van een politieke partij. Maar dat was een andere Hans ook, ene Gruijters. Toch zijn ze onvergelijkbaar.
De politieke paradox is het cryptogram voor politici. Er bestaat een vreemde gedachtekronkel, een schijnbare tegenstelling. Maar waar zit nou het schijnbare, waar klopt het niet? Het daaropvolgende denkwerk levert endorfinen voor de politieke junk. Daarom dank, dank, man van de paradoxen. Wie zal nu onze periodieke portie raadsels dealen?
Zijn eerste paradox lag in de oprichting van een politieke partij. Eigenlijk was D’66 een protestbeweging, zoals er zovele waren in de roerige jaren zestig. Het protest gold de stijve, ondoorgrondelijke politieke cultuur. Het moest anders, het politieke stelsel zou moeten ontploffen. Hoe doe je dat, hoe laat je het knallen? Nee, niet met anarchistische bommen, noch met een revolutie door de uitgebuite klasse. Je creëert een paradox in de vorm van een nieuwe partij. Nog een politieke kleur erbij en het stelsel draait andersom of ondersteboven of doet zelfs boem.
Toen eenmaal die partij bestond, moest ze uiteraard met veranderpunten op de proppen komen. We willen meer democratie. Daarom creëren we een tweede paradox. We opteren voor een districtenstelsel. Het districtenstelsel zorgt ervoor dat slechts de mening van een meerderheid het district in het parlement vertegenwoordigt. Niet langer is het parlement een proportionele afspiegeling van ideeën zoals die in Nederland leven. Nee, de democratie wordt het best gediend door een onderonsje van de gemeenste delers.
Directe democratie vormde een ander ideetje. Is directe democratie, hoewel het democratie heet, eigenlijk geen populisme? Dat was voor Van Mierlo een te mooie paradox om als een derde niet aan zijn verzameling toe te voegen. De antieke Grieken kenden al de nodige problemen met hun demagogen. Aalgladde praters die de huid van de beer al verkochten voordat er überhaupt één was gesignaleerd. Moderne democratie zorgde op grond van die en andere ervaringen voor tal van veiligheidskleppen, waarin de rechten van minderheden beschermd worden, waarin grondrechten bestaan die niet zomaar van de ene op de andere dag te veranderen zijn. En waar directe democratie nog bestaat, in Zwitserland – voor wie twijfelt aan twijfelachtige beslissingen – blijkt die bruikbaar voor een minarettenbouwstop, waarmee de godsdienstvrijheid van een minderheid in het gedrang komt.
Vooral een gekozen burgemeester en voorts een gekozen (minister-)president zijn waardevolle ideeën. Die zijn ook te noemen naast nog tal van andere paradoxen. Het is niet zo dat Hans van Mierlo slechts schijnbare tegenstellingen debiteerde. Hij had echter geen voorstellen voor de toename van schaarse middelen en over de verdeling ervan. Ad fundum had hij geen politieke overtuiging. Hij was de pragmaticus die niet wil beseffen dat politiek ideologie vereist. Het klinkt vreemd en paradoxaal, maar als vanzelfsprekend bij Van Mierlo.
Hoort Griekenland bij Europa?
Laten we even vergeten dat in de oude Griekse mythologie Europa een door Zeus himself ontvoerde en verkrachte prinses was. Dat zij werd achtergelaten op een strand op Kreta, waar zij haar zoon Minos baarde. Dat Europa dus van origine Griekse roots heeft.
Of toch niet? Moeten we het voorbeeld van Zeus niet volgen en in dit geval Griekenland achterlaten en overlaten aan zijn stranden en het schamele toeristische gewin dat het daar uit peurt?
Laten we eigenlijk maar vergeten dat Griekenland bij Europa hoort. Griekenland heeft Europa bedrogen. Wie bedriegt, kan eerwraak verwachten, dus verstoting uit de Europese familie.
Had de Nederlandse premier Balkenende niet gelijk toen hij zei dat Griekenland zijn eigen broek diende op te houden. Als ze steun willen, kloppen ze maar aan bij het IMF. Griekenland of Grenada, wat maakt het uit? Van zo’n kortzichtige benadering hoeft onze broek niet af te zakken.
Demissionair minister Jan Kees de Jager (Financiën) werd in eerste instantie teruggefloten door de Tweede Kamer: Nederland was tegen een Europees noodkrediet voor Griekenland. Balkenende moest daarom tijdens een Europese top het Nederlandse standpunt verdedigen dat Griekenland bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF) moet aankloppen als het land financiële steun wil. Desnoods verkoopt het wat overtollige eilanden als alternatief.
Solidariteit is dat niet een achterhaald begrip? Het welbegrepen eigenbelang dat zich vertaalt in solidariteit past toch niet meer in de moderne geïndividualiseerde samenleving? Ieder voor zich en god voor ons allen, zoals onze christelijke leider denkt.
Dat we op termijn in de knoei komen met onze Europese munt is niet van belang. We wilden toch al nooit het gemak van de euro. We willen onze douanes en grenswisselkantoren en valutaomwisselingskosten terug.
Later bleek dat de soep niet zo heet wordt gegeten en dat de wal het schip keert en dat nog een paar clichés opgeld doen. De Tweede Kamer stemde in met de oplossing die de zestien eurolanden hadden gevonden om het noodlijdende Griekenland te kunnen helpen. De Grieken moeten eerst bij het IMF aankloppen en kunnen daarna leningen krijgen van de eurolanden.
Maar waar komt die xenofobe reflex vandaan? Is het Wilders-denken al peilloos diep doorgedrongen in de Nederlandse samenleving? Verdringt de Verduistering de Verlichting in dit lage deel van het Avondland? Zodanig dat we de bakermat van onze beschaving niet meer tot ons erfdeel rekenen?
Beste mensen,
Deze draad gaat toch over Waterlog?
Waterland lijkt in dezelfde sociaalpolitieke beweging te ageren als Attac. Waarom hebben de initiatiefnemers van Waterland niet de Nederlandse sektie van Attac opgericht cq. uitgebouwd? Dan begin je tenminste met iets dat internationaal al naam heeft gemaakt. De (merk)naam Waterland moet zich anderzijds nog helemaal waarmaken.
Overigens: de politie-onafhankelijkheid van Waterland wordt moeilijker verdedigbaar nu Dick Pels het Wetenschappelijk Buro van Groen Links leidt. Op de website aldaar is vermeld dat hij ex-voorzitter van Waterland is. Wie is de nieuwe? Dat vind ik hier nergens terug.
Kameraadschappelijke groet,
Emil Bakkum
Beste mensen,
Om elke indruk van ideologische vooringenomenheid weg te nemen: ook Paul de Beer heeft politieke banden, als redakteur van Socialisme & Democratie, en eerder nog als medewerker van de Wiardi Beckman Stichting. Dat is op zich geen probleem. Je kunt dan nog steeds een onafhankelijke politieke denker zijn. Maar licht verwarrend is het wel. Steeds stelt zich de vraag: ben je nog voldoende vrij in je uitingsruimte?
Kameraadschappelijke groet,
Emil Bakkum
Een operationalisatie van vrijheid
April is de maand van de filosofie, met vrijheid als thema in 2010. Voor mij een te grote uitdaging om te negeren. Door de vrijheid te beschrijven perk ik die in. Aan grote wazige verhalen waarin de vrijheid alle kanten opfladdert, hebben we niks. Hoe kleiner de vrijheid, filosofisch gesproken, hoe beter het is. Dan ontstaat een hanteerbaar begrip in plaats van een log monstrum, dat een soort van alomvattende en aanbeden godheid wordt.
Voor het inperken is het aan te bevelen dat methodisch te doen. Hele generaties studenten sociale wetenschappen in Nederland zijn opgevoed met de Methodologie van Adriaan de Groot . Ik ook. Ik heb zelfs nog colleges bij hem gevolgd.
In de wetenschap bestaat volgens hem de empirische cyclus. Die draait om de toetsbaarheid van theorieën. Deze dienen met behulp van hypotheses te worden bevestigd dan wel gefalsificeerd. In die hypotheses is het van belang dat de gebruikte begrippen zo duidelijk mogelijk omschreven worden, of geoperationaliseerd. Een bekend voorbeeld betreft het gebruik van het begrip intelligentie. Wat is dat? Een vermogen tot probleemoplossen? Een potentie tot snel leren? In plaats van te blijven filosoferen is een praktische aanpak vaak geschikter. Intelligentie is wat een intelligentietest meet. Het begrip intelligentie is daarmee geoperationaliseerd, meetbaar gemaakt. Iedereen kan objectief nagaan waar het over gaat. In hoeverre de intelligentietest algemeen aanvaarde concepties van intelligentie meten is dan een validiteitsvraag geworden, waar het antwoord afhangt van de voortgang in de ontwikkeling van die tests.
Na de kleine uitweiding over het belang van operationalisaties, zal ik ook vrijheid operationaliseren. Vrijheid is het aantal keuzen dat iemand kan maken. De vrijheid is des te groter, naarmate de keuzevrijheid groter is. In een dictatuur zullen in het algemeen striktere grenzen gelden voor de vrijheid van meningsuiting dan in een democratie. De keuze om te zeggen en schrijven wat je wilt is in een democratie groter en daarmee is de vrijheid groter.
Maar net zoals bij intelligentie vergt deze operationalisatie van vrijheid nog wel enige bijschaving. Er zijn een aantal bijzondere gevolgen.
Zo zou België als vrijer dan Nederland te karakteriseren zijn. In Nederland is in tegenstelling tot België Mein Kampf een verboden boek. De persvrijheid is in Nederland op grond van deze overweging geringer.
De Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) heeft haar naam uitstekend gekozen, althans het gedeelte over vrijheid. Iemand met veel geld heeft meer keuzemogelijkheden dan degene met weinig. Veel geld betekent veel vrijheid. Vrijheid is met andere woorden een substitutie voor geld. De naam van de VVD is vervolgens te lezen als de Volkspartij voor Geld en Democratie.
Het begrip positieve vrijheid van Isaiah Berlin houdt verplichting in. Positieve vrijheid wil zeggen dat je de middelen of mogelijkheden hebt om als lid van een maatschappij goed te functioneren. Aan persvrijheid heb je niets als je niet kunt lezen. Mede daarom is het recht op scholing zo belangrijk dat het een artikel vormt in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. De meeste landen kennen dan ook een scholingsplicht. Het uiteindelijke resultaat is een vergroting van de vrijheid, maar het leerproces zelf is verre van een vrije keuze.
De voorbeelden tonen aan dat operationaliseren niet een eenvoudig proces is. Het aardige van zulke operationalisaties is echter dat zij ‘vanzelfsprekendheden’ onder de loep nemen. Menigmaal zal een operationalisatie de plank misslaan, maar ze dwingt tot stringent logisch redeneren. De bruikbaarheid van de hier gemaakte operationalisatie zal ik niet verdedigen. Maar ik verdedig wel het nut van alle andere pogingen tot operationalisatie van het begrip vrijheid.
Haiku Herma(n)
Herman van Rompuy,
dichter orakelt advies.
Europa glimlacht
of
Een perfect gedicht,
perfecter nog dan voorheen.
Haiku bedwingt Raad
Deze pogingen tot haiku’s trachten Herman van Rompuy en zijn werk te karakteriseren. Herman is in zekere zin onze president; een president die steeds meer burgers wensen in plaats van de huidige, uit de middeleeuwse praktijk stammende monarch. Als de man een haiku-bundel publiceert, is dat een aanleiding om een paar zinnen over hem te schrijven. Nico Dijkshoorn schreef eerder een leuk artikel over hem. Ik heb eenzelfde gevoel. Opeens geloof je weer in Europa. Herman is geschikt.
Haiku’s moeten voor zichzelf spreken. Dat doen mijn probeersels niet. Enige uitleg lijkt me passen. Het begint al met de kop, die is zelfs cryptisch. Waarom Herman met de laatste letter tussen haakjes? De titel Haiku Herman is niet erg origineel, om niet te zeggen platgetreden. De symboliek (n) betekent dat iets zich tig maal repeteert. Maar omdat haiku en Van Rompuy in Europa in razend tempo aaneen geklit zijn, vond ik een zoveelste herhaling meer dan acceptabel. De twee-eenheid heeft iets weg van de heilige drie-eenheid – god, de zoon en de heilige geest.
Herman van Rompuy is niet directief. Hij heeft de macht ook niet om dat te zijn. Zijn tactiek lijkt echter effectief. Zoals de haiku multi-interpretabel is, is zijn optreden dat. Het orakel van Brussel zou ook een benaming voor hem kunnen zijn. Boos worden op hem wegens vermeende vaagheid heeft geen zin, want hij is een kunstenaar, een dichter. Die stijgt boven het ordinaire krakeel uit. Te meer daar hij alle complexiteit in slechts enkele woorden kan vatten. Dan rest slechts sympathie voor zijn optreden.
Een gedicht kan nooit perfect zijn per definitie. Maar in de Europese politieke chaos schijnen Hermans haiku’s als sterren. In een kort strak stramien de problematiek ordenen lijkt iets buitenaards te bezitten. Iedere keer weer is het nog verbluffender. Met zo’n gave laat je zelfs de Europese Raad naar je luisteren.
Wereldvrede.
In tegenstelling tot de Amerikaanse hoogleraar Vredes- en Wereldveiligheidsvraagstukken Michael T. Klare denk ik niet dat de toenemende schaarste aan fossiele brandstoffen de grootste bedreiging van de wereldvrede is, maar het ontbreken van een concept van het leven in zijn totaliteit. Een alomvattend levensontwerp waarmee wij duurzaam uit de voeten kunnen, politiek gesproken. Niet alleen in Nederland, maar wereldwijd. Daarvoor leent zich de gaia-hypothese. De gedachte van onze aarde als één groot levend organisme waar de mens niet boven staat, maar een integraal deel van is. Vandaar dat wij – als mensheid – voor de instandhouding van het leven gezamenlijk verantwoordelijk zijn. De één niet meer dan de ander. Het waarmaken van die gezamenlijke verantwoordelijkheid vereist uiteraard een zuivere democratische gezindheid. Deze zal eerst uit de verf kunnen komen nadat wij, in het bijzonder onze partijpolitici, gebroken hebben met het gedachtegoed dat onze samenleving draaiende houdt. In het kapitalisme (wie betaalt, bepaalt) noch in het parlementarisme (wie regeert, dicteert) staat immers het behartigen van het algemeen belang en daarmee het streven naar vrede centraal! De komende kamerverkiezingen spreken wat dat betreft voor zich. Aan de morele Haagse druk om te stemmen op 9 juni zal ik dan ook geen gehoor geven, uit vredelievende overwegingen.
Lib Dems en de democratie
Nick Clegg doet het goed in de peilingen. De leider der Liberaal Democraten zou er voor kunnen zorgen dat een komende Britse regering een coalitieregering is met de Lib Dems erin vertegenwoordigd.
Eigenlijk deden de Lib Dems het al goed. In de vorige verkiezingen haalden zij 22% van de stemmen. Voorwaar geen slecht resultaat. Te meer daar veel potentiële stemmen op de Lib Dems als zinloos werden ervaren. Dat vergt enige uitleg.
De verkiezingen voor het Britse Lagerhuis zijn gebaseerd op het districtenstelsel, met een totaal van 650 districten. De Britse versie van het districtenstelsel is First Past The Post (FPTP): degene die in zijn of haar district de meeste stemmen haalt, wordt verkozen (en hoeft dus niet de meerderheid van de stemmen in dat district te behalen).
FPTP is een eenvoudig systeem, maar het kan wel tot onevenredige resultaten leiden. In 2005 bijvoorbeeld haalde Labour 35,2% van de stemmen, maar behaalde daarmee wel 55% van de zetels in het Lagerhuis. De Lib Dems kregen met hun 22,1% van de totaal uitgebrachte stemmen nog geen 10% van de zetels.
Veel mensen gaan niet stemmen omdat ze in een district wonen dat al zo overduidelijk Tory dan wel Labour is, dat ze hun stem als bij voorbaat verloren beschouwen. Dit is niet helemaal onterecht: de stemmen die in een district op een verliezende partij worden uitgebracht, komen bij FPTP geheel te vervallen en hebben geen enkele invloed op de samenstelling van het parlement.
Het systeem zorgt ervoor dat enkele procenten erbij al tot grote verschuivingen in zetelaantal kan leiden. Van 22% naar 27% is niet 5% meer in zetelaantal, maar kan ervoor zorgen dat 10% in zetelaantal verandert in bijvoorbeeld 27%. Het aantal zetels is een vrij wilde gok, niet direct af te leiden uit het aantal uitgebrachte stemmen.
Overigens hebben de Lib Dems een pendant in Nederland. D66 pretendeert min of meer hetzelfde gedachtegoed aan te hangen. Kunnen de Lib Dems het districtenstelsel wel schieten, D66 hangt het juist aan. Dat is nog een cadeautje van wijlen de grote roerganger Van Mierlo. Op 28 maart jl. heb ik over hem nog een stukje geschreven dat de benaming hagiografie niet helemaal dekt. Ik zal er nu verder niet op ingaan.
Gedachtegoed is één, politiek programma is twee. Het is de logica van de politiek om dezelfde visie in twee tegengestelde programma’s te kunnen gieten. Machtsverwerving speelt een belangrijke rol, waarbij principes op de tweede plaats komen. Dat geldt overigens niet alleen voor de democratische liberalen. Labour is aanzienlijk sceptischer over Europa dan haar continentale zusterpartijen. De Conservatives die hun Nederlandse evenknie in de VVD hebben, horen diezelfde VVD zich als liberalen profileren. Soit.
After all, ik hoop dat de democratie wint. Implicatie is een verandering van het kiesstelsel. 22% in stemmen en maar 10% in zetels is niet echt democratisch te noemen.
9 mei, Europese feestdag
“Ooit komt de dag waarop U Frankrijk, U Rusland, U Italië, U Engeland, U Duitsland, U allen, naties van het continent, zult samensmelten tot een hogere eenheid, zonder uw afzonderlijke kwaliteiten of uw roemrijke eigenheden te verliezen. Dan zult U broederlijkheid vormen, net zoals Normandië, Bretagne, Bourgondië, Lotharingen, de Elzas en al onze provincies die samengesmolten zijn tot Frankrijk. Ooit komt de dag dat er geen andere slagvelden meer zullen zijn dan de markten die zich openen voor de handel en de geesten die zich openen voor de ideeën. Ooit komt de dag dat die twee immense groepen die nu tegenover elkaar staan, de Verenigde Staten van Amerika en de Verenigde Staten van Europa, mekaar de hand reiken over de oceaan. Dan zullen ze hun producten, handel, industrie, kunst en genieën uitwisselen en de wereld ontginnen, de woestijnen veroveren, de schepping verbeteren onder het alziende oog van de Schepper, en voor het welzijn van allen, de broederlijkheid van de mensen en de kracht van God als twee oneindige krachten combineren!”
Prachtige tekst. Vlak na het roemruchte en rumoerige jaar 1848 schreef de grote Victor Hugo deze vaak geciteerde zinnen. Hij formuleerde voor het eerst het visioen van de creatieve krachten die ontbolsteren wanneer Europa zich als Europa herkent en zich niet als een lappendeken van quasi Somalische clans opstelt.
Horen we muziekgeschal, halen we onze balletschoenen uit de kast, stromen onze traditionele drugs volop door gretige kelen, zwaaien de blauwe vlaggen uit op 9 mei? Niet helemaal, zullen we zeggen. De helft van de Europeanen weet niet eens dat er vandaag een feestdag is. Ze kennen de EEG, de EG en vervolgens de EU als concrete stapjes op weg naar het visioen. Maar de dag van de herinnering aan de rede van Robert Schumann, toen hij voorstelde cruciale Europese industrieën onder gezag van een hoge autoriteit te plaatsen, wekt nog steeds weerstand op. Oude gedachten zijn taai en sterven slechts langzaam af. Zelfs de bakermat van onze beschaving, Griekenland, wordt slechts als onderdeel van de eurozone bevestigd, als ontkenning daarvan teveel plat materieel verlies zou opleveren.
Ik impliceerde dat slechts de helft van de Europeanen feest. Die andere helft, de oostelijke, doet dat met overgave. De bevrijding van Europa uit het juk van de nazi’s door Stalin kent een grootscheepse viering: de Dag van de Overwinning. Vervelend is dat kameraad Jozef een nagenoeg even grote schurk als Hitler was. Mede om die reden sluit de westelijk Europese helft de ogen voor de opoffering van de Russen. Helaas. Maar het maakt het er niet minder om dat de Sovjet troepen de beslissende slagen toebrachten, waarna de Amerikanen als de spreekwoordelijke derde hun triomftocht begonnen.
Na de val van de Muur is alles anders dan na de val van het Derde Rijk. Europa denkt eensgezind over de markt. Tijd voor een Europese fusie zou je denken, conform het idee van Hugo inclusief Rusland in zijn opsomming van grootse Europese naties. Ik weet het, het voert nochtans te ver. Ik loop mijlenver voor de troepen uit. Maar de vrolijke feestdag op 9 mei zouden we dan stevig in handen hebben. En niet slechts het leuke, maar helaas intieme feestje in, o ironie, het voormalige hoofdkwartier van de communistische partij: Felix Meritis.
Over geitenneukers en andere moslims
Je bent een arme geitenhoeder en de hele dag verkeer je tussen de mekkerende, gekmakende beesten. Je hebt geen mobieltje, want de uitvinding daarvan duurt nog even. Een boek meenemen als analfabeet is te zot voor woorden. Kortom, je verveelt je te pletter. Wat doe je als man, als je je verveelt? Je hebt altijd een speeltje bij de hand. En als je samen met de geiten zou spelen? Logisch toch, in de gevleugelde woorden van onze J.C.
Dan hoor je op een dag over de mogelijkheid veel geld te verdienen in Europa, in Nederland bijvoorbeeld. Na lang wikken en wegen, na alle geiten nog eens langs gelopen te hebben, trek je je conclusie en naar Nederland. De verdiensten daar zijn karig, de werktijden hard en je kleine spaarsaldo spendeer je noodzakelijkerwijs aan de hoeren, want je mist je geiten.
Zo vloeit je leven weg zonder resultaat. Er moet wat veranderen. Je neemt een besluit om een tijdje echt als een islamitische monnik, een soefi, te leven. Daarna koop je een vrouw. En als het ware uit het niets ontstaat er een hele club kinderen.
Dit klassieke verhaal kennen de meesten. Het is het beeld van de gastarbeider, die nadat hij gast af werd, verder door het leven ging onder de noemer moslim. Maar de eerste indruk persisteert en zijn kinderen, die geiten hoogstens van de kinderboerderij kennen, krijgen van menigeen nog steeds het oude etiket van geitenneuker.
Menigeen heeft weinig vertrouwen in het Nederlandse onderwijssysteem, dat het veranderingen initieert. Waarschijnlijk wijs door ervaring. Als je er zelf niets hebt opgestoken, verwacht je niet dat een ander er wel iets leert. Zo blijft het klassieke beeld over de moslims behouden, het conservatisme continueert. Soit, dat is de situatie in Nederland, waarbij slechts een enkel woord is gechargeerd.
Maar wat doen de andere moslims, degenen die niet naar Europa trokken? De boerensamenleving verdwijnt ook bij hen. Gelijk woestijnpaddestoelen, zo was er nog een vredige vlakte, het ogenblik daarop triomfeert de kakafonie, ontstaan metropolen.
Bier in een bierton, gistend en krioelend van leven, karakteriseert een metropool. Het is lastig voor de aloude autoritaire machthebbers – een sultan, sjeik of dictatoriale president – de massa in bedwang te houden. Hun geestelijke protagonisten, de imams zetten hun volumeknop in de hoogste stand om iedereen te kalmeren. Maar het lijkt steeds minder te helpen.
In het volksrijkste land van de islamitisch Arabische wereld, Egypte, is de oude president Mubarak op sterven na dood. De democratie klopt vervaarlijk op de poort. De wereldberoemde Nobelprijswinnaar voor de vrede el-Baradei probeert mee te doen aan de ‘verkiezingen’ voor het presidentschap in 2011, die daarmee echte verkiezingen zouden worden. Hij verwacht daarbij steun van de V.S. die Egypte jaarlijks voor rond
$1,2 miljard doneren.
Democratie in een Arabisch moslimland, het grootste nog wel, zou een domino-effect tot gevolg kunnen hebben. Weg sharia, fundamentalisme verschrompelend tot SGP-proporties, een Muur-achtige omwenteling als het ware.
Menigeen in Nederland moet dan weer op zoek naar een nieuwe vijand. Wat komt na de traditionele vroegere buurlanden, na het communisme, na de islam? Met vrede leven blijft voor menigeen onvoorstelbaar.
Over de Nederlandse elite
Hallo Sjaak,
Misschien moeten we weer eens kritisch kunnen kijken naar onze eigen boerenspruitjes Nederlandse elite?
Dit weekeinde was het weer raak. Na de vliegramp werd voorlopig de algehele kampanje voor de landelijke verkiezingen afgelast. Nu getuigt het inderdaad van empathie met de nabestaanden om even te stoppen met de TV debatten e.d. Immers de sprekers daar hebben een nationale betekenis, en moeten ruimte laten voor enige kollektieve rouw.
Maar waarom zijn ook de aktiviteiten aan de basis afgelast, zelfs tot in het weekeinde? Zaken die vrijwilligers met vele uren vrije tijd hebben voorbereid? Terwijl intussen de slipper van De Vries de vliegramp al van de voorpagina’s had verdrongen? En bijv. zaterdag in Utrecht de padvinders er massaal een vrolijke dag van maakten?
Het lijkt bijna hypokriet.
Kameraadschappelijke groet,
Emil Bakkum
Verkiezingen lossen niets op.
Hoewel verkiezingen aangeprezen worden als het feest van de democratie, dekken zij in feite het democratisch tekort af, waar de samenleving onder gebukt gaat. Wij ontberen namelijk een concept van het leven in zijn totaliteit, waar (los van subjectieve gezindheid) een vruchtbaar en daarmee duurzaam beleid op te bouwen is. Voor dat alomvattend levensconcept leent zich de gedachte van onze aarde als één groot levend organisme waar de mens niet boven staat, maar een integraal (onder-)deel van is. Democratisch gesproken vormt die levende totaliteit ‘het algemeen belang’, voor de instandhouding waarvan wij, als mensheid, gezamenlijk verantwoordelijk zijn.
En daar nu wringt de schoen. Voor de democratische of gemeenschappelijke vertaling van die gezamenlijke verantwoordelijkheid zal namelijk eerst gebroken moeten worden met het tweeledige dictatoriale gedachtegoed dat de samenleving wereldwijd draaiende houdt. In het kapitalisme (wie betaalt, bepaalt) noch in het parlementarisme (wie regeert, dicteert) draait het namelijk om het algemeen belang, de levende totaliteit. Om dit duidelijk te maken ligt hier voor de publieke omroep, als representant van de publieke zaak, een taak weggelegd. Door deze op te pikken maken de publieken de weg vrij voor het doorbreken van de crisis waarin de wereld (zowel monetair als parlementair) zich bevindt, waarmee zij gelijk de ware democratie (waarin de macht bij partijen noch bij het geld maar bij het volk ligt) in zicht brengen.
Kortom, alle ophef er over ten spijt bestendigen verkiezingen slechts het aanbeden (gouden kalf) beeld van de democratie, waarin het stemrecht als het hoogste recht wordt aangeprezen en het gebruik maken daarvan als de hoogste plicht wordt bestempeld, door de gevestigde orde.
Van confederatie naar federatie
Het rommelt in de Europese Unie. Griekenland is stout geweest. Griekenland krijgt straf, uiteraard, maar ook de EU moet van haar zonden leren, ervoor zorgen dat Griekse toestanden niet weer voorvallen. Moet er wat aan de structuur van de EU veranderen? Is een federatie beter geschikt dan de huidige de facto confederatie?
Dienstig zou zijn om te weten waar confederatie en federatie voor staan als we het over het overgaan van de ene vorm in de andere hebben. Een confederatie wordt ook wel statenbond genoemd en een federatie bondsstaat. Leuk, maar daar komen we nog geen steek verder mee. Laten we beginnen met naar een federatie te kijken.
Volgens sommige definities bestaat er een federatie wanneer er gedeelde soevereiniteit bestaat tussen het geheel (de federale staat, de nationale overheid) en de delen (de (deel)staten, Länder, kantons) die elk een eigen rechtsordening hebben. Dan zou de EU allang een federatie zijn. De EU vaardigt namelijk verordeningen en richtlijnen uit, die de deelnemende lidstaten niet nog eens keuren.
Volgens andere definities bestaat een federatie pas wanneer er een gezamenlijke defensie bestaat voor het grondgebied. Iedere lidstaat in de EU heeft nog steeds zijn eigen defensie en dat zal ook wel zo blijven zolang we samenwerken in de NAVO. Dat betekent zo goed als een onmogelijkheid voor de EU om ooit een federatie te worden.
Het is nog niet helemaal duidelijk (helemaal niet duidelijk) wat een federatie is. We kunnen ook naar een concreet voorbeeld kijken. Zwitserland is een mooi geval. Officieel heet Zwitserland een confederatie (Schweizerische Eidgenossenschaft; Confédération suisse), maar de brede consensus is toch dat het een federatie is. In een confederatie, om maar één voorbeeld te geven, zou elke lidstaat met een grondwetswijziging moeten instemmen – in de EU is dat het geval voor een verdragswijziging, in Zwitserland niet – anders zijn ze niet soeverein meer. De Zwitserse grondwet is een contract tussen staat en volk, niet tussen staten onderling.
Overigens heeft Zwitserland officieel geen hoofdstad; Bern is de zogenaamde bondsstad.
Hehe, het blijft vaag, fuzzy. Maar ook met fuzzy logic kunnen we werken. We hoeven slechts ongeveer een idee te hebben over het verschil tussen een confederatie en een federatie om er meer over te zeggen. En ik wil er een stelling tegenaan gooien. Een confederatie is instabieler dan een federatie. Bestaat er ergens een succesvolle confederatie? Hoogstens de EU min of meer, terwijl er tal van succesvolle federaties bestaan, zoals de Verenigde Staten van Amerika of de Bondsrepubliek Duitsland.
De Zeven Verenigde Nederlanden waren in het verleden wel een confederatie. Daar wordt vaak van gedacht dat we er de fraaie uitdrukking ‘op zijn elfendertigst’ aan te danken hebben. Dat schijnt echter misplaatst. Toch is het wel plausibel. De Staten van Friesland konden moeilijk beslissingen nemen, daar de vertegenwoordigers van de 11 steden en 30 dorpen steeds weer thuis permissie voor hun standpunten dienden te verkrijgen. Ook de ‘Poolse Landdag’ heeft het tot monument in de taal geschopt. Als een vergadering chaotisch verloopt, men niet tot een besluit kan komen, past een verwijzing naar het toenmalige Pools-Litouwse Gemenebest. Kortom, moeizame tot vrijwel onmogelijke besluitvorming is inherent aan een confederatie.
Wegens het sloom opereren evolueert een confederatie naar een federatie of valt uiteen. De Verenigde Staten van Amerika begonnen bijvoorbeeld als confederatie. Maar na enkele jaren al werden ze met de aanname van de grondwet een federatie. Die was echter eerder formeel dan reëel. Slechts langzamerhand kreeg de federale regering meer zeggenschap. Een laatste grote oprisping tegen de federalisering betrof de burgeroorlog, die bijna een eeuw na de onafhankelijkheid plaatsvond. De zuidelijke staten wensten een confederatie. Pas na de overwinning van de noordelijke staten was het pleit beslecht. Anders gezegd is de overgang van confederatie naar federatie meestal een langzaam en lastig proces, waarbij de uitkomst niet vaststaat.
De EU vormt geen uitzondering. De huidige bestuursvorm van de EU is instabiel. Na de problemen met de euro is een sterkere centrale economische sturing onvermijdelijk. Daarmee komt de federatie, de vermaledijde superstaat, een stapje naderbij. Maar gebruik het taboewoord federatie als politicus niet, dan word je minzaam genegeerd en op een zijspoor gedirigeerd, zoals ooit Guy Verhofstadt mocht ondervinden.
Verkiezingsdebatten, pure straatgevechten.
Zoals zondagavond weer eens duidelijk werd zijn verkiezingsdebatten pure straatgevechten, alle opsmuk en mooie woorden ten spijt. Beschamende vertoningen waarin de meest beschaafde straatvechter uiteraard het onderspit delft en de minst beschaafde met de eer gaat strijken. Over de vruchtbaarheid van het regerings- of straatvechtersbeleid na 9 juni, noch over het humane karakter daarvan, hoeven wij ons dan ook geen enkele illusie te maken. De kleur van de coalitie doet daarbij geheel niet ter zake.
Vergadering van de Vereniging van Spindoctors (VS)
Aanwezige geachten,
Wij en met name de VS zijn goed en onmisbaar. Laten we ons dat duidelijk voor ogen houden. Met die attitude is acteren zonder ons een misser. Dankzij onze erevoorzitter, die hier wegens persoonlijke omstandigheden niet present is, is ons belang voor iedere politicus vanzelfsprekend geworden, voor zover het dat nog niet was. De ‘arme’ JP zwoegt zonder ons geëerde voormalige opperhoofd Jack de Vries. De resultaten zijn direct merkbaar. Balkenende mist zijn klankbord en toeverlaat en bovendien de boot. Later daarover meer.
Eerst zal ik een aantal items van de verkiezingscampagne bespreken. De start moet algemeen gesproken goed zijn. Geen gehakkel en aarzelingen, maar vlotte one-liners dienen de campagne een snelle start te geven. Een slechte aftrap kan overigens nog wel worden gecompenseerd, maar dat is riskant. Ook hier geldt: een goed begin is het halve werk. In dit verband mag ik de afgevaardigde van de conservatieven complimenteren die van Rutte een geoliede spreekpop hebben gemaakt. Hij troefde daarmee de concurrentie op rechts af. Natuurlijk ook geholpen door het wegvallen van Jack en door de Griekse crisis, waardoor bezuinigingen geloofwaardig werden.
Het volgende goed voor te bereiden item zijn de uitkomsten van het CPB. Je kan weten hoe de modellen werken en je daar van tevoren terdege op prepareren. Bezuinigingen leveren economische groei op. De hele Nederlandse staat afschaffen zou aldus het beste zijn, Het is duidelijk dat ik chargeer. Natuurlijk hebben de modellen slechts beperkte zeggingskracht. Maar van dat gegeven valt te profiteren. Je kan over die uitkomsten uitweiden die voor jou gunstig zijn en die minimaliseren die boterzacht zijn. Ontwikkelingen in werkgelegenheid en koopkracht zijn zo goed als onmogelijk te voorspellen en daar valt derhalve veel over te suggereren. In dat verband wil ik onze nieuwkomer van de PVV een pluim geven. Voor de economisch onzinnige stelling over de kosten van immigranten, die het CPB niet wilde berekenen als zijnde te gek voor woorden, hebben jullie een oplossing gevonden middels een berekening door het instituut Nyfer. Gesticht, en nog steeds volgens zijn opvattingen werkend, door de oud LPF-er Eduard Bomhoff. Een keuring door de slager van zijn eigen vlees als het ware. Prima werk.
Toch nog een woordje over het wegvallen van Jack de Vries. Daardoor maakte Balkenende de vreselijke blunder de hypotheekrenteaftrek een breekpunt te noemen. Les één: noem geen breekpunten die in het midden liggen. Een breekpunt formuleren over een partij of opvatting in het extreme spectrum kan geen kwaad. Dat geeft zelfs iets van durf aan, niet alles wordt wollig benoemd. Maar zodra het een discussiepunt betreft dat werkelijk maatschappelijk in het centrum staat, moeten alle opties open blijven.
Helaas bezweek Jack aan de honger naar macht. Snelle vrouwen, sprekende auto’s, katerige cocaïne, al die dingen waaraan wij ons laven, waren voor hem nog niet genoeg. Hij wilde directe politieke macht zonder de daarbij horende burgerlijke mores hoog te achten. Voor Jacks opvolger is er de troost dat het vak van spindoctor er een is dat je door ervaring moet leren, niet dat je het in een snelle cursus onder de knie krijgt.
De laatste loodjes breken aan. Hier gaat het meer om de echte inhoud. Je kan nog profiteren ondanks een slechte start, hoewel ik eerder aangaf dat slecht starten een gevaarlijke tactiek is – je kan in het begin al meteen diep wegvallen. Maar kom je over het slechte begin heen, is het een voordeel. Op het laatst groei je. De kiezers houden van winnaars, daar willen ze toch toe behoren. Met een consistent duidelijk verhaal, dat je laatste groeispurt als het ware ondersteunt, verwerf je extra bonusstemmen.
Verschillende overwegingen zijn de revue gepasseerd. Dit exposeetje moet jullie helpen je succes dan wel falen te verklaren. In ieder geval pretendeer je de oorzaak daarvan te weten en daarmee onderstreep je de noodzaak van je vak.
JP, de vos die de passie preekte
Fatsoen moet je doen. Een geweldige slogan na de puinhopen van Paars. Een PvdA die zijn ideologische veren had afgeblazen, een nooit aan beginselen begonnen D66, een VVD die slechts één principe kende, dat van de winst, brachten geen passie teweeg, knoopten slechts de ene dag aan de andere vast. Er moet meer zijn dan de leegheid van het naakte bestaan. De tovenaarsleerling Balkenende bedacht het beterende recept met normen en waarden als ingrediënten.
Na de moord op Pim Fortuyn leek het duidelijk dat opnieuw morele principes de maatschappij moesten leiden. Hoe doe je dat? Met het zooitje ongeregeld van de erfgenamen van Pim? Dat het hem niet lukte met die bende, nam men hem niet kwalijk. JP was een mens van goede wil. Jan Peter mocht gepassioneerd doorgaan.
Hoe schat je fatsoen in? Dat is vaak toch heel simpel. Saddam Hoessein was een dictator. Een dictator is slecht en onfatsoenlijk. Als zo iemand aanleiding geeft om hem een lesje goed gedrag te leren, moet je dat niet nalaten. Als George Bush, een overtuigd christen naar zijn referenties te oordelen, vond dat een oorlog gerechtvaardigd was, diende je hem te steunen. Bovendien was Saddam onchristelijk. Weg met die man. Of de geuite beschuldigingen tegen hem terecht waren, hoefde niet degelijk onderzocht te worden. Waar het fatsoen lag, was voor Balkenende overduidelijk, dan ageer je zelfs wanneer het kabinet demissionair is, wanneer er normaal gesproken geen politieke besluiten plaatsvinden.
In het geval met Hirsi Ali lag het fatsoen er eveneens duimendik op. Liegen mag niet, dat staat in de bijbel. Het maakte niet uit dat Hirsi Ali grote risico’s liep wegens haar strijd tegen de vrouwenonderdrukking in de islam. ‘s Werelds sympathie is geen bescherming tegen onfatsoen. De doodsbedreigingen aan Ayaans adres maken niet uit. Dat is haar zorg, eigen verantwoordelijkheid weet je wel. Zolang ze niet daadwerkelijk gedood is, heb ik, Jan Peter, niets onfatsoenlijks gedaan. De leugen van Hirsi Ali, in welke benarde omstandigheden dan ook gedaan, onder de druk een gearrangeerd huwelijk tegemoet te gaan, blijft bestaan. Waar de fout lag, was helder. JP steunde Verdonk als vertegenwoordiger van het Nederlandse rechtsgevoel.
Moest Balkenende, na de uitkomst van de onzorgvuldige afwegingen met betrekking tot de steun aan de inval in Irak, doorgaan in Afghanistan? Waar het fatsoen lag, was wederom niet aan zijn twijfel onderhevig. De Taliban is fout, onchristelijk en wil de wereld overheersen. Ondanks een Kamermeerderheid tegen is het onze plicht jonge Nederlandse levens op te offeren in steun aan de door mij, JP, voorgestane waarden en normen. Als men het niet met mij eens is, dan laat ik het Nederlandse volk nogmaals stemmen voor fatsoen.
Het fatsoen van Jan Peter bleek na deze voorvallen toch nog niet helemaal helder. Hoezo moeilijk doen met fatsoen eigenlijk? Gewoon, onze normen en waarden zijn geen islamitische normen en waarden. Wat wit is, kan toch niet ook zwart zijn? Als we Nederlands fatsoen willen behouden, dan moeten we helemaal geen christelijke redenaties opzetten, dan kiezen we simpel anti-islam en anti-immigratie en is integratie een lachertje. Dan kiezen we massaal voor anti-moraal na JP’s strijd.
Kabinetsformatie, moedeloos makend.
Ondanks de linkse signatuur van de informateur, biedt de kabinetsformatie geen zicht op een vredelievende samenleving waarin solidariteit en saamhorigheid op de eerste plaats staan. Daarvoor zal eerst gebroken moeten worden met het tweeledige dictatoriale gedachtegoed dat het beleid richting geeft. Het kapitalisme (wie betaalt, bepaalt) noch het parlementarisme (wie regeert, dicteert), zijn namelijk in staat de vrede te genereren, waar het begrip democratie in wezen voor staat. In het licht van het vredesideaal dat boven het partijpolitieke gekrakeel uitstijgt, komt de kabinetsformatie dan ook neer op dweilen met de kraan open. Als richtinggevende beleidskrachten staan het kapitalisme en het parlementarisme immers niet ter discussie in de informatiebesprekingen! Op voorhand zijn deze dan ook te bestempelen als moedeloos makend, wat de uitkomst daarvan ook moge zijn.
De politiek in de versnipperaar
Ik dagdroom weleens van Johan Thorbecke, de formeerder van de moderne Nederlandse politiek. Thorbecke kreeg in 1848 de opdracht de democratie in Nederland gestalte te geven. Eén van de leidende gedachten daarbij was het geloof in Jan, Piet, Joris en Korneel, daar bedoel ik echte mannen mee, met baarden en vooral eigen meningen, die onafhankelijk waren. Last, noch ruggespraak zou hen hinderen in hun functioneren.
Een dagdroom is vrolijk optimistisch. Het aardige van Thorbecke’s hersenspinsel vind ik in principe de ruime keuzevrijheid. Je kon kiezen tussen een waaier aan opvattingen, niet slechts tussen twee of drie hoofdstromingen. Ik schrijf in principe, want er bestond een districtenstelsel tot 1917 dat de vorming van veelkleurigheid in het parlement verhinderde.
En ik weet wel: veelkleurigheid is een fictie. Politiek gaat om macht. In den beginne waren er al fracties van samenwerkende parlementariërs. Als ik jou steun bij A, steun jij mij bij B. Abraham Kuyper komt de eer toe de revolutie van de eerste politieke partij te hebben verwezenlijkt: de Anti-Revolutionaire Partij. Het heimelijk afspraken maken werd door hem met zijn partij veranderd in openlijke samenwerking.
Maar toch, ondanks de politieke praktijk, hunker ik als kiezer naar keuzemogelijkheden. Het Britse systeem waar in de praktijk slechts de keuze bestaat uit Labour en Tories, met af een toe een Liberale opflakkering, is mij een gruwel. Waar gaat mijn stem heen? Naar een Tony Blair die als socialist Groot-Brittannië liberaliseerde en Bush volgde in een gemene oorlog tegen Irak? Ik zou mij bekocht voelen als socialist en zelfs als sociaal-democraat.
Terug naar Nederland. De hoofdstromingen in de Nederlandse politiek raken versnipperd. De grootste partij haalde nog slechts 20 procent van de stemmen in 2010. Bestaat er dan toch nog zoiets als democratie? Meningen verschillen, wat tot uiting zou moeten komen in het parlement. Het psychologische ideaal van een keuze tussen zo’n zeven serieuze partijen komt naderbij. Nog meer partijen veroorzaken onoverzichtelijkheid en politieke onmacht voor de kleinen. Minstens tien zetels moet een partij kunnen halen, wil ik normalerwijs er op stemmen. Dat wil niet zeggen dat ik nooit op een kleinere partij zou stemmen. De opkomst van een SP of van een PVV moet mogelijk zijn. Daarentegen getuigt een decennialang verblijf van een partij in de marge niet van politiek, doch, zoals het werkwoord al zegt, van getuigenis.
De meeste politici houden niet zo van versnippering. Dat bemoeilijkt hen de mogelijkheid à la Blair een van elkaar losstaande campagne (beloften) en politiek te voeren. Als kiezer echter snipper ik blijmoedig. Meer transparantie en open confrontatie van opvattingen lonken.
Formatie creëert slechts illusies.
Helaas zal de formatie niet leiden tot een samenleving waarin solidariteit en saamhorigheid op de eerste plaatst staan. Dat is de informateur echter niet te verwijten, omdat hij daarvoor niet is ingehuurd. Zijn opdracht is immers gericht op het smeden van een coalitie en niet op het doorbreken van het partijpolitieke machtsdenken ten gunste van het harmonie denken! Het denken dat uitgaat van interne samenhang van al wat leeft op onze aarde.
Voor de politieke vertaling daarvan leent zich de gaia-hypothese. De gedachte van onze aarde als een organische eenheid. Een levende totaliteit waar de mens niet boven staat als ware hij de schepper ervan, maar een integraal onderdeel van is, met alle bestuurlijke implicaties van dien. Om deze aan het licht te brengen wordt het tijd het heersende verdeeldheid zaaiende partijpolitieke machtsdenken te transformeren tot harmonie denken. Hoe heftig het verzet daartegen ook zal zijn van de gevestigde orde, het algemeen belang gebiedt het eenvoudigweg, omdat vervanging automatisch de weg vrijmaakt voor het adequaat aanpakken van de problemen. Daarvoor zijn nu eenmaal geen elkaar bestrijdende politieke leiders nodig, maar wel een alomvattende leidende gedachte waar elk weldenkend mens mee kan instemmen, los van welke levens- en/of wereldbeschouwing dan ook.
Kortom, wat de totstandkoming van een adequaat beleid betreft biedt de formatie geen wenkend perspectief, de statuur (zowel letterlijk als figuurlijk) van de heer Lubbers en de omvangrijke media aandacht ten spijt. Met andere woorden, de formatie creëert slechts illusies en ondermijnt daarmee het vertrouwen, met alle negatieve maatschappelijke consequenties van dien.
De scheur van Kartika
Scheuring is schering en inslag zo langzamerhand bij de Socialistische Partij. Meestal gaat het gewoon om geld. De politieke vertegenwoordiger vindt toch dat hij wat meer mag verdienen dan de vergoeding die hij van de SP ontvangt. Niets menselijks is de SP’er vreemd.
Kartika Liotard was tot juni 2010 europarlementariër voor de SP. Daarna ging ze verder als onafhankelijk vertegenwoordiger. Ze houdt zich bezig met landbouwzaken en meer in het bijzonder met voedselveiligheid. Dat ze zich met landbouwzaken bezighoudt, is wellicht een hint voor de reden van haar breuk met de SP. Het lijkt erop dat de vergoeding niet de voornaamste reden van vertrek is. Ze had in de afgelopen vijf jaar trouw afgedragen. De redenen blijven natuurlijk mistig, zoals gebruikelijk bij de SP.
Zelf geeft Kartika evenmin weinig opening van zaken. Het vreemde is wel dat ze een hele e-mail uitwisseling tussen haar en SP-collega’s op haar site zet, maar daar vallen weinig echte motieven uit te distilleren. Verschil van mening over het aantrekken van medewerkers en de keuze van commissies zouden een rol spelen. Is dat conflict zo groot dat iemand daarvoor uit de partij stapt of dient te stappen, waaraan ze jarenlang haar diensten gaf? Meestal, in andere partijen, betekent een breuk met de partij een politieke breuk. Zou dat ook bij Kartika het geval kunnen zijn?
Na enig speurwerk komt de Libelle onder de aandacht. Als vrouw van het volk moet je zeker overal je mening geven. Een keuze voor een veelgelezen vrouwenblad ligt natuurlijk voor de hand. In een interview zegt ze: “72 procent van de Nederlandse wetgeving wordt beïnvloed door Europese politiek, en in Brussel zit ik toch net iets dichter bij de directe besluitvorming. Daarbij is de landelijke politiek soms wat te populistisch en dat is niet echt mijn ding.”
Ai, dat is vloeken in de kerk. De partij die zweert bij kleinschalig nationalistisch denken heeft een koekoeksjong in haar gelederen. Kartika gebruikt haar verstand. Ze begrijpt dat sommige zaken op Europees niveau geregeld moeten worden, dat subsidiariteit werkelijk betekenis heeft. Vooral als je je met landbouw bezighoudt, kan je niet ruim vijftig jaar agriculturele politiek als onbelangrijk afdoen.
Als de feiten, de reële stand van zaken, zich niet voegen naar de ideologie, is het jammer voor de feiten. Kartika zit duidelijk fout vanuit SP-perspectief. Adieu Kartika.
Hallo Sjaak,
Je visie over politieke mores verdient enkele kanttekeningen.
Allereerst, het beloningssysteem van de SP verdient inderdaad niet de schoonheidsprijs. Ik vermoed dat het wortelt in de maoistische voorgeschiedenis. De tijd van de “intellektuelen voor het volk”, van academici die hun loopbaan (of studie) opgaven om onder de arbeiders te leven. Mijn bezwaar is dat het systeem niet voldoet aan het principe van gelijk loon voor gelijke arbeid.
Dan het vermeende kleinschalig nationalistisch denken. De sociaaldemokratie is internationaal georienteerd – en dus de SP ook. Problematisch is de zwakte van de Europese politiek, waardoor de ekonomie onvoldoende wordt beteugeld. In de woorden van Eppler: er is wel negatieve regulering door de EC (afschaffing van zogenaamde marktbeperkingen), maar nauwelijks positieve regulering door de Raad van Europa (regulering op het fiscale en sociale vlak). Voorlopig is het dus inderdaad dwaas te veel bevoegdheden van de EU te accepteren. Een sociaaldemokratische partij zou positief moeten staan ten opzichte van Europese samenwerking, maar tevens keihard aktie moeten voeren tegen het demokratisch tekort. Merkwaardig is daarom de desinteresse in Europa van de sociaaldemokratie in Nederland. Zonder morren accepteert men keer op keer de benoeming van (neo)liberale commissarissen (Bolkestein, Kroes 2x). Op die manier wordt het nooit wat met Europa.
Kameraadschappelijke groet, Emil Bakkum
Hoe veroveren wij als moslims de wereld?
Radicale strijders,
Veel hebben we bereikt. Dankzij Osama Bin Laden en zijn aanval in 2001 beeft de hele wereld voor de islam. En Nederland in het bijzonder schijt dun. Het staat op het punt zijn grondwet te verkrachten om de islam tegen te houden. Een interview met Maxime Verhagen verhaalde vijf jaar geleden al over de angst.
Hij vreest dat onze radicalen langs democratische weg Nederland willen inpalmen. Hij stelde:
“De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst schat dat enkele duizenden moslimradicalen de rechtsstaat met geweld omver willen werpen en een islamstaat willen vestigen. Maar er is een veel grotere groep die met geweldloze middelen de islamitische staat nastreeft. Dat is even gevaarlijk. Er zijn tekenen dat radicale moslims achterstandswijken en deelgemeenten langs democratische weg willen veroveren. Ik wil dat kunnen voorkomen. We dachten in Nederland dat we onze identiteit konden ontlenen aan de alles-moet-kunnen-houding. We tolereerden zelfs de groepen die ons willen vernietigen.”
Wij hebben echter een aantal probleempjes, broeders. Ten eerste is dat ons aantal. Wij zijn weliswaar met duizenden, de AIVD bevestigt dat, maar hoe werpen we de Nederlandse staat omver ten gunste van een islamstaat? De Nederlanders staan met miljoenen tegenover ons; het is een ongelijke strijd van 1 tegen meer dan 1000. En de voorspelling van Verhagen dat we via democratische weg onze zegetocht zullen bereiken stuit op eenzelfde probleem. Zelfs onze moslimpartijen krijgen geen poot aan de grond in de verkiezingen. Laat staan dat onze moslimstrijders een overwicht kunnen verwerven in de bestaande partijen.
Verhagen ging verder:
“Ja, het gevaar van de sharia-rechtspraak in de westerse samenleving bestaat dus écht. Het is een doelbewuste strategie van een deel van de moslims om die op termijn in te voeren.”
Hij begrijpt dat de sharia-rechtspraak superieur is aan de goddeloze Westerse rechtspraak, die god dus mist in zijn gebod. Maar daar ligt ons volgende probleem: niet iedere Nederlander begrijpt dat zo goed. Die is gewoon traag van begrip. Van de traditionele Nederlandse rechtspraak wil men niet af.
De voorkeur voor de sharia-rechtspraak blijkt volgens Verhagen duidelijk:
“In Engeland bleek uit een enquête dat 60 procent van de moslims de voorkeur zou geven aan een Darul-Qada, een islamitisch tribunaal, boven een gewone rechtbank.”
Maar hij komt met de flauwe smoes dat de moslims niet zelfstandig kunnen denken:
“Een grote meerderheid voelt zich hier wel thuis, maar we moeten voorkomen dat zij zich – door sociale controle – gedwongen voelen om zich straks aan zo’n tribunaal te onderwerpen.”
Met andere woorden, Verhagen is bang voor de kracht van de islamitische overtuiging.
Verhagens vrees uit hij door verboden te willen invoeren:
“Een partij die de sharia wil invoeren, moet worden verboden.“
Hiermee bewijst hij in ieder geval dat hij ons in principe gelijk geeft in onze opvattingen. Als je het niet eens bent met hetgeen Allah bij monde van de profeet heeft verkondigd, dient een verbod van kracht te worden. Zo’n verbod is stap één. Het is ons probleem dat verbod van Verhagen zo om te draaien dat het niet de islam betreft, maar de Westerse decadentie.
Dat Verhagen grote wijsheid in zich bergt, blijkt uit het volgende:
“Stel, iemand moet voor de rechter een eed afleggen en wil dat doen door te zeggen: ‘Zo waarlijk helpe mij Allah Almachtig.’ Moet dat kunnen?”
“Absoluut niet. De eed of de belofte berust op de grondvesten van onze samenleving: de verlichting, het katholicisme, het protestantisme en het humanisme. Daarop is onze identiteit gebaseerd. Als ik in Saudi-Arabië ben, heb ik me ook aan te passen.”
Hij impliceert dat Nederland op hetzelfde niveau opereert als Saudi-Arabië. Wat daar gebruik is, geldt hier net zo goed, alleen omgekeerd dan. Als in Saudi-Arabië iets niet is toegestaan op grond van culturele zeden, is het hier evenmin toegestaan op grond van die gebruiken. Die worden dan weliswaar anders omschreven met katholicisme, protestantisme en humanisme, maar in wezen en werking wijken ze niet af van onze gebruiken.
Goed, Verhagen begrijpt ons en geeft ons principieel gelijk. Nu is het zaak de rest van de Nederlanders voor onze zaak te winnen. Ik heb een aantal problemen geschetst die opdoemen. Ik hoop in de hierna volgende discussie met jullie enige voortgang te maken met onze uitdaging: de verovering van de wereld door de moslims. En met name voor ons van belang: Nederland.
Achterhaalde leiderschapskwaliteiten.
De grote leiderschapskwaliteiten die Lubbers en Verhagen worden toegedicht, in verband met de verrassende CDA-deelname aan het rechtse minderheidskabinet, gaan voorbij aan het feit dat de houdbaarheidsdatum van die kwaliteiten verstreken is. Onze tijd vraagt namelijk niet om leiders die gevangen zitten in uitzichtloos wij-zij of links-rechts denken. De steeds meer om zich heen grijpende mondialisering maakt immers met de dag duidelijker dat dit type denken niet is opgewassen tegen de alomvattende problemen van onze mondialiserende tijd! ‘Gemeenschappelijke’ (wereld-)problemen die nationale en partijgrenzen verre overstijgen en enkel adequaat kunnen worden aangepakt door er ‘gezamenlijk’ de schouders onder te zetten, los van welke gezindte en/of gezindheid dan ook. Voor de realisatie van die broodnodige gezamenlijke aanpak missen leiders van het kaliber Lubbers en Verhagen simpelweg het vermogen, met alle moedeloos makende consequenties van dien. Vandaar dat van een minderheidskabinet-Rutten geen enkel heil te verwachten is, ondanks de CDA-inbreng. Begrijpelijkerwijs zal deze inbreng de geloofwaardigheid van de ‘C’ in de politiek niet ten goede komen, waar uiteraard niet alleen het CDA de wrange vruchten van plukken zal.
CDA-manifest.
Volgens de 44 ondertekenaars van het CDA-manifest tegen samenwerking met de PVV, draagt regeringssamenwerking met de PVV bij aan de acceptatie van een gedachtegoed dat een bedreiging vormt voor onze democratische samenleving. Thorbecke zal zich dan ook in zijn graf omdraaien. Maar dat geldt ook voor een zekere Jezus. Het staat immers buiten kijf dat een gedoogd minderheidskabinet niet is te rijmen met het levensbeschouwelijk gedachtegoed waar de Bijbel voor staat. Voor zover ik weet – als onkerkelijke – draait de Bijbelse boodschap immers niet om haat zaaien, maar wordt er juist gewaarschuwd voor de storm (Hos. 8:7) die dat zal oproepen!
De stokkende mars naar de open samenleving
Met de komende, door Wilders gedoogde regering vond ik het tijd om eens ‘De open samenleving en haar vijanden‘ van Karl Popper te lezen. Popper behandelt onder andere de visie van Plato op de rol van democratisch Athene versus die van de hiërarchische stadstaten.
De volgende parafrase uit hoofdstuk 10, sectie II, geeft een beeld van wat vandaag ook van toepassing lijkt op Nederland:
De druk van de beschaving begon zich te doen gevoelen. Deze druk, dit onbehagen, is een gevolg van de ineenstorting van de gesloten samenleving. Die wordt ook tegenwoordig nog gevoeld, vooral in tijden van sociale verandering.
De druk houdt nauw verband met de het probleem van de spanning tussen klassen. De gesloten samenleving zelf kent dat probleem niet. Althans voor de heersers zijn slavernij, klassen- en kastenvoorschriften ‘natuurlijk’ in de zin dat zij onbetwistbaar zijn. Maar met het ineenstorten van de gesloten samenleving verdwijnt deze zekerheid en daarmee elk gevoel van veiligheid. De tribale gemeenschap is de plaats waar de leden van de stam zich veilig voelen. Het stamlid ervaart de tribale gemeenschap zoals een kind het gezin en zijn huis ervaart: als de plaats waar het zijn specifieke rol speelt, een rol die het goed kent en ook goed speelt. De ineenstorting van de gesloten samenleving, met de daaruit voortvloeiende problemen van klassen en andere problemen in verband met de sociale status, moeten op de burgers hetzelfde effect hebben gehad dat een ernstige familieruzie en het uiteenvallen van het gezinsleven op kinderen kunnen hebben. Ook de onderdrukte klassen voelden zich niet op hun gemak. Ook zij voelden angst vanwege de ineenstorting van de ‘natuurlijke’ wereld.
De belangrijkste oorzaak van de ineenstorting van de gesloten samenleving was wellicht de zeevaart en de handel. Nauw contact met andere stammen leidt gemakkelijk tot ondermijning van het gevoel van noodzaak waarmee de tribale instellingen worden bekeken, en handel – commercieel initiatief – lijkt een van de weinige vormen te zijn waarmee individueel initiatief en onafhankelijkheid zich kunnen ontwikkelen, zelfs in een samenleving waarin het tribalisme nog heerst. Deze twee, zeevaart en handel, werden de hoofdkenmerken van het Atheense imperialisme, zoals dat zich in de 5e eeuw v.C. ontwikkelde. En zij werden dan ook door de oligarchen, de leden van de bevoorrechte of voorheen bevoorrechte klassen van Athene als zeer gevaarlijk beschouwd. Zij begrepen algauw dat de handel van Athene, zijn monetaire en zeevaartpolitiek, alsook zijn democratische tendensen deel uitmaakten van één beweging, en dat het onmogelijk was de democratie te verslaan zonder de bijl aan de wortel van het kwaad te leggen en zowel de scheepvaart als het imperium te vernietigen.
Globalisering knaagt aan de aloude waarden en gebruiken in Nederland. Moslims met hun eigen opvattingen stellen tradities van de Nederlandse samenleving op de proef. Mede is een gevoel van onveiligheid versterkt door de tragische moorden op Fortuyn en Van Gogh. Dat heeft gevolgen. Wat voorheen een baken van tolerantie en democratie in de wereld was, is razendsnel afgestevend naar een in zichzelf gekeerde samenleving, op zoek naar de oorspronkelijke (tribale) vorm.
Juist Nederland heeft heftig te maken met de gevolgen van de globalisering. Nederland is een handelsland bij uitstek. Voor zijn welvaart is het afhankelijk van een open samenleving, die onrust teweegbrengt. Net zoals de zeevaart in het antieke Athene voor de open samenleving en voor de welvaart zorgde, maar tevens voor verandering en onzekerheid van waarden. Doch een terugkeer naar een meer gesloten samenleving bedreigt de grond voor de welvaart.
Het lijkt het erop dat het huidige Nederland vrolijk de eigen glazen aan het ingooien is. De tolerantie jegens vreemdelingen, die een positieve factor inhield bij de keuze van Nederland als vestigingsplaats voor buitenlandse bedrijven, verloedert. Als voorbeeld kan dienen dat de Canadese Rembrandtexpert Bikker, reeds 13 jaar in Nederland werkzaam, conservator bij het Rijksmuseum, een inburgeringscursus moest en zou volgen. Op dit soort zaken zitten buitenlandse investeerders niet te wachten. Een gesloten samenleving en een armoedige samenleving vallen samen, zoals Popper reeds impliceerde.
Gedachtepolitie.
Met het wegzetten van de criticasters van het formatiespel als ‘gedachtepolitie’ (NRC Handelsblad 17 augustus), maakt VVD-wethouder Rob de Vries uit IJsselstein duidelijk zich volledig losgeweekt te hebben van het ideële gedachtegoed waar VVD en CDA in wezen voor staan. Vandaar dat het hem ontgaat dat de criticasters in feite de ideële luizen zijn in de VVD- en CDA-pels. Een functie die de VVD-criticasters eenvoudig hard kunnen maken door te verwijzen naar de oervader van de VVD, Thorbecke. Voor hem zou regeringssamenwerking met de PVV volstrekt ondenkbaar zijn, omdat die bijdraagt aan de acceptatie van een gedachtegoed dat een bedreiging vormt voor de democratie en de daarin geldende grondrechten (met name de vrije meningsuiting en de vrijheid van godsdienst), zoals hij deze in de 19e eeuw gestalte heeft gegeven. Ook zijn denken over vreemdelingen en over hen die een ander geloof of levensovertuiging zijn toegedaan, zoals te lezen is in ‘De gemeente als weldaad’ van Henk Povée, zal in een gedoogd minderheidskabinet niet uit de verf kunnen komen. Het waarschuwen daarvoor afdoen als ‘gedachtepolitie’, slaat nergens op.
En datzelfde geldt ook voor het in diskrediet brengen van de criticaster van CDA-huize. Het staat immers buiten kijf dat een gedoogd minderheidskabinet niet te rijmen is met het levensbeschouwelijke gedachtegoed waar de Bijbel voor staat! Voor zover ik weet – als onkerkelijke – draait de Bijbelse boodschap immers niet om haat zaaien, maar wordt er juist gewaarschuwd voor de storm, het zinloos geweld die dat zal oproepen! (Hos. 8:7)
Kortom, wat Mark Rutte en Maxime Verhagen zien in een samenwerkingsverband met Geert Wilders is ideëel gesproken onverdedigbaar. De formatiebesprekingen hebben dan ook niets van doen met het dienen van het algemeen of landsbelang, alle mystiek (radiostilte) rond die besprekingen en alle mooie woorden ter verdediging daarvan ten spijt. Het wantrouwen en de daarmee gepaard gaande morele verloedering zal er enkel wel bij varen.
Eer- en ambtenzucht.
Het valt mij op dat op een enkele uitzondering na, Frans Weisglas, er in de VVD niet geageerd wordt tegen een door de PVV gedoogd minderheidskabinet. Kennelijk heeft men in de VVD geen enkele boodschap meer aan de oervader van de VVD, Thorbecke. Voor hem zou regeringssamenwerking met de PVV volstrekt ondenkbaar zijn geweest, omdat deze bijdraagt aan de acceptatie van een gedachtegoed dat een bedreiging vormt voor de democratie en de daarin geldende grondrechten (met name de vrijheid van godsdienst en onderwijs, en het recht op gelijke behandeling), zoals hij deze in de 19e eeuw gestalte heeft gegeven. Ook zijn denken over vreemdelingen en over hen die een ander geloof of levensovertuiging zijn toegedaan, zoals te lezen is in ‘De gemeente als weldaad’ van Henk Povée, zal in een door het PVV gedoogd minderheidskabinet niet uit de verf kunnen komen.
Kortom, het door Rutte beoogd samenwerkingsverband met Geert Wilders is enkel verklaarbaar uit ‘eer- en ambtenzucht’, waar Thorbecke geen last van had.
Leve de utopieën
‘De open samenleving en haar vijanden‘, het boek dat ik vorige week las, is een opmerkelijk en merkwaardig epistel.
Opmerkelijk omdat het op briljante en diepgaande wijze de ideeën achter de gesloten samenleving analyseert. Er bestaat volgens die opvatting een ‘natuurlijke’ of onafwendbare orde die de samenleving bepaalt. Die is niet noodzakelijkerwijs conservatief, zoals bij Plato, maar kan ook onwrikbaar voor de toekomst vastliggen, volgens de visie van Karl Marx.
Maar het is ook een merkwaardig geschrift, omdat er tal van contradicties en omissies in blijken. Over een van de belangrijkste punten maak ik een paar opmerkingen.
Popper is een voorstander van stapsgewijze sociale constructie (piecemeal social engineering). Dat wil zeggen dat een samenleving met behulp van ‘trial and error’ in kleine stapjes zich het best ontwikkelt. Om die zienswijze te beargumenteren creëerde Popper eerst een stropop, die hij even later met genoegen fijnhakte.
De tegenhanger van stapsgewijze sociale constructie is utopisme. Volgens Popper keerde Marx zich niet tegen het belangrijkste element van het utopisme, namelijk de idee om de samenleving als geheel aan te pakken en geen steen op zijn plaats te laten. Marx was met andere woorden een utopist. Temeer daar hij het afsterven van de staat voorspelde, waarvoor in de plaats de dictatuur van het proletariaat zou ontstaan. ‘Social engineering’ is in het marxisme niet mogelijk, omdat historische wetten zich niet opzij laten zetten..
Maar Popper schreef ook dat Lenin met zijn handen op zijn kale kop zat toen hij de macht in Rusland kreeg. De revolutionair besefte alras dat het marxisme geen oplossing bood voor praktische economische problemen. “Ik ken geen enkele socialist die zich met deze problemen heeft bezig gehouden,” zei Lenin, “er was niets over te vinden in bolsjewistische tekstboeken en evenmin in die van de mensjewieken.”
In plaats van Marx utopisme te verwijten, had Popper hem eigenlijk een gebrek aan uitgewerkt perspectief voor de voeten moeten werpen. Marx wilde zich echter juist niet uitspreken over de toekomstige socialistische maatschappij, die zich middels de praxis – een wisselwerkingsproces van theorie en praktijk – zou dienen te ontwikkelen. Maar ja, met het verwijt van het gebrek aan perspectief zou Popper in de knoop komen met zijn eigen stapsgewijze sociale constructie, die een uitgewerkte sociale visie eveneens verwierp.
Maar er zit er nog een fundamenteler bezwaarlijk aspect aan stapsgewijze sociale constructie. Het doel ervan is maatschappelijke verbetering. Wat is verbetering eigenlijk? Dat lijkt een banale kwestie waarvan het antwoord te voor de hand liggend leek om de vraag te stellen. Maar bij het probleem van de verbetering zijn bijvoorbeeld de Russische communisten aardig de fout in gegaan. In de Sovjet-Unie bleek onder meer het milieu zwaar te lijden onder de door de communisten voorgestane ‘verbeteringen’. Om dichter bij huis te blijven: verkorting van de arbeidstijd (arbeidsdag) was lange tijd een onbetwistbare sociale verbetering. Nu echter menen ook sociaal-democraten dat een verhoging van de AOW-leeftijd tot ‘verbetering’ zal leiden. Hoezo?
Verbetering is een lege huls als die niet in een kader of theorie is ingebed, in sociale termen: in een visie of utopie. Als voorbeeld van een utopie noem ik Ayn Rands ‘Atlas Shrugged‘. Deze fictie inspireerde tallozen, onder wie Alan Greenspan, lange tijd voorzitter van de Amerikaanse Fed. Greenspan probeerde een zo libertarisch mogelijke financieel-economische politiek in de praktijk te brengen met (uiteraard) desastreuze gevolgen. Ik kies met opzet dit voorbeeld, waarmee ik het in het geheel niet eens ben, wegens de methodologie, om aan te geven dat een visie inspireert en ‘verbeteringen’ in het onontbeerlijke kader plaatst. Als ze niet werkt, is de theorie op sterven na dood of wordt de visie als onwerkbaar bevonden.
Popper had waarschijnlijk zo’n afschuw van de grote veranderingen gebracht door de destructie van WO-II dat hij iedere grote visie als onrealistisch utopisch beschouwde en als onvermijdelijk tot totalitarisme leidend. Merkwaardig is dat de grote methodoloog die hij was niet de overeenkomsten tussen visies en theorieën erkende. Geen wetenschap zonder theorieën en geen maatschappelijke verbetering zonder vergezichten.
Ongeloofwaardigheid schuilt niet in gedoogconstructie, maar in bestel.
Terecht merken de hoogleraren Wouter van Aart, Jan Hallebeek en Bart van Klink op dat Rutte geen premier van alle Nederlanders kan zijn (Trouw 24 augustus). Alleen staat die onmogelijkheid los van de gedoogconstructie, omdat zij inherent is aan ons partijpolitiek bestel, waarin het algemeen belang ondergeschikt is aan het partijbelang. Vandaar dat ons bestel onmachtig is tot de creatie van een regering (laat staan een premier) die boven de partijen staat en een adequaat beleid weet uit te stippelen. Zolang daaraan voorbij wordt gegaan, blijft het dweilen met de kraan open, die met de dag harder gaat stromen. In tegenstelling tot de gevestigde partijpolitieke orde is dat onze onbevangen kinderen gelukkig eenvoudig uit te leggen. Wat dat betreft ligt hier voor de school, als voorbereider van de samenleving van morgen, een fundamentele taak weggeleld. Mocht zij – in het belang van de toekomst van ons kroost – bereid zijn die op te pikken, dan zie ik de toekomst met vertrouwen tegemoet. Wie de jeugd heeft, heeft immers de toekomst!
Gedoogd minderheidskabinet maakt van controlerend taak parlement een farce.
Ter verdediging van de coalitiebesprekingen, wordt er vanuit VVD-kringen op gewezen dat binnen het liberale denken niemand wordt uitgesloten om zijn/haar mening. Hoe waar dit ook is, daaruit kan niet de conclusie worden getrokken dat samenwerking van VVD met PVV moet kunnen. Het liberaal-democratische gedachtegoed waar de heer Rutte voor staat is nu eenmaal niet te rijmen met het autocratische van de heer Wilders. Vandaar dat samenwerking onze parlementaire democratie van binnenuit zal aantasten, omdat deze ten koste gaat van de controlerende taak van het parlement. Een ondemocratische (want autocratisch geleide) PVV-fractie is nu eenmaal niet bij machte tot democratische controle.
Het nieuwe aparte Nederland
Het perspectief weg te halen verweet ik Popper vorige week met zijn fulminaties tegen utopieën. De utopie is onontbeerlijk als kompas in een veranderende maatschappij. Godsdiensten weten dat. Zij geven normatieve gedragsregels, ethiek en vergezichten. In het christelijke ‘Onze Vader‘ luidt het: “Uw koninkrijk kome, uw wil geschiede”.
Tegenwoordig waart er een blonde messias rond. Een leider van een partij die uit zichzelf bestaat. Die geeft een toekomstvisie. Ik kan me goed voorstellen dat velen die delen. Hij vertelt over een nieuw Nederland, waar de burgers leven volgens oude rechtschapen waarden. Het begint met de meest verderfelijke ideologie te bestrijden. Degenen die de islamitische religie aanhangen dienen te worden geweerd en als het kan zelfs uitgezet. Alleen moslims die de islam niet aanhangen, dus geen moslim zijn, mogen blijven. Nederland wordt een nieuw land à la het Zuid-Afrika met een apartheidsregime. Aan de ene kant staan de traditionele, hardwerkende Nederlanders, aan de andere kant de vreemde, van sociale uitkeringen profiterende en criminele moslims. Die volgers van Mohammed gedogen we slechts als het echt niet anders kan, als ze nooit de geringste wetsovertreding maken, anders volgt uitzetting naar het land van hun desnoods verre, verre voorouders.
Zo’n voor menigeen toch wat hard overkomend beleid is nodig. Komen de genoemde maatregelen niet tot uitvoering, dan zal binnenkort de sharia gelden. Dat is de islamitische wetgeving die steniging in zijn pakket heeft bij overspel. De islam gebiedt alle vrouwen minstens met hoofddoekjes te lopen en zich zo mogelijk volkomen gesluierd te tonen teneinde de kans op vreemdgaan tegen te gaan. Deze geboden, de steniging net zo goed als de gelaatsvodden, zijn wezensvreemd aan onze aloude normen. Ten strengste verboden dus.
Nederland wordt Nederland weer. Waar iedereen, blank en zwart, christen en jood, hetero en homo, in hetzelfde gelooft: de islam is de ïncarnatie van het nieuwe rijk van kwaad. Bestrijd dat en al onze problemen worden slechts uitdagingen. Onze eenheid, die en passant tegen Europese bemoeienis is, maakt van ons volk een trots volk. Trots op onze afkomst en trots op onze toekomst.
Moraliteit.
Voor het antwoord op de vraag of een liberale partij als de VVD en een christelijke partij als het CDA, wel horen samen te werken met een partij die stelselmatig hele bevolkingsgroepen discrimineert, zal eerst antwoord gegeven moeten worden op de vraag of die samenwerking niet de waardigheid van ‘de mens’ aantast. Met andere woorden, is een door de PVV gedoogd minderheidskabinet van VVD en CDA wel moreel aanvaardbaar? Voor het antwoord daarop ligt hier voor de onafhankelijke media, in het bijzonder de publieke omroep, een uitgelezen taak weggelegd.
Halleluja.
Dankzij het feit dat Geert Wilders de stekker uit de onderhandelingen heeft getrokken, kunnen ‘wij Nederlanders’ eindelijk weer eens rustig slapen. Wat mij betreft niets dan lof voor de moedige PVV-leider, die na rijp beraad het eigen belang, de autocratie, ondergeschikt heeft gemaakt aan het algemeen belang, de democratie. Voor dit staaltje opofferingsgezindheid lijkt mij een hoge Koninklijke onderscheiding op zijn plaats. Hopelijk weet Hare Majesteit de Koningin dit te beamen, ondanks haar bedenkingen tegen de heer Wilders. Als blijvend eerbetoon aan de PVV-leider stel ik verder voor dat elke stad één van zijn grote pleinen omdoopt tot Wildersplein.
100 tegen 1 of de wrevel van moslims
‘Oog om oog, tand om tand’, is een in veel landen gebruikelijke manier om conflicten te benaderen. Rechtspraak is op dat principe gebaseerd. Als je als arme steelt, en het onmogelijk is om veel van je af te nemen, dan is het nog wel mogelijk om de stelende hand af te nemen, die af te hakken met andere woorden. Of wanneer er van overspel sprake is, dan zou de bedrogen man het recht hebben om de vrouw van de ander te nemen. Maar vaak heeft die ander geen vrouw. Een ‘oplossing’ is dan om de bedriegende vrouw dat nooit meer te laten doen. Niet zomaar, maar door middel van steniging, zodat iedere vrouw weet dat zij tot haar man behoort wil ze dat gruwelijke lot vermijden.
Dat zijn allemaal acceptabele zaken in bepaalde landen. Maar wat niet kan, is alle vrouwen in een dorp straffen, omdat er eentje overspel pleegt. Dan worden principes van rechtvaardigheid en proportionaliteit geschonden.
Op 11 september 2001 boorden twee vliegtuigen zich in de torens van het World Trade Center in New York, waarbij drieduizend slachtoffers te betreuren waren. Zo’n laffe daad riep natuurlijk om wraak. ‘Oog om oog, tand om tand’, nietwaar? Moslims begrijpen dat heel goed.
De wraakactie, die zich in eerste instantie op aanstichter Osama Bin Laden richtte, mislukte, omdat Osama zich niet liet vangen. Maar er was nog een andere schurk, die weliswaar niets met de aanslag te maken had, doch een wreedaard was hij. Pakken we die ander, Saddam Hoessein genaamd, en ons wraakgevoel is toch ietwat bevredigd. We weten hoe het gelopen is. Saddam is gevat. Eerst werd een valse aanklacht over massavernietigingswapens geformuleerd teneinde een reden te hebben om Irak binnen te vallen. En na vele doden, na de verovering van Irak, vond men uiteindelijk de booswicht in een hol.
Hoewel een wraakactie te billijken is, wekt de Irak-oorlog toch wrevel op bij moslims. Omdat een terroristische, islamitische groepering een aanslag pleegt, kan een willekeurig land met een moslimbevolking toch niet worden binnengevallen? Waar is de rechtvaardigheid? En het aantal slachtoffers staat bovendien niet in verhouding tot de 3000 doden in Amerika. Recentelijk kwam een rapport van Iraq Body Count uit dat sprak over 106.147 doden. Maar Iraq Body Count zegt zelf dat het een sterke onderschatting van het werkelijke aantal is. Een ander veelbesproken cijfer is de schatting van meer dan 600.000 door het tijdschrift The Lancet in 2006. Uiteraard is het bijzonder moeilijk om een goede schatting te maken. Ik gebruik hier het willekeurige aantal van 300.000, ergens halfweg tussen 100.000 en 600.000, en 100 keer het aantal omgekomenen in New York. 100 tegen 1 vinden velen niet proportioneel en dat wekt ook wrok op.
Had George Bush al voorvoeld dat hij ooit nog eens aangeklaagd zou worden voor het begaan van misdaden tegen de menselijkheid? Erkende hij daarom de aanspraken van het Internationale Strafhof in Den Haag jegens Amerikaanse burgers niet? Het lijkt er sterk op.
Schaduw van gisteren.
Om herhaling van de kredietcrisis te voorkomen zal niet alleen het financiële maar ook het partijpolitieke systeem op de schop genomen moeten worden. In de strijd om de (ideële) macht speelt geld namelijk een dominerende rol. Anno 2010 een onhoudbare gedachte, omdat op de keper beschouwd de grote maatschappelijke problemen van partijpolitieke noch van financieel-economische aard zijn, met alle consequenties van dien wat hun (overstijgende) aanpak betreft. Kortom, zolang het beleid zich niet los weet te weken uit de (door partijpolitieke en economische belangen bepaalde) schaduw van gisteren, blijft alles bij het oude en zal er geen bijdetijds beleid van de grond kunnen komen dat perspectief biedt aan een ieder, van welke gezindte dan ook.
De C van conservatief in het CDA
‘De wereld en alles eromheen is in zes dagen geschapen.’ Dat geloof brokkelt af. Zelfs Andries Knevel biechtte vorig jaar. Hij vond dat niet alle verhalen in de bijbel letterlijk genomen moeten worden. De affaire Knevel of liever het affairetje is exemplarisch voor een al lang aan de gang zijnd proces: de ontkerkelijking.
Als het christendom afsterft, welke rol heeft een christelijke politiek dan nog? En als moslims als Coşkun Çörüz als kamerlid voor het CDA kunnen optreden, hoe verhoudt zich dat met christendom? Misschien is die Çörüz een prima vent, maar hoe zet hij in zijn hoofd de knop om om christelijk te denken? Het concept van christelijke politiek zou eens spaak lopen, daar kon je je geld wel op inzetten. Maar hoe verder? Ervan uitgaand dat een politieke partij altijd zijn macht en invloed wil behouden.
De conservatieve richting opgaan is een optie. Het conservatisme toont zich manifester in het CDA sinds ongeveer de eeuwwisseling. In een artikel uit 2002 schetste Hans Wansink de toetreding van prominenten Dries van Agt en Hans Hillen tot de Edmund Burke stichting van Andreas Kinneging. Balkenende omhelsde toen enthousiast samenwerking met de LPF. Omgekeerd verliet Kinneging de VVD en sloot zich aan bij het CDA. Wansink vroeg zich tenslotte af: “Is de (paarse)VVD eigenlijk wel rechts genoeg om met het nieuwe CDA in zee te gaan?”
Maar er is natuurlijk een tegenstroming. Het aloude machtsdenken, het balanceren tussen links en rechts blijft. Anti-revolutionair Groen van Prinsterer – iemand voor wie de omschrijving conservatief eigenlijk nog revolutionair was – werd er in een tegenstuk bij gehaald. Volgens hem zouden groei, dynamiek en verandering kenmerken van christelijkheid zijn. Christendom mag zich daarom niet vereenzelvigen met conservatisme. Ook mastodonten annex oud-premiers als Piet de Jong, Dries van Agt en Ruud Lubbers hechten aan het traditionele midden.
In deze aloude strijd tussen conservatieven en centristen verwacht ik dat de conservatieve stroming de komende tijd de overhand zal krijgen. Dat ligt niet aan de verandering van politieke structuur van het CDA door Balkenende doorgevoerd, zoals een recent boek van Fraanje en De Vries betoogt. De motivatie voor deze opvatting ligt buiten Nederland. In de EU is het CDA lid van de Europese Volkspartij (EVP). Dat is een club van partijen waar de Duitse CDU, Sarkozy’s UMP en Berlusconi’s PdL lid van zijn.
In een conglomeraat als het EVP kan het CDA moeilijk een gematigde politiek voorstaan. Het CDA komt dan telkenmale in conflict met de daar heersende mainstream. In het recent debat over de deportatie van de Roma zigeuners uit Frankrijk stemde de EVP bijvoorbeeld tegen een resolutie die aan Parijs en andere hoofdsteden vroeg om onmiddellijk alle uitwijzingen van Roma op te schorten. Deze resolutie werd zoals bekend aangenomen met steun van sociaal-democraten, liberalen en groenen.
Vanzelfsprekend blijft het om macht en dus het aantal stemmen in Nederland gaan. De oude centristische verdeel-en-heers politiek zou wellicht op korte termijn meer kiezers kunnen opleveren. Maar dan zal op den duur blijken dat het CDA in Nederland en het CDA in Europa (lees EVP) een verschillende koers varen. Die toestand is niet houdbaar. Vos Verhagen, gepokt en gemazeld in de buitenlandpolitiek, beseft dat terdege.
Zonder inzicht geen uitzicht.
Afgelopen zondag (19 september ’10) beschuldigde Herman Wijffels in het tv-programma Buitenhof Maxime Verhagen van ‘tunnelvisie’. Het is veel ernstiger. Verhagen mist namelijk het inzicht dat de grote maatschappelijke problemen van partijpolitieke noch van financieel-economische aard zijn, dus een dito (overstijgende) aanpak behoeven. Om deze van de grond te krijgen zullen wij met vereende krachten het partijpolitieke en economische bestel op de schop moeten nemen, in plaats van oeverloos te polemiseren over welk kabinet dan ook of ons eenzijdig te focussen op economisch herstel.
De VVD in de mangel tussen populisme en liberalisme
Guy Verhofstadt leidt de liberalen in de EU. Hij heeft geleerd én liberaal én Europeaan te zijn. Dat betekent dat hij klassieke liberale principes gebruikt in Europa. Ieder mens heeft individuele rechten. In ieder geval geldt non-discriminatie op het gebied van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras en geslacht. Groepsdenken op basis van etniciteit is anti-liberaal. Er kan dus geen sprake zijn van deportatie van een Europese bevolkingsgroep, in casu de Roma.
Hij heeft geleerd, merkte ik op. In 1999 stuurde hij als premier van België Slowaakse Roma naar huis . België kreeg daarvoor een veroordeling door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg aan zijn broek. Het licht schijnt toen voor Verhofstadt aan te zijn gegaan. Hij ontpopte zich recentelijk in ieder geval als een van de felste critici van Sarkozy.
Zover is de VVD nog lang niet. Ze flirt met het populisme. Ze flirt met de waan van de dag. Rekening houden met door de geschiedenis geschraagde principes hoort daar even niet bij. Religieus onderscheid, dat de populistische PVV voorstaat, kan op een stilzwijgend gedogen rekenen.
Vorige week schreef ik over het CDA. Daar merkte ik op dat het voor die partij moeilijk wordt afstand te nemen van de conservatieve koers van de Europese Volkspartij (EVP). Soortgelijks geldt voor de VVD, maar dan omgekeerd. Als de Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa (ALDE) een liberaal beleid voert dat zich baseert op aloude liberale principes, krijgt de VVD het lastig met haar opportunistische populisme. Hoe verkoop je openlijke samenwerking met een niet democratische partij, terwijl de ALDE bijzonder onrustig wordt (lees: afkeurend is) van omgang met rechts populistische en extreem-rechtse partijen?
Nog heeft de VVD de wind in de zeilen. Maar die kan snel draaien. De vergelijking is daar. Lang vormden de EVP en de Britse Conservatives één blok. Enige afkeuring ten aanzien van de EU werd getolereerd. Maar opeens was het over. De Tories verlieten in 2009 de EVP na aanhoudende kritiek. Hoe lang houdt de VVD stand bij een stroom van vermaningen van de kant van de Europese liberalen? Blijft ze pretenderen liberaal te zijn? Tenslotte heeft Nederland al een liberale partij in de vorm van D66. Mocht ze aan de PVV blijven hechten, is dan voor de kiezer het origineel, het echte populisme, niet verkieslijker boven het surrogaat van de would-be liberalen?
Samenleving zonder regering.
Volgens Verhagen kunnen de gedoogde VVD-CDA-plannen op een breed draagvlak in de samenleving rekenen, omdat zij antwoord geven op de problemen waar heel Nederland voor staat. Met andere woorden, het algemeen belang wordt door het centrumrechtse kabinet optimaal gediend. Een gotspe, omdat centrumrechts het algemeen belang in zijn eentje nooit waar zal kunnen maken. Dat is enkel mogelijk in een samenleving waarin de strijd om de macht heeft afgedaan. De maatschappelijke vertaling van het algemeen belang vereist dan ook geen vooringenomen partijpolitieke leiders, maar wel een onafhankelijk leidend beginsel. Daarvoor leent zich de gaia-hypothese. De gedachte van onze aarde als één groot levend organisme, waar de mens niet boven staat als ware hij de schepper ervan, maar een integraal onderdeel van is, met alle consequenties van dien voor het gezamenlijk leefbaar houden van die organische eenheid. Mocht deze gedachte maatschappelijk breed aanslaan, dan moeten wij met elkaar (los van welke levens- en/of wereldbeschouwing dan ook) in staat zijn daar een passende praktijk aan te koppelen, te weten: “Een samenleving die zonder regering vruchtbaar weet samen te werken”. De democratie van onderop, waarin de macht bij het bindende gezonde verstand ligt, wat een ieder (met of zonder scholing) gegeven is.
Stop de stroom
De man leek op een Catweazle. Hij had lange grijsblonde haren, een brede snor en iets tussen een baard en een sik in. Hij stond op de dijk die de rivier van het rustieke dorp scheidde. Iedere avond waarop ik er langs reed, hield hij zijn verhaal: stop de stroom. De rivier is onbetrouwbaar: hij kan ons ieder moment verzwelgen. Hij praatte in op de zich naar huis haastende fietsers. Af en toe stapte hij wat meer achteruit. Hij kende waarschijnlijk de klap die de wielrijder voor hem in gedachten had. Al doende leert men.
Hij had gelijk over een mogelijke overstroming. Het kan. Zo’n vijftien jaar geleden was er ei zo na een grote dijkdoorbraak. De plaatselijke priester vertegenwoordigde toentertijd de dorpse hoop in bange dagen. Het door de kaarsen opgebrachte geld kwam destijds goed van pas voor de restauratie van het orgel – niet het drankorgel dat hij voorheen en nadien was. God zij dank bleef het bij kantje boord. De vele gebeden redden het dorp.
Intussen is er veel aan preventie gedaan. Waterberging vormt een integraal onderdeel van waterbeheer. Dijken zijn verhoogd. Bij de planning van bouwlocaties wordt met de risico’s rekening gehouden. Waarom hield deze Catweazle zijn dagelijkse preek nog?
Op een avond toen het bliksems regende werd ik op de een of andere vreemde manier uiterst nieuwsgierig naar hoe de man zich zou houden in de barre weersomstandigheden. Kwam hij boven het geweld van de natuurkrachten uit? Dat moest wel voor een ware prediker. Ik trok mijn regenpak aan, pakte mijn fiets en camera, en trotseerde meer dan ik sinds lang had gedaan. Maar ik was gekker dan hij. Hij was in geen velden of wegen te bekennen. Dat iedere dag, wat iedereen in dat dorp beweerde, was dus nogal relatief.
Als hij niet helemaal mesjokke was, was er misschien een niet helemaal zinloos gesprek met hem mogelijk. Op een schone nazomerdag, wanneer bladgroen overgaat in geel en rood, mensen blij genieten van de laatste zonnekracht, raapte ik mijn moed bij elkaar om te gaan praten met de wie weet onberekenbare gek. Ik wachtte op een afstandje tot hij uitgeraasd was, op het punt stond om naar huis te solexen. Hij bleek echter uitstekend aanspreekbaar.
Hij vertelde over zijn wereldbeeld. Alles verandert, panta rhei (alles stroomt). Daarom voelde hij zich niet meer thuis, verlangde naar de vroegere wereld van voor de bedreigende net-niet overstromingen uit de jaren negentig, voordat zijn dorp werd overlopen door vreemde horden, horden ramptoeristen. Ik had nooit langer dan enkele seconden naar hem geluisterd en hem dus niet begrepen. Eigenlijk ging het niet alleen over het water, maar tevens over de menselijke toestroom van vreemden. ‘Stop de stroom’, had ook symbolische kracht. De maalstroom van zich steeds vaker en verder verplaatsende mensen, op gang gebracht door een zich allengs inniger vervlechtende wereld, waarbij hij als oud-communist betreurde dat de Sovjet-Unie eronder was bezweken, diende ingedamd te worden.
Kim, de grote Noord-Koreaanse leider, begreep dit alles. Net als Wilders, zijn idool hier, vond hij dat we vreemde elementen moeten weren. Geen vreemde geloven op onze bodem, geen moslims, geen atheïsten en andere heidenen. Aan onze pastoor weten we wat we hebben, hij is altijd aanspreekbaar voor onze problemen, zolang hij nuchter is tenminste. Hoewel de Catweazle ergens begreep dat de ontwikkelingen in de wereld versnelden, meende hij die te kunnen vertragen. Als we maar willen. We kunnen toch ook gewoon een dam in de rivier construeren?
Ik begreep hem. Ik predikte eveneens, maar dan op het web. ‘Stop de stroom’, verving ik daar door: ‘Stop de stroom aan Catweazles’. Maar ook die stroom lijkt voorlopig onstuitbaar.
Bidden om moed en wijsheid.
Verhagen hield het congres voor dat niet meeregeren zonde zou zijn. “Ik blijf dan zitten met de vraag waarom we überhaupt aan deze formatie begonnen zijn”, aldus de CDA-leider. De vraag die duidelijk maakt dat een meerderheid in het CDA (met Verhagen voorop) geen oog heeft voor de tijdgeest, die doordrenkt is van de mensenrechten. Hieruit is ‘kracht voor de toekomst te putten’, om met Verhagen te spreken. Alleen zal die nooit hard gemaakt kunnen worden met een door de PVV gedoogd minderheidskabinet, omdat dit met de rug naar het mensenrechten- of vredesideaal staat. Het werken daaraan verdraagt nu eenmaal geen ‘gedoogd’ zaaien van haat. Helaas ontbrak bij 68% van de 4700 congresgangers de moed om deze wijsheid onder ogen te zien, hoe vurig CDA-voorzitter Henk Bleker daar ook voor gebeden heeft in de Arnhemse Rijnhal.
Gevecht om de Noordpool (en wat er aan vast zit)
Willem Barentsz vocht aan het eind van de 16e eeuw al in de noordelijke contreien. Weliswaar vocht hij op Nova Zembla tegen de ijsberen en voor zijn leven, maar dat was een gevolg van zijn falen. Hij droomde ervan een noordpassage te ontdekken, een mogelijkheid om van West-Europa via een noordelijke route naar het Verre Oosten te varen.
Die noordpassage bestond eeuwenlang als een niet te realiseren wens. En de interesse voor het Noorden bleef daarmee flauw. Maar in de 20e eeuw werden in de buurt van Jamal olie- en enorme gasvoorraden ontdekt. Profiteren moeten we van die velden, ondanks de barre weersomstandigheden, was vanzelfsprekend de Russische reactie. Nieuwe belangstelling kreeg vorm.
Hoe vallen echter de problemen gepaard gaande met het koude weer daar op te lossen? Plotseling was er de klimaathype. Als we niets doen, warmt het klimaat op. Wat een mazzel! We hoeven niets te doen en de koudeproblemen verminderen.
Hoewel niets doen? We – de noordelijke staten – moeten een zo groot mogelijk gebied in het Noorden claimen. De Russen plantten met behulp van een mini-onderzeeër in een vrij spectaculaire actie een vlag op de Noordpool , waarmee in de traditie van het Wilde Westen een gebied bezit zou worden als de vlag er staat. Voorts sloten Rusland en Noorwegen een verdrag om de grens tussen hun territoria af te bakenen, zodat exploratie van de Noordelijke IJszee op zoek naar delfstoffen geen vertraging zou oplopen door juridisch gekibbel.
Nu maar hopen dat de voorspellingen van het merendeel van de klimaatdeskundigen uitkomen, dat de Noordpool binnen afzienbare tijd dooit. Niet iedereen is echter blij met het afsmeltende ijs. Een paar mini-landjes vrezen overstromingen. Zo zijn daar een aantal eilandjes in de Stille Zuidzee en de Indische Oceaan en verder nog Nederland, waar velen de zee hun land al zien verzwelgen.
Dappere dodo Nederland wilde een tijd terug koolzuurgas in de grond opslaan om de opwarming te stoppen. Ze waren zelfs bereid om het plaatsje Barendrecht aan levensgevaarlijke experimenten voor opslag bloot te stellen. Ja, de hysterie gaat ver. Rationaliteit, beschouwingen over de diverse belangen van verschillende landen ontbreken. Plompverloren volgt men de stelling dat iedereen zal verliezen als het klimaat opwarmt. Zeker, er zullen verliezers zijn, maar ook veel winnaars. De Sahara vergroent bijvoorbeeld.
Maar het Wilderskabinet – ook wel kabinet Rutte genoemd naar de premier – volgt zijn eigen hysterie. De moslims zouden het land om de een of andere obscure reden bedreigen. Die hype gaat voor op de klimaathysterie. Zo koestert ieder zijn eigen tunnelvisie. Rutte verkiest een kerncentrale – ook vraagtekens daarbij – boven CCS. Simpel gezegd: een kerncentrale levert energie; opslag van kooldioxide kost energie. In ieder geval voert Nederland voorlopig geen bizarre maatregelen meer in die onder meer de uiteindelijke verwezenlijking van de vaarroute om de Noord kunnen vertragen.
Baanbrekende taak media.
Helaas mist het regeerakkoord creativiteit, wat nodig is om de ongekende problemen waar wij ‘als samenleving’ voor staan (milieu, armoede, geweld, verloedering, etc.) het hoofd te bieden. Deze zijn namelijk links noch rechts en vragen zodoende om een creatieve aanpak, die het links-rechts denken overstijgt. Uiteraard zullen wij daarvoor eerst ons polariserende bestel op de schop moeten nemen. Geen onmogelijke opgave. Niet alleen omdat de tijd er rijp voor is, getuige de alomvattende problemen, maar ook omdat wij beschikken over de daarvoor benodigde hulpmiddelen, de media. Enkel schort het nog aan een samenbindend, de heilloze partijpolitieke tegenstellingen doorbrekend, gebruik daarvan.
De overheid is een criminele organisatie
‘De overheid is een criminele organisatie en levensgevaarlijk voor de individuele vrijheid.’ Deze stelling zag ik als subtitel een blog sieren. Je kan er verschillend over denken. Het is een idioot die deze gedachte uitte en het is niet waard er aandacht aan te besteden. Of deze persoon heeft de hedendaagse problematiek door. Of het is een extreme uiting van een gevoelen dat een vrij breed draagvlak heeft.
De opvatting letterlijk nemen zullen weinigen doen. Er valt geen voorbeeld te bedenken van een ontwikkelde maatschappij zonder overheid. Een overheidsloze maatschappij valt als mogelijkheid af. Als de overheid in Nederland nou een dictatuur of een monarchie was – dat laatste is ze nog wel in zekere zin – met een autocratische bestuursstijl, viel er voor de stelling nog wat te zeggen. De Franse en Russische revolutie zijn voortgekomen als protest tegen de autocratie. Maar we kennen in Nederland een democratie, we kiezen zelf de mensen die ons besturen. Daar is weinig autocratisch aan. Als de overheid een criminele organisatie is, vertrouwen we onszelf niet.
Functioneert de democratie niet goed? Dat zou kunnen. Dan zouden D66-achtige partijen de nodige stemmen kunnen verwerven om een en ander te reorganiseren. Maar dat gebeurt niet. De burgers met opvattingen van de overheid als criminele organisatie prefereren daarentegen veeleer partijen die het met de democratie niet zo nauw nemen. Er ontstaat iets interessants: om de overheid als criminele organisatie te doen verdwijnen kiezen ze nog onbetrouwbaarder organisaties. In ondemocratische partijen is er geen enkele controle op de voornemens van de leider. Hij kan zijn politieke product verkopen en als het later niet bevalt, is er geen mogelijkheid te reclameren. Hij is gekozen om de baas te zijn en hij alleen.
Kom ik weer terug op de gebrekkig werkende democratie. Het gaat wellicht niet op de eerste plaats om de structuur. Met al zijn gebreken functioneert de democratie in Nederland niet beduidend slechter dan in andere landen. Er spelen andere zaken. De Nederlandse overheid heeft slechts beperkte middelen om iets te veranderen aan onze sociale en economische situatie. Dat terwijl onze politici pretenderen het nodige te kunnen verwezenlijken. Sommigen pretenderen de immigratie te kunnen aanpakken, hoewel regelingen daarvoor hoofdzakelijk in de EU tot stand komen. Anderen doen het voorkomen dat de werkloosheid door Nederland valt te betijen, hoewel Nederland als een klein scheepje dobbert op de golven van de wereldeconomie.
Voor meer problematiek in de democratie kan ik verwijzen naar een bundel samengesteld door Frank Ankersmit en Leo Klinkers. Hun ‘De tien plagen van de staat‘ bevatten interessante bijdragen van zowel links als rechts. Ik wil daar een plaagje aan toevoegen. Een manco van onze democratie is dat politici niet bescheiden kunnen zijn. Zijn ze dat wel, dan worden ze niet gekozen. Hebben ze veel pretenties, dan kunnen ze die niet waarmaken. Die niet waar te maken pretenties leiden tot het beeld van een onbetrouwbare overheid. Daarna is voor een aantal kiezers de sprong van de opvatting van een onbetrouwbare overheid naar die van een criminele organisatie niet onoverkomelijk meer.
Heibel.
De heibel die ontstaan is over de dubbele nationaliteit van staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten-Hyllner, is niet los te zien van de strijd om de macht waar het in ons partijpolitieke systeem om draait. Een heilloze machtsstrijd, omdat de problemen waar wij gezamenlijk voor staan (terrorisme, klimaat, overbevolking, armoede, grondstoffen, energie, etc.) stuk voor stuk de partijpolitiek overstijgen. Daardoor worden ze niet opgelost. Sterker, daardoor nemen ze periodiek juist in aantal en omvang toe. In feite zitten wij allemaal gevangen in deze moedeloos makende realiteit, die echter niemand is aan te rekenen. Geen macht ter wereld heeft ons immers tot gevangene van dit systeem gemaakt! In wezen bestaat het dan ook niet, maar wordt het kunstmatig in stand gehouden door onze partijpolitieke kopstukken. De promotors en bewakers van dit gekunstelde systeem, die wij nota bene zelf gekozen hebben. Zolang het stemrecht dan ook niet openlijk ter discussie wordt gesteld, zal het partijpolitieke systeem ongemoeid blijven en wordt heibel het vaste kenmerk van het beleid, ofwel verwordt regeren tot een permanente soap met periodiek wisselende (afhankelijk van de stembusuitslag) personages.
Moszkowicz slaat plank finaal mis.
Volgens Bram Moszkowicz is de vrijheid van meningsuiting voor Wilders belangrijker dan voor de gewone burger, omdat Wilders zijn uitspraken doet in het kader van het politieke debat. Daarmee suggererend dat de (debat-)orde die in het parlement heerst op een hoger plan staat dan daarbuiten. Een onhoudbare suggestie omdat binnen en buiten het parlement dezelfde ‘recht van de sterkste orde’ heerst. In het licht daarvan slaat Moszkowicz met zijn opmerking dat ‘een politicus buiten het parlement niet ineens een gewone burger is’, de plank finaal mis, wat zijn betoog op losse schroeven zet.
Tussen liberalisme en libertarisme
Het einde van de geschiedenis is daar, volgens een gepopulariseerde uitspraak van Francis Fukuyama. Er zal geen politieke ontwikkeling meer zijn, onvermijdelijk tenderen de maatschappelijke evoluties richting liberalisme. De stelling is prikkelend en de meningen erover zijn verdeeld.
Na de val van de Muur bleek het communisme in heel Europa te vallen. Ook wat betreft China is de term communisme de facto niet meer van toepassing, slechts in naam bestaat het nog. Won daarmee het liberalisme? Een alternatieve opvatting over de overwinning van het liberalisme is de degradatie van het communisme. In een competitie van voetbalteams degradeert er minstens één aan het eind van het seizoen. Vergelijkenderwijs speelt in de hoofdklasse van de ideologieën het communisme niet meer mee. Maar dat wil niet zeggen dat een andere opvatting niet kan promoveren. Xenofobisch nationalisme doet zich bijvoorbeeld weer op het hoogste niveau gelden. Men zou kunnen stellen dat het liberalisme niet absoluut overwon, er vonden daarentegen wisselingen aan de top plaats. En er gebeurt meer.
Na 1989 kwam het liberalisme sterk uit de strijd. Het werd kampioen om het in competitietermen te formuleren. Maar het kampioensteam dreigt uiteen te vallen. Liberalen en libertariërs strijden om de hegemonie. Dat is treffend weergegeven middels twee artikelen op liberales.be: immoreel en weerwoord .
Dirk Verhofstadt stelt dat absolute vrijheid van de markt voor de minder fortuinlijken neerkomt op de keuze tussen de hongerdood en een uitbuitingsloon. Dat is op zich al een ernstig bezwaar. Maar nog gematigd. Friedrich Hayek en Milton Friedman, bekende namen in het vrijemarktdenken, gingen verder. Volgens hen zijn er zelfregulerende krachten aan het werk die de maatschappij kunnen vormgeven. Enkele van die krachten zijn onverwacht, eentje luisterde naar de naam Pinochet. Hayek en Friedman gingen in het propageren van hun utopieën zo ver dat ze de dictator in Chili steunden. Om tot een vrije samenleving te komen was terreur een toegestaan middel. ‘Persoonlijk prefereer ik een liberale dictator boven een democratische regering zonder liberalisme’, zo zei Hayek. Verhofstadts conclusie liegt er niet om: libertarisme, of in iets zwakkere vorm neoliberalisme, is immoreel.
De libertariërs begrijpen niets van zo’n verwijt. Er zijn heel wat positieve aspecten aan de liberale hervormingen in de V.S. en het V.K., meent Nick Roskams als penvoerder. Maar ook ten aanzien van het Pinochet-regime valt mildheid te betrachten, want Chili heeft zich later goed ontwikkeld. Mao is ook geweldig, want China is booming. Maar die laatste vergelijking vergeet Roskams even. En als er dingen fout lopen, is dat vaak een gevolg van grote conglomeraten die lobbyen bij de overheid. Vraag blijft evenwel hoe je de dominantie van die conglomeraten kan vermijden wanneer een overheid nauwelijks bestaat? Hoe lost de vrije markt dat probleem op?
De visies divergeren zodanig dat nauwelijks meer van één liberalisme sprake kan zijn. De kredietcrisis is hierbij een omslagpunt. Een groep, zoals Verhofstadt, voelt voor een stevige rol van de overheid als marktmeester, een andere groep blijft geloven in de zegeningen van de vrije markt. Doordat het libertaristische pleidooi afkomstig is van jonge studenten lijkt het erop dat in de toekomst de groepen in hun opvattingen nog meer tegenover elkaar komen te staan: de sociaal liberalen versus de marktfundamentalisten. De creatie van een nieuwe episode in de politieke geschiedenis is daar.
Wraking Moszkowicz geboden.
De rechtszaak tegen Wilders heeft enkel tot verwarring geleid. Gelukkig echter biedt de beslissing van de wrakingskamer dat het proces over moet, de mogelijkheid orde op zaken te stellen. In de ongehoorde media-aandacht die Bram Moszkowicz ten deel is gevallen, is namelijk zijn uitspraak onderbelicht gebleven dat ‘de vrijheid van meningsuiting voor Wilders belangrijker is dan voor de gewone burger, omdat Wilders zijn uitspraken doet in het kader van het politieke debat’. Daarmee suggererend dat de wereld van de politiek verhevener is dan die van de straat, waardoor politici boven de wet staan en zij zich uitspraken kunnen veroorloven die niet weggelegd zijn voor Jan met de Pet. Een onhoudbare suggestie omdat (los van wat uiterlijke verschillen) binnen en buiten de politiek eenzelfde orde bestaat, gestoeld op het banale ‘recht van de sterkste’. In het licht daarvan slaat Moszkowicz met zijn opmerking dat ‘een politicus buiten het parlement niet ineens een gewone burger is’, de plank mis, wat zijn verdediging op losse schroeven zet. In het proces-Wilders-II zou de rechtbank dit met terugwerkende kracht duidelijk kunnen maken, door Moszkowicz over deze faux pas ter verantwoording te roepen. Mocht zo’n omgekeerde wraking niet mogelijk zijn, dan wordt het tijd ons rechtssysteem zodanig aan te passen. De aanpassing die het zelfreinigend vermogen ervan zal optimaliseren. Met andere woorden, de mogelijkheid van omgekeerde wraking zal de rechtspraak en daarmee het algemeen belang zonder meer ten goede komen, wat toch ons aller doel is.
Het land dat enthousiasmeert
“Misschien heeft het land dat Wilders voor ogen heeft nooit bestaan, maar het beeld is sterk en het enthousiasmeert, “ schreef John Jansen van Galen op 27 oktober in het Parool in een column met de kop: ‘De leegte van links’.
‘De leegte van links’ krijgt verwoording in onder meer de zin: “Haast radeloos en als om strijd verklaren linkse kopstukken de laatste weken dat er van hun kant hoognodig een ‘visie’ moet komen, een ‘aansprekend verhaal’, maar er is geen begin van een aanwijzing waar die visie en dat verhaal dan over moeten gaan.” Cohen gebruikt volgens JJvG verstandige woorden: “Waarschuwt tegen het giftige klimaat dat het kabinet Rutte schept, bepleit een positievere omgang met elkaar en belooft dat de publieke sector weer goed gaat werken onder de PvdA.” Alleen, niemand loopt er warm voor, als men er überhaupt al iets van gelooft.
Willem Drees pakte dat voeger anders aan: “Hij kon tamboereren op vergemeenschappelijking van de productiemiddelen, op de socialisatie van de banken en de rode dageraad.” Niet alleen geloofde de aanhang daarin, ook Drees zelf scheen het niet ongeloofwaardig te vinden.
Het komt er op neer dat de kiezers van je verlangen dat je een verhaal vertelt: “Ze willen weten in welk toekomstbeeld je kritiek past: hoe ziet de samenleving er dan uit waarheen jij Nederland zou leiden? Voor de meeste mensen geldt toch wat in de titel van het eerste CDA-beginselprogram heette: ‘Niet bij brood alleen’.” Wilders spiegelt wel een vergezicht voor: “Het ‘Nederland zoals het bedoeld is’, ‘het land van Henk en Ingrid’, dat ‘teruggegeven zal worden aan de hardwerkende Nederlander’. Het is het land waar iedereen de handen uit de mouwen steekt en ‘s zaterdags gezellig met elkaar een pilsje drinkt, waar ‘afspraak afspraak is’, waar we voor elkaar opkomen, zonder dat er vreemde snoeshanen in de weg lopen, waar een vrouw ‘s avonds over straat kan fietsen en je een inbreker op zijn kop mag slaan, waar de Sint gerespecteerd wordt en ze met hun rotpoten van onze rothomo’s af moeten blijven.” Wilders gedraagt zich daarbij als Drees. Hij gelooft in dat land. Hij toont woede over de schijnbare teloorgang van zijn schets.
“Wat stelt links daartegenover? Leegte,” aldus JJvG. De conclusie is verre van nieuw, maar is met kleur, reliëf en figuren gebracht. De columnist heeft in de persoon van Wilders de antithese ‘handen en voeten’ gegeven. Daarom besteed ik hier met veel citaten en parafrases aandacht aan de column.
Eerder al op 22 aug. schreef ik in een andere context: ‘leve de utopieën’. Daar merkte ik op: “Geen wetenschap zonder theorieën en geen maatschappelijke verbetering zonder vergezichten.” De politieke filosofie van de ‘piecemeal social engineering’, van ‘het afschudden van de ideologische veren’ moeten we dood verklaren. We dolen zonder visies. Kan traditioneel links die nog kan brengen? Dat lege links faalde met de ‘Derde Weg’. Daartegenover staat dat Wilders evenmin zijn naïeve simplisme zal kunnen waarmaken. Het leidt hoogstens tot een nieuwe godsdienstoorlog. Wat sommigen China’s ‘het door de staat gecontroleerde ontwikkeling van het kapitalisme’ noemen, vind ik in dit kader interessant. Daarover een volgende keer meer.
Kosmopolitisme, een redelijk alternatief.
In zijn essay ‘Bevrijd de politiek van de onverbloemde waarheid!’ (De Groene Amsterdammer 28 oktober) wijst Marcel ten Hoven erop dat in essentie ‘de politiek een nooit eindigend debat is over een reeks van voorstellen om op een bepaalde wijze tegen de werkelijkheid aan te kijken’. Als politiek geïnteresseerde buitenstaander wil ik daar graag het voorstel aan toevoegen de werkelijkheid als één grote nachtmerrie te bestempelen. Een angstige droom waartegen onze politieke partijen zich teweer stellen. Elke partij op haar eigen wijze, afhankelijk van de oorzaak die aan de nachtmerrie wordt toegeschreven. Voor de ene partij is dat de opwarming van de aarde, voor de ander de ‘linkse kerk’ of de islamisering. Voor weer een ander de ineenstorting van het financiële systeem en de te voorziene chaos die dat met zich mee zal brengen. Met die gefragmenteerde partijpolitieke strijd, hoe goed bedoeld ook, zal er echter geen eind komen aan onze nachtmerrie, dus aan de onverteerbare werkelijkheid waarin wij ons – niemand uitgezonderd(!) – bevinden. Toch is het mogelijk ons daarvan te bevrijden, door ons te realiseren dat de mondiale (de partijpolitieke overstijgende) problemen waarvoor wij staan, om een dito aanpak vragen. De realisatie die ons doet beseffen dat voor die aanpak lieden nodig zijn die toevalligerwijs over het vermogen beschikken om kosmopolitisch te denken. Met andere woorden, de realisatie van een beleid dat daadwerkelijk perspectief biedt ‘wereldwijd’, ligt niet in de -ismen waar wij ons momenteel blind op staren, het parlementarisme en het kapitalisme, maar in het kosmopolitisme.
Merckx in China
Ofschoon we ons best doen, fietst China ons rustig voorbij. Het is intrigerend te zien hoe dat gebeurt, zonder dat we ons er erg druk om maken. China boomt met groeicijfers van 10 procent per jaar. We profiteren er ook van, maar gering zijn de pogingen om lessen te trekken uit de Chinese ontwikkeling. Is ons model tenslotte niet bij voorbaat superieur aan alle andere economische systemen?
Interessante impressies van China krijgen we van iemand die er veertig jaar geleden ook al was en die de verschillen kan benoemen tussen het communisme van Mao en dat volgens Deng. Alle Macht aan de Arbeiders oftewel AMADA vormde de Antwerpse arts Kris Merckx samen met Ludo Martens in 1970 als politieke partij. Net als in Nederland Jan Marijnissen en Paul Rosenmöller leek hem de Chinese versie van het communisme een niet meteen terzijde te leggen alternatief. Ter inspiratie maakte Merckx in 1970 een uitgebreide studiereis naar China. Met Hadimao legde hij er verslag van. Veertig jaar later ging hij nogmaals en schreef weer, en ditmaal met de vergelijking van vier decennia terug. China herbezocht na 40 jaar vertelt de eerste indrukken van Kris. Allereerst doen de gigantische economische ontwikkeling en urbanisatie duizelen. De prestaties kunnen niet anders dan een pluim voor de Chinese politiek inhouden.
Democratie
Als ideologisch goed geconditioneerde westerling vraag ik me natuurlijk meteen af hoe het met de democratie is gesteld. Daarbij denkend aan de mensenrechten die niet op een diner met de Chinese officiëlen mogen ontbreken. Het doet er niet toe hoezeer de levensomstandigheden van de Chinezen zijn verbeterd, zolang er een vlekje op de democratie zit, moeten we de de situatie wantrouwend beoordelen. Wel, Merckx is daar enigszins ambivalent in. Aan de ene kant meldt hij dat het Westen vaak een fout beeld van China had: “Binnen in de Chinese CP gaat het er eigenlijk erg democratisch aan toe. Kritiek was daar altijd heel courant. Je kon kritiseren wie en wat je wilde, je mocht het alleen niet publiceren.” Later merkt hij op dat op het punt van publicaties gelukkig iets schijnt te veranderen. Cartoons en opinies over het ‘mierenvolkje’, de vele teleurgestelde jonge afgestudeerden die geen baan op hun niveau kunnen vinden, schenen van openlijke kritiek te getuigen. Maar verder wil hij het vraagstuk van de democratie laten rusten, niet omdat het niet belangrijk zou zijn, maar omdat de reis te kort was om voldoende onderzoek te kunnen verrichten.
Economie
Hoe staat het met het economische model? Daar zouden we tenslotte van kunnen leren. Merckx citeert over het Chinese socialisme een opmerkelijke uitspraak. Hij laat in het midden of hij er mee instemt, weerspreekt die in ieder geval niet. Het is een erg pragmatische opvatting van socialisme waarover valt te discussiëren: “De CCP realiseert nu een gecontroleerde ontwikkeling van het kapitalisme in China.” Kapitalisme is dus verenigbaar met communisme, zolang de partij maar de uiteindelijke zeggenschap behoudt. De grote Deng Xiaoping bedacht – in het kort, en dus kort door de bocht – dat in de jaren 60 het accent lag op het creëren van ‘een nieuwe mens’: iemand met en socialistische ideologie die het algemeen belang boven persoonlijk belang stelt. Mao wilde de geschiedenis forceren, waarbij hij wel oog had voor de bovenbouw maar onvoldoende voor de economische onderbouw. China was nog steeds een economisch onderontwikkeld land met een gesloten economie, gebaseerd op het principe van ‘steun op eigen kracht’. Het had tot gevolg dat de kloof met de rest van de wereld steeds groter werd. Volgens Deng kan China enkel een duurzaam socialisme opbouwen als er een effectieve economie is: er moest dus een opendeurpolitiek komen met de invoering van de hoogst ontwikkelde productiemethoden.
Europa
En hoe regeert ons Brussel in vergelijking met China? Het onfortuinlijke Griekenland deed de Europese economie bijna stranden. Slechts op het laatste moment werd een reddingsplan uit de hoge hoed getoverd. De deelnemende lidstaten lijken veel te veel macht te hebben, zodat van een effectieve economische politiek geen sprake kan zijn. EU, leer van China en zorg van een krachtig bestuur, vermag een eerste waardevolle aanbeveling te zijn.
Afghanistan-missie.
Premier Mark Rutte staat onder zware internationale druk om een bijdrage te leveren aan de NAVO-missie in Afghanistan. Hopelijk bezwijkt hij daar niet onder en laat hij zijn oren hangen naar zijn gedoogpartner, de PVV, die tegen de missie is. Daaraan toegeven houdt niet in dat hij zich ondergeschikt maakt aan Geert Wilders, maar wel dat hij zich teweerstelt tegen de visie dat de NAVO de aangewezen instantie is om orde op zaken te stellen in Afghanistan. Het uiting geven daaraan op de NAVO-top in Lissabon deze week, zal hem uiteraard niet in dank worden afgenomen door de NAVO-partners. Daarentegen zal het zijn aanzien in de wereld, als speler op het wereldtoneel die de moed heeft Obama te weerstaan en te kiezen voor geweldloosheid, zonder meer ten goede komen.
Een nieuwe krokodil roert zich
Altiero Spinelli was een van de helden van WO-II. Een in Nederland vrijwel onbekende held. Tien jaar verbleef hij in verschillende gevangenissen wegens zijn idealen, zijn anti-fascisme. Daarna, in 1937, versoepelde zijn detentie tot ballingschap op het eiland Ventotene gedurende zes jaar, tot kort na het afzetten van Mussolini in 1943.
Ventotene
Daar op het gevangeniseiland bedacht hij het op sigarettenvloeitjes geschreven Manifest van Ventotene. Europa mocht niet weer ten prooi vallen aan nationalistisch/fascistisch/zionistisch – of met welk accent dan ook – streven naar recht op ‘levensruimte’ voor het eigen volk. Dat leidde tot twee keer toe tot een wereldoorlog. Ook wanneer staten niet een dictatuur kenden, dwongen de omstandigheden hen tot voorbereiding op een nieuwe oorlog. Slechts een federalisme, waar een ieder zijn culturele eigenheid kon behouden met een overkoepelende belangenvertegenwoordiger in de vorm een federale regering, zou in de toekomst de vrede in Europa kunnen waarborgen.
krokodil
Na de oorlog vormde Spinelli samen met Jean Monnet, Robert Schumann, Paul-Henri Spaak en Alcide de Gasperi een van de drijvende krachten achter de vorming van een Europese gemeenschap. Van 1970-1976 was hij Europees Commissaris en daarna van 1976 tot 1984 europarlementariër.
De ontwikkelingen in de Europese samenwerking stelden hem teleur. De vorming van een federatie verliep stroef en zette soms stappen terug. Om de federalistisch idee te ondersteunen richtte hij in 1980 de Krokodil Club op. Dat was een verzameling van naar meer integratie strevende europarlementariërs. Bijna de helft van de leden van het Europarlement was binnen een jaar deelnemer. De Krokodillen stelden al in 1983 een ontwerpverdrag op om tot de vorming van een Europese Unie te komen. Hoewel de tekst met overgrote meerderheid werd aangenomen in het Europees Parlement, staken de Europese regeringsleiders er een stokje voor. Maar het zorgde er mede wel voor dat later de Europese Akte en het Verdrag van Maastricht tot stand kwamen, waarbij de efficiënte werking en de democratisering van de Europese gemeenschap een fikse stap voorwaarts zetten.
Spinelli Groep
Na de dood van Spinelli in 1986 ging ook de Krokodil Club ter ziele. Recent, in september 2010 heeft zich echter een opvolger aangediend in de vorm van de Spinelli Groep. Oprichters zijn europarlementariërs Guy Verhofstadt, ex-premier van België, Daniel Cohn-Bendit, oud revolutionair in mei 1968, en Isabelle Durant, huidig vice-president van het Europees Parlement. De groep staat open voor niet-europarlementariërs. Overigens bevinden zich onder de deelnemers – Élie Barnavi; Ulrich Beck; Elmar Brok; Daniel Cohn-Bendit; Pat Cox; Koert Debeuf; Jacques Delors; Tibor Dessewfy; Andrew Duff; Isabelle Durant; Joshka Fischer; Jean-Marc Ferry; Edouard Gaudot; Alina-Roxana Girbea; Sylvie Goulard; Sandro Gozi; Heather Grabbe; Danuta Hübner; Guillaume McLaughlin; Mario Monti; Kalypso Nicolaidis; Tomaso Padoa Schioppa; Diogo Pinto; Gaëtane Ricard-Nihoul; Mychelle Rieu; Gesine Schwan; Amartya Sen; Imola Streho; Pawel Swieboda; Roza Thun; Anna Triandafyllidou; Kurt Vandenberghe; Guy Verhofstadt – geen Nederlanders. Een man van het statuur van Sicco Mansholt hebben we niet meer.
Regeringen versus burgers
De nasleep van de kredietcrisis laat zich nog steeds voelen in de EU. Sommige EU-lidstaten kunnen hun financiële problemen niet meer zelfstandig oplossen. Hulp van de EU is nodig. Die stelt daarbij vanzelfsprekend voorwaarden. Maar dat betekent dat de EU maatregelen oplegt die de autonomie van de lidstaatregeringen verregaand opzij schuiven. Er is nood aan een nieuwe overdenking van het federalisme in Europa.
Op korte termijn, op 15 december aan de vooravond van een Eurotop, wil de Spinelli Groep een bijeenkomst beleggen. Op de agenda figureren twee punten prominent: 1) Een verandering van het Verdrag van Lissabon; 2) De macht van het europarlement versus die van in zichzelf gekeerde staten als Nederland en het VK over het Europese budget.
Het gaat daar kortom om de macht van de burgers (vertegenwoordigd in het europarlement) tegenover de macht van specifieke nationale belangen, bovendien voorzien van ondemocratisch vetorecht op cruciale onderdelen (vertegenwoordigd in de Europese Raad).
Leefbare wereld.
Indien wij ons nageslacht, toch onze eerste zorg(!), een mooie en leefbare wereld willen nalaten, dan is dat alleen mogelijk via vruchtbare samenwerking wereldwijd. Daarvoor zal eerst het elitaire wantrouwen, ‘het volk is niet bij machte zichzelf te besturen’, doorbroken moeten worden. Nederland zou daartoe de aanzet kunnen geven, door het bestel ter discussie te stellen. Alleen daardoor is het vertrouwen in de politiek te herstellen en kan de macht bij het volk komen te liggen, wat het begrip ‘democratie’ toch impliceert. Voor het welslagen van dit baanbrekende vertrouwensproces zijn de media, in het bijzonder het alziend tv-oog, onontbeerlijk. Als wij ons nageslacht een mooie en leefbare wereld willen nalaten, dan zullen wij onze hoop dan ook niet moeten vestigen op de Haagse particratie, maar op de Hilversumse mediacratie. Daarvoor zullen de omroepen wel een beroep moeten doen op andere smaakmakers dan de gebruikelijke.
Poetin pleit voor vrijhandelszone
Dat <a href="http://www.presseurop.eu/nl/content/news-brief/406281-poetin-pleit-voor-vrijhandelszone”Poetin voor een vrijhandelszone pleit", de EU en Rusland omvattend, een ‘harmonieuze economische gemeenschap die reikt van Lissabon tot Vladivostok’, verwondert me niet. In een eerder bericht had ik al een analyse gemaakt van de Russisch-Europese belangen.
Poetin pleit voor vrijhandelszone
Dat Poetin voor een vrijhandelszone pleit”, de EU en Rusland omvattend, een ‘harmonieuze economische gemeenschap die reikt van Lissabon tot Vladivostok’, verwondert me niet. In een eerder bericht had ik al een analyse gemaakt van de Russisch-Europese belangen.
Klimaattop tot mislukken gedoemd.
Het is te voorzien dat de klimaattop in Cancún zal mislukken. Niet uit onwil of egoïsme, maar omdat de heersende politiek-economische orde niet opgewassen is tegen het wereldomvattende klimaatprobleem, dat het politieke en economische denken overstijgt. Het adequaat aanpakken van het klimaatprobleem vergt dan ook een wereldorde waarin politiek en economie hebben afgedaan. Om dat te realiseren zal de politiek-economische orde publiekelijk ter discussie gesteld moeten worden. Met behulp van de media, in het bijzonder het alziend tv-oog, moet dit te realiseren zijn. Alleen zullen de publieke omroepen daarvoor wel een beroep moeten doen op andere smaakmakers dan de gebruikelijke, die veelal het politiek-economische gedachtegoed zijn toegedaan. Daarbij doel ik op lieden die er van uitgaan dat niet de politieke en de economische elite maar het geschoolde volk het beste is toegerust om in gezamenlijkheid de problemen het hoofd te bieden, waar het begrip democratie toch voor staat.
WikiLeaks, a blessing in disguise.
Hillary Clinton slaat de plan mis door te spreken over een volstrekt onverantwoorde actie van de onthullings-/klokkenluiderswebsite WikiLeaks. Er zijn namelijk evenveel argumenten vóór als tégen publicatie van de documenten aan te voeren. De discussie daarover draait immers om de (kern-)vraag of daarmee het algemeen belang gediend of geschaad wordt! Een open vraag, omdat over de interpretatie van het algemeen belang geen eenstemmigheid bestaat. De paradox is dat voor het realiseren van die broodnodige eenstemmigheid zich de WikiLeaks-website leent. Daarvoor zullen de boodschappers, de producenten van de belastende documenten, wel als volwaardige gesprekpartners gezien moeten worden door de geadresseerden. Dus zullen zij serieus genomen moeten worden ‘als mens’ en niet weggezet moeten worden ‘als vijand’, die met alle kracht (getuige het internationaal aanhoudingsbevel tegen Julian Assange) bestreden moet worden. Op basis daarvan is nu eenmaal geen vruchtbare discussie en een daarmee corresponderend beleid te voeren dat het begrip democratie eer aan doet. Nationaal noch mondiaal.
Geloof in de Nederlandse identiteit
Waaruit bestaat de Nederlandse identiteit? Op zoek naar de Nederlandse identiteit kom je snel de volgende omschrijving tegen: paradoxaal genoeg lijkt de kern van de Nederlandse identiteit te zijn dat deze afwezig is. Vreemd. Het belangrijkste tegenargument voor het afwijzen van Europese ontwerpgrondwet was de teloorgang van de Nederlandse identiteit. Uit een enquête gehouden tijdens het referendum over de Europese Grondwet door marktonderzoeksbureau TNS Nipo bleek dat. Een kwalitatief onderzoek van PQR noemde eveneens verlies aan identiteit als een hoofdreden van de tegenstemmer. Dat is interessant. Het lijkt op een geloof in een niet direct waar te nemen god. En geloven doe je, dat kan je niet precies beredeneren: Nederlandse identiteit bestaat, geloof erin! Ondanks het onberedeneerbare is het godsgeloof wel ergens op gebaseerd: op verhalen, op mythen, op wonderen, op het begin der dingen – wat was er voor de oerknal? Zo kunnen we ook de basisveronderstellingen van de Nederlandse identiteit onderzoeken. We kunnen haar niet negeren. Wie niet over zoiets begeerlijks als een nationale staat beschikt, zoals de Koerden, wil die dolgraag, wil zijn identiteit gestalte geven.
Behaviorisme
Als de kern van de Nederlandse identiteit moeilijk te achterhalen is, dan kunnen we misschien beginnen met een behavioristische benadering. Dat is een beperkte benadering, maar kan waardevol zijn. In de ontwikkeling van de psychologie startte men met het formuleren van allerlei identiteiten die de menselijke psyche zouden bepalen. Bekend zijn Freuds Ich, Über-Ich en Es. Wat later werd bedacht dat deze benadering toch wel een hevig speculatief karakter had. Met name Karl Popper vond het maar niks. Het gedrag kwam centraal te staan: je bent hoe je je gedraagt. Het behaviorisme is inmiddels weer verlaten, maar het heeft toch een aantal waardevolle inzichten opgeleverd. Hoe gedragen Nederlanders zich? Ze spreken Nederlands. En zij zijn praktisch de enigen op de wereld, op Vlamingen en Surinamers na. Waarschijnlijk bestaat hieruit een belangrijk aspect van het Nederlanderschap. Maar Nederlands is niet de enige identificerende variabele. We moeten verder op zoek. Zijn het gedragingen zoals Johan Huizinga in ‘Nederlands geestesmerk’ stelde, die gekarakteriseerd kunnen worden door: eenvoud, verdraagzaamheid, maatgevoel, antiheroïsme, netheid en nijverheid. Huizinga gebruikte vaak prachtige plastische omschrijvingen. Is dat een adequaat middel om een identiteit af te bakenen? Het rijtje eigenschappen zou kunnen gelden voor Nederlanders, maar misschien ook voor Denen. Zijn Nederlanders eigenlijk Nederlands sprekende Denen? Er moet toch meer zijn.
Geofysica
Frits Bolkestein volgt Huizinga maar voegt er in ‘Nederlandse identiteit in Europa’ een geofysische factor aan toe: “Wie in een waterrijk gebied woont, moet een zekere mate van organisatiegraad, netheid, pietluttigheid en nijverheid bezitten om te overleven. Het waren eigenschappen die als het ware uit de geografie voortvloeiden en ze bepaalden de ruimtelijke ordening van Nederland tot nu toe. Elke vierkante meter wordt bemeten en krijgt een bestemming. Zouden Hollanders destijds niet pietluttig zijn geweest, ze zouden zijn verdronken.” Wellicht heeft Bolkestein iets te pakken. Maar hij verhaalt over destijds. Is deze watergerelateerde identiteit intussen niet verwaterd?
Historie
We belanden aan bij de Nederlandse geschiedenis als bepalende factor. De Leidse hoogleraar archeologie en oudheidkunde Alexander Bijvanck poneerde in 1941 in zijn boek ‘De voorgeschiedenis van Nederland de stelling dat de Nederlandse volksgeest of identiteit zou zijn terug te voeren tot in de prehistorische periode van het Neolithicum. Gewoon onzin of ideologisch opportunisme in bezettingstijd? Regelmatig kom je karakteristieken tegen waar sinds Willem de Zwijger de Hollandse koopmansgeest samen met de moraliserende dominee en de stugge buitenlui in het binnenland worden beschreven. Maar in het begin van de negentiende eeuw was er in Europa nog amper sprake van natiestaten. Het gebied waartoe je behoorde reikte niet veel verder dan je letterlijke horizon. Men sprak een streektaal en geen Engels, Duits of Algemeen Beschaafd Nederlands. In landen als Duitsland, Italië en Turkije werd een nationale identiteit gecreëerd om verschillende etnische en religieuze groepen onder een gemeenschappelijke noemer bij elkaar te brengen. Toch leren we van dergelijke dubieuze historische voorbeelden niet snel. Er is nu zelfs een canon opgesteld om de Nederlandse culturele eigenheid te benadrukken. Een voorbeeld van een bekende historische Nederlander is de grote admiraal Michiel de Ruyter. Kan hij een identificatiefiguur voor de ‘Nederlander’ zijn? Maar hoe zit het dan met mijn verre voorouder Joachim die een befaamde Zweedse admiraal was? Gaat familieverwantschap voor nationale verwantschap of omgekeerd? Vele Nederlanders hebben on-Nederlandse voorouders. Wanneer krijgt men een Nederlandse identiteit? Ik kan doorgaan met onbeantwoordbare vragen te stellen. Laat de geschiedenis maar instructief zijn voor veel zaken, maar niet voor het bepalen van een nationale identiteit.
Cultuur
De cultuur is een andere invalshoek. We hebben Sinterklaas en we serveren één koekje bij de koffie, daarna gaat de koektrommel dicht. Nederlanders fietsen veel, bij voorkeur tussen de bloembollenvelden. Veel meer valt er over de culturele invalshoek niet te verzinnen. Er is nauwelijks sprake van een keuken, even weinig van een wijn- of biercultuur. Theater, film, volksmuziek zijn marginaal. Eén internationaal aansprekend boek, de Max Havelaar, is het product van de Nederlandse literatuur. Het lijkt haast op een Freudiaanse verklaring: geen culturele identiteit (seks) is juist een bewijs ervoor door verdringing van die bestaande culturele identiteit (seks). Een belangrijk cultureel identificatieobject zijn we al kwijt: een Nederlandse munt. Hoewel er blijkens onderzoek nog hele volksstammen bestaan die van rekenen een sport hebben gemaakt, die de prijzen omrekenen van euro’s in guldens, word ik door mijn in een quasi andere wereld levende kinderen gevraagd over de ‘oude tijd’ te vertellen, toen de gulden nog courant was. En dan is er nog de bekende verzuiling. Verschillende Nederlandse groepen hebben hun eigen cultuur, hun eigen identiteit; die identiteiten worden uitgedrukt in zuilen. Volgens ARP-leider Bruins Slot: “Wat ons als Nederlanders bindt, is zuiver negatief van aard, te weten de erkenning van elkaar, ieder in zijn bijzondere eigen aard, en het vinden van een vorm van samenleving die alle ruimte laat voor het beleven van die verscheidenheid en dus afziet van iedere poging haar onder één nationale noemer te brengen.” Dus die verzuiling, het afwijzen van een gemeenschappelijke identiteit, is weer een karakteristiek kenmerk van de Nederlandse identiteit. Freud, help, ik volg mijn eigen redenering niet meer.
Drijfveren
Stiekem zijn we aanbeland bij de moderne psychologie. We hebben angst. Wat blijft er van de Nederlandse identiteit over wanneer Nederland steeds meer een multi-etnisch karakter krijgt en opgaat in een Verenigd Europa? Het gaat om de bedreigende verandering. Nu heeft iedere verandering iets bedreigends, maar deze keer geldt het niet alleen voor Wim Sonneveld die zijn oude dorp niet meer herkent: “Thuis heb ik nog een ansichtkaart. Waarop een kerk, een kar met paard…” Er is een collectieve bedreiging van verandering voor zowat alle Nederlanders. Maar als er verandering plaatsvindt, moet er iets veranderen. “Dat is logisch”, zou mijn geliefde filosoof Johan Cruijff zeggen. We moeten alleen nog uitvinden wat dat iets is dat verandert. Het iets moet de Nederlandse identiteit zijn, dat kan bijna niet anders. Kunnen psychologen de aalgladde identiteit vangen? Begin jaren ’60 deden de vooraanstaande psychologen Duijker en Frijda een poging. In een trend report over nationaal karakter – niet helemaal hetzelfde als de hedendaagse identiteit – pasten ze; een Nederlandse psyche is onduidbaar. De Nederlandse identiteit leek echter immer vanzelfsprekend. Nu is door wetenschappelijk onderzoek de vanzelfsprekende platte aarde al verpletterd. Met grote vreze wordt voor het concept van de vanzelfsprekende Nederlandse identiteit gevreesd. Genoeg, weg met de psychologie! Laat de zielentherapeuten zich toch met ongelukkigen van geest bezighouden en niet met mensen behept met gezond verstand die zich bewust zijn van hun identiteit.
Postmodernisme
Misschien concentreerden we ons totnogtoe teveel op het verleden. De postmoderne tijd – intussen al weer wat old-fashioned – verschaft misschien wat meer inzicht. Hendrik Jan Schoo maakte er in ‘Nut en noodzaak van een Nederlandse identiteit’ enkele opmerkingen over. Tolerantie en openheid culminerend in cultuurrelativisme en multiculturalisme, een libertijnse morele voortreffelijkheid die we de wereld ten voorbeeld stelden, abortus, euthanasie, het gedogen van softdrugs als summum van progressiviteit, het in de marge belanden van georganiseerde religie, de voorbeeldige verzorgingsstaat, één der hoogste percentages ontwikkelingshulp, kunnen zij de Nederlandse identiteit gestalte geven? Het lijkt mij meer op een roze gekleurde momentopname dan een beschrijving van de identiteit. Het cultuurrelativisme bijvoorbeeld heeft onder hevig vuur gelegen en is ten onder gegaan. Het tolerante softdrugsbeleid is nog gedoogbaar. Daartegenover heeft het ook vervelende nadelen. Mede zorgen de van heinde en verre aankomende drugstoeristen voor de nodige last voor de nuchtere Nederlanders. Opeenvolgende ministers gebruiken steeds hardere woorden jegens de softdrugs producerende bendes. En er bestaat steeds de kans dat Nederland met Colombia en Afghanistan in één categorie wordt ingedeeld als narcostaten. Als dat Nederland identificeert, wil men er zo snel mogelijk vanaf.
Onderweg
Als je van buitenaf naar Nederland kijkt als deels buitenstaander, deels Nederlander, hoe kijk je dan tegen de Nederlandse identiteit aan? Een aantal opmerkingen van allochtone Nederlanders op een forum heb ik geregistreerd. Een veel gehoorde opmerking van bijvoorbeeld Marokkaanse Nederlanders is: “Ik voel me Nederlander als ik in Marokko ben; ik voel me Marokkaan als ik Nederland ben.” Van een uit Suriname afkomstige Nederlander las ik de volgende opmerking: “Ik voel me geen Surinamer en geen Nederlander, en voor velen ben ik dat wel. Ik zie mezelf wel als een moslim, die geaccepteerd moet worden als burger op deze wereld.” Een van oorsprong Kaapverdiaan merkte op: “Een Nederlandse identiteit betekent gewoon dat je een Nederlandse bewoner bent, je bent gewoon ingeburgerd als Nederlander. Zelf voel ik me gewoon hartstikke als een Cabo, maar als ik op de Cabo ben dan zien mensen me wel als een Nederlander. Hier in Nederland zien ze me gewoon als een Cabo, en ben en voel me gewoon een buitenlander, een Cabo dus. Het heeft niks met je nationale identiteit te maken wat je bent, vind ik. Het is gewoon hoe je je voelt en wat je praat en wat je ouders zijn.” Iemand schreef: “Toevallig is het zo dat ik het hier heb gedaan, en heb schijt aan al dat gezeik over allochtonen/autochtonen; helemaal schijteziek wordt je ervan. Mensen zijn we, klaar, dat is onze identiteit.” Een ander ziet de invloed van omgevingsfactoren: “Wie ik ben heeft duidelijk onder invloed gestaan van waar ik ben opgegroeid en is voor mij dus wel verbonden met plaats.” Deze wat nieuwere Nederlanders hebben wel een idee dat er zoiets is als een Nederlandse identiteit. Ze betwijfelen vaak of zij ook behoren tot de ‘Nederlanders’. Denken in termen van je eigen unieke zelf of wereldburger of religieuze identiteit of schizofreen denken komen vaak voor, beschouwingen over zichzelf als onderdeel van de Nederlandse identiteit zelden.
Idealisme
Hoogleraar Halleh Ghorashi, een buitenstaander/Nederlandse, merkte in haar dissertatie een verschil op tussen de inburgering van Iraanse vrouwen in de Nederlandse versus de Amerikaanse maatschappij: “Maar de meest interessante factor is dat de Amerikaanse identiteit niet gebaseerd is op culturele kenmerken, maar op idealistische termen zoals democratie en vrijheid. Juist omdat de Amerikaanse identiteit niet in culturele termen is gegoten, kan het als een paraplu dienen waaronder diverse culturen een plaats kunnen krijgen. Anders gezegd: de Amerikaanse identiteit is cultureel ‘dun’ en laat op die manier ruimte voor een diversiteit aan ‘dikke’ culturen. Het gevolg is dat de diversiteit aan culturen en de Amerikaanse identiteit elkaar niet uitsluiten. Sterker nog, het hebben van een ‘dikke’ culturele eigenheid is een belangrijke voorwaarde om Amerikaan te kunnen zijn.” Haar suggestie voor idealisme kan werken bij inburgering, maar werkt niet voor de Nederlandse identiteit in Europa. De andere Europese landen hebben grosso modo dezelfde waarden van democratie en vrijheid als Nederland. Nederland kan zich op die manier niet onderscheiden in Europa, waar het bij het onderzoek naar de Nederlandse identiteit in deze context mede om gaat.
Juridische benadering
Een onderzoek naar de diepere lagen van identiteit leverde niet bar veel op. Als ze ooit al gekarakteriseerd kon worden, lijkt de erosie ervan door de globalisering en europeanisering hevig huis te houden. De paradoxale constatering uit het begin lijkt gewettigd: de vanzelfsprekend ervaren Nederlandse identiteit kan niet worden vastgesteld. De Nederlandse identiteit is een gevoel, het is een Gestalt, een holistische constructie zonder kern. Maar als ze zo kernloos is, dan is ze bijzonder susceptibel voor veranderingen. Het dorp van Sonneveld is nog steeds wel hetzelfde dorp in naam, met veel dezelfde dingen als vroeger, maar toch ook weer heel anders. Verandering kunnen we niet tegenhouden, hoogstens vertragen zoals bijvoorbeeld de Amish in de Verenigde Staten dat trachten, maar dat willen Nederlanders in meerderheid niet. Van de zaken die blijven is de Nederlandse taal één van de fundamentele. Er is geen enkele reden aan te nemen dat het Nederlands verdwijnt. Kleinere taalgroepen in Europa: het Welsh, het Bretoens, het Baskisch, het Catalaans en het Fries, bestaan nog steeds. Iedereen die verlies aan identiteit betreurt kan troost putten uit het gegeven dat het verlies aan identiteit nooit volledig is, maar dat eigenlijk een verandering van identiteit optreedt. Dan blijft nog de formele juridische mogelijkheid ter bepaling over, ontdaan van alle diepere verklaringen. Je hebt een Nederlandse identiteit omdat je een Nederlands staatsburgerschap hebt. De nationale identiteit wordt bepaald door wat we met z’n allen beslissen. De belangrijkste beslissingsmacht voor Nederlanders is het Nederlandse parlement; het is belangrijker dan de gemeente, de provincie of Europa. In de gelaagde identiteit die een ieder heeft, is die welke wordt afgeleid van de belangrijkste gezamenlijke besluiten, in casu die van het Nederlandse parlement, zeer bepalend. Kees Kraaijeveld schaarde dat in ‘Het drama is voorbij’ onder inclusie: iedereen die de wens tot samenleven heeft en die de rechtstaat onderschrijft is van harte welkom mee te doen, ongeacht cultuur of religie. Deze constructivistische benadering voldoet gevoelsmatig slecht, toch lijkt zij lijkt de beste die we kunnen vinden. De Kaapverdiaanse Nederlander verwoordde het dilemma: “Ik ben Nederlands ingeburgerd, maar ik voel me niet zo, meer Cabo.”
Geloof
Bovendien duikt hetzelfde probleem op van Ghorashi’s oplossing: waarom zou je op juridische basis voor een Nederlandse identiteit kiezen en niet voor een Europese? Een idealistische Europese identiteit is makkelijker te bepalen op basis van democratische, liberale en sociale waarden. De keuze lijkt dan gewoon pragmatisch: Nederland bestaat met alles erop en eraan, de EU als representatieve democratische vertolker van een identiteit is nog in wording. Hoe wankel dat is zal blijken als het Nederlandse parlement op een bepaald moment niet meer de belangrijkste besluiten neemt, maar Europa. Dan komen velen in een shock. Ons ‘dorp’ Nederland is wegens bestuurlijke en economische slagkracht bij de grote zich uitbreidende ‘stad’ Europa gevoegd. Zo protesteert vrijwel ieder dorp bij samenvoeging, bij verlies aan vermeende identiteit. Grote schrik: de naderende verandering is rücksichtslos. En daarbij kwam de hier gevonden constructie van identiteit toch al gevoelloos over. Een nationale identiteit daarentegen geeft psychologische en sociale representaties. Groepsidentiteit biedt een emotioneel tehuis, a sense of belonging. Ja, we blijven op zoek naar een onbepaalbaar gevoel, vuren een canon af om de zeer fuzzy identiteit te concretiseren, opdat die als een geloof steun biedt.
De ambassade, een relikwie uit de 20e eeuw
Umberto Eco, een of andere Italiaanse schrijver, besteedde aandacht aan het nut van ambassades. De recente berichten op wikileaks gaven hem geen positieve indruk erover. Ze zijn verworden tot centra van spionage. De diplomatieke functie, die ze ooit hadden, hebben ze verloren in een era waar bellen, sms’en en e-mailen tot de gewone communicatie behoort en het vliegtuig je bovendien in een paar uur duizend kilometer verderop brengt.
Een relikwie is een overblijfsel. De oorspronkelijke functie verviel, maar een object kreeg er een andere, meer verheven functie voor in de plaats, een sacrale in de religies. De ambassade heeft eveneens zijn oorspronkelijke functie verloren. Naast die van spionage vervult hij tegenwoordig een protserige rol. Een grote, fraaie en dure ambassade fungeert als het obligate gouden polshorloge. De tijd laat zich ook op het mobieltje aflezen, maar een horloge toont status. Die status verhindert tot nog toe het verdwijnen van het overblijfsel, dat de ambassade is.
En de 20e eeuw? Bestaat diplomatie niet al eeuwenlang? Zeker, maar de ambassade kwam vooral tot bloei in de vorige eeuw. Voor WO-II werd Nederland in het buitenland vertegenwoordigd door gezantschappen. Pas in 1942 werden de Nederlandse gezantschappen in Londen en Washington verheven tot ambassades. Voorheen was een ambassade voorbehouden aan de ‘grote machten’. Een ambassadeur genoot een zeer hoog inkomen en voerde een grote staat. De grote landen weigerden om ambassadeurs van Nederland te ontvangen, omdat zij dan ook een ambassadeur in Den Haag moesten gaan benoemen. Na WO-II veranderde dat. Om protocollair niet in het nadeel te verkeren, een gezant krijgt bij diners een plaats onder aan de tafel, werden uiteindelijk alle gezantschappen opgewaardeerd.
Hebben we in de 21e eeuw echter nog wel zoveel relikwieën nodig? Ze verdwijnen inderdaad. Kerken worden al zo vaak gesloten dat er enige bezorgdheid bestaat omtrent het culturele erfgoed. Maar ambassades ontspringen de dans nog. Toch keert het gemoed. Syp Wynia meende twee jaar geleden dat met name ambassades in verre landen dicht konden. Iets meer geld voor ontwikkelingshulp in plaats van de bouw in de afgelopen jaren van minstens zes kostbare en architectonisch fraaie ambassades in Ethiopië, Mozambique, Egypte, Soedan, Senegal en Nigeria, valt te overwegen.
De ambassades in de EU vormen misschien nog wel een groter anachronisme. In Rome hebben we er zelfs twee, een voor Italië en een voor Vaticaanstad. Terwijl het Europees Parlement in Brussel annex Straatsburg de burgers van alle lidstaten representeert, behoren de ambassades van Parijs en Londen tot de grootste van de troep. En inmiddels hebben we barones Catherine Ashton die EU-ambassadeurs uitzoekt. Dat betekent dat we vaak dubbel vertegenwoordigd worden, door de Nederlandse ambassade en door die van de EU. Een gedachte die daarbij in de gauwigheid bij me opkomt: “Hoe gaat dat in Afghanistan werken.”
In het regeerakkoord staat met betrekking tot diplomatieke vertegenwoordigingen: “Het postennetwerk wordt herzien opdat er een kleiner en goedkoper maar flexibeler netwerk ontstaat, gebruik makend van verdere samenwerking met andere (EU-)landen en digitale mogelijkheden.” De kosten van ambassades vallen moeilijk te achterhalen. Een afweging tegen de baten is daarom lastig. Maar zou de zin uit het regeerakkoord een opheffing van minstens de ambassades in de EU inhouden? Ik wacht met interesse af.
Er waart een spook door de wereld, het spook van WikiLeaks.
Wat mij opvalt in de reacties op WikiLeaks, zowel in de pers als vanuit de politiek, is dat er veelal op de man wordt gespeeld in plaats van op de bal. Het gaat namelijk niet om de persoon Assange als journalist, maar om de (tijd-)geest die de site WikiLeaks heeft vrijgemaakt. Achter de ordinaire roddels van diplomaten over staatshoofden, schuilt namelijk de verwijzing naar de turbulente tijd waarin wij – als mensheid – leven. In die verwijzing ligt tevens de oproep besloten dat wij, in het belang van het algemeen, grip moeten zien te krijgen op onze op hol geslagen tijd. Die broodnodige beteugeling is niet mogelijk via een internationaal aanhoudingsbevel tegen Julian Assange, integendeel(!), maar enkel door met elkaar – als wereldbevolking – om de (VN-)tafel te gaan zitten. Om tot een vruchtbare mondiale dialoog te komen is het wel zaak dat de tafelgenoten allereerst en bloc en in alle openheid ruiterlijk verklaren dat de klokkenluiderssite WikiLeaks de politiek-economische krachten achter onze chaotische tijd genadeloos heeft blootgelegd. Hopelijk is zo’n ruiterlijke verklaring voor het alziend tv-oog niet teveel gevraagd voor de 192 staatshoofden, die de VN (en daarmee ‘ons-als-mensheid’, ofwel ‘het algemeen belang’) representeren.
Arrestatie Assange, een afleidingsmanouevre.
Wel beschouwd richt Assange zijn pijlen niet op Amerika of welk ander land dan ook, dus is hij niet bedreigend voor de nationale veiligheid van enig land. Met zijn openbaarmakingen speelt hij enkel in op de ongrijpbare (want boven plaats en tijd uitstijgende) tijdgeest, die hunkert naar openheid, naar transparantie wereldwijd. De arrestatie van Assange leidt slechts de aandacht daarvan af. Als logisch gevolg daarvan laat de maatschappelijke vertaling van die wereldomvattende hunkering op zich wachten. De vraag is alleen ‘voor hoe lang?’. Het negeren van de alomvattende implicaties van de tijdgeest, om politieke, economische en juridische (deel-)belangen zeker te stellen, kan nu eenmaal niet eeuwig duren.
Na Cancún
Na Cancún volgt Durban. Veel meer valt er over de klimaatconferentie eigenlijk niet te melden. Cancún is een prachtig plekje aarde. De 30 koppen tellende Nederlandse delegatie had het officieus vast naar haar zin. Maar officieel zal ze hard hebben gewerkt en teleurgesteld zijn over de uitkomsten.
Verrassend is het resultaat niet. De uitkomsten van Cancún en eerder van Kopenhagen voldoen aan een wiskundige formule. Zij is in diverse varianten bekend. Ik gebruik de vorm waarin Václav Klaus haar bracht op de Internationale Conferentie over Klimaatverandering in New York in 2008. Zij luidt:
ECO2 = EI * SEA * POP
De formule is niet moeilijk. ECO2 staat voor de Emissie van CO2. EI is de emissie-intensiteit per economische activiteit. SEA refereert aan de omvang (size) van de economische activiteiten. POP tenslotte staat voor de bevolkingsgrootte (populatie). De wereldbevolking groeit nog. De welvaart neemt globaal eveneens toe, hetgeen inhoudt dat de economische activiteit per bewoner, of het beslag dat iemand op hulpbronnen legt, ook groter wordt. Die factoren verhogen de wereldwijde uitstoot van CO2. Alleen de emissie-intensiteit zou naar beneden kunnen. Maar om dat te bereiken zijn er wonderen nodig.
Nu is Klaus politiek gesproken niet mijn vriend met zijn libertarische overtuigingen. En in zijn verhaal te New York haalde hij vreemde spookbeelden aan van een wereldwijde ascetische coup. Desalniettemin klopt de wiskundige vergelijking. Ontmoedigend daarbij is dat wonderen steeds zeldzamer worden, ondanks het opvallend ruim aantal heiligverklaringen (met bijbehorende wonderen) in de Rooms-katholieke kerk.
Over wonderen met betrekking tot het klimaat, vier nog wel liefst, schreef Marcel Hulspas in De Pers. Een vervolg op Kyoto zou een eerste wonder zijn. Het mirakel van het einde aan de economische crisis zou wat geld kunnen vrijmaken voor hulp aan de armste landen. De rechtse trend in de Verenigde Staten zou voorts moeten stoppen, want Amerikaans rechts gelooft niet klimaatverandering. En het vierde wonder zou een halt moeten toeroepen aan de onstuimige economische groei in Azië. Hoewel er wel wat valt af te dingen op de veronderstellingen, is de boodschap duidelijk: er zitten zoveel beren op de weg dat reductie van de CO2-uitstoot wonderen vergt.
De onmogelijkheid om op korte termijn CO2-emissies te beperken begint ook tot het grote publiek door te dringen. Een teken aan de wand is dat de belangstelling voor Cancún door de pers mondjesmaat was. De politieke partijen die toch doordrammen verliezen geloofwaardigheid. Groen is sympathiek, maar iets minder als we ons blauw betalen en de doelen achter de horizon verdwijnen. De publieke houding krijgt dan iets van: eerst een kalf zien verdrinken, dan dempen we eventueel de put.
Gaan we daarmee de verdoemenis in? We hebben in ieder geval nog tijd. Mijn wijzen komen uit het Noorden, uit Scandinavië. Eerst is er Svante Arrhenius. De Nobelprijswinnaar van een eeuw geleden dacht dat een warmere aarde vereist was om de snel stijgende bevolking te voeden. Het idee daarachter houdt nog steeds stand. Siberië kan veel opleveren aan gewassen. Vervolgens is er Bjørn Lomborg. De befaamde Deense klimaatwetenschapper meent dat we slimme oplossingen kunnen verzinnen. Maar dan is het vooral nodig om in onderzoek te investeren in plaats van de huidige gebrekkige, dure duurzame technologie te subsidiëren.
Armadillo of vredige kerst in Afghanistan
Tijdens de kerstperiode is het een goede gewoonte over de vrede te reflecteren. Tijdens het oud-Europese feest van kerst wordt door velen de verjaardag van Jezus gevierd. Jezus was de verhoopte brenger van vrede op aarde. Vrede overal lukte nog niet helemaal, hoewel we op de goede weg zijn. Afghanistan is een van de uitzonderingen waar slechts de opiumgebruiker tijdelijk vrede vindt.
Een half jaar geleden is er de Deense documentairefilm Armadillo uitgekomen. Pas na kerst mogen we die in de Nederlandse bioscopen beleven. Is de aanblik van door granaten uiteengereten Afghanen te slecht voor de vreetlust en kon de film daarom niet op een kerstonthaal rekenen? Misschien. Hoe het ook zij, de première staat als een goed begin van het jaar voor januari ingepland.
In Denemarken veroorzaakte de film een opschudding. Honderden artikelen zijn er aan gewijd. De Deense minister van Defensie heeft een onderzoek gelast naar de gebeurtenissen die de film toont.
Armadillo is ook de naam van een vooruitgeschoven Deens-Britse legerpost in de Afghaanse provincie Helmand. Helmand is voor Oeroezgan de meest gewelddadige provincie van het land. Er vindt 42 procent van de wereldproductie van opium plaats. Meer dan de totale productie van Birma. Op zich is dat al een ideale plek voor bloederige bendeoorlogen. Als er dan nog een cultuurclash bij komt tussen het Westen en islam, die op die ongelukkige plek met wapens uitgevochten wordt, dingt de streek volwaardig mee naar de titel van hel op aarde.
Op die plek moet een handjevol Deense soldaten zien te overleven en tussendoor sympathie kweken voor de westerse opvattingen. De Denen doen dat vol overgave. Aan het eind van de documentaire komt een vuurgevecht met de Taliban in beeld. De Deense militairen zijn uitgelaten na hun overwinning. Een soldaat vertelt dat ze de gewonden liquideerden – neutraliseerden in officieel spraakgebruik – en de doden op een stapel legden om er foto’s met henzelf van te maken als de zegevierenden. De vredebewarende missie had weer een taak volbracht.
Regisseur Janusz Metz neemt geen stelling in over de vraag of er westerse troepen in Afghanistan moeten blijven. Hij tracht wel meer oog voor de positie van de Afghaanse boer in het conflict te bereiken. De boer moet zien te overleven tussen de wensen van de Taliban (met wapens) en die van de Westerse militairen (eveneens met wapens). De historie van het land kan niet worden genegeerd. Veel Afghanen zien de internationale troepen als een invasie van de maan.
Natuurlijk kennen we de situatie in Afghanistan. De film doet echter de situatie dichter bij ons beleven. Hij toont ons de opgewekte jonge soldaten in Denemarken in het begin en de op alle mogelijke manieren ‘vredebewarende’ mannen op het eind. De toeschouwer zal daarmee uiteindelijk bewuster zijn van de keuze van de wijze waarop de vrede bewaard moet worden.
Kersttoespraak.
Door ons te richten op een gemeenschappelijk perspectief kunnen wij trachten angst en argwaan te overwinnen en een goede balans te vinden tussen ‘wij’ en ‘zij’, aldus koningin Beatrix in haar kersttoespraak. Waarop Wilders twitterde: “De 12 opgepakte Somalische terreurverdachten zochten volgens mij in NL niet direct naar wat ons verbindt en delen onze waarden vast ook niet”. Een ongerijmde reactie, omdat de PVV ook niet op zoek is naar een verbinding die overstijgt. Vandaar dat de behartigenswaardige oproep van de koningin om ons te richten op een gemeenschappelijk perspectief bij Wilders en de zijnen geen enkel gehoor zal vinden, wat doet denken aan de waarschuwing uit de Bergrede om geen parelen voor de zwijnen te werpen (Mat. 7:6).
Qua visie doet de Metro niet onder voor het NRC Handelsblad.
De column van Afshin Ellian in het NRC Handelsblad van afgelopen weekend (31 december & 1 januari), ‘De majesteit, het symbool van nationale verdeeldheid’, is niet te rijmen met de kersttoespraak van de koningin. Daarin riep de Majesteit ‘ons’ immers op ons te richten op een gemeenschappelijk perspectief, ofwel op nationale eenheid. Daarmee plaatste de koningin zich in wezen buiten de (partij-)politieke arena, met alle consequenties van dien voor een hertaling van het begrip democratie. Met zijn column plaatst Ellian zich buiten de broodnodige maatschappelijke discussie daarover. Een bijdrage aan de creatie van een gezamenlijke koers die boven het uitzichtloze partijpolitieke gekrakeel uitstijgt en daarmee recht doet aan het gemeenschappelijk perspectief dat koningin Beatrix voor ogen staat en waar de samenleving naar hunkert, is van zijn hand dan ook niet te verwachten. Dankzij columnisten van het kaliber Afshin Ellian doet de gratis Metro – ‘qua visie’ – dan ook niet onder voor de prijzige NRC Handelsblad. Er is dan ook alle reden om de gezaghebbende status van deze krant, die voor een niet onaanzienlijk deel te danken is aan zijn rijkelijk betaalde columnisten, naar beneden bij te stellen.
Afscheidsrede Femke Halsema.
Nu de tegenstellingen in onze samenleving groter worden, is het wel de vraag hoe deze door volksvertegenwoordigers in goede banen worden geleid, aldus Femke Halsema in haar afscheidsrede. Hopelijk zullen onze volksvertegenwoordigers hun kostbare tijd niet besteden aan de beantwoording van die vraag. Het in goede banen leiden van tegenstellingen heft deze namelijk niet op, maar verhardt ze slechts. En daarvoor heeft het volk de geldverslindende volksvertegenwoordiging nu eenmaal niet ingehuurd. Integendeel!
The medium is the message.
Ervan uitgaande dat een meerderheid binnen en buiten het parlement geen vertrouwen heeft in een nieuwe missie naar Afghanistan, is de vraag ‘maar wat dan?’. Hoe is het onrecht waaronder de Afghanen dagelijks lijden te bestrijden, zonder machtspolitiek te bedrijven? Daarvoor zullen we ons vertrouwen in de VS moeten overhevelen naar de VN, waar ook Afghanistan lid van is. Wat het realiseren van het ideële VN-doel betreft, VREDE, behoren Nederland en Afghanistan dan ook niet tegenover elkaar maar schouder aan schouder te staan. Daarvoor zal eerst het links-rechts denken, dat aan het bedrijven van machtspolitiek ten grondslag ligt, doorbroken moeten worden. De vraag is alleen hoe die geestelijke doorbraak tot stand kan komen.
Voor het antwoord daarop is allereerst een gezamenlijk ideaal nodig dat het links-rechts-denken overstijgt. Het VN- of vredesideaal leent zich daarvoor. Helaas is het ons (als mensheid) na 65 jaar nog steeds niet gelukt dat gezamenlijke ideaal gemeenschappelijk van de grond te krijgen. Desondanks heeft de mogelijkheid daartoe zich in ’98 voorgedaan, bij de val van de Muur. Helaas is de diep ingrijpende ‘fluwelen revolutie’, die wereldwijd destijds een geweldig elan teweegbracht, als de historische eindoverwinning van rechts geïnterpreteerd. Een dramatische misinterpretatie, die de VS het wereldleiderschap bezorgde, wat automatisch ten koste is gegaan van de VN. Op één schip kunnen nu eenmaal niet twee kapiteins tegelijkertijd de koers bepalen. Vandaar dat het vertrouwen in de Verenigde Naties en het daarmee gepaard gaande geloof in VREDE, langzaam maar zeker tot het nulpunt is gedaald.
Desondanks zie ik de toekomst met vertrouwen tegemoet. Het inzicht dat wij – als mensheid – geen verschillende maar dezelfde belangen nastreven, die met links-rechts-denken en de daaraan gekoppelde machtspolitiek nooit waargemaakt kunnen worden, groeit namelijk met de dag. Op het moment dat de media oog krijgen voor dit (mondiale) inzicht en zich serieus gaan buigen over de (mondiale) maatschappelijke vertaling daarvan, is (indachtig het gezegde ‘the medium is the message’) het hek van de dam. Onder druk van de publieke opinie, komt daarmee namelijk de hervorming van de VN tot een mondiaal beleidsorgaan met bovennationale bevoegdheden in zicht, waar onze tijd met zijn mondiale problemen naar hunkert.
Wat de broodnodige hervorming van onze volkerenorganisatie betreft, waartoe artikel 109 van het VN-Handvest de mogelijkheid biedt, moet met name worden gedacht aan de opheffing van de totalitaire (vetorecht!) Veiligheidsraad en de overheveling van zijn (democratische) vredes- en veiligheidstaak naar de Algemene Vergadering. Daardoor krijgt dit orgaan eindelijk de ruimte zich te ontwikkelen van een ongeloofwaardig mondiaal praatcollege, waarin het recht van de sterkste geldt, tot een geloofwaardig mondiaal daadcollege dat een rechtvaardig en duurzaam wereldbeleid weet neer te zetten. Een gezaghebbend wereldforum dat kan rekenen op de onvoorwaardelijke steun van de wereldbevolking, omdat het zich in zijn beleid niet laat bepalen door religie, ideologie en economie maar door de alom onderschreven mensenrechten en onze ongeëvenaarde ‘know how’ op elk terrein. De mondiale rechtsstaat en democratie in optima forma ineen.
Kortom, een Nederlandse afwijzing van de Afghanistan missie maakt op termijn de weg vrij voor de creatie van een wereldbeleid onder auspiciën van de tot wasdom gekomen Verenigde Naties, waar gelijk de Nederlanders óók de Afghanen de vruchten van plukken zullen op vreedzame wijze.
Nepdemocratie.
Ideëel gesproken is er niets mis met de politie-opleidingsmissie. De gedachte erachter is immers om van Afghanistan een democratische rechtsstaat te maken! Helaas zal dat behartigenswaardige idee bij de Afghanen als totaal ongeloofwaardig overkomen, gezien het feit dat ons beleid geen enkele boodschap heeft aan de Nederlandse publieke opinie, die in meerderheid tegen de missie is. In feite komt onze aanwezigheid in Afghanistan komt dan ook neer op het promoten van een nepdemocratie.
GroenLinks congres.
Hoewel GroenLinks de mond vol heeft van de mensenrechten, draait het congres aanstaande zaterdag daar niet om. Kennelijk denkt de factie dat de Kunduz-missie het mensenrechtenideaal, ofwel de wereldvrede, ten goede komt. Daarbij ontgaat het haar dat de sleutel voor vrede niet in missies gelegen is, maar in de gaia-hypothese. De opvatting van onze aarde als één groot levend oerorganisme waar wij – als mensheid – niet boven staan, als ware wij de schepper ervan, maar een integraal deel van uitmaken. Dit houdt in dat wij – als mensheid – gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de instandhouding van die levende totaliteit. Een gezamenlijke verantwoordelijkheid die enkel waargemaakt kan worden via een ‘eendracht-maakt-macht-bestel’.
Daarvoor is een radicale breuk met het huidige verdeeldheid zaaiende partijpolitieke bestel vereist, waarvoor de medewerking van politiek Den Haag onontbeerlijk is. Zolang deze ‘voorwaarde voor vrede’ achterwege blijft, blijft het dweilen met de kraan open. De Kunduz-missie is daar een sprekend voorbeeld van.
Gidsland Nederland.
Foto’s van demonstrerende vrouwen in Caïro schetsen een beeld van een hartstochtelijke vrijheidsstrijd, die met hoofddoekjes om gevoerd wordt. Een lapje stof dat in feite model staat voor de wijze waarop deze strijd gevoerd dient te worden om de ware vrijheid in zicht te krijgen. Met helmen op zal dat nooit lukken. Vandaar dat de Kunduz-missie op voorhand tot mislukken gedoemd is. Vrijheid zal zij de Afghanen niet brengen, hoe mooi de benaming politie-opleidingsmissie ook klinkt. Pure volksmisleiding waar niet alleen wij-Nederlanders maar ook de Afghanen de rekening van gepresenteerd zullen krijgen. Gelukkig hoeft het zover niet te komen. De missie is immers nog niet vertrokken! Alle mogelijkheid voor onze geachte afgevaardigden om nog tijdig tot bezinning en inkeer te komen en de missie af te blazen. Een zuiver democratisch besluit, aangezien de meerderheid van het volk(!) tegen is! Daarnaast getuigt het van realiteitszin, getuige het feit dat er geen militaire oplossing voor Afghanistan is. Een besluit kortom dat het vertrouwen in de politiek ten goede zal komen, met alle positief maatschappelijke consequenties van dien, die niet tot onze landsgrenzen beperkt zullen blijven. Nederland als geloofwaardig gidsland.
Hoofddoekje.
Voor de PVV staat het hoofddoekje symbool voor onderdrukking van de vrouw door de man. Voor hetzelfde geld kun je het dragen van een stropdas beschouwen als symbool van onderdrukking van de man door de mores, zoals prins Claus in 1998 duidelijk maakte. Een behartigenswaardig optreden waarvan de strekking de heer Wilders ontgaan is, getuige zijn outfit en zijn strijd tegen het hoofddoekje. Een gevecht tegen een lapje stof, waarmee hij in feite aangeeft met twee maten te meten in de strijd tégen onderdrukking, ofwel vóór vrijheid. Dat maakt de PVV tot een onbetrouwbare partij, met alle consequenties van dien voor de gedoogconstructie en het daaruit voortvloeiend beleid.
Neutraliseren van de leugen.
De PVV heeft na de verkiezingen zestig verkiezingsbeloftes verbroken, zoals een onderzoek van het wetenschappelijk bureau van de SP duidelijk heeft gemaakt, wat haar tot een onbetrouwbare partij maakt wat het behartigen van het algemeen belang (waar het in de democratie toch om draait!) betreft. Die ontrouw aan verkiezingsbeloftes gaat echter ook op voor de VVD en het CDA, met alle consequenties van dien voor de betrouwbaarheid van de gedoogconstructie en het daaruit voortvloeiend beleid. De kwaliteit daarvan is dan ook het beste te typeren met ‘de leugen regeert’, om met koningin Beatrix te spreken. De leugenachtigheid die ook ten grondslag ligt aan de site http://www.uheefthetvoorhetzeggen.nl, waarin de rijksoverheid ons warm maakt voor de Provinciale Statenverkiezingen op 2 maart. Tot het adequaat behartigen van het algemeen belang, wat toch de primaire taak van Den Haag is, zullen deze verkiezingen echter niet leiden. Het frustrerende van deze constatering is dat Het Binnenhof zich dat ook realiseert maar net doet of zijn neus bloed. Een onwaarachtig spel waar de publieke omroep met veel enthousiasme aan meedoet, waarmee zij zich – als gezicht van de publieke zaak – prostitueert. Evenals in de residentie wordt immers ook in het mediapark het ongrijpbare algemeen belang ondergeschikt gemaakt aan (kijk-)cijfers, privébelangen en het grote geld, waardoor ook dáár de leugen regeert.
Het behoeft geen betoog dat deze wijze van regeren een aanfluiting is van het begrip democratie. Vanuit dat oogpunt bezien is het dan ook geen vraag òf we hierop moeten reageren, maar hóe. Hoe kunnen we de leugen neutraliseren, zodat deze niet langer het reilen en zeilen bepaalt in Den Haag en Hilversum, en niet te vergeten paleis Noordeinde. Dat nu is enkel mogelijk op basis van een alomvattend levensconcept dat niet religieus of ideologisch van aard is, dus geen bedreiging vormt voor welke levens- en/of wereldbeschouwing dan ook. Daarvoor leent zich de gedachte van onze aarde als één groot levend organisme waar de mens niet boven staat, als ware hij de schepper ervan, maar een onlosmakelijk (onder-)deeltje van uitmaakt. Democratisch gesproken vormt die levende totaliteit ‘het gemeenschappelijk of algemeen belang’, voor de instandhouding waarvan wij – als mensheid – gezamenlijk verantwoordelijk zijn.
Alvorens tot de politieke vertaling van die gezamenlijke verantwoordelijkheid kan worden overgegaan, zal eerst het tweeledige dictatoriale gedachtegoed waar het beleid wereldwijd op steunt, het kapitalisme (wie betaalt, bepaalt) en het parlementarisme (wie regeert, dicteert), doorbroken moeten worden. De doorbraak die de weg vrijmaakt voor het concretiseren van de gezamenlijke verantwoordelijkheid, waarvoor wij onze blik moeten richten op de VN. Daarvoor zal onze volkerenorganisatie wel eerst grondig gereorganiseerd moeten worden, van een ongeloofwaardig mondiaal praatcollege tot een geloofwaardig mondiaal daadcollege met bovennationale bevoegdheden. De realisatie daarvan moet zijn beslag kunnen krijgen via een algemene conferentie van VN-lidstaten ter herziening van het Handvest, waartoe artikel 109 de mogelijkheid biedt. Wat die broodnodige herziening betreft moet gedacht worden aan de opheffing van de dictatoriale (vetorecht) Veiligheidsraad, met de gelijktijdige overheveling van zijn primaire verantwoordelijkheid – de handhaving van de internationale vrede en veiligheid – naar de Algemene Vergadering. Dit orgaan kan zich daardoor ontwikkelen tot een gezaghebbend wereldforum. Een betrouwbaar mondiaal beleidsorgaan dat met behulp van onze ongeëvenaarde know how op elk terrein en de alom onderschreven rechten van de mens, bij machte is de wereldproblemen en het daaruit voortvloeiend onrecht adequaat aan te pakken. Kortom een beleid dat gestalte weet te geven aan ‘het gemeenschappelijk door alle volkeren en alle naties te bereiken ideaal’, zoals dat zo fraai staat geschreven in de preambule van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.
Opblazen bestel.
Van mijn stemrecht heb ik vorige week geen gebruik gemaakt. Niet uit onwil, maar omdat verkiezingen nooit iets oplossen en alles in een grote sneeuwschuiver vooruitschuiven, om met Mark Rutte te spreken. De problemen stapelen zich daardoor periodiek op en blijven speelbal van uitzichtloze partijpolitieke machtsspelletjes. De oplossing is dan ook gelegen in het doorbreken van die onverkwikkelijke machtsstrijd, waarvan iedereen (niemand uitgezonderd) de dupe is. Die broodnodige doorbraak is gelukkig alleszins mogelijk. Alleen zal daarvoor de ontoereikendheid van ons partijpolitiek bestel ruiterlijk erkend moeten worden door politiek Den Haag. En daar wringt de schoen, omdat met die ruiterlijke erkenning zij tegelijkertijd toegeeft dat verkiezingen in feite neerkomen op het trekken aan een dood paard. Voor het uitventen van deze harde waarheid op Het Binnenhof lijkt mij D66 de aangewezen partij. Als enige heeft zij zich immers ‘het opblazen van het bestel’ ten doel gesteld! Hoog tijd voor Pechtold en de zijnen om dit prijzenswaardige geesteskind van Van Mierlo weer nieuw leven in te blazen, in het belang van het algemeen.
Organische wereldorde.
Als antwoord op de vraag “Hoe nu verder met Libië?”, moeten we volgens de Franse minister van Buitenlandse Zaken Alain Juppé “nadenken over het organiseren van vrede”. In feite roept hij daarmee op tot een mondiaal vredesberaad, omdat vrede ons allen aangaat. Voor het slagen van het beraad zullen wij er oog voor moeten krijgen dat wereldvrede een universele levensopvatting vereist, die los staat van religie en ideologie. Daarvoor leent zich de gedachte van onze aarde als één groot levend organisme, voor de instandhouding waarvan wij gezamenlijk verantwoordelijk zijn, met alle consequenties van dien voor de daarbij horende organische wereldorde.
Licht van de Wereld.
Al het idealisme dat de Duitse journalist Peter Seewald ooit in het communisme zocht, heeft hij nu in het katholicisme gevonden, getuige zijn boek ‘Licht van de Wereld’. Een bundeling van interviews met paus Benedictus XVI over de paus, de kerk en de tekenen van de tijd. Wat het verstaan daarvan betreft slaat hij de plank mis, omdat niet de kerk of de paus het predikaat ‘Licht van de Wereld’ toekomt, maar de Universele Verklaring van de Rechten de Mens (UV). Het enige document dat wereldwijd wordt onderschreven en ons – als mensheid – verbindt, met alle politieke consequenties van dien. In feite vormt de UV dan ook de enige inspiratiebron voor een vruchtbaar mondiaal vredesbeleid. Zolang dit besef niet doordringt bij onze geestelijke en wereldlijke kopstukken (en niet te vergeten het legertje hoog opgeleide deskundigen dat hen ter zijde staat) zal de VN niet kunnen uitgroeien tot de ware vertegenwoordiger van het ‘Licht van de Wereld’. Dus zal de vrede een illusie blijven en het begrip rechtsstaat een holle frase.
Tekenen van de tijd.
Voor het antwoord op de vraag ‘wat geloven vandaag de dag inhoudt’, zullen we niet bij de kerk, de synagoge of de moskee ons oor te luisteren moeten leggen, maar er oog voor moeten krijgen dat de tijd rijp is voor het verwerkelijken van de (wereld-)vrede, waar het in het geloof om draait. Met de dag wordt het namelijk duidelijker dat de maatschappelijke vertaling van de immer beoogde vrede neerkomt op de verwerkelijking van de alom onderschreven Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Als blijk van het verstaan van de tekenen van de tijd, dient het spreken van gelovigen dan ook dáárop gericht te zijn. Dáárvoor zal wel eerst openlijk afstand genomen moeten worden van het dictatoriale gedachtegoed, wat ons doen en laten wereldwijd bepaalt. In het gangbare monetaire (wie betaalt bepaalt) en parlementaire (wie regeert dicteert) denken, draait het immers om het recht van de sterkste! De breed gedragen opvatting dat dit denken niet te doorbreken is, dus dat het daarvan afgeleide monetaire en parlementaire stelsel blijvend is en de verwerkelijking van het mensenrechten- of vredesideaal schone schijn, vormt in feite het antwoord op de vraag ‘wat geloven vandaag de dag inhoudt’. Het handhaven van de status quo vaart wel bij deze geloofsopvatting, wat de hoop op een betere wereld met de dag meer doet vervliegen. De leegloop van kerken en politieke partijen is daarvan het logische gevolg. De treurnis daarover bij de gevestigde orde getuigt niet alleen van gebrek aan inzicht in de tekenen van de tijd, maar ook van gebrek aan acceptatie dat politieke partijen en kerken (gelijk synagogen en moskeeën) geen doel op zich zijn. Gebreken van hogerhand die de onzekerheid op straat met de dag doen toenemen, met alle negatief maatschappelijke consequenties van dien.
Strategisch beraad CDA gaat voorbij aan tijdgeest.
Met de instelling van een strategisch beraad loopt het CDA achter de feiten aan. Onze geseculariseerde tijd vraagt namelijk niet om een CDA die als een feniks uit zijn as herrijst, maar om een beweging van betrokken (wereld-)burgers die zich en masse – los van ras, geslacht, maatschappelijke positie, levensbeschouwelijke gezindte en/of politieke gezindheid – sterk maakt voor de mensenrechten. Zo langzamerhand is de tijd daar namelijk volledig van doortrokken geraakt, waardoor ze onze tijdgeest bepalen. De vraag die daaruit opborrelt is hoe daaraan richting gegeven dient te worden. Het antwoord op die vraag is voor het CDA-top te hoog gegrepen, getuige de instelling van het strategisch beraad. In de opdracht aan De Geus en de zijnen draait het immers om het herstel van de (door de samenwerking met de PVV) gescheurde partijgelederen, dus om het enge partijbelang, en niet om het uitzetten van een koers die recht doet aan de tijdgeest en daarmee aan het algemeen belang! De koers waar met name ons nageslacht, toch onze eerste zorg(!), de vruchten van plukken zal.
Bestaansrecht bestel, een aflopende zaak.
Mensenrechten hebben het laatste woord.
Aangezien politieke partijen geen doel op zich zijn, is het geen vraag of zij hun bestaansrecht ooit zullen verliezen. De vraag is alleen wanneer? Volgens mij is dat tijdstip aanstaande. Onze tijd is zo langzamerhand namelijk volledig doortrokken geraakt van het mensenrechten- of vredesideaal, waarvan de alomvattende politieke vertaling (een mondiale samenleving onder VN-vlag) niet tegen te houden is. Tegen de tijdgeest is nu eenmaal geen kruid gewassen.
Het is dan ook te voorzien dat het recht van de sterkste dat de wereld momenteel draaiende houdt, zowel politiek (wie regeert dicteert) als economisch (wie betaalt bepaalt), het uiteindelijk zal afleggen tegen de democratische rechten van de mens, als drijvende kracht achter het wereldgebeuren. De universele rechtskracht die het vermogen van het partijpolitieke en economische bestel verre overstijgt en daarmee hun bestaansrecht ontkracht, hoe ingenieus zij ook in elkaar steken en elkaar ondersteunen.
Proces Wilders.
Oppervlakkig beschouwd is het proces tegen Wilders nergens goed voor geweest, omdat het enkel verliezers heeft opgeleverd. De winst van het proces is er echter wel degelijk. En wel in de zin dat het een uiting is van het huidige grensoverschrijdende rechtsbewustzijn, zoals zich dat door de jaren heen gestaag ontwikkeld heeft. Een gevoel voor universele rechtvaardigheid dat veel meer omvat dan wetsartikelen. Het komt namelijk voort uit een innerlijk weten over omgangsvormen die een multiculturele samenleving – gestoeld op onderling respect – behoeft om haar leefbaarheid en beschaving op peil te houden. Dat de huidige rechtspraak geen kant op kan met die ongeschreven wetten, met alle negatief maatschappelijke consequenties van dien, bewijst de vrijspraak van Wilders.
Vrijspraak Wilders doet geen recht aan de aanklacht.
Hoewel ik alle begrip heb voor de kritiek dat het proces Wilders nooit gevoerd had mogen worden, ben ik er toch van overtuigd dat het niet zinloos is geweest. Alleen is die zin er in het proces niet uitgekomen. Logisch, omdat daarvoor de aanklacht niet in een afgebakend juridisch (straf)kader geplaatst had moeten worden, maar in een wijds alomvattend bijdetijds mensenrechtenperspectief. De aanklacht ontstijgt namelijk het terrein van plaats- en tijdgebonden strafbare feiten, omdat hij meer is dan een reactie op haat zaaien en groepsbelediging. Het meer dat bepaald wordt door de ongrijpbare geest van de tijd. Daarmee bedoel ik het alom levende gevoel voor rechtvaardigheid, zoals zich dat door de jaren heen sluipenderwijs ontwikkeld heeft, dankzij het steeds grotere belang dat aan de alom onderschreven mensenrechten wordt toegedicht. Het toedichten dat bij een steeds groter wordende groep mensen het besef doet doordringen dat de verwerkelijking van de mensenrechten, ofwel ‘het gemeenschappelijk door alle volkeren en alle naties te bereiken ideaal’, geen moslim bashen vereist, maar onderling respect. Helaas is onderling respect niet in rechtsregels te vatten, waardoor het niet afdwingbaar is, zoals de vrijspraak van Wilders heeft bewezen. De vrijspraak die in zijn algemeenheid als onbevredigend wordt ervaren, omdat intuïtief wordt aangevoeld dat daarmee geen recht wordt gedaan aan de aanklacht. Enkel vaart de handhaving van de uitzichtloze status quo wel bij de vrijspraak. Het kan dan ook geen verwondering wekken dat het bevoegd gezag zich goed kan vinden in de uitkomst van het proces van de eeuw.
Over visie gesproken bij de rechtelijke en politieke macht in de Nederlandse polder anno 2011.
De blinde die de lamme helpt.
Het is duidelijk dat door de vrijspraak van Wilders de aanklagers en de benadeelden het nakijken hebben. Wel beschouwd hebben wij echter allemaal het nakijken, omdat het vonnis de waarheid geweld aandoet. Die wordt namelijk niet bepaald door Wilders, al zijn grootspraak ten spijt, maar door de onafhankelijke(!) tijdgeest. Zo langzamerhand is deze volledig doortrokken geraakt van het mensenrechten- of vredesideaal, dat alom onderschreven wordt en daardoor boven de partijen staat. Dit impliceert dat de verwerkelijking daarvan – toch het ultieme politieke doel – geen moslim bashen maar onderling respect vereist. Een eis die maatschappelijk niet uit de verf zal komen, zolang niet de (onafhankelijke!) tijdgeest maar Wilders het maatschappelijk debat bepaalt en hij daarin wordt gesteund door het recht, getuige de vrijspraak. Deze is echter niet los is te zien van de blinddoek die Vrouwe Justitia draagt. Wat dat betreft deed het proces Wilders mij onbewust denken aan de blinde die de lamme helpt, waardoor de waarheid geweld is aangedaan. Het proces stond immers niet in het teken van de door de mensenrechten doortrokken tijdgeest! Van de samenwerking tussen onze rechtelijke en politieke macht zullen we het dan ook niet moeten hebben inzake de verwerkelijking van het VN- of vredesideaal, hoezeer onze tijd van mondialisering daar ook open voor staat. Met andere worden, rijp voor is.
Hertaling CDA-uitgangspunten.
Op een bijeenkomst in Tilburg over het bepalen van de CDA-koers, wierp Jacobine Geel de vraag op ‘wat nou ten diepste het CDA is’. Het antwoord daarop ligt besloten in de CDA-uitgangspunten, ‘solidariteit, rentmeesterschap, gespreide verantwoordelijkheid en publieke gerechtigheid’, voor de bijdetijdse ‘hertaling’ waarvan het CDA de theologe (geen lid van het CDA) in de arm heeft genomen. Wat dat hertalen betreft prikkelde zij haar Tilburgse gehoor met de stelling: “Dat verkoopt toch niet: gespreide verantwoordelijkheid”. De vraag is waarom niet? Het antwoord daarop is dat gespreide verantwoordelijkheid een beleid vereist dat door ons gezamenlijk – los van levensbeschouwelijke gezindte en/of politieke gezindheid – gedragen wordt. En daarin wringt de schoen, omdat zo’n overstijgend (eenheids-)beleid waar wij met elkaar verantwoordelijkheid voor zijn, nooit van de grond zal komen via ons verdeeldheid zaaiende partijpolitieke bestel.
Met andere woorden, alvorens zij met vruchtbaar ‘hertalen’ kan beginnen zal de ‘hertaalcommissie’ onder voorzitterschap van Jacobine Geel, eerst ons partijpolitieke bestel publiekelijk ter discussie moeten stellen. Begrijpelijkerwijs is voor het slagen van die baanbrekende maatschappelijke discussie de medewerking van de media onontbeerlijk. Gezien het omvangrijke media-netwerk dat Jacobine Geel door de jaren heen heeft opgebouwd, als gerenommeerd tv-presentatrice, moet die broodnodige medewerking eenvoudig van de grond kunnen komen, met alle hoopgevende consequenties van dien.
Dwangverpleging vooraf.
Tegen de paranoïde angst dat moslims het in Europa voor het zeggen krijgen zal preventief opgetreden moeten worden, om te voorkomen dat die angst escaleert en in daden wordt omgezet, zoals in Noorwegen is gebeurd. Tot die broodnodige preventie zijn wij helaas niet in staat, omdat de wettelijke mogelijkheid daartoe ontbreekt. Paranoia bestrijden met dwangverpleging ‘vooraf’ kan immers niet volgens de wet! Om in die wettelijke leemte in onze rechtsstaat te voorzien, ligt hier voor onze volksvertegenwoordiging (als wetgevende macht) een uitgelezen taak weggelegd. Of Wilders en zijn geestverwanten dit ook zullen beamen waag ik te betwijfelen. Gelukkig vormen zij niet de meerderheid, dus is er alle reden om te veronderstellen dat dwangverpleging vooraf ooit wettelijk mogelijk zal worden, mocht de wil daartoe op Het Binnenhof in meerderheid aanwezig zijn.
Debat ‘Noorwegen’.
Mijn zijn tweet-reactie “Linksigen als Cohen en Dibi proberen nu ook een politiek slaatje te slaan uit massamoord Oslo. Ranzig. PVV blijft zichzelf, inhoudelijk en ook vwb toon”, trekt Wilders als vanouds van leer. Een wijze van reageren waarmee Wilders geen recht doet aan Cohen en Dibi. Bovendien suggereert hij daarmee dat er een hemelsbreed verschil bestaat tussen Anders Behring Breivik en hem. Ten onrechte, omdat door hun optreden zowel Breivik als Wilders bewijzen bevangen te zijn door angst. Angst dat moslims het in Europa voor het zeggen zullen krijgen, angst voor de multiculturele samenleving, angst voor Europa, angst voor de euro, angst voor links, angst voor …….. . Wat het overwinnen van die slechte raadgever betreft, hoop ik dat het initiatief van GroenLinks-kamerlid Tofik Dibi voor een inhoudelijk Kamerdebat over de wijze waarop Wilders heeft gereageerd op de moordaanslag in Noorwegen, doel zal treffen. Het algemeen belang zal daar zonder meer wel bij varen, omdat daarmee tegelijkertijd een punt wordt gezet achter de dominante rol van de PVV in de Kamer, waaruit geen enkel perspectief te distilleren is.
De vraag of mijn verwachtingen niet te hoog gespannen zijn, zal het Kamerdebat na het zomerreces uitwijzen. Afwachten maar.
Vrijspraak Wilders, een rechterlijke dwaling.
Op een symposium ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de studievereniging JFAS (‘Juridische Faculteit der Amsterdamse Studenten’), hield op 18 april jongstleden de president van het gerechtshof Amsterdam, mr. L. Verhey, een lezing met als titel ‘De dwalende rechter’. (http://www.rechtspraak.nl/Organisatie/Gerechtshoven/Amsterdam/Nieuws/Documents/Rechterlijke%20dwalingen%20Leendert%20Verheij.pdf)
Als voorbeelden van rechterlijke dwalingen wees hij daarin wel op de zaak-Lucia de Berk en de zaak-Ina Post, maar niet op de zaak-Geert Wilders, het strafproces dat nooit gevoerd had mogen worden.
Niet omdat een politicus zich niet hoeft te verantwoorden voor zijn uitlatingen, maar voor die verantwoordingsplicht is niet de rechtszaal maar de Tweede Kamer in het leven geroepen.
De smeltkroes van opvattingen, die allen draaien om de vraag: hoe de rechtvaardige samenleving in het vizier te krijgen. De realisatie daarvan vraagt van elke partij zelfreflectie en zelfkritiek en de moed haar opvattingen openlijk ter discussie te stellen. Met als doel het gemeenschappelijk overbruggen van tegenstellingen in het belang van het algemeen.
Zolang de PVV aan zelfreflectie en zelfkritiek geen enkele boodschap heeft en de moed ontbeert eigen opvattingen (in het bijzonder over de islam als politieke ideologie) openlijk ter discussie te stellen, zal dat doel geblokkeerd blijven.
De blokkade die doorbroken had kunnen worden indien de Amsterdamse rechtbank Wilders niet had vrijgesproken (een rechterlijke dwaling, omdat het in wezen geen strafzaak was), maar op het idee was gekomen zijn democratische nieren te proeven. En wel door hem op te roepen zich in alle openheid publiekelijk uit te spreken over het gegeven dat tegenspraak (bij de gratie waarvan de democratie leeft, maar die Wilders niet duldt) ons verder brengt. Media genoeg die hem daarin ter wille zullen zijn.
Gehoor geven aan de tijdgeest.
Hoe paradoxaal het ook klinkt, maar uit zowel theologisch als ideologisch oogpunt bezien hebben we de tijdgeest, opgevat in paulinische zin ‘als gezindheid’, niet tegen maar juist mee. Daarbij doel ik op de gezindheid betreffende de alom onderschreven en daardoor boven de partijen staande mensenrechten. Deze wereldwijde gezindheid is kenmerkend voor de geest van onze tijd, waarvan de concretisering simpelweg neerkomt op de creatie van de mondiale rechtsstaat onder de vlag van de Verenigde Naties. Een maatschappelijk eenwordingsproces dat enkel te vertragen maar niet tegen te houden is, omdat tegen de tijdgeest nu eenmaal geen kruid is gewassen.
Met als gevolg dat het ultieme politieke doel, de (wereld-)vrede waar de VN voor staat en waar het in theologie en ideologie om draait, niet langer als utopie kan worden afgedaan, maar bestempeld moet worden als ‘de taak van onze tijd’. De taak die ons allen – los van ras, geslacht, nationaliteit, scholing, maatschappelijke positie, levensbeschouwelijke gezindte en/of politieke gezindheid – aangaat.
De moeilijkheid is alleen dat het klaren van die taak van ons, als mensheid, onbaatzuchtige samenwerking vereist. Daarmee bedoel ik het met vereende krachten waarmaken van het ultieme politieke doel: “De effectuering van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens”. Het gemeenschappelijk door alle volkeren en alle naties te bereiken vredesideaal.
Om dat in het vizier te krijgen zal niet alleen het dictatoriaal parlementaire (wie regeert dicteert) en monetaire (wie betaalt bepaalt) bestel openlijk ter discussie gesteld moeten worden op het mondiale vlak, maar ook de dictatoriale organisatiestructuur (vetorecht permanente Veiligheidsraadleden) van de VN.
Het wereldforum dat zich bij uitstek leent voor deze baanbrekende democratiserings- of beschavingsdiscussies is de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Als VN-lid zou Nederland daartoe het voortouw kunnen nemen, bij monde van minister-president Mark Rutte. De aanstaande Algemene Vergadering van de VN, waarin onze premier zoals gebruikelijk zijn zegje zal doen, leent zich daar bij uitstek voor.
Hopelijk dringt dat ook door in het Torentje, met alle consequenties van dien voor Rutte’s eerste optreden op het mondiale VN-podium. Waaruit maar weer eens zal blijken waarin een klein landje groot kan zijn. In dit geval door op de juiste plaats en op de juiste wijze gehoor te geven aan de alomvattende tijdgeest, hoe on(be)grijpbaar deze ook voor immer zal blijven. Gelukkig maar, want anders zou het gedaan zijn met de bevrijdende humor. Het bezit van de zaak is immers het einde van het vermaak!
Herdenking 9/11.
Wereldwijd zal zondag teruggekeken worden op de terroristische aanslagen die tien jaar geleden de wereld door elkaar schudde. Helaas heeft de Amerikaanse reactie daarop, de ‘war on terror’, de wereld er niet stabieler niet veiliger op gemaakt. Daarvoor had president Bush zijn oor te luisteren moeten leggen bij zijn Nederlandse collega, premier Kok.
In zijn reactie op de ongehoorde terreurdaden wierp Kok namelijk de vraag op hoe het toch komt dat de grootste democratie zoveel haat en agressie oproept in bepaalde delen van de wereld. Door onze deelname aan de ‘war on terror’ is die richtinggevende vraag jammer genoeg in de lucht blijven hangen. Hopelijk weet premier Rutte dat aanstaande zondag ongedaan te maken, tijdens de herdenking van 10 jaar 9/11.
Op termijn zal daardoor namelijk de unilaterale ‘war on terror’ ingeruild kunnen worden voor de multilaterale ‘struggle for human richths’. De mondiale mensenrechtenstrijd die recht doet aan het alomvattende begrip democratie, dat in wezen staat voor de vredelievende mondiale samenleving.
Voor de maatschappelijke vertaling daarvan schiet het gangbare parlementaire en monetaire gedachtegoed ten enenmale tekort, daar dat niet helend maar verdelend is. Vandaar dat verwerkelijking van het VN- of vredesideaal een illusie zal blijven, zolang partijpolitici en economen het maatschappelijk debat blijven bepalen. Vrede is immers links noch rechts, laat staan te koop!
Om dit duidelijk te maken ligt hier voor de media, waar de ware macht ligt, een uitgesproken taak weggelegd. Hopelijk weten zij zich daar op gepaste wijze van te kwijten.
Lichtsnelheid.
Mocht de ontdekking dat er mogelijk subatomaire deeltjes bestaan die sneller gaan dan het licht bewezen kunnen worden, dan houdt dat bewijs in feite in dat de toekomst haar geheimen prijsgeeft. We kunnen dan immers het doelpunt zien, nog voordat de strafschop genomen is, om met de directeur van het nationaal instituut voor subatomaire fysica, Frank Linde, te spreken!
Dit zichtbaar maken van het onzichtbare zal de kloof tussen geloof en wetenschap op termijn overbruggen, zonder afbreuk te doen aan hun (eigen-)waarde. De overbrugging die uiteindelijk zal leiden tot vruchtbare samenwerking tussen beide grootheden, met alle positief maatschappelijke consequenties van dien ‘wereldwijd’.
Voortbestaan.
De aandacht voor de economische crisis wekt de indruk dat het economisch probleem het fundamentele probleem van voortbestaan is. Ten onrechte, omdat het alomvattende probleem van voortbestaan geen financieel maar een existentieel probleem is. Door ons dát voor ogen te houden moeten wij in staat zijn de onbruikbare (qua voortbestaan) financiële beleidsgrondslag te vervangen door een existentiële. De vervanging die geen geld maar wel veel denk- en mankracht zal vergen. Gelukkig zijn beide krachten ruimschoots aanwezig, met alle hoopgevende consequenties van dien wat ons aller toekomst betreft. Een wereld die niet draait om economisch gewin, maar om het algemeen belang.
Occupy-beweging gaat voorbij aan kern crisis.
Hoewel de occupy-beweging gefocust is op politiek debat, vrees ik dat de debatten zullen verzanden in een veelheid van economische opvattingen van linkse en rechtse signatuur, waardoor over het hoofd wordt gezien dat de economische crisis in wezen een schijn of nepcrisis is. Het fundamentele probleem van (voort-)bestaan, waar de crisis om draait, is namelijk niet financieel maar existentieel van aard.
Om de economische crisis het hoofd te bieden zullen we ons dan ook ‘met elkaar’ moeten focussen op de creatie van een beleid dat niet op een financiële maar op een existentiële grondslag stoelt. Met andere woorden, een beleid dat niet draait om financieel gewin, ofwel het eigen of nationaal belang, maar om ons aller (voort-)bestaan, ofwel het algemeen of mondiaal belang.
Als basis voor zo’n puur democratisch wereldbeleid leent zich de gaia-hypothese. De gedachte van onze aarde als een levend organisme, waar de mens niet boven staat – als ware hij de schepper ervan – maar een onlosmakelijk deeltje van is. Een deeltje dat er zich bovendien van bewust is dat het (voort-)bestaan van dat levende organisme de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van ons allemaal, als mensheid, is. Zoals de praktijk zo langzamerhand bewezen heeft, zal die gemeenschappelijke verantwoordelijkheid nooit tot een dito beleid (een gezamenlijke aanpak) leiden via het gangbare monetaire en parlementaire gedachtegoed. Gekunstelde gedachten, met behulp waarvan wij enkel in staat zijn tot de creatie van een ‘verdeel en heers politiek’, die haaks staat op de politiek waar de gaia-hypothese naar verwijst.
Deze verwijst namelijk naar een alomvattende politiek, als logisch gevolg van haar alomvattende aard. Voor de realisering van dat alomvattende beleid is de tijd rijp. Niet alleen omdat onze tijd wordt gekenmerkt wordt door globalisering, ofwel het toegroeien naar mondiale eenheid, maar ook omdat het beleidsorgaan dat nodig is voor het waarmaken van die eenwording bestaat, te weten: “De Verenigde Naties”. Slechts zal onze volkerenorganisatie daarvoor omgebouwd moeten worden van een organisatie van regeringen, die primair staan voor hun eigen of nationaal belang, tot een mondiaal beleidsorgaan met bovennationale bevoegdheden, dat het algemeen of mondiaal belang op juiste wijze weet te behartigen.
Wat de reorganisatie betreft moet gedacht worden aan de opheffing van de dictatoriale (vetorecht) Veiligheidsraad, met de gelijktijdige overheveling van zijn primaire taak (de handhaving van de internationale vrede en veiligheid) naar de Algemene Vergadering. Daardoor kan dit orgaan zich ontwikkelen van een ongeloofwaardig mondiaal praatcollege tot een geloofwaardig mondiaal daadcollege met bovennationale bevoegdheden. Een gezaghebbend wereldforum dat bij machte is om op basis van de alom onderschreven mensenrechten en onze ongeëvenaarde ‘know how’ op elk terrein een wereldbeleid van de grond te tillen waarmee de wereldproblemen en het daaruit voortvloeiende onrecht adequaat bestreden kunnen worden.
Voor de verwerkelijking van dit wenkend perspectief leent zich artikel 109 van het VN-Handvest, dat spreekt van een algemene conferentie van lidstaten met als doel de herziening van het Handvest. Officieel had deze conferentie al in 1955(!) moeten plaatsvinden, maar door krachtig verzet van de toenmalige Sovjet-Unie heeft de Algemene Vergadering destijds besloten dat een algemene conferentie ter herziening van het Handvest gehouden zou worden ‘op een daartoe geschikt tijdstip’.
Gezien de huidige politieke en financieel-economisch (wereld-)crisis lijkt mij dat tijdstip aangebroken. Hoog tijd dus om in de Algemene Vergadering van de VN te gaan lobbyen voor het agenderen van die uitgestelde VN-conferentie. Van onze gedoogde regeringscoalitie is wat dat betreft niets te verwachten, gezien de prioriteiten in het regeerakkoord die niet sporen met het daadwerkelijk behartigen van het algemeen belang anno 2011. Van visie kan het kabinet Rutte-I dan ook niet beticht worden. Maar wat wil je ook met zo’n gedoogpartner.
Euroakkoord, doekje voor het bloeden.
Euroakkoord lost niets op, omdat de schuldencrisis maar een facet is van de alomvattende crisis die de wereld in vele gedaanten (als klimaat-, voedsel-, grondstoffen-, pollutie-, proliferatiecrisis, etc.etc. …..) dagelijks teistert. Om dat veelkoppige crisismonster het hoofd te bieden is geen EU-top, met een daarop gebouwd Europees monetair beleid, maar een VN-top, met een daarop gebouwd mondiaal humanitair beleid, vereist.
Helaas lopen onze regeringsleiders nog achter dit gegeven aan, dus zijn ze ook niet in staat tot de maatschappelijke vertaling daarvan. Tot die tijd zullen we het dan ook moeten stellen met een politiek van ‘dweilen met de kraan open’, waar het euroakkoord een sprekend voorbeeld van is. Verkiezingen zullen daar geen verandering in kunnen brengen. Logisch, omdat die nooit tot de broodnodige alomvattende VN-aanpak, ofwel een mondiaal eenheidsbeleid onder VN-vlag, zullen leiden. Integendeel!
Tijd rijp voor vertaling Occupy-ideaal.
Wat de Occupy-beweging ontbeert in haar geweldloze strijd voor een eerlijkere wereld, is gebrek aan realiteitszin. Daardoor wordt niet ingezien dat we in wezen niet te maken met een financiële maar met een existentiële crisis, die het leven in al zijn facetten ernstig bedreigd, dus ons voortbestaan in de waagschaal stelt.
Om dit alomvattende gevaar gezamenlijk het hoofd te bieden, zullen wij ons (als mensheid) dan ook moeten beraden over een mondiaal beleid op existentiële grondslag.
Voor dat mondiale beraad leent zich de VN en voor de existentiële beleidsgrondslag de gedachte van de aarde als een levend organisme. Een levende totaliteit die ondanks haar hoge leeftijd nog steeds niet heeft ingeboet aan levenskracht en daarmee aan het (voort-)brengen van nieuw leven. Kortom, een giga-moeder waar de mens niet boven staat – als ware hij de schepper ervan – maar een onlosmakelijk deeltje van is, gelijk elke cel in ons eigen lichaam.
De instandhouding van die levende totaliteit op verantwoorde wijze, ook wel goed rentmeesterschap genoemd, is begrijpelijkerwijs de gezamenlijke verantwoordelijkheid van ons allemaal – als mensheid – en vraagt zodoende om een mondiale aanpak. Voor wie daar oog voor heeft, is de mogelijkheid daartoe levensgroot aanwezig.
Mocht namelijk het ‘moeder aarde idee’ wetenschappelijk onderbouwd kunnen worden, dan ligt het in de lijn der verwachting dat de politiek het op zeker moment wereldwijd zal aanvaarden als alomvattende grondslag van het beleid, dus als bruikbaar alternatief voor de gangbare financiële. Een redelijk alternatief, omdat het naadloos aansluit bij onze mondialiserende tijdgeest, die verwijst naar mondiale eenheid. De eenheid die begrijpelijkerwijs het einde zal betekenen van de verdeeldheid zaaiende religieuze en ideologische beleidsgrondslagen, zonder afbreuk te doen aan de intrinsieke waarde van welke religie en ideologie dan ook. Alleen als overkoepelende beleidsgrondslag schieten zij stuk voor stuk tekort om de wereldcrisis het hoofd te bieden, praktisch gesproken.
Kortom, het ligt in de lijn der verwachting dat de wetenschappelijke onderbouwing van het ‘moeder aarde idee’, uiteindelijk zijn maatschappelijke vertaling zal vinden in de afschaffing van zowel het dictatoriale parlementaire (wie regeert dicteert) als het dictatoriale monetaire (wie betaalt bepaalt) systeem, ten gunste van een alomvattend mondiaal bestel. Een eenheidsbestel dat geen enkele bedreiging vormt voor welke levens- en/of wereldbeschouwelijke overtuiging dan ook, dus geen angst inboezemt omdat niemand tekort wordt gedaan. Letterlijk noch figuurlijk.
Het is deze zekerheid die de weg vrijmaakt voor bovengenoemd hoopgevend VN-beraad, dat zijn bekroning zal vinden in de creatie van een eendrachtig mondiaal beleid onder VN-vlag. Daarvoor zal onze volkerenorganisatie wel eerst omgebouwd moet worden van een organisatie van regeringen tot een mondiaal beleidsorgaan met bovennationale bevoegdheden. Het slapende artikel 109 van het Handvest, dat spreekt van een algemene VN-conferentie ter herziening van het Handvest, opent daar uitdrukkelijk de mogelijkheid toe. Het tot leven roepen van dit artikel is ‘dé’ kans voor de slaapzak-activisten van de Occupy-beweging, om hun ongrijpbare ideële beweging de richting te geven die strookt met haar ideaal van ‘power to the people’.
Wat de Handvest herziening betreft zal dáárvoor allereerst aangestuurd moeten worden op de opheffing van de dictatoriale (vetorecht) Veiligheidsraad, met de gelijktijdige overheveling van zijn primaire taak (de handhaving van de internationale vrede en veiligheid) naar de Algemene Vergadering. Daardoor kan dit orgaan zich ontwikkelen van een mondiaal praatcollege tot een gezaghebbend wereldforum. Een mondiale werkgroep deskundigen van diverse pluimage, die behalve hun intellect begiftigd zijn met een feilloos gevoel voor gerechtigheid en daarmee voor het algemeen belang. Daardoor zijn zij in staat om – op basis van de alom onderschreven mensenrechten en onze fenomenale know how op elk terrein – met elkaar een mondiaal beleid uit te stippelen waarmee de wereldproblemen en het daarmee gepaard gaande onrecht effectief en duurzaam bestreden kunnen worden.
Kortom, de democratie in optima forma, waarin recht wordt gedaan aan ‘het gemeenschappelijk door alle volkeren en alle naties te bereiken ideaal’, zoals wij ons dat ten doel hebben gesteld bij de proclamatie van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens op 10 december 1948, als reactie op de gruwelen van WO-II.
Van Beursplein naar Binnenhof.
Hoewel er geen gebrek is aan voedingsbodem, de roep om fundamentele veranderingen zwelt immers met de dag aan, lukt het de Occupy-beweging niet daar vruchtbaar gebruik van te maken. Om daarin verandering te brengen zullen de Occupy’ers hun bivak moeten verplaatsen van Het Beursplein naar Het Binnenhof. In wezen is de crisis namelijk niet van financiële maar van existentiële aard, dus bedreigd ze alle(!) facetten van ons (voort)bestaan. En daar waakt niet de Amsterdamse beurs maar politiek Den Haag over.
Maandag 28 nov 2011:Grote drukte bij het Turkse consulaat in Rotterdam
1- 50 jaar later staan nog lange rijen mensen voor het Turkse consulaat in Rotterdam.
In Nederland geboren “jonge Turken” proberen zich massaal aan te melden voor de militaire dienstplicht in Turkije. Sommige mannen staan er al vanaf vannacht. Dit is weer een concrete bewijs, hoe miljoenen massa zich verbonden voelt met een externe mogendheid.
2- Turken en Marokkanen trouwen eigen volk
Ruim 80 procent van de Turken en Marokkanen die vorig jaar trouwden, deden dat met een partner uit dezelfde herkomstgroep. Dat blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag publiceerde. Partners van Turken en Marokkanen wonen vaak al in Nederland. Bij een op de vijf huwelijken haalde men de afgelopen jaren een partner naar Nederland om te trouwen. In het begin van deze eeuw was dat bij ruim de helft van de Turkse en Marokkaanse huwelijken het geval…” (Bron:Telegraaf)
3- Drie Marokkanen hebben bij het VN-comité voor de Mensenrechten in Genève een klacht tegen Nederland ingediend.
Ze beweren dat kritiek op de islamitische ideologie hun “positie” in Nederland ondergraaft! Deze drie Marokkanen hebben geen klacht of een strafzaak tegen hun eigen Marokkaanse dictatuur ingediend, terwijl Marokko nog steeds een zuivere dictatuur is.
Sociologisch gezien is dit een gestuurde colonne ook te zien in de grote toename van het Turkse en Arabische machtontwikkeling in Nederland. Door zich niet als ‘Nederlanders’, maar als ‘Turk’ of “moslim” te definiëren hopen deze jongeren onder andere zich te verlossen van het imago van het “westers” gezien te worden in de ogen van hun achterlijke massa. Behouden van het identiteit die hen zou verbinden met de maagden van Turkije, een belangrijk symbool, evenals de oorlog tegen de, Christenen Koerden, Joden, Grieken en Armeniërs. Veel jongeren hebben sympathie voor hun machthebbers in herkomstlanden, omdat ze serieus en consequent zijn. Blijkbaar deze Turken en Marokkanen hangen nog steeds aan de basisprincipes van hun invasie doctrine: bovendien hun “taqiyya” maakt het mogelijk moslims om niet-moslims te misleiden als het helpt de verspreiding of dominantie van hun herkomstlanden stelsels. Politieke leiding van het uitschot, getuig, dit ongrijpbare crapuul verziekt onze samenleving en sleurt vele mensen mee in een negatieve spiraal van afwijzing.
dankzij Nederlandse beleidsmakers werkt deze op anti-integratie gerichte strategie van wisselen van identiteit tot nu toe echter zonder problemen. Politieke- ideologie van de elite is verouderd en moslims profiteren van de zwakte…30 jaar geleden kwamen we weinig moslima’s met een hoofddoek tegen. Inmiddels draagt de meerderheid van de moslima’s die ons land binnenkomt een hoofddoek, onder wie de laatste jaren zeer zwaar gesluierde vrouwen. Moslim fanatieken baseren hun identiteit hoofdzakelijk op één aspect:het is algemeen bekend dat deze jongeren en vrouwen hoofddoek en militaire dienst in Moslimlanden als politieke aspect willen gebruiken om een aparte maatschappij te creëren. Deze mensen vinden het logisch dat wij ons aanpassen aan hen en wij zullen hierdoor in de toekomst onze Europese beschaving steeds verder uitgehold zien worden. De islam negeert en ontkent alle eventuele wetenschappelijke waarheden die haar in haar voortbestaan zou kunnen bedreigen. Haar repressief gedachtegoed doet denken aan de donkere vervolgingsjaren in de nabije en verre geschiedenis.
Turkse mannen zijn dienstplichtig tot hun 38ste. Nu kunnen ze nog voor vijfduizend euro hun dienstijd van 15 maanden verkorten tot een speciale hersensspoeling cursus om voor altijd Turk te blijven, van 21 dagen en het bedrag om de dienstplicht af te kopen zou in die wet worden verhoogd tot 10.000 euro. Miljarden van Nederlandse belasting geld verdwijnen op deze manier in de zakken van Turkse Moslims leiders. Corrupte EU commissies gaan weer hun “positieve cijfers” presenteren, net als toen bij Griekenland, om te bewijzen dat Turkije nu rijp geworden is voor de EU lidmaatschappij.
Door de Islamitische doctrinaire verbreiding zijn er grote spanningen en het opkomend invasie van Nederlandse steden is een realiteit geworden:de explosieve opmars van de vijandige vijfde colonne van 2 miljoen Moslims wordt zeker het verval van de maatschappij. Politiek gedreven grote groepen zijn bezig belangrijke posities verwerven binnen de overheid instanties. Uit een geheime Turkse document is gebleken dat de Turkse en Arabische leiders geïnteresseerd zijn in de politie en justitiële apparaat. Ze doen dat onder andere via politieke partijen. Voor de militaire dienst ga jij duizenden Euro betalen aan een andere land, hang jij een Turkse vlag en TV schotel op je flat en ga jij solliciteren bij de Nederlandse politie? In Nederland met name via de PvdA, CDA, SP, D66 en Groen Links. Deze partijen willen nog meer uitstoot massaal binnenhalen. U kunt u schamen voor de manier waarop ons land te grabbel is gegooid aan doelbewust opererende strijders en import van achterlijkheid en criminaliteit.
Onder de naam “migrant”, “gastarbeiders” naar Europa gesmokkelde leden van de milli Gorus, diyanet, fetullah, hezbullah, Moslim Broederschap, de organisaties die bekend staan om hun radicale ideeën, stichtten in Nederland nog grotere Islamitische Gemeenschappen die verbonden zijn met de Moslimlanden machthebbers. Grote groepen van Turken en Marokkanen die door de islamitische autoriteiten van uitgebreide fondsen worden voorzien om hun macht in Europa te verbreiden blijven in afwachting. Ze willen zo graag bij Europa horen dat ze het, als er eenmaal genoeg Turken in Europa wonen, dan maar kwaadschiks zullen proberen?
Ze komen en ze blijven hier ons de strot uit die zich als overjaarse middeleeuwers gedragen. Nooit hoorden we Turken en Marokkanen over hun duizenden haatzaaiende imams, over hun barbarse machthebbers in Marokko en Turkije die wel uit onze ruif vreten maar ons verder wegzetten als varkens. Ga daar waar je nu nog ingeschreven staat, maar lekker de Oost-West oorlog in en kom nóóit meer terug in Nederland als je in het Turkse of Marokkaanse leger hebt gediend tegen de westerse maatschappij! Dus ook tegen Nederland! En uitgerekend die mensen moeten klagen over Nederland die hen gratis opvoedt, die niets anders doet dan misstanden, ontstaan en gebaseerd op een middeleeuwse, barbaarse en onmenselijke haat- en wraakideologie aan de kaak stellen.
Moslimlanden hebben aangepaste mensenrechtenverklaringen om de schurkachtigheid van deze barbaarse ideologie nog enigszins te verhullen. VN commissie is echter een broeinest van islamieten waar o.a. Iran, Pakistan, Soedan, Somalië, Turkije en Saudiarabië in zitten. Een organisatie die al sinds jaar en dag door gecorrumpeerde en dubieuze, foute landen wordt gedomineerd. Gezien de samenstelling van de verenigde naties, er zijn 58 islamitische landen, welke ijskoud stelt dat de rechten van de mens zoals voorzien door de VN, niet op niet-moslims van toepassing zijn. Dat deze drie dubbele paspoortbezitters niets beters weten de doen voor hun tweede vaderland dan zich ook wereldwijd belachelijk te maken doet de vraag rijzen waarom ze nog in Nederland willen blijven wonen waar ze zich niet beschermd voelen. VN met de 58 islamitische landen wordt gevaarlijk voor de kleine Europese landen die explosief groeiende Moslims enclaves krijgen: moslims straks met een meerderheid in deze enclaves zullen elke keer VN bijroepen die in de politiek werd opgenomen omdat wij zonodig ook buitenlanders over ons wilden laten regeren.
Het westen is financieel verzwakt door de explosief groeiende Moslims te onderhouden.
Hiervan profiteren China en Moslimlanden zelf; de islam is in het centrum van het debat in het Westen. Demografisch gezien worden vijandige groepen in Nederland in rap tempo steeds groter en hun invloed op de maatschappij steeds agressiever. Vroeger was dit niet het geval. Al zouden we het willen, we kunnen ons moeilijker aan de culturele invloed van de islam onttrekken. Islamitische wangedrag wordt door de blinde politicus als godsdienst beschouwd. CDA, PVDA, SP, D66 en GL staan nog steeds achter het uitstoot verplaatsing naar Nederland, “….kijk naar je omgeving, er zijn enkele homo’s en bejaarden achtergebleven, moeten we ons met deze mensen integreren?”, zegt Imam A. Karim. Deze imam weet heel goed dat er veel Nederlandse politicus achter hem staan…Blijkbaar zit de vijand niet in de woestijnen, deze jihadisten streven ernaar de Europese samenlevingen zo snel mogelijk te ontwrichten. Ongeveer 80% van de activiteiten zijn gewijd aan de zeer vijandelijke “kafir” en die staat in alle moskeen centraal. De militante islamitische groepen die zich als matige etnische minderheden te manifesteren, vinden steeds meer steun onder de Moslim migranten.
Nog meer moslims binnen halen is georganiseerd moordaanslag op de staat en volk.
Grote groepen van Turken, Marokkanen en Somaliërs noemen Nederlanders “kafir”. Een moslim is ten strengste verboden om religieuze interactie met een “kafir” hebben, behalve pogingen tot bekering. Volgens de ideologie van de politieke islam, wordt onderscheid gemaakt tussen een moslim en een niet-moslim: de “kafir” die dit stempel krijgt opgedrukt is een Nederlander. Het concept “kafir” heeft dus betrekking op een niet-moslims. Hoe achterlijker deze massa hoe groter de toewijding en het bijhorend fanatisme. In het westen zie je de islam qua macht toenemen, de achilleshiel zijn de imam’s en corrupte politicus. In het westen worden intolerante imam’s met open armen opgevangen. Barbarij, politiek geweld, wreedheid komen nu naar Nederland. Dat is wat de islam ons brengt en niets anders! Tel eens het aantal hoofddoekjes die sinds 8 jaar bijkwamen. Moslims zijn alleen maar “nog” achterlijker geworden. Hoeveel christenen verlaten de kerk en zijn ex-christenen geworden na de komst van deze massa moslims naar Nederland! Vandaag staan ze ten schande omwille van de agressie tegen de dieren in naam van de slachtfeest! Diep triest wat er deze dagen met al die miljoenen dieren gebeurd! Barbaarse massahysterie onder de naam van “offerfeest” en hun achterlijke miljoenen criminelen dienen zich te schamen voor al dit dierenleed!
Het is verrassend hoe veel van in Nederland wonende Moslims, Nederlanders als hun ware vijand noemen. Tijdens offerfeest wordt in veel moskeen over de “kafir’s” gesproken, verbod op de rituele slachting van dieren wordt als argument gebruikt om nog meer Moslims te organiseren. Imams noemen Nederlanders “kafir”. De politieke islam heerst nu ook in Nederland. De Islam is neerbuigend richting het Westen…Ze stromen massaal binnen en geliktijdig noemen ze de Nederlanders hun vijanden, Moslims discrimineren openlijk.
Na de jihadisten succes in Libië, gaat ayatollah Khamenei verder: “Arabische moslims moeten een internationaal islamitisch machtsblok vormen”, de Iraanse leider noemt het westen vanwege politieke en economische malaise zwakker dan ooit.
Dankzij de westerse schurken zijn de Jihadisten van Libië aan de macht gekomen, Tunesië en Egypte krijgen hun enge islamitische regimes op een gevaarlijkere niveau terug. De kern van hele islamitische dictatuur, Saudische dictatuur wordt beschermd door de westerse elite. Als we het hebben over dictatuur, het ontbreken van een grondwet en van rechten voor de vrouwen en de minderheden, dan is het wel dààr waar opgetreden dient te worden. Ideologische bron van alle Arabische dictaturen, de gevaarlijke Islam heerst overal… De islamieten zitten in een positie als een hefboom door hun geografische ligging. Egypte onder de invloed van de Moslim Broederschap, gesteund door de Turkse moslims kan nu toegang krijgen tot de geavanceerde westerse wapens. Controle van Egypte over het Suez-kanaal zou de controle betekenen over de kortste route van Europa naar de Indische Oceaan en een directe invloed op de 1,8 miljoen vaten olie per dag die door het kanaal worden vervoerd.
Islamitische dictatuur molla Khamenei is enthousiast over de politieke veranderingen in Arabische landen. ‘Het lijdt geen twijfel dat ze in ieder islamitisch land zullen leiden tot wat we in Libie hebben gezien.’ De islamieten controleren olievelden, bewapend via Iran gesmokkelde chemische wapens.
Na Egypte zijn er nog Jemen en Somalië. Islamieten kunnen de controle grijpen over het land en een beroep doen op Turkse erkenning en veiligheidsgaranties. Dan zouden de islamieten ook de toegang tot de Straat van Bab el-Mandab beheersen waardoor 4,8 miljoen vaten per dag aan olieopbrengst worden verscheept, en de toegang tot de Rode Zee. Bovendien zouden zij in staat zijn om de Somalische piraten te ondersteunen en kunnen helpen bij het opzetten van een Somalische staat. wat dit betreft is NAVO beleid totaal antiwesters.
Heilige tocht van zwaar geïndoctrineerde moslims naar Europa blijft een vaste job van de Europese schurken. Naast de Turken en Marokkanen stromen ook brutale Somaliërs, Bulgaarse Moslims binnen. Hierdoor het aantal islamitische “gebedsruimtes” en moskeeën groeit nog steeds. Ook zijn gebedsruimtes binnen Nederlandse Universiteiten afgedwongen, evenals gescheiden loketten, taallessen en inburgeringcursussen etc. Er zijn veel Islamitische scholen bijgekomen. Vanaf het begin hebben de moslims veel volkeren overvallen, gekoloniseerd en waar mogelijk geïslamiseerd en hun productiviteit in de vorm van belastingen uitgebuit.
Islam bewijst constant geen godsdienst te zijn maar een onredelijke, onvrije, enge, strenge ideologie, waaruit ontsnappen levensgevaarlijk is. Als we naar alle moslimlanden kijken zien we, vervolging, discriminatie, eenzame opsluiting, moord, verbanning en noem maar op. Bijna alle Arabische landen zitten continue in oorlog met de buurlanden. Turkije zegt openlijk dat alle buren vijanden zijn.
Een moslimvrouw die de hoofddoek draagt, draagt de vlag van de islam. De helft van de bevolking zit gesluierd thuis, de andere helft is 5 maal daags bezig een ernstige hernia op te lopen. Het is de hoofddoek die de maat aangeeft voor het verschil tussen de islam en het westen. De moslimvrouw zegt openlijk dat de westerse beschaving onaanvaardbaar voor haar is, dat ze een ziekte is, een pest voor de mensheid, en dat alleen de islam de mens waardigheid kan geven. Het gevaarlijkste van de Islam is dat als die ideologie de overhand krijgt, alle vooruitgang stopt. Het is tijd om ons heel erg goed voor te bereiden op het allerergste.
Hoe lang mogen Saoedi-Arabië, Egypte, Turkije, Pakistan, Iran, Marokko, Soedan en Somalië openlijk de moslims in Europa aansturen? Dictatoriale moslimlanden hebben door hun oliedollars decennia lang de politiek georganiseerde islam in Europa met veel geld verzorgd, vooral de Moslimbroederschap, Turkse, Marokkaanse islamitische federaties, AKP, Fetullah, rabita, diyanet en Milli Gorus profiteren daarvan. De directe inmenging van Moslimlanden in de lotgevallen van de moslims blijft dus nog steeds een grote gevaar voor de toekomst. Islamitische landen zien de westen niet alleen als een bedreiging, maar juist als een potentiële vijand, waarin maar één antwoord mogelijk: demografische explosie moslims via de baarmoeder, prediking en oproepen tot invoeren van Turkse Arabische cultuur.
De grenzen die Moslimlanden nu hebben, vormen een constante bron van conflicten. Mede hierdoor ontstonden al deze instabiele landen, die een normale ontwikkeling van de islamitische wereld onmogelijk maken. Op islamitische ideologie gebaseerde staten kennen enorme interne spanningen. Doorgaans leidt men die af via een buitenlandse vijand; in dit geval Joden, Koerden, Armeniërs en andere Christenen. Dat komt de moslims goed van pas en dat is de belangrijkste reden dat een oplossing uitblijft. Joden worden vanuit alle kanten bedreigt, Koerden hebben nog steeds geen eigen land, Armeniërs en andere Christenen worden zwaar onderdrukt. Zolang men in het Midden-Oosten en Noord Afrika geen eerlijke verdeling kent, blijft het onmogelijk een rationele vrede te sluiten. Landen als Saoedi-Arabië, Egypte, Turkije, Pakistan, Iran, Marokko, Soedan, Somalië, Syrië waar veel immigranten uit afkomstig zijn, willen de Christenen, Joden of andere westerse mensen niet opnemen als burgers met burgerrechten gelijk aan die van de heersende meerderheidsgroep. Rassenscheiding is in deze wereld een bestaande wet. De heersende islamitische elite maakt zich niet druk over het bloedvergieten maar terroriseren hun slachtoffers om westerse hulp te vragen. Het zou beter zijn als er in Nederland zou worden nagedacht wat ons politieke antwoord kan zijn aan de landen waar islamitische sektes de normen bepalen waaraan deze volkeren zich conformeren.
Het is bittere noodzaak dat er voor de Koerden en Christenen in Iran, Irak, Turkije en Syrië in de huidige wereldconstellatie een consensus komt, en steun van de westerse machten aan huidige onderdrukkers beëindigt wordt. Het beleid van westen is een beschamend voorbeeld van psychopathische machtswillekeur, dat niet zelden ook gevallen van afschuwelijke mislukkingen met zich draagt en gevaarlijke tocht naar europa veroorzaakt. Europa mag niet meer de foutieve grenzen van Moslimlanden beschermen, maar streven naar een eerlijk verdeling. Iran heeft 12 miljoen Koerden aan de de grens die geen enkele recht hebben. Hoe kunnen EU leiders zonder de Koerden zo’n grote Iran democratiseren?. Turkije onderdrukt 22 miljoen Koerden en bovendien met de steun van dwaze EU leiders. Je kunt nog opmerken dat EU landen ook enthousiast aan hun eigen stoelpoten gezaagd hebben met deze beleid. Een astronomisch bedrag is erin over de balk gegooid en dat heeft er aan bijgedragen dat veel landen in een enorme crisis zijn komen te verkeren.
Nederland heeft het recht zijn eigen cultuur te behouden en dient zich niet gedienstig neer te leggen bij middeleeuwse opvattingen die het westen eeuwen terug al heeft overwonnen. Evolutie is vooruitgang dan zet je de klok geen eeuwen terug door lieden te volgen die een verschrikkelijk “systeem” van onderdrukking/onderwerping aanhangen. Zolang Europa niets doet aan de expansie van de moslims/islam hier, zal heel Europa een kruitvat worden. Europese politici die voor Moslims en tegen eigen land zijn, zijn gewoon knettergek en onwetend.
Het moet verboden worden dat mensen met een dubbele nationaliteit aan verkiezingen voor staatsposten meedoen. Alle kamerleden en staatsambtenaren met een dubbele nationaliteit moeten van hun stoel gezet worden. Het is niet normaal dat de agenten van Arabische koningen en Turkse staat in feite in de regering zitten. Het is niet loyaal en staat niet echt voor groot vertrouwen. Demografisch gezien worden allochtone groepen in Nederland in rap tempo steeds groter en hun invloed op de maatschappij steeds agressiever. Dat zal onmisbaar tegen autochtone Nederlanders werken, tegen de nationale cultuur en tradities. Maar de Nederlandse cultuur en mentaliteit staat al langere tijd onder zware druk en invloed van de islamitische achterlijkheid. Op deze manier is het snel afgelopen met de Nederlandse nationale identiteit over een paar generaties. Is dat wat wij allemaal willen?
Op dit moment wil de regering de kwestie over de bouw van moskeeën en minaretten niet eens bekijken. Een in ons land gebruikelijke struisvogel politiek, uit angst voor islamitisch electoraat natuurlijk. Maar het wordt onvermijdelijk. Het is tijd om alle subsidies aan alle islamitische kantoren en centra afschaffen en personeel af laten vloeien. Er zijn al een duizend en een diverse islamitische instellingen van alle denkbare kaliber en richtlijnen. Toch mislukken al decennia lang alle inburgeringprogramma’s.
Dankzij die instellingen blijven moslims een aparte bevolkingsgroep. Voor de keurige heropvoeding van straatjongeren, voor de veiligheid en terrorismebestrijding doen ze ook niets. Het is geen geheim dat moslimorganisaties veel geld van rijke islamlanden en geheime organisaties ontvangen. Het geld is niet voor verbetering van een inburgeringproces of een extra les Nederlands, maar vóór het produceren van islamslaven en versterking van islamisering van ons land en héél Europa.
Alle Islamitische scholen moeten dicht. Het is geen democratie maar een puur zelf beschermende maatregel op basis van Natuur-wetten en gezond verstand: Europeanen met een antidemocratische mentaliteit en levensvisie opvoeden en ontwikkelen is een georganiseerd moordaanslag op de staat en volk.
Met Vriendelijke groeten,
R. Blicker
Eurotop, verspilde tijd en energie.
Alle goede bedoelingen ten spijt zal de komende Eurotop niets oplossen, omdat voorbij wordt gegaan aan de bron van de eurocrisis. Daarvoor zal Brussel zich moeten afvragen of de weg die Europa in ’45 is ingeslagen, wel past bij de roep van destijds: “Nooit meer oorlog”. Dat voor het bereiken van dat hoge doel ‘samenwerking’ essentieel is, staat buiten kijf. De keuze die toen is gemaakt voor de economische vertaling daarvan, via EGKS resulterend in de euro, maakt zo langzamerhand duidelijk dat deze weg doodloopt. Zoals deze week weer eens zal blijken ontgaat Brussel dat totaal, met alle moedeloos makende consequenties van dien.
Mensenrechten.
Afgelopen zaterdag was het de dag van de mensenrechten, die één van de speerpunten vormen van ons buitenlands beleid. Om tot een doeltreffend speerpunt uit te groeien zal onze Haagse elite haar geloof in de vergankelijke euro, dat (getuige de eurocrisis) geen enkel houvast biedt, moeten vervangen door het geloof in de universele mensenrechten, als grondslag voor een vruchtbaar alomvattend lange termijn beleid. De vervanging die automatisch de weg vrijmaakt voor een minister van Buitenlandse Zaken met hogere ambities dan Uri Rosenthal, die (als euro-gelovige) idealisme wegzet als ‘moralisme’, ambassades degradeert tot handelsposten en diplomaten tot afgezanten van het bedrijfsleven.
Schuld van het kapitaal.
Zo langzamerhand wordt duidelijk dat het primaat van de economie, dat wereldwijd de koers van het beleid bepaalt, debet is aan de crisis en daarmee de bron van alle ellende vormt. Geen opzienbare gedachte, omdat dit gegeven ook spreekt uit een oud liedje waarvan elk couplet eindigt met ‘Het is de schuld van het kapitaal’. Het refrein dat dagelijks aan zeggingskracht zal winnen, zolang het beleid niet inziet dat het primaat van de economie het grote obstakel is, dat een rechtvaardige en vreedzame samenleving (toch het ultieme politieke doel!) in de weg staat. Over visie van onze politieke elite gesproken.
De tuinman en de dood.
In het kabinet-Rutte I wint de koopman het van de dominee, getuige de steun die minister Uri Rosenthal van zijn collega’s (ook die van het CDA) krijgt voor zijn pleidooi tegen een wapenexportverbod. Desondanks ben ik hoopvol gestemd wat het ideaal van een (kern-)wapenvrije wereld betreft. Die positieve kijk heeft alles te maken met de ongrijpbare en daardoor niet te vermaterialiseren tijdgeest, waar wij allemaal deel van uitmaken en die zo langzamerhand volledig doortrokken is van het mensenrechten- of vredesideaal. Van die tijdgeest en de politieke implicaties daarvan zijn de regeringspartijen en gedoogpartner PVV zich duidelijk niet bewust, getuige hun steun aan de Nederlandse wapenindustrie.
Maar daarom niet getreurd, omdat tegen de tijdgeest en de maatschappelijke vertaling daarvan nu eenmaal geen kruid gewassen is. Op zeker moment zal dit kabinet dan ook het veld moeten ruimen voor een ploeg die wel weet heeft van de tijdgeest en daarnaast bij machte is daaraan een geloofwaardig mensenrechten- of vredesbeleid te koppelen. De ontwikkeling de mij onwillekeurig doet denken aan het gedicht ‘De tuinman en de dood’ van P.N. van Eyck, dat via Google eenvoudig te vinden is.
Voorbij de crisis.
Koningin Beatrix begon en eindigde haar kersttoespraak met de boodschap van vrede en welbehagen. Als goed christen zal het voor haar geen vraag zijn dat die verwachting ooit bewaarheid zal worden. De vraag is alleen: “Wanneer?”.
Als er één tijd is die zich daarvoor leent, dan is het de onze. Alleen ervaren onze politici dat niet zo. Hun doen en laten is immers niet dáárop gefocust, maar op het (weliswaar onbewust!) bestendigen van onvrede en onbehagen. Vandaar dat zij al hun energie stoppen in het oplossen van de eurocrisis, getuige de eurotoppen die elkaar in rap tempo opvolgen, zonder dat ze ons een stap verder brengen. Met als resultaat dat de crisis met de dag meer uit de klauwen loopt, wat automatisch ten koste gaat van het onontbeerlijke vertrouwen in het beleid, met alle negatief maatschappelijke consequenties van dien.
In het belang van het algemeen is het dan ook zaak ons niet langer te focussen op de eurocrisis, dus op het heden dat ons financieel allemaal gevangen houdt, maar op de toekomst, die voor ons allemaal nog open ligt. Over de juiste invulling daarvan ben ik hoopvol gestemd, omdat zij niet los is te zien van het ‘NU’. En dát omvat véél méér dan de eurocrisis.
Wat dat méér betreft doel ik op de heersende tijdgeest, die zo langzamerhand volledig doortrokken is van het mensenrechten- of vredesideaal. Wat de politieke vertaling daarvan betreft slaat het beleid de plank finaal mis, waardoor ze constant achter de feiten (de mogelijkheden die de ideële tijd ons aanreikt, om niet) aanloopt. Alleszins begrijpelijk trouwens, omdat sinds de val van de Muur in ’89 het primaat van de economie langzaam maar zeker de koers van het beleid volledig is gaan bepalen. Niet alleen nationaal maar ook mondiaal. Die mondiale richting druist echter in tegen de mondiale tijdgeest.
Vandaar dat een fundamentele koerswijziging (van kapitalisme naar idealisme) in de lucht hangt, omdat tegen de ideële (door de mensenrechten doortrokken) tijdgeest en de mondiaal maatschappelijke vertaling daarvan (wereldvrede) nu eenmaal geen kruid gewassen is. Het is dan ook eenvoudig te voorzien dat binnen afzienbare tijd het roer radicaal zal worden omgegooid en de koers niet langer zal worden bepaald door economische belangen, maar door het mensenrechten- of vredesideaal. Kortom, een inspirerende wisseling van de wacht staat er aan te komen, vorm gegeven door bijdetijdse wereldburgers, afkomstig uit alle windstreken. Lieden die met twee voeten stevig in de huidige mensenrechten- of vredestijd staan en daar ook vorm aan weten te geven, door daar ‘met elkaar’ een rechtvaardig en vruchtbaar beleid aan te koppelen onder VN-vlag. Een duurzaam alomvattend langetermijnbeleid gestoeld op de wereldwijd onderschreven democratische rechten van de mens en onze fenomenale know how op elk terrein. Een beleid een democratische rechtsstaat waardig, waarmee voor eens en voor altijd een punt wordt gezet achter de dictatoriale (wie betaalt bepaalt) wetten van de vrije markt, waarvan de kleine neringdoenden – hoewel ze de meerderheid vormen – altijd de dupe zijn.
De angst die deze niet langer te ontvluchten radicale koerswijziging en de daarmee gepaard gaande wisseling van beleidsgrondslag bij de gevestigde orde zal oproepen, gezien de bestaanszekerheid die verloren gaat, doet mij onwillekeurig denken aan de angst van de tuinman uit onderstaand gedicht van P.N. van Eyck.
De tuinman en de dood
Een Perzisch Edelman:
Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: “Heer, Heer, één ogenblik!
Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.
Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.
Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!” –
Van middag (lang reeds was hij heengespoed)
Heb ik in ‘t cederpark de Dood ontmoet.
“Waarom,” zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
“Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?”
Glimlachend antwoordt hij: “Geen dreiging was ‘t,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,
Toen ‘k ‘s morgens hier nog stil aan ‘t werk zag staan,
Die ‘k ‘s avonds halen moest in Ispahaan.”
P.N. van Eyck
Vredesjaar 2012.
Om de wereld in 2012 een stukje mooier te maken, zullen we ‘met elkaar’ te rade moeten gaan bij de tijd waarin wij leven en de mogelijkheden die deze voor ons ‘als mensheid’ in petto heeft. Aangezien wij met z’n allen de tijd vormen zal het ons allereerst duidelijk moeten worden waar het in onze tijd om draait, alvorens daar grip op te kunnen krijgen.
Wat dat eerste betreft kan er zo langzamerhand geen misverstand meer over bestaan dat onze tijd draait om de mensenrechten. Dat blijkt onder andere uit het feit, dat het schenden van die universele rechten wereldwijd heftige reacties oproept. Sprekende voorbeelden daarvan waren in 2011 de Arabische Lente, de Spaanse 15-meibeweging of Movimiento 15-M van de Indignados en niet te vergeten de wereldomvattende Occupy-beweging.
Het afgelopen jaar kan dan ook gekarakteriseerd worden als een jaar van bewustwording van de tijdgeest en het daarbij horende mensenrechten- of vredesideaal. In 2012 zou die bewustwording in klinkende munt omgezet kunnen worden, omdat ongemerkt steeds meer mensen aangestoken worden door de tijdgeest, waardoor de druk tot politieke vertaling van het mensenrechten- of vredesideaal met de dag toeneemt. Mede dankzij de wereldomvattende ICT zal die druk op zeker moment een kritische grens bereiken, waardoor het beleid er wel gehoor aan zal moeten geven. In een democratie bepaalt de meerderheid immers het beleid!
Praktisch gesproken houdt dit een radicale koerswijziging in, waardoor niet langer het dictatoriale primaat van de economie (wie betaalt bepaalt) de koers van het beleid bepaalt maar het democratische primaat van de rechten van de mens, dat niet te koop of beursgenoteerd is.
Automatisch zal daardoor het ‘gemeenschappelijk door alle volkeren en alle naties te bereiken (vredes-)ideaal’, zoals vermeld in de preambule van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, in zicht komen. Het ultieme doel, waar wij ‘als mensheid’ langzaam maar zeker op afstevenen, dankzij de tijdgeest waar geen kruid tegen gewassen is, ofwel geen macht ter wereld tegen is opgewassen, hoe groot de wapenarsenalen ook mogen zijn.
Volledige werkgelegenheid, zonder geld als smeerolie.
Bij het kijken naar het grote Rutte-interview op Buitenhof afgelopen zondag, moest ik onwillekeurig denken aan de stelling van Einstein dat ‘je een probleem niet kunt oplossen vanuit hetzelfde soort denken dat tot het probleem heeft geleid’. Met andere woorden, de economische oplossingen die premier Rutte gaf op de vragen van Pieter Jan Hagens, lossen de crisis niet op maar vergroten die stelselmatig. In het belang van het algemeen zullen wij dan ook gezamenlijk op zoek moeten gaan naar een andere of niet-economische oplossing, die ons allen ten goede komt.
- Wat dat betreft zullen wij er allereerst oog voor moeten krijgen dat de financiële crisis niet op zichzelf staat, maar onderdeel is van de alomvattende existentiële crisis, die het leven in al zijn facetten ernstig bedreigt en daarmee ons (voort-)bestaan wereldwijd in waagschaal stelt. Begrijpelijkerwijs is die existentiële crisis enkel effectief te bestrijden via de creatie van een alomvattend of mondiaal beleid op existentiële grondslag. Daarvoor zullen wij de aarde weer(!) als een levend organisme moeten gaan beschouwen en gelukkig zijn er zo langzamerhand genoeg tekenen aanwezig, om die beschouwing wetenschappelijk te onderbouwen.
In alle redelijkheid is de aarde dan ook op te vatten als een levend organisme waar de mens niet boven staat, als ware hij de schepper ervan, maar een onlosmakelijk deeltje van uitmaakt. Als logisch gevolg daarvan is de juiste instandhouding van die levende totaliteit, ook wel adequaat beheer of goed rentmeesterschap genoemd, onze gezamenlijke verantwoordelijkheid ‘als mensheid’.
- Voor het waarmaken daarvan zullen wij vervolgens oog voor moeten krijgen voor de tijd waarin wij leven en de ongekende mogelijkheden die deze voor ons in petto heeft. Aangezien wij met z’n allen vorm geven aan de tijd, want met z’n allen zijn wij nu eenmaal de tijd, zal het ons allereerst duidelijk moeten worden waar het in onze tijd om draait, alvorens daar grip op te kunnen krijgen en sturing aan te geven.
Tijdgeest.
Wat dat eerste betreft kan er zo langzamerhand geen misverstand meer over bestaan dat onze tijd draait om de mensenrechten. Dat blijkt onder andere uit het feit, dat het schenden daarvan wereldwijd heftige reacties oproept. Sprekende voorbeelden daarvan waren in 2011 de Arabische Lente, de Spaanse 15-meibeweging of Movimiento 15-M van de Indignados en niet te vergeten de wereldomvattende Occupy-beweging.
Het afgelopen jaar kan zodoende gekarakteriseerd worden als een jaar van bewustwording van de tijdgeest en het daarbij horende mensenrechten- of vredesideaal. Dit jaar zou die bewustwording in klinkende munt omgezet kunnen worden, omdat ongemerkt steeds meer mensen aangestoken worden door de tijdgeest dankzij sites als Waterland, met hun blik verruimende en diepgravende opiniestukken. Daardoor neemt de druk tot politieke vertaling van het mensenrechten- of vredesideaal met de dag toe. Met het gevolg dat op zeker moment die druk een zodanige kritische grens bereikt , dat het beleid er wel gehoor aan zal moeten geven, democratisch gesproken. In de democratie bepaalt de meerderheid van het volk immers het beleid!
Gedaanteverandering.
Dankzij deze algemene bewustwording staat ons dan ook een geweldloze radicale maatschappelijke koerswijziging te wachten, die op termijn de ware democratie in het vizier zal brengen. Daarmee bedoel ik de mondiale samenleving waarvan de koers niet bepaald wordt door dictatoriaal getinte economische (wie betaalt bepaalt) en ideologische (wie regeert dicteert) belangen, maar door de democratisch getinte (want alom gerespecteerde en onderschreven!) rechten van de mens. Universele grondrechten die begrijpelijkerwijs niet partijpolitiek gebonden zijn en daardoor het partijpolitieke gehakketak verre overstijgen. Daarnaast zijn ze ook niet te koop of beursgenoteerd, waardoor ze niet verhandelbaar zijn, dus nooit slachtoffer kunnen worden van speculatie.
Kortom, zowel politiek als economisch gezien bestaan de mensenrechten ‘om niet’ en dat impliceert dat zij op dito wijze maatschappelijk vertaald dienen te worden. De vertaling die automatisch het ‘gemeenschappelijk door alle volkeren en alle naties te bereiken (vredes-)ideaal’, zoals vermeld in de preambule van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, in het vizier brengt. Het wenkend perspectief van het algemeen belang dat op een gegeven moment niet langer verduisterd zal worden door kortzichtige partijpolitieke belangen noch die van banken. Beide hebben namelijk slechts oog voor eigen- en groepsbelangen in plaats van het algemeen belang.
Het zit er dan ook dik in dat binnen afzienbare tijd de wereld van gedaante zal veranderen, dus omgevormd zal worden van een internationale statenanarchie waarin het recht van de sterkste (‘wie betaalt bepaalt’ en ‘wie regeert dicteert’) koning kraait in de ware democratische rechtsstaat onder VN-vlag.
Wereldgemeenschap.
Daarvoor zal onze volkerenorganisatie wel eerst omgebouwd moeten worden van een organisatie van regeringen die primair het nationaal belang vooropstellen, tot een mondiaal beleidsorgaan met bovennationale bevoegdheden die primair staat voor het algemeen of mondaal belang. Geen onmogelijke opgave, omdat artikel 109 van het VN-Handvest daar uitdrukkelijk de mogelijkheid toe biedt. Dat spreekt namelijk van een algemene conferentie van lidstaten ter herziening van het Handvest.
Daarbij moet vooral worden gedacht aan de opheffing van de dictatoriale (vetorecht!) Veiligheidsraad, met de gelijktijdige overheveling van zijn primaire taak – de handhaving van de internationale vrede en veiligheid – naar de Algemene Vergadering. Deze kan zich daardoor eindelijk ontwikkelen van een ongeloofwaardig mondiaal praatcollege tot een krachtig mondiaal daadcollege. Een mondiaal bestuurslichaam, gevormd door capabele wereldburgers uit alle VN-lidstaten die met twee voeten stevig in onze naar mondiale eenheid tenderende tijd staan. Een gezaghebbend wereldforum, dat op basis van de alom onderschreven rechten van de mens en onze fenomenale know how op elk terrein een – door alle VN-leden gezamenlijk gedragen – wereldbeleid van de grond weet te tillen waarmee de wereldproblemen en het daarmee gepaard gaande onrecht adequaat aangepakt kunnen worden. Dé voorwaarde voor de creatie van de wereldgemeenschap of –samenleving in de ware zin van het woord.
Werkgelegenheid.
De nieuwe wereldorde of democratie in optima forma, waar niet alleen onze generatie maar met name ons nageslacht, toch onze eerste zorg!, de vruchten van plukken zal. Dankzij die onstuitbare groei naar mondiale eenheid, tegen de tijdgeest is nu eenmaal geen kruid gewassen, zullen wij ons straks dan ook wereldwijd geen zorgen meer behoeven te maken over gebrek aan werkgelegenheid en de daarmee gepaard gaande maatschappelijke onrust, die het maatschappelijk raderwerk om de haverklap ontregeld. Tot in lengte van dagen zal er voor ons mensheid immers werk genoeg zijn om in VN-verband de wereld met vereende krachten draaiende te houden zonder geld als smeerolie! De enige mogelijkheid om de 8 millenniumdoelen van de grond te krijgen èn te houden. Elke dag weer.
Genoeg is genoeg.
Op de eerste EU-top van 2012 hebben de EU-leiders besloten onze economieën te moderniseren, zonder te beseffen dat economie deel van het probleem is. Modernisering helpt dus niet. Partijpolitici ontgaat dat, omdat ze niet inzien dat partijpolitiek óók deel van het probleem is. Economisch noch partijpolitiek denken kent namelijk een natuurlijk verzadigingspunt en is daardoor altijd gericht op meer. Vandaar dat het adagium ‘genoeg is genoeg’ onze EU-leiders vreemd is. Toch ligt dáárin de oplossing, omdat ongeremde groei het leven van mens en aarde kapot maakt. Hoog tijd om op de volgende EU-top de ontoereikendheid van het parlementair en monetair stelsel te agenderen, in het belang van het algemeen.
EU-toppen verergeren crisis.
Met betrekking tot het beteugelen van de crisis is mijn advies aan onze volksvertegenwoordiging: “Krijg er oog voor dat de EU-toppen de crisis verergeren”. Ter verduidelijking verwijs ik graag naar de eerste EU-top van 2012, waar de Europese regeringsleiders hebben besloten onze economieën te moderniseren, hoewel dat geen enkel soelaas biedt. De crisis is primair namelijk geen financieel maar een existentieel probleem, dat alle facetten van ons (voort-)bestaan ernstig bedreigt. De bedreiging die met geld niet is af te wentelen. Was het maar zo eenvoudig.
Wat het antwoord op de crisis betreft, zullen we dan ook niet te rade moeten gaan bij onze economen, hoe groot hun economisch denkvermogen ook is. Maar voor dat broodnodige antwoord hoeven wij ook niet aan te kloppen bij onze partijpolitiek gekleurde Europese regeringsleiders, dus bij de EU-top, aangezien de crisis geen partijpolitiek maar een alomvattend (het algemeen belang betreffend) probleem is, dus een dito aanpak behoeft. Daarvoor nu schiet het gangbare economische en partijpolitieke denken fundamenteel tekort. Sterker, dit denken – waar elke moderne samenleving op drijft – vormt juist de kern van het probleem, waardoor de crisis met de dag meer uit de hand loopt. Alleszins begrijpelijk overigens, omdat het economische noch het partijpolitieke denken een natuurlijk verzadigingspunt kent en daardoor constant gericht is op groei, ofwel op meer/meer/meer. Vandaar dat het adagium ‘genoeg is genoeg’ op de EU-top geen item is.
Toch ligt dáárin de oplossing, omdat ongeremde groei tegen de aard van het leven (dat gericht is op voortbestaan) indruist. Langzaam maar gestaag wordt daardoor de aarde met zijn levende have stukje bij beetje te gronde gericht, gelijk de sluipende werking van een kankercel. Op een gegeven moment zal dat onherroepelijk leiden tot een onoplosbare permanente crisis, die niets en niemand ontziet. Letterlijk noch figuurlijk.
Dit doemscenario is te voorkomen indien premier Rutte onder druk van onze volksvertegenwoordiging op de eerstvolgende EU-top de ontoereikendheid van het monetaire en parlementaire stelsel zou agenderen. Uiteraard zal politiek Den Haag daarvoor allereerst in eigen huis orde op zaken moeten stellen, door in alle openheid het deficit van het partijpolitieke en financieel-economische gedachtegoed (dat de wereld dol doet draaien) ter discussie te stellen in ’s lands vergaderzaal.
Daarbij is de hamvraag welke partij in ons Haags regeringsbolwerk het vermogen bezit daartoe het voortouw te nemen. Die partij zal immers in staat moeten zijn over de eigen schaduw heen te springen, ofwel de moed moeten hebben haar bestaan aan de wilgen te hangen en vol te gaan voor het algemeen belang dat in economische noch in partijpolitieke kaders te vangen is en meer vraagt dan een universitaire opleiding en retorische kwaliteiten!
De tijd voor Assad is gekomen.
Volgens minister Uri Rosenthal is ‘de tijd voor Assad gekomen’ (NOS-journaal 7 februari). Maar dat geldt dan ook voor de VN-Veiligheidsraad, die niet bij machte bleek een resolutie over Syrië aan te nemen. De machteloosheid die duidelijk maakt dat ‘hét’ orgaan voor het behoud van vrede en veiligheid in de wereld, niet tegen zijn taak is opgewassen. Begrijpelijk, omdat het dictatoriale recht van veto, waar de vijf permanente leden over beschikken, het adequaat uitvoeren van die taak blokkeert. De totstandbrenging van mondiale vrede en veiligheid is nu eenmaal alleen mogelijk op basis van consensus.
Om de Syrische president Assad tot andere gedachten te brengen zal dan ook eerst de onbruikbaarheid van het vetorecht en daarmee het bestaansrecht van de Veiligheidsraad aan de orde gesteld moeten worden in de VN. Bij monde van onze minister van buitenlandse zaken Uri Rosenthal, zou Nederland daar het initiatief toe kunnen nemen. Op termijn maakt dat de weg vrij voor een fundamentele reorganisatie van de VN van een ongeloofwaardige organisatie van regeringen tot een gezaghebbend mondiaal beleidsorgaan met bovennationale bevoegdheden. Artikel 109 van het Handvest biedt daar uitdrukkelijk de mogelijkheid toe. De broodnodige reorganisatie die de uitspraak van Rosenthal dat ‘de tijd voor Assad is gekomen’ op zeker moment waar zal maken, zonder te dreigen met sancties of geweld. Dreigementen die geen enkele oplossing bieden, maar slechts het onschuldige Syrische volk treffen.
Morele moed.
Afgezien van het feit dat de aanhoudende weigering van Rutte om te reageren op het ‘Polen-meldpunt’ staatsrechtelijk misplaatst is, zoals diverse hoogleraren staatsrecht stellen, getuigt die weigering van gebrek aan morele moed. Begrijpelijk, omdat morele moed niet partijpolitiek of ideologisch gekleurd is. De weigering van Rutte kan dan ook geen verwondering wekken. Met zijn weigering maakt hij slechts duidelijk de kwaliteiten voor het premierschap te missen. Een premier wordt immers geacht voor de belangen van alle Nederlanders en daarmee boven de partijen te staan!
Menswaardige samenleving.
Ondanks zijn aftreden, staat de wens van Cohen naar een menswaardige samenleving nog recht overeind. Om die in het vizier te krijgen zal de partij niet naarstig op zoek moeten gaan naar een opvolger, maar zich moeten richten op de uitwerking van die wens. Daarvoor zal ons partijpolitiek bestel, dat draait om persoonlijke macht in plaats van onderling respect, breed maatschappelijk ter discussie gesteld moeten worden. De vraag is alleen of de PvdA de morele moed bezit om het initiatief voor die Brede Maatschappelijke Discussie te nemen, gezien het feit dat daarmee het eigen bestaan op losse schreven wordt gezet.
PvdA.
De strijd om het leiderschap in de PvdA brengt het socialistische ideaal geen stap dichterbij. Daarvoor zouden Spekman en de zijnen hun oor te luisteren moeten leggen bij de teruggetreden Cohen. Daarbij doel ik op zijn geloof in een ‘menswaardige samenleving’ en zijn visie dat voor de verwerkelijking daarvan ‘iedereen moet meetellen’. De vertaling van dat democratische principe wordt echter tegengehouden door ons verdeeldheid zaaiende partijpolitieke bestel. Het wordt dan ook tijd dat de PvdA de doorbreking van ons bestel tot speerpunt van haar beleid maakt, ten behoeve van het ideaal (de menswaardige samenleving) waar zij voor staat.
Apocalyptisch scenario.
Het nieuwe START-verdrag dat een jaar geleden tussen de VS en Rusland van kracht werd, voorziet in een reductie van het aantal kernkoppen aan beide kanten tot 1550 in 2018. Alle goede bedoelingen ten spijt schiet die vermindering fundamenteel tekort om vorm te geven aan het (mensen-)recht bevrijd te worden van de angst voor totale vernietiging. Logisch, omdat daarvoor eerst een eind moet komen aan de periodiek terugkerende strijd om de macht, op zowel het lokale, het nationale als het internationale vlak.
Geen onmogelijke opgave, indien onze machthebbers bereid zouden zijn de uitzichtloosheid van hun machtsstrijd ruiterlijk te erkennen. Zolang die bereidheid ontbreekt zal de mogelijkheid van totale vernietiging door een kernoorlog blijven bestaan. Een apocalyptisch scenario dat wrang genoeg is overgoten met een democratisch sausje. De spelers die de hoofd- en bijrollen vervullen in dat mondiale eindspel, de Obama’s, de Poetins, de Netanyahu’s, de Ahmadinejads, de Di Ruppo’s, de Rutte’s, de ……………, hebben we immers zelf gekozen!
Goedkope roep om verkiezingen.
Het vertrek van Hero Brinkman uit de PVV rechtvaardigt de roep om verkiezingen van de parlementaire oppositie niet. Geen enkele coalitie, van welke signatuur dan ook, is namelijk in staat de grote maatschappelijke problemen adequaat aan te pakken. Logisch, omdat de aarde nu eenmaal geen religieus of ideologisch getinte nooduitgang heeft. In feite houdt dit in dat elk beleid dat op religie en/of ideologie gestoeld is, zoals het onze, uiteindelijk zal falen. Dit doet niets af aan de intrinsieke waarde van welke religie of ideologie dan ook, integendeel(!), maar impliceert wel dat de beoogde betere wereld nooit het resultaat zal kunnen(!) zijn van ons bewierookte partijpolitieke bestel.
Zolang dit inzicht niet breed maatschappelijk doorbreekt, zullen verkiezingen gezien worden als ‘de enige weg’ om problemen het hoofd te bieden, terwijl zij in werkelijkheid het tegendeel bewerkstelligen. Voor het doorbreken van deze moedeloos makende realiteit, waar wij allemaal onder gebukt gaan, zal ons bestel in alle openheid breed maatschappelijk ter discussie gesteld moeten worden. De technische mogelijkheden daartoe zijn ruimschoots aanwezig. Nu nog de politieke wil.
Publieke zaak.
Om het ideaal van de socialistische heilstaat in het vizier te krijgen is meer nodig dan een nieuwe partijleider, namelijk het inzicht dat het bestel achterhaald is en daarmee de PvdA. Helaas heeft Samson hier geen oog voor, getuige zijn opvatting dat als de gedoogcoalitie er niet uitkomt, er maar één antwoord is: nieuwe verkiezingen. Daaruit blijkt zijn geloof in het oplossend vermogen van verkiezingen. Vraag is of de onoplosbaarheid van de problematiek niet juist in dát geloof gelegen is. Voor het antwoord daarop zal ons bestel breed maatschappelijk ter discussie gesteld moeten worden. Daarvoor zullen we tevergeefs een beroep doen op de politiek, maar zullen we bij de media moeten aankloppen. In het bijzonder denk ik daarbij aan de publieke omroep. Als geen ander is Hilversum namelijk in staat de houdbaarheid van het geloof in ons bewierookte bestel en daarmee het nut van verkiezingen landelijk aan te kaarten, ten behoeve van de publieke zaak. Dáár draait het immers om in de democratie!
Primaat van de economie.
Het overleg in het Catshuis in totale stilte is niet te rijmen met het dienen van het algemeen belang. Het bewijs daarvan zal geleverd worden op het moment dat witte rook opstijgt uit het Catshuis. Een rookpluim die niet verwijst naar een oplossing die perspectief biedt, maar enkel naar het feit dat in het Catshuis niet de democratie regeert maar de economie. Aangezien de economie los staat van het algemeen belang, omdat zij slechts dienstbaar is aan haar eigen belang (economische groei), kan het beleid van deze gedoogcoalitie niet als democratisch worden betiteld.
Jammer genoeg zullen verkiezingen hier geen fundamentele verandering in kunnen! brengen. Hoogstens leiden ze tot wat cosmetische veranderingen, die echter het democratisch tekort ongemoeid laten. Elk kabinet, van welke signatuur dan ook, kan nu eenmaal niet uit onder het primaat van de economie, waar het algemeen belang – waar de democratie toch om draait! – automatisch de dupe van is.
Rapport Commissie-De Wit.
Het rapport over de bankencrisis, ‘Verloren krediet’, schiet fundamenteel tekort om een volgende crisis te voorkomen. Deep down zal de commissie-De Wit dit ook wel hebben aangevoeld, alleen blijkt dat niet uit haar tips een volgende crisis te voorkomen. Zo mis ik node een oproep aan politiek Den Haag voor het op touw zetten van een Brede Maatschappelijke Discussie (BMD) over het tekortschieten van ons bancaire bestel ter beteugeling van de (wereld-)problemen. Zolang die broodnodige BMD op zich laat wachten, zal de crisis niet adequaat aangepakt kunnen worden, waarvan ons kroost (toch onze eerste zorg!) op zeker moment de rekening gepresenteerd zal krijgen. Waarvan het nog maar de vraag is of zij die ooit zal kunnen voldoen.
Over verantwoordelijkheid gesproken.
Algemeen belang.
Wat mij aanspreekt in de nieuwe jongerenbeweging G500 is het zoeken naar verbinding. Wat het realiseren daarvan betreft, ben ik echter niet hoopvol gestemd. Hoe broodnodig het samen doen ook is, het zal nooit op vruchtbare wijze van de grond kunnen komen, zolang er geen overeenstemming is over het begrip ‘algemeen belang’. Het democratische kernbegrip dat het partijpolitieke gedachtegoed en daarmee de partijpolitieke verschillen overstijgt. Dit impliceert dat ons verdeeldheid zaaiende partijpolitieke bestel fundamenteel tekortschiet voor het adequaat behartigen van het algemeen belang. Dit vraagt nu eenmaal niet om een verdeel en heers politiek, maar om een eenheidsbeleid op basis van een gedeelde levensopvatting. Een politiek hanteerbare zienswijze op het kenmerk van leven, dat los staat van religie en ideologie, zonder daarvoor een bedreiging te zijn.
Voor die overkoepelende levensopvatting leent zich de gedachte van onze aarde als organische eenheid, waar de mens niet boven staat (als ware hij de schepper ervan) maar een integrerend deeltje van is. Dit houdt in dat we met elkaar (6 miljard mensen) verantwoordelijk zijn voor die instandhouding van die levende totaliteit of organische eenheid. Niet alleen in ons eigen belang, maar in het bijzonder in dat van onze eerste zorg, ons nageslacht.
Om die mondiale verantwoordelijkheid handen en voeten te geven in democratische zin, zullen wij (als wereldbevolking) allereerst afscheid moeten nemen van zowel het dictatoriale parlementaire (wie regeert dicteert) als het dictatoriale monetaire (wie betaalt bepaalt) denken en de daarop gebouwde systemen.
Politiek Den Haag zou voor die ongekende doorbraak het mondiale voortouw kunnen nemen door het op touw zetten van een Brede Maatschappelijke Discussie (BMD) over het tekortschieten van ons parlementair en monetair bestel, ter beteugeling van de (wereld-)problemen. Voor het warm maken van de Haagse geesten voor die broodnodige BMD, zie ik hier een taak weggelegd voor de initiatiefnemers van de G500-beweging.
Hopelijk zien de jongeren dat ook in, want zolang het initiatief voor die BMD (die partijpolitieke en economische belangen verre overstijgt) op zich laat wachten, zal er geen begin gemaakt kunnen worden met het adequaat behartigen van het algemeen belang, waar ons kroost op zeker moment onherroepelijk de rekening van gepresenteerd zal krijgen. Daarbij is het nog de vraag of ons nageslacht die rekening ooit zal kunnen voldoen
Over verantwoordelijkheid gesproken.
Algemeen belang.
Door het stoppen met ‘plofkippen’ voor zijn producten, heeft voedingsmiddelenconcern Unilever een morele dimensie toegevoegd aan het marktdenken. Hopelijk pikt de politiek die op en neemt zij de tijd de beleidsconsequenties daarvan te doordenken en in een breder kader te plaatsen. Met als doel op gepaste wijze inhoud te geven aan haar primaire taak, het dienen van het algemeen belang, waar het begrip democratie voor staat.
Voor dat dienen schieten verkiezingen fundamenteel tekort, omdat zij slechts leiden tot een wisseling van de wacht, die (gelijk de vorige) ook niet bij machte is het algemeen belang adequaat te behartigen.
Daarvoor missen onze partijpolitieke machthebbers simpelweg het vermogen om over de eigen partijpolitieke schaduw heen te springen, ofwel missen zij de kracht om het bestel en daarmee de eigen zwaar bevochten (machts-)positie publiekelijk ter discussie te stellen. Wat dat betreft is nu al te voorzien dat de reflexieve roep om nieuwe verkiezingen, als reactie op het geïmplodeerde Catshuisberaad, tot niet meer zullen leiden dan tot oude wijn in nieuwe zakken, alle grootspraak en overweldigende mediaaandacht ten spijt.
Stemmen komend najaar? Kom nou!
Binnenhof.
Gezien de wanorde in het Haagse door het weglopen van Geert Wilders, stel ik voor de typering van het Binnenhof als “Het Huis van de Democratie” te wijzigen in “Het Huis van Anarchie en Demagogie”. Helaas zal de uitkomst van de verkiezingen op 12 september geen invloed hebben op die wijziging, omdat ons partijpolitiek bestel nu eenmaal fundamenteel tekortschiet om adequaat invulling te geven aan het publiek belang – grootspraak van de lijstaanvoerders en overweldigende media-aandacht voor de verkiezingscampagne ten spijt.
Wakker worden.
Het ideaal van een vreedzame wereldorde zonder polarisatie en vijandbeelden, dat elk jaar boven de dodenherdenking hangt, is dit jaar ontsierd door de diskwalificatie van de wijze
waarop Auke de Leeuw uit Helmond (met zijn gedicht ‘Foute Keuze’) en burgemeester Henk Aalderink van de gemeente Bronckhorst (met zijn voornemen ook gevallen Duitse soldaten bij de herdenking te betrekken), invulling wilden geven aan dit universele (vredes-)ideaal.
Gotspe.
Een betreurenswaardige diskwalificatie, die weliswaar begrijpelijk is maar waar wij – als samenleving – niets mee opschieten. Maatschappelijk gesproken biedt zij namelijk geen enkel perspectief door haar polariserende werking. Daardoor wordt voorkomen dat de herdenking in het alomvattende perspectief van ‘nooit meer oorlog’ geplaatst wordt. Het vredesideaal, aan de verwerkelijking waarvan een ieder op persoonlijke wijze zijn steentje dient bij te dragen.
Het is duidelijk dat volgens bepaalde groeperingen in onze samenleving de steentjes van Auke de Leeuw en Henk Aalderink niet passen in die wereldomvattende vredespuzzel, waaraan nog steeds gewerkt wordt. Het in ’45 opgezette maatschappelijke kunstwerk waar wij met elkaar, niemand uitgezonderd, vorm aan dienen te geven. Door hun diskwalificatie van Auke en Henk geven de criticasters in feite aan geen oog te hebben voor die noodzakelijke gemeenschappelijkheid. De blindheid die maakt dat zij vinden dat hun interpretatie van moraal, dus van goed en kwaad, maatgevend is voor ons allen. Een gotspe, omdat het deze morele superioriteitsgedachte is die sinds mensenheugenis debet is aan de strijd om de macht in de wereld, die op zeker moment altijd uitmondt in oorlog. Op zijn beurt komt dit verderfelijke militaire geweld nooit spontaan uit de lucht vallen, maar is het altijd al geruime tijd voorgekookt op nationaal niveau met verbaal geweld. In onze tijd via de landelijke strijd om de partijpolitieke macht, waar ons bestel zijn bestaan aan ontleend.
Ultieme politieke doel.
Voor het uitbannen van de oorlog en het daarmee gepaard gaande onverteerbare bloedvergieten, dus om recht te doen aan de slachtoffers van de jaarlijkse dodenherdenking, wordt het dan ook tijd ons bestel publiekelijk ter discussie te stellen.
Met behulp van onze media is dat zonder meer mogelijk. Voor het benutten van die mogelijkheid zullen de media wel eerst de hand in eigen boezem moeten steken, door een punt te zetten achter hun overweldigende aandacht voor de strijd om de verschillende lijsttrekkerschappen die momenteel gaande is. Daarmee zetten zij automatisch ons bestel op losse schroeven, waarmee zij Den Haag de kans bieden ongekende politieke geschiedenis te schrijven. Daarmee bedoel ik geschiedenis in het licht van de alom onderschreven mensenrechten, waar onze tijd zo langzamerhand geheel van doortrokken is.
Als gevolg daarvan moet de verwerkelijking daarvan, toch het ultieme politieke doel(!), zoetjesaan gerealiseerd kunnen worden. Uiteraard is vruchtbare samenwerking daarvoor een eerste vereiste. Om die te creëren is een grondige reorganisatie van onze volkerenorganisatie noodzakelijk. Gelukkig geen onmogelijk opgave, omdat het VN-Handvest daarin voorziet. Artikel 109 spreekt namelijk van een algemene conferentie van VN-lidstaten ter herziening van het Handvest. Officieel had deze al in 1955 moeten plaatsvinden, maar onder druk van de toenmalige Sovjet-Unie is deze destijds uitgesteld ‘tot een daartoe geschikt tijdstip’. Gezien de crisis waarin de wereld verkeert, lijkt mij dat tijdstip aangebroken.
Gezaghebbend wereldforum.
Wat die broodnodige reorganisatie betreft, moet vooral worden gedacht aan de opheffing van de dictatoriale (vetorecht!) Veiligheidsraad, met de gelijktijdige overheveling van zijn primaire verantwoordelijkheid – de handhaving van de internationale vrede en veiligheid – naar de Algemene Vergadering. Daardoor kan dit orgaan zich eindelijk ontwikkelen van een ongeloofwaardig mondiaal praatcollege tot een geloofwaardig mondiaal daadcollege met bovennationale bevoegdheden. Een gezaghebbend wereldforum dat op basis van de alom onderschreven mensenrechten en onze fenomenale know how op elk terrein een wereldbeleid van de grond weet te tillen, waarmee de wereldproblemen en het daarmee gepaard gaande onrecht adequaat aangepakt kunnen worden.
Moeder aarde.
Een vruchtbaar en rechtvaardig wereldbeleid gestoeld op de aanname van onze aarde als een levend organisme. Een organische giga-eenheid waar de mens niet boven staat, als ware hij de schepper ervan, maar een integrerend deeltje van is. Een moeder aarde die door de tijd heen is uitgegroeid tot zijn huidige omvang, waarvan de werking te vergelijken is met die van ons eigen lichaam. Wat de werking daarvan betreft is het duidelijk dat elk orgaan in ons lichaam, een unieke onvervangbare functie vertegenwoordigt. De levenskracht van ons hele lichaam hangt echter niet alleen af van de gezondheid van elk orgaan afzonderlijk, maar ook van de harmonieuze samenwerking tussen alle organen. Een evenwichtige samenwerking die een levensnoodzakelijkheid is en geen concessie die wordt afgedwongen. Tenslotte hoeven de longen het hart niet te verdragen. Het enige wat hen gevraagd wordt is ‘goede longen’ te zijn, zoveel mogelijk ‘long’ (dus zichzelf) te zijn, en naar de mate waarin zij daarin slagen zullen zij het hart helpen een goed hart te zijn, waardoor het lichaam in staat is optimaal en harmonieus te functioneren.
Democratie in optima forma.
Deze vorm van vrijwillige samenwerking – die zich ideologisch noch economisch laat traceren – is te betitelen als ‘de democratie in optima forma’. Je zou het ook een zelforganisatie kunnen noemen. Een intelligente orde zonder baas.
Door op deze mondiale (levens-)orde de VN-vlag te planten, moeten wij – als mensheid – in staat zijn de crisis de baas te worden. Niet alleen in ons eigen belang, maar in het bijzonder in dat van onze eerste zorg, “Ons Nageslacht”, en daarmee ten behoeve van het voortbestaan van moeder aarde. De grond van alles wat groeit en bloeit en ons elke dag weer altijd boeit. Voor het juiste gebruik en onderhoud van die gemeenschappelijke (bestaans-)grond zijn wij met elkaar (zo’n 6,5 miljard mensen) gezamenlijk verantwoordelijk zijn. Voor die gezamenlijke aanpak is primair een leidend beginsel vereist, waarvoor religie en ideologie (gelijk het daarop gestoelde veelpartijenstelsels) schromelijk tekortschieten, zoals de geschiedenis zo langzamerhand overduidelijk bewezen heeft. Het is dan ook hoog tijd voor een wereldwijde wake up call.
Vrede.
Nu de perikelen over het lijsttrekkerschap in GroenLinks de commotie over de dodenherdenking in Vorden van de voorpagina’s hebben verdrongen, wordt het tijd stil te staan bij het argument van de Vordense herdenkingsorganisatie dat ‘de tijd rijp is’ om ook omgekomen Duitse soldaten te herdenken. Een terecht argument, voor het bewijs waarvan ik graag wijs op de alom onderschreven mensenrechten, waar onze tijd zo langzamerhand volledig van doortrokken is. In feite is het dit alomvattende vredesideaal dat boven de dodenherdenking hangt en waarin haar ultieme doel gelegen is.
Alleen zal daaraan geen passende praktijk gekoppeld kunnen worden zolang bepaalde groeperingen pretenderen exact te weten wat wel en niet dienstbaar is aan de vrede, dus wat onder goed en fout dient te worden verstaan. Een gotspe, omdat het deze morele superioriteitsgedachte is die sinds mensenheugenis debet is aan de strijd om de macht, die op zeker moment altijd leidt tot oorlog. Op zijn beurt komt dit verderfelijke geweld nooit spontaan uit de lucht vallen, maar wordt het altijd voorgekookt via de periodiek plaatsvindende strijd om de partijpolitieke macht, waar ons bestel zijn bestaan aan te danken heeft en onze politici hun goed belegde boterham.
Voor het uitbannen van de oorlog en het daarmee gepaard gaande onverteerbare bloedvergieten, dus om recht te doen aan de slachtoffers van de jaarlijkse dodenherdenkingen, zouden joodse organisaties als Federatief Joods Nederland zich dan ook sterk moeten maken voor een publiekelijke discussie over ons bestel, in plaats van burgemeester Henk Aalderink en zijn medestanders moreel de maat te nemen.
Tijdgeest.
Om grip te krijgen op de problemen helpen verkiezingen niet, maar zullen we oog moeten krijgen voor de geest van onze tijd, die doortrokken is van de mensenrechten. In de context daarvan dienen de problemen geplaatst te worden, om de kloof tussen ideaal (de verwerkelijking van de mensenrechten) en werkelijkheid (de modderige politiek van alledag) te overbruggen.
Voor die overbrugging zal ons gedateerde partijpolitieke bestel op de helling gezet moeten worden, ten behoeve van de creatie van een heldere mensenrechten- of vredeskoers die de alomvattende tijdgeest eer aandoet, dus niet langer gedwarsboomd wordt door allerhande partijpolitieke egotrippers.
Hoe zo bij de tijd, dames en heren politici.