Dankzij ‘Youp’ ben ik onlangs voor het eerst gaan kijken naar De Rijdende Rechter. In zijn oudejaarsconference maakte Youp van het Hek dit tv-programma met de grond gelijk. Als je wil zien hoe sneu Nederlanders zijn, dan blijkt het wel uit dit programma, aldus de cabaretier. Hierin geeft een heuse rechter zijn bindende oordeel over geschillen tussen mensen die hem hebben uitgenodigd om ter plekke recht te spreken. Nu zijn cabaretiers in het Nederland van de 21e eeuw wat profeten waren in het koninkrijk Juda ten tijde van het Oude Testament. Dus heb ik maar eens op De Rijdende Rechter afgestemd. Ik trof het. Op mijn beeldbuis verschenen hele gewone Nederlanders, met hele verongelijkte gezichten. Hun strijd bleek te gaan om niets meer of minder dan een… muziektent. In Papendrecht nog wel. De eiser was een jongetje van een jaar of tien, dat voor zijn voetballende vriendjes en zichzelf vrije toegang vroeg tot de muziektent, waar het zo lekker overdekt spelen was. De gedaagde bleek een mevrouw van middelbare leeftijd namens de Stichting Dorpsbehoud Papendrecht. Ze vond dat ze het recht had de muziektent tot verboden gebied te verklaren, zodat deze niet vernield werd door de spelende kinderen. Nou, nou, was dat nu alles?
Jawel, en het was heel wat. Eiser, gedaagde en de pakweg twintig supporters van beide zijden die zich rond de Rijdende Rechter hadden verzameld, vormden een gezelschap vol intens goede bedoelingen. De kinderen die, zo jong en speels als ze waren, voor hun recht opkwamen. En de dames en heren van de Stichting Dorpsbehoud die onbetaald en dus belangeloos (?) trachtten om een klassieke muziektent te vrijwaren van vernieling. Eigenlijk zagen we hier een miniatuur van het maatschappelijk middenveld zoals het er idealiter uitziet: doorsnee burgers die zich inspannen voor de gemeenschap waarin ze leven, niet omdat het hun baan is en ze ervoor betaald worden, maar omdat ze denken daarmee het goede te doen.
Tegelijkertijd maakte het schouwspel mij nogal triest. Vrijwel niemand bleek er namelijk gelukkig van te worden. Het kereltje – pardon: de eiser - barstte op een gegeven moment in huilen uit toen hij zich tegen de verwijten van tientallen volwassenen moest weren. Naast hem stond zijn vader er nogal lullig bij: geen arm om hem heen, geen kneepje in zijn wang, maar wellicht de overtuiging dat zijn jongen door schade en schande vandaag burger werd. Vervolgens moest ook mevrouw Dorpsbehoud tegen haar tranen vechten: je zag gewoon hoe iemand die dag en nacht voor anderen klaar stond, zich tentoongesteld zag als boze-heks-die-guitig-jongetje-pest. En zo betreurden dus twee mensen die het beste met de wereld voor hadden, hun eigen fraaie bedoelingen voor een publiek van twintig schaapachtig toekijkende medestanders, een Rijdende Rechter en bijna anderhalf miljoen tv-kijkers.
Een sneu programma over sneue mensen? Verre van dat. Ziehier het menselijke dier in al zijn grootsheid en tekort. Zo goed bedoelend, zo gauw gekwetst. Het zou onze donderprofeet uit de grachtengordel betamen dit met iets meer mildheid te beschouwen.
Nou zeg, dit hakt er bij mij wel even in !
Een iets andere interpretatie van mr. Frank Visser en zijn show: http://detwichter.wordpress.com/2012/02/16/de-rijdende-rechter/