Regelmatig maakt Waterlog plaats voor gastschrijvers. Deze keer voor Joep Schrijvers die reageert op de recente arrestatie van cartoonist Gregorius Nekschot.
De arrestatie van Gregorius Nekschot houdt de gemoederen terecht bezig. Niets minder dan de vrijheden van meningsuiting en artistieke expressie zijn geschonden. De aanstichter hiervan is de officier van justitie, Paul Velleman, die tevens coördinator is bij het meldpunt antidiscriminatie internet dat de aanklacht tegen Nekschot uiteindelijk heeft ingediend. Een onverkwikkelijke vermenging van rollen trouwens.
Aan deze door Hirsch Ballin cs. ondersteunde justitiële intimidatie ligt als men het welwillend wil formuleren een misverstand ten grondslag wat religie is en als men het kwaadwillend duidt één duivelse immuniseringsstrategie. Laat ik het uitleggen.
Religie is politiek
Religie is geen privézaak zoals veel vrijzinnigen denken, iets wat alleen achter de voordeur mag bestaan. Geloof is ook geen persoonlijk kenmerk zoals rood haar is, blauwe ogen, mannelijkheid of seksuele geaardheid. Nee, religies zijn altijd een politieke ideologie. Want zij doen uitspraken over de onderlinge betrekkingen van mensen, het hoogste goed, het summum bonum, de verhoudingen tussen geslachten, gelovigen en niet-gelovigen, natuur, het recht, over wie het voor het zeggen hebben, e.d. Er is geen onderwerp van algemeen belang waar een religie zich niet mee bezighoudt.
Het onderscheid dat Wilders bijvoorbeeld maakt tussen de islam als religie en de islam als ideologie is volstrekt onzinnig. De islam is volledig politiek-ideologisch net zoals het christendom, het jodendom, het boeddhisme, het humanisme, het liberalisme en het socialisme dat zijn. Ook God en Allah zijn meningen en wat mij betreft zeer laakbare en slecht onderbouwde. De meiden van hallal zijn geen moslima’s maar politica’s van hun islamitische zaak en dienen derhalve ook als politica’s te worden behandeld, iets wat de cabaretier Hans Teeuwen tijdens het ruchtmakende interview van de drie meiden vorig jaar ook deed. Die man heeft door wat religie is.
Toegang tot de open samenleving
Het basiskenmerk van de open samenleving is dat elke mening over de wenselijke koers van de menselijke affaires de arena van debat en macht mag betreden. Zonder uitzondering. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen zinnige en onzinnige, ware en onware meningen.
Popper, Arendt en Habermas hebben in hun politieke filosofieën hier veel aandacht aan besteed. Zij zijn wat dat betreft de nazaten van Stuart Mill, die zoals bekend hartstochtelijke pleidooien voor de vrijheid van meningsuiting en de permanente botsing van opvattingen hield. Iedereen is feilbaar, aldus deze negentiende eeuwer, en alleen in het vrije debat kunnen we schiften wat goed is en wat werkt en kan een samenleving zich verbeteren en het geluk van allen toenemen.
De New Yorkse filosoof, Austin Dacey, trekt deze uitgangspunten van de open samenleving ook door naar religies. Religies zijn meningen die niet buiten het politieke discours gedreven moeten worden maar net zoveel recht hebben om in de arena van macht en debat tot expressie te komen als de liberale, vrijzinnige, of welke andere mening dan ook. Ik ben het met hem eens. Religie is geen privézaak maar een politieke.
Religie in de publieke ruimte
Als religies politieke ideologieën zijn omdat zij zich roeren in het publieke debat en hun aanwezigheid in de publieke ruimte opeisen, dan dienen zij zich ook te houden aan de spelregels van de arena van debat en macht. Want de deelname aan het publieke discours is niet ongeclausuleerd.
De belangrijkste regel is dat wie de politieke arena betreedt zich zonder uitzondering onderwerpt aan de principes van confrontaties, kritiek en satire. Het kan niet zo zijn, aldus de filosoof Austin Dacey, dat religies de publieke arena betreden en dat wanneer zij klop krijgen jammeren dat zij gekwetst worden en dat dus de ander dus zijn mond moet houden. Er is geen free pass voor de publieke arena voor religies. Je bent niet je mening maar je hebt hem.
En dat is precies wat er gebeurt zoals ook nu weer bij de fanatieke aanslag van Ballin en Velleman op de open samenleving. Zodra kritiek hen niet bevalt maken zij van religie een persoonlijke eigenschap. Dan kunnen zij zeggen, dat die kritiek een aanval op hun persoon is en niet op hun politieke mening. Dit is nu de grote immuniseringstrategie van gelovigen. Je moet eens voorstellen dat Rutte een heftige aanval van Marijnissen krijgt en zich dan verweert met: ‘je beledigt me, je spuugt op mijn liberale identiteit, dit is liberaal-lastering.’ Iedereen zou dit belachelijk vinden en terecht. Dezelfde houding dienen we aan te nemen tegen het gejammer van christenen en moslims als hun geloofwaarheden weer eens onder vilein vuur liggen.
Of identiteit of mening
Het is dus van beide éen: of religie is een identiteit of religie is een politieke ideologie. Als het een identiteitskwestie is dan moeten gelovigen daar ook de consequenties van aanvaarden en hun mond verder houden over aardse zaken. Geloof is dan inderdaad een privézaak en een identiteit. Ik wil dan geen meid van hallal meer horen. Maar zodra zij hun mond opendoen en hun mening geven over bijzonder onderwijs, opvoeding, gescheiden zwemmen, zondagsluiting en dergelijke, dan moeten zij beseffen dat zij transformeren tot een van de woordvoeders van een politieke ideologie. Dan zullen zij ook moeten aanvaarden dat zij de wind van voren kunnen krijgen.
Wat het CDA, moslims, justitie en politiek correcte linkse mensen nu doen is het volgende: als het hun uitkomt claimen zij de politieke status van een religie maar als er verweer komt maken zij er opeens een persoonlijkheidskenmerk en een identiteit van. “U kwetst, beledigt een groep mensen, u zaait haat”.
De hedendaagse religieus-politieke elite speelt op dit moment dit ongelooflijk vuil spel. Zij wil wel de lusten van religie als politieke ideologie maar niet de lasten. Zij onttrekt zich aan de principes van de open samenleving.
Dat kan beslist niet. Het is dan ook van belang voor vrijzinnigen, anti-religieuzen, humanisten, secularisten of wie dan ook om religie als een politiek systeem te beschouwen en niet meer als een psychologische identiteit waar je rekening mee moet houden. Frapper toujours zou ik zeggen. We behandelen vanaf heden moslims en christenen alsof het socialisten, populisten of libertariers zijn: hard, confronterend, machtsondermijnend, ironiserend tot op het scherpst van de snede.
Cartoonisten
In de politieke arena vindt de confrontatie van meningen op verschillende niveaus zich af. Wanneer de verborgen premissen van een ideologisch stelsel geëxpliciteerd en bekritiseerd worden zijn doorgaans de politiek filosofen aan het woord. De wetenschappers en beleidsmedewerkers bakkeleien over de juistheid, effectiviteit en efficiency van de beleidsprogramma’s. Veel werk in de Tweede Kamer is niet veel meer dan dat.
En wat doen cartoonisten dan, en cabaretiers en kunstenaars? Zij ondermijnen en ontmaskeren alle retoriek die in de politieke arena aanwezig is. De claims van leiderschap, van morele superioriteit, van onfeilbaarheid, van politieke correctheid, van integriteit die er niet is. De retoriek van hoofddoekjes, boerka’s, kazuifels en besnijdenissen pakken zij aan met dezelfde methode als van hun opponenten: met retoriek hard op hard, zacht op zacht. Met hun overdrijvingen en bespottingen, met hun uitvergrotingen en ridiculiseringen wijzen zij op de kleren van de keizer.
Heibelkunst
In het museum voor kwetsende kunst, dat sinds begin mei is geopend en dat inmiddels meer dan driehonderd kunstvoorwerpen bevat waar heibel over is geweest, wordt geen enkel concreet individu beledigd of belasterd. Alleen de pretentie en de claims van religies en hun functionarissen, van staten en leiders, van bedrijven en managers, ja die wordt onderuit gehaald. Dat is ook precies van Gregorius Nekschot in zijn prachtige cartoons doet: onderuithalen van machtsaanspraken, waarheidspretenties en morele monopolies.
Dat mag in een open samenleving, nee dat moet zelfs. Daarom is het nodig ons met Gregorius Nekschot bezig te houden en voor zijn vrijheid van expressie op te komen.
Mooi betoog dat religie altijd ook politiek is. Dat heb ik zelden zo helder en compact verwoord gezien.
Dat cartoonisten boven de wet zouden staan, zoals dezer dagen zo vaak en ook hier weer betoogd, vind ik merkwaardig. Nekschot zoekt de randen van de wet op en lijkt een paar keer artikel 137 van strafrecht overtreden te hebben. Dan is het de plicht van justitie om dat te onderzoeken. De rechter doet dan een uitspraak. Kennelijk voelde Nekschot nattigheid en heeft hij om zijn goede wil te tonen de gewraakte cartoons verwijderd. Dat kun je intimidatie noemen, ik gok meer op proberen te ontkomen aan justitiele vervolging. De kans dat de rechter een heldere uitspraak zou doen over de cartoons wordt zo kleiner. Terwijl er juist behoefte is aan een heldere uitspraak.
De beschuldiging aan Velleman van vermenging van rollen is zot. Het hele Nederlandse strafrecht zit zo in elkaar dat de officier van justitie zowel aanklager als onderzoeker is.
Al met al zie ik de affaire meer als een geslaagde publiciteitsstunt voor Nekschot dan als een aanval op de vrijheid van meningsuiting.
Een interessant betoog, waar ik het in principe mee eens ben. Toch wringt er iets. Als een politicus in de 2e kamer zegt dat hij tegen homoseksualiteit is, omdat hij het vies vindt, dan zal hij als antwoord krijgen dat dit geen relevant argument is. Einde discussie.
Als echter een politicus zegt dat hij tegen homoseksualiteit is omdat het niet mag van zijn heilige boek, dan zouden we naar mijn mening ook moeten zeggen dat dit geen relevant argument is. Maar aangezien gelovigen daar anders over denken, kom je in een patstelling terecht. Wat blijft er nog over van politiek bedrijven op basis van rationele argumenten als gelovigen met heilige boeken aan komen zetten in de 2e kamer?
@Christian: artikel 137 rept o.a. van beledigen van religieuze identiteit volgens mij. De redenering hierboven volgend, als we religieuze identiteit op gelijke hoogte stellen als huiskleur, seksuele geaardheid e.d., en we beledigen verbieden, dan heeft dit tot gevolg dat gelovigen zich niet meer met hun religieuze identiteit in de politieke arena moeten begeven. Als ze dit wel willen, dan moet religie als een politieke mening beschouwd worden, en zou dus beledigen van religieuze identiteit uit artikel 137 geschrapt moeten worden.