Ontwikkelingshulp en vrijheid
zaterdag 26 april 2008 door redactie
Regelmatig maakt Waterlog plaats voor gastschrijvers. Deze keer voor politicoloog Irina van der Sluijs die zich kwaad maakt over de plannen van Verdonk om te korten op ontwikkelingshulp.
Rita Verdonk speculeert over het korten op ontwikkelingshulp: ‘Ik schat dat tweederde eraf kan’. Vol verwachting surf ik naar de TON website om na te lezen hoe zij tot die schatting is gekomen, want met haar ben ik van mening dat ontwikkelingshulp schrijnend is. Het zou niet nodig moeten zijn anno 2008. De welvaartsstijging vanaf midden vorige eeuw is ongekend en tegelijkertijd slagen we er niet in de scheefgroei tegen te gaan die er nu voor zorgt dat 10 procent van de wereldbevolking meer dan de helft van alle rijkdom bezit. Tevergeefs zoek ik naar oplossingen die zij aandraagt voor het ontwikkelingsvraagstuk. In plaats daarvan lees ik dat ze ‘het geld dat vrijkomt (…) denkt te gaan besteden aan onderwijs, of aan zorg, of aan salarisachterstanden van leraren, verplegers en politieagenten…in Nederland’.
Dat is een duidelijke beleidskeuze. Vrij vertaald: zuurverdiend belastinggeld van hardwerkende Nederlanders verdwijnt toch maar in een bodemloze (Afrikaanse water)put, dus het wordt hoog tijd dit voor ons eigen trotse volk in te zetten. Nu ben ik een voorstander van het verhogen van de budgetten voor zorg en onderwijs in Nederland, maar om dit unverfroren te koppelen aan het verlagen van ontwikkelingshulp vind ik demagogisch. De indruk wordt gewekt dat de salarissen voor leraren, verplegers en politieagenten zijn achtergebleven omdat dat extra geld is uitgegeven in arme landen. Dat lijkt me zeer onwaarschijnlijk.
Het drastisch verlagen van ontwikkelingshulp in een wereld waarin ruim twee miljard mensen in diepe armoede leven vind ik een onsolidaire, maar ook een weinig liberale gedachte. Ontwikkelingsgelden en –activiteiten kunnen namelijk bijdragen aan het opheffen van onvrijheden van individuen zodat zij in staat worden gesteld levens te leiden die op z’n minst menswaardig zijn en op z’n meest aansluiten bij individuele wensen. Ik heb het bewust over het vergroten van individuele vrijheden van mensen omdat daar de kern van ontwikkeling huist. Mensen die in extreme armoede leven zijn niet alleen economisch onvrij (geen geld), maar vaak ook politiek (hun stem wordt niet gehoord), sociaal (verstoken van onderwijs en gezondheidszorg) en zij begeven zich noodgedwongen vaker in onveilige situaties. Denk maar aan de verhalen over vrouwen in vluchtelingenkampen in Tsjaad die op zoek naar sprokkelhout buiten de kampen worden gedreven en daar grote risico’s lopen om aangevallen te worden door leden van de Janjaweed. Met andere woorden, deze verschillende vormen van ‘onvrijheden’ zijn negatief met elkaar verbonden. En dat maakt de situatie voor de onderklasse van de wereld zo uitzichtloos.
Ontwikkelingshulp is geen wondermiddel, dat moge duidelijk zijn. Een actieve inzet om de wereldhandel eerlijker en duurzamer te maken, de klimaatverandering daadkrachtig te lijf te gaan, kapitaalstromen toegankelijker te maken en de druk op schaarse landbouwgrond wereldwijd te verminderen, zijn net zo of misschien wel belangrijker. Pijnlijk is dat ook op dit niveau onvrijheden zich negatief verhouden. Landen die economisch minder vrij zijn worden sterker in hun veiligheid bedreigd door klimaatverandering, denk maar aan een land als Bangladesh waar overstromingen desastreuze gevolgen hebben terwijl een economisch vrijer land als Nederland zijn inwoners beter kan beschermen. Arme landen zijn sneller de dupe van stijgende voedselprijzen omdat het grootste deel van het inkomen naar een basisproduct als rijst gaat. De wereldwijde protesten van de afgelopen week in ontwikkelingslanden laten dat nog maar eens zien.
Rita Verdonk schetst een beeld van Nederland als een geïsoleerd eiland te midden van een oceaan van potentiële profiteurs. Dat is kwalijk omdat daarmee voorbij wordt gegaan aan de verantwoordelijkheid van Nederland(ers) in een wereld die rap antwoorden moet vinden op ingewikkelde vraagstukken. Het gaat voorbij aan de verantwoordelijkheid van Nederland(ers) op al die terreinen waar het medeveroorzaker is van schadelijke gevolgen in ontwikkelingslanden. Ik wil dat Nederland zich blijft inspannen voor verantwoord consumeren en produceren, voor de voortrekkersrol die het al jaren vervult bij het bestrijden van armoede in de wereld. Daar ben ik nu trots op.

L.S.,
Maar wordt ons ontwikkelingsgeld eigenlijk goed besteed? Zou dat immers niet het enige criterium moeten zijn?
Uiteindelijk kan het verschil in welvaart tussen arme en rijke landen bijna geheel worden verklaard door instituties, zoals de beruchte 1,5 jaar die het duurt (duurde?) om in Peru compleet conform de wet een onderneming te beginnen. Me dunkt dus dat ons geld goed wordt besteed als het ergens acute nood lenigt, of als het landen “omkoopt” om hun instituties te hervormen. (Naar analogie van de manier waarop we een mogelijk EU lidmaatschap gebruiken om allerlei landen te motiveren tot hervormingen.) Wordt ons geld goed besteed?
“De indruk wordt gewekt dat de salarissen voor leraren, verplegers en politieagenten zijn achtergebleven omdat dat extra geld is uitgegeven in arme landen.”
Dit is inderdaad onzin, maar alleen omdat er nooit (bij mijn weten) een directe link gelegd is tussen de twee. Op het moment dat lid Verdonk een voorstel doet in de TK om de uitgaven voor ontwikkelingshulp te halveren en het vrijgekomen geld te besteden aan hogere lerarensalarissen ligt dat anders.
Je kunt iedere euro belastinggeld (bij gelijkblijvende belastingdruk) nu eenmaal maar één keer uitgeven. En geld voor ontwikkelingshulp, voor defensie, voor WAO-uitkeringen, voor snelwegen, voor ambtenaren, voor gezondheidszorg, voor politie, rechters en OM, kan niet meer worden besteed aan iet anders. Dat zijn inderdaad duidelijke beleidskeuzes.