Allemaal gezond met onze verzekeraar?
zondag 6 april 2008 door irene
Het nieuwe zorgverzekeringsstelsel is een succes. Er is volop discussie in de zorg over kwaliteit, klantvriendelijkheid en efficiëntie. De tijd dat de artsen het alleen voor het zeggen hadden en vanuit hun autoriteitspositie konden voorschrijven wat ze wilden, is voorbij.
In het nieuwe stelsel moeten zorgverzekeraars tegenwicht bieden aan de zorgaanbieders. Daarbij zitten verzekeraars in een rare spagaat. Ze moeten enerzijds de klanten tevreden houden, die zorg nodig hebben en de zorg voor hen toegankelijk houden. Maar daar tegenover staat dat de verzekeraars kosten moeten besparen in de zorg en de zorgconsumptie moeten afremmen. Ik zie vier zwakke punten in de positie van de zorgverzekeraar, die een goed functioneren van het zorgstelsel in de toekomst kunnen belemmeren:
1. zorgverzekeraars kunnen niet rendabel investeren preventie
Preventie van ziekten is een belangrijk middel om zorgkosten te drukken. Maar voor zorgverzekeraars is het niet rendabel om hier in te investeren. Investeren in preventie vereist lange adem. Leefpatronen moeten gedurende vele jaren bij alle verzekerden veranderd worden. Daar moet je op jonge leeftijd mee beginnen. Dat is een dure grap, als je kijkt naar bijvoorbeeld de kosten van een sportschoolabonnement. Maar omdat verzekerden elk jaar kunnen switchen, kan de investering van de zorgverzekeraar zo vervliegen. En daarvoor krijg je een verzekerde terug –die je als verzekeraar niet mag weigeren- die misschien nooit iets aan zijn gezondheid heeft gedaan.
2. mensen vinden pijn niet fijn
Het uithoudingsvermogen van de Nederlander is beroemd. Dat bespaart kosten. Maar in een stelsel van keuzevrijheid, kiezen mensen om snel van hun klacht af te zijn. Gevolg is dat er meer zorg geconsumeerd wordt. Dat is onvermijdelijk. Laatst stond in de krant het voorbeeld van de niersteenvergruizer, die tegenwoordig in ieder ziekenhuis te vinden is. ‘Vroeger’, zo meldde het artikel, ‘wachtten mensen drie weken omdat je de stenen misschien vanzelf uitplast. Maar tegenwoordig zijn mensen niet meer bereid om te wachten, ze willen liever op skivakantie.’ Een interessante observatie. Maar nierstenen zijn extreem pijnlijk. Het is vreend dat van patienten zoveel uithoudingevermogen werd verlangd. Anders dan artsen kunnen zorgverzekeraar het zich niet veroorloven om zijn klanten pijn te laten lijden. En dus zullen de kosten van de zorg stijgen.
3. mensen willen doorverwezen worden door de huisarts, niet door zorgverzekeraar.
Zorgverzekeraars worden gewantrouwd als adviseur voor verzekerden. Patiënten willen liever door hun eigen (huis)arts doorverwezen worden. De vraag is, of de patiënt daar gelijk in heeft. De arts verwijst door naar een bekende of zelfs bevriende arts, waarschijnlijk op basis van gewoonte of hear-say. Zorgverzekeraars kunnen kijken naar de kwaliteit van alle zorgverleners. Maar patiënten vertrouwen dat niet. Want zorgverzekeraars hebben een financieel belang bij het al dan niet doorverwijzen van de patiënten. Door het wantrouwen van patiënten moeten zorgverzekeraars toegang gaven aan alle zorgverleners. Anders lopen hun verzekerden weg. Een belangrijk mechanisme wordt zo verzwakt.
4. collectiviteiten leiden niet tot goedkopere zorg, maar tot bevoordeling van gezonde mensen
In de zorgverzekeringswet staat, dat zorgverzekeraars korting mogen bieden aan verzekerden die zich aangesloten hebben bij een collectief contract. Dat betekent dat zorgverleners zich nu richten op het binnenhalen van zulke collectieve contracten. Dat is makkelijker dan om voor elke verzekerde te moeten strijden.
Hierdoor verschuift de focus van de zorgverzekeraar. Naar het zich nu laat aanzien wordt vooral geprobeerd om via de werkgever contracten af te sluiten. Werkenden zijn immers vaak gezond en bovendien heeft de werkgever er belang bij om dat zo te houden. Zij krijgen daarom goedkope verzekeringen en anders producten, zoals voorrang bij bepaalde zorgverleners. Via de achterdeur komt zo selectieve gezondheidszorg Nederland binnen.
Het nieuwe zorgverzekeringsstelsel kan door bovenstaande problemen, voor je het weet toch leiden tot een verschraling van de zorg en sturen op rendement. Omdat zorgverzekeraars zich niet kunnen richten op kwaliteit en preventie, zullen ze steeds meer kijken naar kosteneffectiviteit en het binnenhalen van gezonde populaties. Zonder dat daar veel politieke sturing op is, rijzen de kosten de pan uit. En wat krijgen we daar straks voor terug?
Ik schrik altijd een beetje van dit soort enthousiaste verhalen over de gezondheidszorg. Met name omdat er nog geen systeem is dat de kwaliteit van de zorg kan meten. Men is nu bezig met de basis van dat systeem in te richten. Maar dat stuit op enorme weerstanden. De grootste daarvan is de totale onbekendheid van het bestaan, de functie als wel het doel en de werking er van.
Zelfs mensen die bezig zijn met de ontwikkeling en de implementatie er van presteren het volstrekt verkeerde gevolgtrekkingen te maken. Dit presteert men zelfs op het hoogste nivo’s, sterker nog daar begint het. De enigen die wel weten wat de bedoeling is, zijn de minister en de IGZ.
En dat hele preventie verhaal is natuurlijk erg leuk voor de bune. In de praktijk gaat dit betekenen tot het toevoegen van voedingsupplementen aan voedingsproducten. Zoals men nu proeven doet met probiotica in baby voeding tegen darm krampjes. Op echte baby’s, in echte kraam klinieken, met echte informed consent formulieren, ondertekent door moeders die niet weten wat het allemaal betekent. Omdat de wetenschappers zelf niet weten wat ze doen, maar daar juist achter proberen te komen met die proeven.
De financiering hiervan gebeurt van uit de zuivel industrie. Dit doen ze zo, omdat het sinds enige tijd mogelijk is om patent aan te vragen op genen. Zo ook op die van probiotica bacteriën. De industrie wil graag snel testen of ze goud in handen hebben. Daarom een voeding supplement en geen medicatie. Omdat bij de laatste de procedures tot het op de markt brengen wat te lang en te duur is.
Je kan je afvragen wat je burgerservice nummer op je verzekeringskaartje, gebroederlijk naast je polisnummer doet. Het DBC facturering systeem vereist dat medische en privacy gevoelige gegevens aan de zorg verzekeraars bekent worden gemaakt. Anders krijgen de zorg instellingen simpelweg geen centjes voor de behandeling. Alleen nog de gegevens van je bonuskaart er bij en we zijn allemaal labratten.
Moet ik nog even vermelden dat we behoren tot de grootste landbouw exporteurs?