Obama’s ‘wij’
vrijdag 21 maart 2008 door Pieter Pekelharing
Jammer dat we in Nederland geen politicus van het statuut van Obama hebben. Zijn toespraak naar aanleiding van de radicale preken van zijn vriend en leermeester dominee Wright was indrukwekkend. Ze bevat bovenden veel, dat ook voor de Nederlandse situatie het overdenken waard is. Ten eerste is er dat mooie en overtuigende ‘wij’, een handreiking gericht aan elke Amerikaan die geneigd is met hem mee te denken en de problemen te onderkennen die in het land spelen. Een dergelijk overtuigend, krachtig, cultuur- en religieoverschrijdend ‘wij’ wordt in Nederland op het ogenblik maar zelden gehoord. Ten tweede windt Obama er geen doekjes om. Er ís discriminatie, er ís rassensegregatie, dat heeft tot inferieure zwarte scholen geleid, de erfenis daarvan is doorgegeven aan volgende generaties. Zelfs van degenen die geslaagd zijn, aldus Obama, “blijft hun wereldbeeld wezenlijk bepaald worden dor de thema’s ras en racisme”. Dat een presidentskandidaat dit zegt tijdens een verkiezingscampagne is ongehoord. Vervang het begrip ‘ras’ door ‘cultuur’ of ‘religie’ en je begrijp als Nederlander hoeveel lef je moet hebben Amerikanen dit soort waarheden in het gezicht te slingeren. En hoeveel lef Amerikanen moeten hebben dit soort waarheden volmondig te erkennen.
Verder werpen enkele uitspraken van Obama een helder licht op de Nederlandse woede destijds op radicale uitspraken van Imams in de moskeeën. Angst, twijfel, boosheid, verbittering, de schaamte en frustratie van de vaders over hun onvermogen goed voor hun gezin te zorgen, ze kregen, aldus Obama, een stem in de zwarte kerken en op de kansel en in de banken van dominee Wright. “De grootste segregatie in het Amerikaanse leven voltrekt zich op zondagochtend”. Lees ‘moskeeën’ in plaats van ‘kerken’, verplaats de zondag naar de vrijdag, denk aan de vernedering van de vader in veel Marokkaanse gezinnen en je realiseert je dat het jammer is dat we dat toen niet zo gezien en gezegd hebben.
“Die woede is niet altijd productief”, gaat Obama voort, “ze leidt immers maar al te vaak de aandacht af van een oplossing van de echte problemen; ze weerhoudt ons van een eerlijke erkenning van onze eigen medeplichtigheid aan onze toestand, en ze belet [ons] de benodigde allianties aan te gaan om echte verandering teweeg te brengen. Maar de woede is echt, ze is krachtig; en wie er gewoon niet van wil weten, wie haar veroordeelt zonder de wortels te doorgronden, draagt alleen maar bij tot een verbreding van de kloof van onbegrip die er tussen de rassen bestaat.” Al weer: stel je voor dat er bij ons wat meer Nederlandse en niet Nederlandse Nederlanders bereid waren geweest dergelijke allianties aan te gaan en dat ook zo ten overstaan van allen te kennen hadden gegeven. Ineens besef je dat een dergelijk ‘wij’ in Nederland op dit moment ofwel nauwelijks bestaat ofwel onvoldoende kracht bezit om luid en duidelijk in de politieke openbaarheid gehoord te worden. We horen veel over ‘problemen’ – denk aan integratieprobleem-kampioenen als Kamp of Verdonk – maar we horen zelden dat een overtuigend beroep op een dergelijk ‘wij’ wordt gedaan. Integendeel, het parool is meer dat zij’ moeten integreren.
Mooi ook, hoe Obama een lans breekt voor de blanke onderklasse. “Ze hebben hun hele leven hard gewerkt, om dan na een leven van ploeteren vaak ook nog hun baan naar het buitenland of hun pensioen in de goot te zien verdwijnen. Ze zijn ongerust over hun toekomst en voelen hun dromen wegglippen; in een tijd van stagnerende lonen en mondiale concurrentie worden hun kansen gaandeweg gezien als een nul-som-spel waarin jouw droom ten koste gaat van de mijne (..) Net als de woede in de zwarte gemeenschap wordt deze wrok in beleefd gezelschap niet altijd geuit. Maar het politieke landschap is er mede (..) door gevormd.”
“Dat is de situatie waarin we verzeild zijn geraakt”, besluit Obama: “een raciale impasse, die al jaren voortduurt (..) “Ik ben nooit zo naïef geweest om te geloven dat we onze raciale (lees religieuze of culturele) verschillen achter ons kunnen laten in één verkiezingsronde, of met één enkele kandidatuur (..) Maar ik heb wel getuigenis afgelegd van mijn sterke overtuiging (..) dat we door samen te werken een paar oude (..) wonden kunnen helen”
Vroeg Bolkestein destijds ook niet om een meer bezielend verband? Bij de VVD boort Kamp dat soort bezieling stelselmatig de grond in. Verdonk is trots op Nederland en bedoelt daar alleen Nederlandse Nederlanders mee. Bos en de PvdA willen meer polarisatie, Dick Pels hoopt dat iedereen voldoende eelt op de ziel krijgt om een ‘zwak voor Nederland’ te ontwikkelen en bij de minderheden is er voorlopig geen politicus van formaat die een dergelijk ‘wij’ als dat van Obama durft of kan aanspreken.
Go McCain!
http://www.johnmccain.com/
Obama’s vermogen om verschillen te overstijgen is inderdaad ongekend. Gecombineerd met zijn charisma en politieke intelligentie raakt hij je zelfs wanneer je een speech terugkijkt op zo’n klein youtube schermpje. Ik deel het idee dat ook wij in Nederland een dergelijke politicus goed zouden kunnen gebruiken. De enige twijfel die ik heb is dat ik mij afvraag of hij niet té vooruitstrevend is voor het Amerikaanse publiek. Dat wil zeggen dat zijn plannen te idealistisch zijn i.p.v. pragmatisch en realiseerbaar en daarmee bij voorbaat al een teleurstelling van eventueel latere niet behaalde resultaten uitlokt. Maar wellicht ben ik daarmee te pessimistisch… Mooi stuk iig!
Simon
Onderbuik: bevat de echte en vitale gevoelens
Je bijdrage stipt veel onderwerpen aan. Ik reageer op een.
Je prijst Obama om zijn politieke incorrectheid, om het uitspreken van onwelgevallige waarheden. Hij erkent de onderbuik van zwart en arm blank Amerika, de (naar binnengeslagen?) woede, en probeert hem productief te maken. Onderbuikgevoelens die betrokkenen zelf, zo lijkt verondersteld, wegdrukken.
Het betreft, vul ik in, de woede van vernéderde zwarte Amerikanen respectievelijk hardwerkende, waarschijnlijk laagopgeleide (’onderklasse’
blanke Amerikanen die met lege handen eindigen.
Obama erkent beide groepen. Mogelijk suggereer je dat Obama ze verenigen kan. Vertaald naar de Nederlandse situatie, met gebruik van je eigen voorbeeld, zou het gaan om een politicus die langdurig werkloze Marokkaanse vaders die soms slecht de Nederlandse taal spreken verbindt met een bepaald percentage Wilderstemmers (langdurig werkloos ‘in de oude wijken’).
Je citeert Obama als hij de langdurige gevolgen van discriminatie op zwarte Amerikanen benoemt. De geschetste dynamiek is voorstelbaar. Zo ontstaat woede. Maar later trek je “woede” breed. Je citeert Obama:
“De woede is echt, ze is krachtig; en wie er gewoon niet van wil weten, wie haar veroordeelt zonder de wortels te doorgronden, draagt alleen maar bij tot een verbreding van de kloof van onbegrip die er tussen de rassen bestaat”
De samenstelling van de onderbuik bezorgt mij vaak hoofdbreken. Twee voorbeelden in grove streken: (1) De LPF-/PVV-stemmer in de rijke witte buurt: wat is zijn/haar probleem? (2) de religieuze die diep gekrenkt is als men aan zijn/haar godheid komt, bijv. door een hoofddoek net iets anders te dragen, of door het trekken van een parallel tussen televisiekijken en kerkgang, daarin religieus taalgebruik imiterend.
Anders gezegd: ontvlamt de vernederde om de ‘werkelijke’ pijn of vanuit de afgeleide reactie. Wat zet aan tot actie: de religie (black islam) of wat daar ‘voor’ ligt? Kijk je naar individuele personen, dan is dat vaak/altijd een complex verhaal, in het algemeen, niet alleen bij ‘vernederden’. Neem de persoon van Mohammed B, Hitler (de wortels van zijn antisemitisme), Wilders, die in de omgang best een prettige kerel schijnt, neem gewone mensen.
Met die problematiek heb je te maken en die adresseert Obama ook, in algemene termen (ik baseer me op jouw tekst): “Die woede is niet altijd productief, (..) ze leidt immers maar al te vaak de aandacht af van een oplossing van de echte problemen; ze weerhoudt ons van een eerlijke erkenning van onze eigen medeplichtigheid aan onze toestand, en ze belet [ons] de benodigde allianties aan te gaan om echte verandering teweeg te brengen”.
Volgens mij stelt Obama hier eisen, bijv. aan dominee Wright en zijn enthousiaste aanhang. In de Nederlandse situatie: aan orthodoxe/radicale moslims, aan langdurig werkloze, laagopgeleide PVV-stemmers in oude wijken (om bij het cliché te blijven). Hij eist dat ze uit hun veilige verongelijktheid stappen. Het is de vraag of mensen zich hierdoor geïnspireerd voelen. Het is de vraag of mensen dat willen.
Mogelijk ligt er een optimistisch mensbeeld aan het verhaal van Obama ten grondslag. Erken mensen en verleidt ze tot constructieve actie. Welk mens, zo aangesproken, kan daar op tegen zijn? Die mensen zijn er, mijns inziens. Erkenning van vernedering (indien daar sprake van is): ja. Erkenning van medeverantwoordelijkheid voor de eigen huidige situatie: dat weet ik niet. Een hoopvol perspectief geboden door een knappe man die je welkom heet kan inspireren. Maar haat en verongelijktheid ook.
Aanvullend:
Ik heb het niet alleen over optimistisch/pessimistisch mensbeeld maar ook over ‘echtheid’. Gisteren schreef je aan Maria “Ik ben het met je eens dat het afhankelijk is van de media, de intellectuelen en politieke cultuur hoe groot het potentieel Wilders-stemmers is”. Ik deel die mening. Ik heb het percentage niet paraat, maar het schijnt weinig te schommelen, zoals in onderzoek telkenmale bevestigd.
Vervolgens doen politici iets wat Dick Pels ‘perfomatief’ noemt. Ze kanaliseren ‘iets’. Wat gisteren de PVV-stemmer was, is morgen de SP-er. Of een andere partij. Zo ook kan Obama iets in beweging zetten. Of het gaat economisch goed, de jaren zestig breken bij wijze van spreken aan, en mensen doen leuk mee, op hun bescheiden wijze.
Mijn vraag is dan: wat is dan het laagje vernis, wat het echte?
Een ‘hard’ gegeven lijken de biologische dimensies meer of minder afkerig van het nieuwe en van het vreemde. Daarmee heb je altijd te maken, welk perspectief je ook wenkend voorhoudt.
Politiek vertaald (onbeholpen, karikaturaal): de experimenten met democratie die Waterland/Pels voorstaat spreken de afkerigen niet aan. Die houden van duidelijkheid, hierarchie en onveranderlijkheid. Die houden van ‘mannelijke’ metaforiek.
Gerard, ik denk dat ik het met je eens ben. ik was onder de indruk van de bruggen die Obama poogt te slaan en de handreiking die hij maakt naar iedereen die bereid is mee te denken over de problematiek die hij aanstipt. Ik vond het knap dat hij het niet alleen over problemen had, maar dat in het kader van een ”wij” deed, die zowel de zwarte als witte onderklasse aansprak. Daarmee deed hij iets dat hier in Nederland op het ogenblik weinig gebeurt. Politici doen hier veel aan ‘bonding’, maar weinig aan ‘bridging’. Ze zijn meer met hun eigen achterban bezig en hoe ze die vast moeten houden, dan met het ontwikkelen van een aansprekende visie voor de toekomst. Voor zover er in dit land bruggen tussen bevolkingsdelen worden geslagen, gebeurt dat op lokaal niveau door gemeente-ambtenaren. Zij zijn in Nederland degenen die de boel bij elkaar houden. Het knappe van Obama is dat hij dat defensieve ‘de boel bij elkaar houden’ overtuigend in een offensief ‘wij’ heeft veranderd, zonder de zaak mooier voor te stellen dan het is. Kom daar maar eens om.
@ Pekelharing:
Ik snapte je punt, reageerde op wat zich het sterkste opdrong en dat zat aan de bedenkingenkant, bleek. En nog steeds dringt zich, met je meedenkend, toch als eerste op: het lijkt me hondsmoeilijk zo’n bruggenbouwer te zijn.
Voor jou lijkt het onderscheid defensief/offensief belangrijk. Offensief is de durf pijnlijke zaken aan de orde te stellen, in het vlees van je aanhang te snijden. Die pijn/realiteitstoetsing lijkt op gespannen voet te staan met het voortoveren van zoete illusies, waarvan inspireren en charisma inherent afhankelijk lijken. Van ‘niet te scherp kijken’, goedgelovigheid voor de goede zaak.
Een verhaal van ‘de boel bij elkaar houden’ vind je kennelijk te slap, defensief. Ik vat dat op als pars pro toto voor een genre aan geijkte inspirerende teksten van politici. Ook Obama borduurt daarop voort. Zijn vaste speech verwijst naar King’s “I have a dream”-rede, met afgezwakte bijbelse vergelijkingen (in de sfeer van ‘de bergen van sion bestijgen’) en het hameren op de mogelijheid van verandering ‘als we het met zijn allen willen’.
Een succesvol politicus combineert bonding en bridging, lijkt me. Het “wij” van Obama is een voorbeeld, het is zijn verhoopt electoraat, niet een onbepaald wij. Je zegt dat je het mogelijk met me eens bent. Ik weet niet zeker waarmee, ik zou denken: met de conclusie dat er weinig liefhebbers zijn van de visie dat je zelf verantwoordelijk bent voor het oppakken van je leven.
Maar ik weet zelf niet of dat pessimisme wel terecht is. ‘Angst voor vrijheid’ en vergelijkbaar is abstract. Gisteren zag ik de documentaire No end in sight, over vijf jaar Irak, en daarna When I came home, over een hosselende, welbespraakte Irak-veteraan met PTSS, kind, vrouw en geen huis. Dan zie je veel onverwachte solidariteit en warmte tussen mensen en Irakezen die zich nog in de hel van Irak inzetten voor ‘opbouw’, die telkens zich aanbieden voor gesprek met de bezetter/bevrijder, die telkens de deur worden gewezen maar niet opgeven; mensen die hun waardigheid weten te bewaren. Mensen kunnen ook het beste in elkaar naar boven halen.
Vehikel daarvoor is minder het verkondigen van ‘een juiste kijk op de dingen’ en meer het met je persoon en in je ge-drag bepaalde ‘waarden’ uitdrukken. Waarden die je misschien nauwelijks in staat bent goed te verwoorden. Twee voorbeelden. In When I came home mag een vrouwelijke Irak-veteraan met de mannelijke hoofdpersoon naar Chuck D, de beroemde rapper en producer. Maar ze heeft er helemaal geen zin. Ze houdt er niet van in het centrum van de aandacht te staan. En ze heeft ook geen zin in zo’n rijke rapper die zijn vaste deuntje doet [hier laat mijn geheugen me echter al weer in de steek]. Het tweede voorbeeld is de omgang van de mannelijke hoofdpersoon en zijn blanke compaan, trekker van een veteranenbeweging, trouwens ook met andere veteranen. Dan zie je de grote kracht van lotsverbondenheid. Men accepteert veel, begrijpt elkaar en laat elkaar niet los.
De werkelijkheid is wel weer zo complex dat in de documentaire ervoor (No end in sight) ik me juist met de Irakeze burgers identificeerde, als die in de eerste maanden van de tweede Irakoorlog uit hun huizen gesleept werden door botte Amerikaanse soldaten met hun goede uitrusting. Dat zijn dezelfde veteranen.
Ik vind Obama in dat opzicht nog te veel een mooie woordenspreker, iets te gelikt en zeer van zichzelf overtuigd. Een beetje zoals Sarkozy. Aan de andere kant, zonder sterke overtuigdheid van jezelf kom je ook niet zo ver. Enzovoort terug bij aanvangswoord: hondsmoeilijk
Het grote verschil met de Nederlandse politiek—wat we hier in deze kwestie (b)lijken te vergeten—is dat Obama ten alle tijde wel GEDWONGEN is, om van ‘wij’ te spreken—om zo dus ALLE potentiële kiezers aan te spreken—want hij zal ze wegens het tweepartijensysteem allemaal nodig hebben.
Nederlandse politieke partijen daarentegen—de 10 tot 20 (of hoeveel is het gemiddeld?!) die bij Tweede Kamer verkiezingen allemaal mededingen (of hoe moet je dat anders noemen…)—voeren campagne om hun DOELGROEP aan te spreken. En daarna wordt met De Troon bedisseld, wie de rollen van de ongekozen formateur, de ongekozen minister-president en de (op geen kieslijst gestaan hoeven te hebbende) ministersposten zullen invullen (verder zijn daar, vanzelfsprekend, ook nog: de onverkieslijke burgemeester, de benoemde commissarisen van de Koningin, de gouverneur e.d., alsook ongecontroleerde organen/semi-ongeleide projectielen als WRR, RVS etc.—ook door niemand ooit gekozen, die hele Nederlandse ademocratische benoemfarce.
Maar verder lijkt het me wel interessant, om te lezen wat het commentaar was van een paleoconservatief als Pat Buchanan, in Nederland bij sommigen vast nog wel bekend van Crossfire op CNN; ik heb het pregnantste gecopied & nu hier …geplakt:
“Barack says we need to have a conversation about race in America.
Fair enough. But this time, it has to be a two-way conversation. White America needs to be heard from, not just lectured to.
This time, the Silent Majority needs to have its convictions, grievances and demands heard. And among them are these:
First, America has been the best country on earth for black folks. It was here that 600,000 black people, brought from Africa in slave ships, grew into a community of 40 million, were introduced to Christian salvation, and reached the greatest levels of freedom and prosperity blacks have ever known.
Wright ought to go down on his knees and thank God he is an American.
Second, no people anywhere has done more to lift up blacks than white Americans. Untold trillions have been spent since the ’60s on welfare, food stamps, rent supplements, Section 8 housing, Pell grants, student loans, legal services, Medicaid, Earned Income Tax Credits and poverty programs designed to bring the African-American community into the mainstream.
Governments, businesses and colleges have engaged in discrimination against white folks — with affirmative action, contract set-asides and quotas — to advance black applicants over white applicants.
Churches, foundations, civic groups, schools and individuals all over America have donated time and money to support soup kitchens, adult education, day care, retirement and nursing homes for blacks.
We hear the grievances. Where is the gratitude?
Barack talks about new “ladders of opportunity” for blacks.
Let him go to Altoona and Johnstown, and ask the white kids in Catholic schools how many were visited lately by Ivy League recruiters handing out scholarships for “deserving” white kids.
Is white America really responsible for the fact that the crime and incarceration rates for African-Americans are seven times those of white America? Is it really white America’s fault that illegitimacy in the African-American community has hit 70 percent and the black dropout rate from high schools in some cities has reached 50 percent?
Is that the fault of white America or, first and foremost, a failure of the black community itself?
As for racism, its ugliest manifestation is in interracial crime, and especially interracial crimes of violence. Is Barack Obama aware that while white criminals choose black victims 3 percent of the time, black criminals choose white victims 45 percent of the time?
Is Barack aware that black-on-white rapes are 100 times more common than the reverse, that black-on-white robberies were 139 times as common in the first three years of this decade as the reverse?
http://www.townhall.com/columnists/PatrickJBuchanan/2008/03/21/a_brief_for_whitey
Tja, het zijn opmerkelijke data. En misschien moet Obama eens vertellen, wat hij PRACTISCH voor economische plannen heeft, ipv. al deze rethoriek à la Kennedy aan wie we tenslotte de Vietnam-oorlog te danken hebben, en die er klaarblijkelijk niet voor zal terugdeinzen een oorlog tegen Iran en/of Pakistan te beginnen… (goed, met het complete failliet van de VS als gevolg).
Maar we zullen maar blijven hopen dat McCain implodeert, en de enige zinnige kandidaat nog steeds in de runnig onvermijdbaar wordt, die dan een einde zal maken aan Wars on Drugs en de hele ellendige Wars Assorti:
The Difference:
http://www.youtube.com/watch?v=PVKSfwfy0h8
“The High Tide”:
http://www.youtube.com/watch?v=-3MLTvYBQy0
Beste Gerard en beste Karl
Nogmaals, ik ben het met alles wat jullie zeggen eens: hondsmoeilijk, je mag de feiten niet door je retoriek verdoezelen en hier in Nederland worden politici inderdaad op andere wijze geselecteerd en moeten ze aan andere eisen voldoen dan in Amerika. Wij ‘polderen’ en dat heeft in Nederland tot dusver veel goeds opgeleverd. Soms geschiedt dat polderen meer op gemeentelijk, soms meer op landelijk niveau, maar gepolderd word er. Het probleem is op het ogenblik dat politici bij het polderen voornamelijk aan de eigen achterban denken. Het wij-denken wordt er exclusief in plaats van inclusief van.
Wat de statistieken betreft die Karl presenteert, die zijn terecht. Met de volgende kanttekening. Vijftig jaar geleden was de kans dat je in Amerika als zwarte door een blanke in elkaar werd geslagen (of verkracht) vele malen groter dan omgekeerd. Nu geldt het tegendeel. Dat is triest natuurlijk, maar het is ook een klein teken van vooruitgang. Terwijl blanken zo’n vijftig jaar geleden de straat overstaken als ze een zwarte zagen, omdat ze hem inferieur vonden, doen ze nu hetzelfde omdat ze bang voor hem zijn. De raciale ongelijkheid is een beetje verdwenen, de economische en sociale ongelijkheid is er wat sterker voor in de plaats gekomen. De zwarte heeft nu in ieder geval dreigmacht en dat kon je vroeger niet zeggen.
Sterker nog, we hebben inmiddels een zwarte presidentskandidaat die zelfs weigert het ene ras tegen het andere uit te spelen. In Amerika lijkt er wat dat betreft in korte tijd veel te zijn veranderd.
Hoe dan ook, ik werd in dat licht getroffen door het gemak en de overtuigendheid waarmee Obama van ‘wij’ spreekt. Ik kom uit een milieu waar tegen dat soort appels onmiddellijk bedenkingen rijzen. Ik ken menig pomo (postmodernist) bij wie de haren te berge rijzen als hij het woord ‘wij’ hoort. Pomo’s wijzen terstond op al die keren in het verleden, dat er op een afschuwelijke manier misbruik van dat ‘wij’ is gemaakt. “Wij”, zegt iemand in een toneelstuk van Bertold Brecht tegen de kapitalist, “dat ken ik niet, ik ken alleen ‘ik’ en ‘jij’”.
Het trieste is, dat dit ook de retoriek van rechts is geworden. Het mooie van Obama vind ik nu juist dat hij zijn publiek niet bij voorbaat in vrienden en vijanden verdeelt. Hij bedrijft ‘common ground politiek’, geen ‘vriend en vijand politiek’. En dat werkt. Zijn ‘wij’ is inclusief, niet excusief. Bovendien gaat hij er min of meer automatisch van uit, dat het streven naar sociaal-economische vrijheid en gelijkheid iedereen in gelijke mate bindt. Hoe je die vrijheid en gelijkheid in onze tijd institutioneel vorm geeft is natuurlijk een enorme klus. Maar het lijkt me veel zinniger daarover te discussieren dan over thema’s als cultuur, geloof en ongeloof. Al die paniek tegenwoordig over fundamenteel tegenover elkaar staande wereldbeschouwingen –dat is meer een prudukt van het huidige politieke klimaat dan een verklaring ervan. Een paar voorbeelden. In 1915 werden Japnners lui gevonden, bezaten ze volgens de commentatoren geen discipline en speelde tijd in hun leven nauwelijks een rol. Kenners meenden dat deze mentaliteit zo typerend voor de Japanner was, dat deze nooit meer zou veranderen. Enige decennia daarvoor werden Duitsers door Engelse reizigers als ‘a dull and heavy people’ omschreven. Men vond ze lui. Duitsers liepen overal de kantjes van af en jatten alles wat los en vast stond. In het geval van de Japanners en de Duitsers waren dat beschrijvingen van voor hun economiche take-off.
In zijn welbekende ‘Clash of Civilizations’ vergelijkt Huntington Koreanen met Ghanezen en wijst hij er op dat ze in 1960 ongeveer dezelfde economische uitgangspositie bezaten. Waarom schoot Korea vooruit en bleef Ghana steken? ‘Undoubtedly, many factors played a role, but (..) culture has to be a large part of the explanation.”, aldus Huntington. Niet dus. Culture is a small part of the explanation. Wat Huntington vergeet is dat Koreanen in de periode voor hun economische take-off net zo beschreven werden als de Japanners en de Duitsers.
Inmiddels valt het begrip cultuur niet meer uit het publieke vertoog weg te denken. Sinds kort is daar het begrip religie bijgekomen. Cultuur of religie maakt de mens. En als mensen niet de goede cultuur of religie bezitten (of beter: zolang ze een religie bezitten) komt het nooit meer goed met ze. Hetgeen door het economische succes van Japanners, Duitsers en Koreanen wordt gelogenstraft. Niemand zal ontkennen dat cultuur of religie een factor van betekenis is, maar het gewicht dat er tegenwoordig aan wordt toegekend is buiten proportie. Sterker nog, de begrippen ‘cultuur’ en ‘religie’ hebben vandaag tot net zulke quasi-wetenschappelijke en idiote beschouwingen geleid als vroeger het begrip ‘ras’.
Tot slot: ik wil geen moment ontkennen dat Obama het op het ogenblik vooral retorisch goed doet. Hij neemt soms een wel erg hoge hypotheek op de toekomst op. Maar dat retoriek alleen maar uit slimme trucs bestaat geloof ik niet. Trouwens, áls je zo denkt, vergeet dan ook de retoriek niet van het beeld dat Hilary Clinton van Obama als louter mooiprater heeft neergezet. Het idee dat Obama weinig te melden heeft, komt vooral van haar. Er zijn er zelfs die de vriend-vijand verhouding tot grondslag van de politiek willen maken en common ground politiek onmiddelijk bedrog vinden. Maar die zien door de splinters de balk in hun eigen ogen niet.
Laat ik er geen doekjes om winden. Deze column van Pekelharing is net zo hol als de uitspraken van Obama. En het is denk ik precies om deze reden dat hij een geestverwant ziet in de man.
Volgens Pekelharing was de toespraak van Obama “naar aanleiding van de radicale preken van zijn vriend en leermeester dominee Wright … indrukwekkend.”
Kan Pekelharing uitleggen wat er radicaal is aan deze preken van Wright? Buiten zijn idote opmerkingen over HIV lijken de meeste uitspraken relatief on the mark, … voor een geestelijke dan …
Nu kun je de preek een knap staaltje manouvreerwerk noemen. Maar indrukwekkend? Daarvoor is het nodig dat je even helemaal vergeet wie Obama is, wat hij voorstaat en wat hij tot nu toe heeft gepresteerd. En precies dat doet Pekelharing.
Het heeft er alle schijn van dat we te maken hebben met een typisch geval van een filosoof die denkt dat hij zo slim is dat hij zich niks van feiten hoeft aan te trekken (of is het om ruzie met zijn “postmoderne vrienden” te voorkomen?).
Neem zijn laatste bijdrage; hierin heeft Pekelharing het over “het beeld dat Hilary Clinton van Obama als louter mooiprater heeft neergezet. Het idee dat Obama weinig te melden heeft, komt vooral van haar.”
Als je alleen naar CNN en de NOS kijkt krijg je al snel deze indruk. Er zijn echter meer critici van Obama. Dat is vervelend voor de filosoof. Je moet dan opstaan uit de tv-stoel en een goede website opzoeken. Zie bijvoorbeeld
http://www.blackagendareport.com/index.php?option
=com_content&task=view&id=529&Itemid=34
In dit veelbesproken artikel (nee, niet in de NRC…
wordt nagegaan wat voor beleid Obama nu eigenlijk voorstaat, hetgeen erg lastig is in zijn geval.
Voor Pekelharing moet dit een rare methode zijn: men neme de woorden van de politics en legge zijn track record ernaast. Hopeloos naïef natuurlijk.
Wie iets aan racisme in de VS wil doen zal met beleid moeten komen, en voor wie de columns van Paul Krugman in de NYT volgt zal het geen geheim zijn wat dat Clinton wat betreft betere vooruitzichten biedt, hoe - helaas voor zwart Amerika - minimaal de verschillen ook mogen zijn.
Het probleem met filosofen als Pekelharing is dat deze issues ze gewoon niet lijken te interesseren. Cruciaal is in zijn ogen het gebruik van woordjes als “wij”, “ons”, etc. (Itt wat Pekelharing beweert is men in Nederland overigens ook deze weg ingeslagen - “samen” is het sleutelwoordje van het kabinet.)
Politiek zou niet gereduceerd moeten worden tot een spel met woorden, en al helemaal de incorporatieploitiek niet. En het is zeker ook risky om een term als ‘wij’ teveel te gebruiken in een multiculturele samenleving (vooral in de VS in deze tijd, maar zeker ook hier) omdat je deze term vroeg of laat door inflatie toch zult moeten gaan invullen.
Waar het in de incorporatiepolitiek om zou moeten gaan is mensen betrekken bij bestuur. En daarvoor liggen goede voorstellen op tafel, zeker ook in de sociale filosofie, en zeker ook op de faculteit waar Pekelharing nota bene zelf doceert.
Pekelharing negeert dit alles, en wil de speechwriters, de PR-mensen en de Kay van der Lindens (i.e. per slot van rekening Obama) uit de VS importeren om zijn briljante televisiedemocratische oppervlakkigheidspolitiek van de saamhorigheid gestalte te geven.
Vooral omhoog blijven kijken, wijsgeer.
Edi, knap, dat betrekken van mensen bij het beleid. Een haarscherpe analyse. Goed ook dat je tenminste één site noemt om aan te tonen dat je zoveel beter gedocumenteerder bent. En mooi dat je zo treffend m’n punt bevestigt: er zijn inderdaad van die figuren voor wie saamhorigheispolitiek per definitie oppervlakkig is. Je moet wel je kop in het zand steken om voor saamhorigheid te pleiten. Jammer alleen dat je daar zo weinig argumenten voor geeft.
1) je hebt gelijk. Ik gaf heel weinig argumenten voor de positie dat de “saamhorigheidspolitiek” niet deugt. Sterker nog, ik gaf hiervoor helemaal geen argumenten! Omdat het simpelweg mijn positie niet was. Mijn bijdrage was natuurlijk niet gericht tegen “saamhorigheidspolitiek” per se, maar tegen gepraat zonder beleidsfundament. Wel goed lezen.
2) Juist bij Obama is deze discrepantie tussen zijn mooie woorden over ‘eenheid’ enerzijds en zijn anti-sociale beleid anderzijds zo schrijnend, zoals bv Krugman vaststelt: Obama’s plan zal niet in een algeheel dekkend ziektekostenverzerzekeringsstelsel resulteren. Een link naar een vd columns waar ik eerder over sprak:
http://www.nytimes.com/2008/02/04/opinion/04krugman.html?_r=1&oref=slogin
3) wat het “betrekken van mensen bij beleid” betreft had ik het natuurlijk over Secularism or Democracy? En dat vind ik inderdaad een heel knap boek.
@Edi-discussie
Ik vind je uitwisseling met Pieter P. goede illustratie van hoe lastig politiek kan zijn. Onderliggend zie ik de spanning tussen gelijk hebben en gelijk halen.
De politicus die goede argumenten en een scherpe analyse heeft (’gelijk hebben’, laten we het even aanemen), kan die vaak maar beter niet inbrengen. Succesvoller is een maximale aanpassing/versimpeling van je verhaal, presentatie enz, toegespitst op agenda van de doelgroep(en) die je wilt en hoopt te kunnen overtuigen. Je kunt een inspirerend of angstaanjagend verhaal houden, geschreven door je spindoctor en gebaseerd op kiezersonderzoek. Je kunt je toeleggen op het beschadigen van je tegenstander, eveneens gebaseerd op onderzoek van diens imago.
Pieter bengt een heel specifiek punt in: de durf om riskante posities te betrekken. Obama erkent dat er in de preken van Wright heftig aan toegegaan is, tot volle tevredenheid van het gehoor dat dat graag herhaald krijgt. Dat dat een gezamenlijke vorm van escapisme is, de anderen de schuld geven. Maar hij distantieert zich niet van Wright noch zijn gehoor. Hij prikt sprookjes door. Er is woede, haat en verbittering onder zwarte Amerikanen. En ogenschijnlijk succesvolle zwarte Amerikanen dragen nog steeds de merktekens van discriminatie enz. Dit alles benoemt Obama en stelt een oplossing voor, die niet meteen morgen bereikt zal zijn, nodigt betrokkenen uit Zijn change-thema is betrekkelijk concreet en realistisch dit keer.
Jij en Pekelharing verschillen in het wegen van Obama’s speech. Jij ziet mogelijk vooral een gladde speech met als eerste doel zijn stoepje schoonvegen, op een handige manier afstand nemen van Wright zonder die ook weer te hard af te vallen. Obama’s speech heeft daar zeker op sommige momenten trekken van (niet de passages die P. citeert). En je kunt ook opmerken: Obama probeerde eerst ras nadrukkelijk buiten de campagne te houden, om dan nu zo’n speech af te steken (repliek: om het daarna weer achter zich te willen laten, overstijgen in de oplossing). In ieder geval wijs je op de frictie tussen mooie woorden van Obama en de feitelijke uitwerking van diens beleid.
Ik heb dit laatste niet gecheckt. Mocht het zo zijn, dan sterkt het je conclusie dat Obama een mooie praatjesverkoper is.
Maar ook een ander scenario is mogelijk. Dat Obama weet dat hij nooit president kan worden met de visies die hij werkelijk heeft. Dat hij maar beter zijn kaarten gedekt kan houden tot na de verkiezingen. Dat hij, om nog enigszins kans te houden, tijdens de verkiezingen niet te ‘zwart’ moet zijn. Dat hij zijn religieusiteit moet benadrukken. Een vaag evangelisch “change” voldoet uitstekend.
De door Pieter uitgelichte citaten lijken ‘tactisch’ niet zo slim. Dat pleit voor een interpretatie dat de ‘werkelijke’ Obama even achter de gegroomde tevoorschijn trad.
Misschien vergis ik me echter. Of vergisten Obama en zijn speechwriters zich, mislukte wat wel hun eerste doel was: onder de aanval uitkomen en het initiatief overnemen, van “waarom heb je zo lang passief die Wright zijn gang laten gaan” naar “laten we elkaar diep in de ogen kijken en onze rommel opruimen, ook die in ons eigen huis”.
Je tegenstelling filosoof - “realist” volgt een bekende cliché, met de filosoof in de luchtfietserhoek. Ook het precies tegenovergestelde cliché is mogelijk. Puur pragmatisch zou de discussie kunnen gaan over de mate waarin een politiek mogelijk is die “voor de kiezers uitloopt”. Bezuinigingen/offers verkopen met een beroep op het (eigen) nageslacht lukt in Nederland al decennia goed. Wat anders is verkopen van het type agenda dat Obama voorstelt Vertaald in termen van de Nederlandse situatie: zowel de geïsoleerde Marokkaanse vaders slaan en aaien, alsook de gretige witte migrant-/moslimbashers die zelf in een weinig kansrijke situatie verkeren.
En dan kun je ook nog eindigen met de pragmatische conclusie: in verkiezingstijd toch maar meer mikken op ‘good looks’ en ‘het zo algemeen mogelijk houden zonder de kern van je agenda te verloochenen’ of zelfs ‘eerst winnen, dan je krediet gebruiken om zo slim mogelijk voor je eigenlijke agenda draagvlak te winnen’.
Dat noem ik het spanningsveld van gelijk hebben en gelijk halen.
Bij ‘gelijk halen’ als allesoverheersend doel beland je in de positie van reclamemakers: die loopt zelden/nooit voor op de comsument, die volgt. Als gelijk halen domineert, is het risico dat de ‘agenda’ gefocust is op behoud of uitbreiding van ‘macht’.
Tot slot: gebruik je hartstocht om een bijdrage te schrijven over ‘Secularism or Democracy’, als je wilt, en nog mooier, pas het toe op Nederland en integratie. Als ik je goed begrijp is je probleem met Obama dat hij voor jou een nepfiguur is. I.h.a. neem je politici met een boodschap gericht op een allesomvattend “wij” niet serieus. Zo’n “wij” had Pekelharing in elk geval niet op het oog.
@ Gerard
bedankt voor je bijdrage. Je schrijft over de spanningsvelden waartussen Obama moet schipperen. Dat erken ik natuurlijk allemaal. Jouw idee dat Obama zich nu op de oppervlakte houdt om na de verkiezingen met een radicale agenda te komen zou echter een historische anomalie zijn.
Op een politicus werken allerlei krachten in, maar juist in verkiezingstijd moet zij gehoor gevenaan stemmen van de basis, erna drukken andere partijen nog sterker hun stempel op zijn beleid - mn de talrijke (meer dan Hillary) corporate geldschieters van Obama.
Wie wil weten wat een kandidaat waard is moet naar zijn geschiedenis kijken en naar haar concrete beleidsvoorstellen. Als je daarentegen tewerk gaat zoals Pekelharing zou je denken dat JFK een vredesduif was (zie ook Karl Kraut) dat Nixon snel de Vietnamoorlog heeft beeïndigd en dat Reagan de overheidsuitgaven heeft beteugeld (small government, yeah right …).
Wie dat wil mag deze speechwaarheden geloven. Ik kan mij er echter enorm kwaad om maken als mensen niet verder kijken, en vooral als het filosofen zijn - de zogenaamde hoeders van het kritische denken. En dan ook nog eens beweren dat we deze praatjes beslist ook in Nederland moeten hebben…
Natuurlijk moet je verder kijken. Maar het is toch werkelijk ongelofelijk dat een prachtige, historische speech van al haar kracht en magie wordt ontdaan en op zo’n ongelofelijk negatieve, pessimistische wijze door sommigen hier wordt bekeken. Het is niet slechts een praatje. Het is niet slechts een strategie of een tactiek. Het is een poging om op een andere manier aan te kijken tegen de monumentale issues van onze tijd. Yes we can….
@Simon:
Ik ben niet overtuigd. Sterker nog, ik heb me nog nooit zo Maarten van Rossem gevoeld. ‘Op een andere manier tegen belangrijke kwesties aankijken’ - ‘monumentaal’ lijkt me hier verkeerd gekozen woord - dat is nog het makkelijkst.
Volgens mij zitten we in een realisme - idealisme debat, gaat het over de marges van de politiek.
Jij lijkt me hier de idealist, term hier met negatieve bijklank gebruikt, zoals in ‘politiek van de goede bedoelingen’ (zie bijv. http://www.groene.nl/2007/40/Het_Uruzgan-debat, toevallige link, kwam op na googelen). Ik lees de stukken van Linda Polman vaak als tegengif voor de idealist/onnozelaar in mij.
N.a.v. Edi’s laatste reactie sta ik voor de vraag: wat vermag 1 persoon uit te maken. Edi bindt Obama aan zijn geldschieters. Zo wordt een presidentskandidaat een marionet, uithangbord van een belangencoalitie. Daartegenin kun je gaan zoeken naar historische voorbeelden waarin het anders liep.
In een heel ander systeem, de Sowjetunie, zette Gorbatsjov dingen in bewegingen waar hij al snel geen greep op had - maar je kunt zeggen dat zijn keuzes de gebeurtenissen mede mogelijk gemaakt hebben. Enz. enz, met als basisvraag: doet politiek “leiderschap” ertoe?
A là Edi kan men redeneren: loopt een politiek leider teveel voor de belangencoalitie ‘achter hen’ uit, idem dito voor een regeringspartij die ‘gevestigde belangen’ tezeer trotseert - dan grijpen die belangen in en zorgen voor wippen van de leider, spaken in het wiel van de uitvoering.
Wat kun je er tegenover stellen? Iets met ‘vereende krachten’ van politiek leieder (hier heb je ruimte voor inspirerend leiderschap maar met inspireren alleen kom je er niet) en electoraat, ‘ongevestigde belangen’.
(1) of je Obama het voordeel van de twijfel gunt en op wat voor argumenten je dat baseert is één ding, de articulatie van saamhorigheid en de argumenten waarop je dat baseert is een ander ding. Laten we het voor de zuiverheid van de discussie op het tweede houden.
(2) Ik vind in dat kader dat politici niet alleen moeten polariseren, maar ook een taak hebben duidelijk te maken wat mensen en groepen bindt. Dat dit beleisgefundeerd moet zijn, lijkt me nogal duidelijk. Ik vond de speech van Obama wat dat betreft een inhoudelijk knap betoog -omdat hij verder keek ipv een gelikte speech te houden.
(3) Het kan zijn dat Obama geen kloppende begroting voor de zorg heeft (zie het commentaar van Edi) maar dat laat onverlet dat hij grote groepen zwarten, blanken en Latino’s hoop geeft. Of hij daardoor een betere presidentskandidaat is dan Hilary of McCain durf ik niet te zeggen. Als ik het goed begrijp is Obama volgens Edi iemand met een hopeloze track-record die alleen maar mooie praatjes verkoopt. Waardoor de rede die hij hield puur retorisch is. Heerlijk voor Edi dat hij dat zeker weet, maar meer dan een fanatieke geloofsbekentenis van een Obama-basher, die zich op superieure kennis beroept, kan ik er niet in lezen. Ik wil niet beweren dat de waarheid in het midden ligt, maar ze ligt wel een stuk complexer. De Obama-basher zal op z’n minst moeten uitleggen hoe deze Grote Bedrieger er in slaagt mensen uit verschillende geledingen van de samenleving achter zich te verenigen, tot en met een groot deel van het linkse academische establishment in Amerika toe. Het kan natuurlijk zijn dat al die mensen net zoals ik wijsgerig omhoogkijken en voor mooie praatjes vallen, maar zoveel mensen zoveel domheid toedichten, dat werkt niet. ‘You can fool some people some of the time, you can’t fool all the people all the time.’
(4) Wat Edi ter Laak nu doet komt dicht in de buurt van ordinaire vuilspuiterij. Hij zegt: je hoeft Obama’s praatjes niet te lezen, want zijn track-record zegt genoeg. Dat is ongeveer van hetzelfde niveau als al die rechtse televieise stations die voortdurend de preken van dominee Wright afdraaien om hun achterban precies hetzelfde duidelijk te maken: je hoeft die praatjes van Obama niet te lezen; dat hij met Doiniee Wright contact had zegt al genoeg. Het is de ene verdachtmaking voor de andere.
(5) Voor de rest geef ik Gerard volkomen gelijk. Is het de spin of zijn het de feiten? Ik weet nooit hoe dat zit in de politiek. Het schijnt dat campagneteams en spindoctors enorm belangrijk zijn. Maar het is met die teams net als met de commerciele reclame: als er een wetenschappelijk bewezen weg naar succes was, was iedereen daar al lang bovenop gesprongen. Mijn indruk is: je moet aan spin doen omdat alle anderen het doen, maar een automatische formule voor de juiste verpakking van de boodschap is er niet. Het is een dooddoener, maar gelukkig telt ook de inhoud.
(6) In Nederland wordt ‘gepraat zonder beleidsfundament’ gelukkig vrij hard afgestraft. Elk politiek programma moet tijdens verkiezingsprogramma’s in dit land doorgerekend worden. Maar stel dat je de beleidsfactor in de poliitiek tijdelijk constant zou kunnen houden (ieder verhaal ter linker- of rechterzijde is even beleidsgefundeerd): geeft dan niet de kracht van de manier waarop je mensen aanspreekt, de emotie die je aan je argumenten meegeeft, de doorslag? Als je dat soort zaken wilt bespreken, kom je al snel bij noties als ‘charisma’ of noties als ’strategie’ of ’spin’ uit. Maar als je voor die noties gaat, heb je al een enorme concessie gemaakt: je doet alsof vorm en inhoud, de boodschap en de verpakking, gescheiden zaken zijn. Onder die conditie wordt retoriek per definitie een vorm van mooipraterij. Het gaat volgens mij om meer dan dat.
(7) Wat betekent dit alles nu voor het argument dat politiek, zoals Edi zegt, beleidsgefundeerd moet zijn? Het vervelende is dat beleidsgefundeerde argumenten noch het succes noch het falen van politici kunnen verklaren. Waar ze ontbreken - zoals volgens Edi bij Obama- is er reden voor achterdocht en cynisme, maar dan wordt des te interessanter waarom Obama’s mooipraterij werkt. Waar ze niet ontbreken, maar het mis loopt, zoals bij Hilary op dit ogenblik, wordt het niet minder interessant. Je kunt dat succes of falen in termen van spin of charisma verklaren, of middels een complot theorie volgens welke iemand als Obama een instrument inhanden van het grootkapitaal is, maar bevredigend is het niet.
“Vroeg Bolkestein destijds ook niet om een meer bezielend verband? Bij de VVD boort Kamp dat soort bezieling stelselmatig de grond in”
Rechtse politiek met een morele saus erover heen is naar mijn mening nog erger dan nuchtere rechtse politiek.
Ik vind bezieling geen inhoudsonafhankelijk positief doel, integendeel.
Interessant is trouwens dat Bolkesteins toenmalige tegenspeler Dijkstal probeert zich nu wel degelijk in te zetten voor “één land, één samenleving”. Hij doet dat niet slecht en ook niet zonder bezieling, al luistert nauwelijks iemand.
@ gerard
je gaat denk ik iets te snel. Ik heb alleen gezegd dat Obama sterker dan Hillary gebonden is aan geldschieters. Het is niet controversieel om te beweren dat deze actoren een grote invloed op de Amerikaanse politiek hebben omdat zij voor hun ’schenkingen’ iets terug willen. Dat maakt Obama niet meteen tot “marionet” van het bedrijfsleven. Er werken natuurlijk veel meer zaken in op een president: het dubieuze mediasysteem in de VS, het patriotisme, de vrijheidsideologie, bolwerken binnen de bureaucratie, etc.
De vergelijking met Gorbatsjov is interessant, maar ook uitermate complex. Hij was zeker een ‘ziener’ die zich van grote woorden bediende (zie zijn boek Perestrojka). De
vergelijking wordt echter bemoeilijkt doordat hij niet aan een democratisch proces van verkiezingen heeft deelgenomen, maar door een nipte meerderheid binnen de partij aan de macht werd geholpen. Maar een verschil is wel duidelijk: Gorbatsjov had zich daarvoor op het ministerie van landbouw bewezen als een vooruitstrevend en pragmataisch progressief politicus/bestuurder.
@ Pekelharing
1) je kunt erop wachten, en als het dan gebeurt is het altijd weet lachen. Ik beweer dat corporate geldschieters hun “stempel” op het beleid van presidentskandidaten in de VS drukken (zie boven), en ja hoor, prompt weet Pekelharing te vertellen dat dit een “complot theorie” is. Ja ja. Ik beweer daarmee eigenlijk niets minder dan dat Obama “een instrument inhanden van het grootkapitaal” is.
Niet zo netjes dat hij dit allemaal impliciet brengt, maar goed, dat gebeurt als mensen je agressieve stijl overnemen en vergeten dat er ook nog helder geargumenteerd en goed gelezen moet worden. Maar amusant is het natuurlijk wel. En dat is ook wat waard.
2) wat Pekelharing onder 1) wil scheiden had hij in zijn column juist samengebracht. Dat was de pointe van zijn betoog: dat de manier waarop Obama spreekt over saamhorigheid etc een lichtend voorbeeld is voor politici in Nederland. Ik heb dan ook geen idee wat hij hiermee wil zeggen.
3) Ik zou mij op “superieure kennis” beroepen in mijn oordeel over Obama (lees: ik noem een aantal feiten). Mijn argumenten (zie de links over stemgedrag Obama, zijn ziektekostenplan, zijn houding tegenover de Irakoorlog) worden echter niet ontkracht. Sterker nog, omdat ik de feitelijke basis onder Obama’s woorden na ga ben ik bezig met “ordinaire vuilspuiterij”.
4) Omdat de feiten Pekelharing niet interesseren noemt hij er zelf ook geen om zijn positie te staven (ik had dus ook niet anders verwacht). Nee, hij beweert dat de zaken “complexer” liggen. Hij redeneert als volgt. Mensen zijn niet dom. Je kunt ze een paar keer voor de gek houden, maar niet de hele tijd. Obama was daarom al lang door de mand gevallen als ik gelijk zou hebben.
je kunt dit argument lezen als een ordinaire ad populum drogreden (heel veel mensen zijn geen discrepantie dus is er geen discrepantie), maar die gaat uiteraard niet op. Daar is het een drogreden voor.
De tweede lezing is dat Pekelharing mijn argumenten niet ontkracht op hun feitelijke gehalte, maar via een omweg: blijkbaar zien zwarten en latino’s de discrepantie tussen woorden en beleid niet als een probleem. Wie zijn wij dan om een probleem te zien? En dus is de manier waarop Obama over ‘wij’ spreekt een lichtend voorbeeld voor Nederland.
waarom gaat zijn redenering niet op? Ten eerste is de campagne smpelweg nog niet zo lang bezig. Zijn ‘fool again’ uitspraak wijst er juist op dat een achterban (hier: nationaal!) soms tijd nodig heeft om een leider op zijn merites te beoordelen. Ten tweede gaat Pekelharing er van uit dat deze groepen over alle relevante informatie beschikken en dus onmiddelijk een haarscherp oordeel kunnen vellen. Dat is een veel te drieste aanname voor wie de mediastudies over politieke geïnformeerdheid in de VS kent (zie recentelijk de grote studie van James Curran). De black agenda report en de vele stukken op znet zijn dan ook relatief marginale media. En Krugman is een uitzondelijke columnist voor de NYT. Wie zich realiseert waar Amerikanen hun nieuws vandaan halen en welke meningen zij verkondigen (alweer, op basis van studies) moet sceptisch zijn over de capaciteit van het Amerikaanse volk om zijn politici kritisch tegen het licht te houden.
Als je bijvoorbeeld denkt dat er daadwerkelijk massavernietigingswapens zijn gevonden in Irak (zoals nog steeds schrikbarende percentages denken) is het een stuk lastiger om je president te beoordelen.
En hoe denkt pekelharing eigenlijk de herverkiezing van Bush te verklaren? Masogisme? Of doodsdrift misschien?
juist omdat mensen zich op de lange duur niet laten bedotten voorzie ik problemen voor Obama en vooral voor de duurzaamheid van het ‘wij’ gevoel, dat Pekelharing nochthans wil versterken (een realistisch argument tegen zijn Obama-enthousiasme). Dus, zelfs als ze over de relevante info zouden beschikken en dit voor het moment zouden accepteren leert de geschiedenis van de VS dat wanneer er geen beleid wordt gevoerd dat gericht is op het bevorderen van gelijke kansen, zwarten in opstand komen. De geschiedenis van de VS is een geschiedenis van rassenrellen. En dat is niet goed voor het ‘wij’ gevoel van Pekelharing.
Kortom, als Pekelharing zijn ethousiasme voor Obama wil behouden omdat hij zo’n sterk ‘wij’-gevoel voortbrngt, zal hij op de feiten moeten ingaan.
5) wat Pekelharing onder 6) allemaal beweert kan eenvoudig van repliek gediend worden: als retoriek een stevige relatie heeft met het beleidsfundament (dat is zijn aanname) is het geen mooipraterij. Dit is een helder criterium dat Pekelharing niet lijkt te willen zien, omdat hij dan daadwerkelijk over dat beleid zal moeten spreken; en dat weigert hij.
6) De gehele discussie resumerend: we praten volkomen langs elkaar heen omdat we het niet eens zijn over de criteria op basis waarvan gediscussieerd moet worden en er teveel thema’s door elkaar lopen. Mijn uit kwaadheid geboren provocerende en harde toon heeft geleid tot een retorische geweldsspiraal, doet de tegenstellingen verstollen en werkt daarom contraproductief. Geen florisante balans dus …
Geachte discustanten,of wies meer zij,
Aandachtig de discussie over het wel en wee van de heer Obama gevolgd te hebben,veroorloof ik mij de vrijheid daar nog het een en ander aan toe te voegen.
Wil niet zozeer ingaan op argumenten en feiten hier tentoongespreid, alswel een poging wagen enig licht in deze duistere materie te scheppen.
Sinds de wereld van vergelijkingen aan elkaar hangt,mag je deze maken tussen bv. een land als Nederland en Amerika.
De vraag rijst dan wel op, wat je dan precies moet vergelijken,en in het licht waarvan?
Als we teruggaan naar de bron,dan blijkt een steeds groeiend aantal, vnl.europeanen,(na de oorspronkelijke bevolking(lees :indianen) door oorlog en ziektes gedecimeerd te hebben),een nieuw land gesticht te hebben, en wel de verenigde staten van amerika.Het is dus wel de hebzucht en de honger naar macht die het al reeds lang kapitalistische (lees :religie) Europa daarheen ge-exporteerd hebben.Tot dusver niets nieuws,dit weten we allemaal,en het zij zo.
Vanuit een humaan standpunt mag je deze (wereldwijde) menselijke bron van handelen als, inderdaad, een rotte appel beschouwen.
Wat mogen we dan verwachten van ons doen en denken die op deze fundamenten gebaseerd zijn? Wie het weet mag het zeggen.
Het een heeft natuurlijk altijd alles te maken met het ander.Wat voorafgaat aan een willekeurige gebeurtenis is misschien nog wel belangrijker dan de gebeurtenis zelf.
Wat dat betreft is er een aardige spreuk van epictetus : ” Het zijn niet de dingen die gebeuren die mensen verontrust,maar de wijze waarop ze erna kijken”.
Via deze link kom ik dan weer terug bij Obama, Clinton en macCain,de ”american dream” moet natuurlijk wel in stand gehouden worden,voor zolang het duurt.
Hoop,dan geloof, en dan liefde.een aloud verhaal wat er altijd wel weer in gaat.
Eerlijk gezegd geloof ik niet meer zo in politieke (lees :religie) partijen,weg ermee,en een systeem van verantwoordelijkheid.(Wil ik later nog wel eens toelichten.)
Alle energie die er gaat zitten in elkaar het leven zuur maken zou anders en beter aangewend kunnen worden.maar dit vereist wel een omslag in het denken.
Zolang ons wijs wordt gemaakt dat we iets te kiezen hebben,waar dan ook,in welk politiek systeem dan ook,zolang blijft alles bij het oude,
en veranderd er wezenlijk ook niets.
Ben bang dat alleen bij het ondergaan van deze ”beschaving” er op de puinhopen iets nieuws gebouwd kan worden,en we gaan aardig die richting op.
Doemdenken of een realistisch tijdsbeeld?
vr.groet : karel van der wal
Terlaak
Oh la la: geldschieters! Die een stempel op Obama drukken! Knap, want met zo’n verhaal over stempels krijg je altijd gelijk. Luister niet naar wat iemand zegt, maar zeg dat ie betaald wordt. Dat is een vrij smerige manier van iemand onderuit halen. Vooral omdat je je er nooit tegen verweren kan. Want betaald wordt je altijd en wie betaalt, die wil iets terugzien. Overigens, wie Obama’s geldschieters zijn, kan je als ik het me goed herinner terugvinden op intenet, dus dat lijkt me redelijk controleerbaar. Hij heeft meen ik één keer geld teruggestort omdat het geld dat hij kreeg niet in orde was.
En dan al die namen: Kennedy, Nixon, de oorlog in Irak, Bush, die waren allemaal niet kosher. Dus Obama ook niet. Je kent Amerika toch? Daar wordt de kiezer altijd bedot. Je begrijpt toch dat het daar één groot mediaspektakekel is? Lees Curran! Alweer: louter verdachtmakingen ipv analyse. Het zijn altijd weer excusese om niet priecies iemands argumenten te hoeven volgen. Obama? Die begint gewoon weer een oorlog als ie president wordt. Dat doen ze zo in Amerika. Deed Kennedy toch ook. Okee, ze hebben niet alle macht, die geldschieters, het is complex, maar toch. Politici blijven marionetten. Niet van een simpel complot, maar een complex complot.
Je vraagt me om feiten, maar waarover? Dat Obama betaald wordt? Dat hij een andere mening dan ik over de oorlog in Irak heeft en een blijkbaar niet helder gefinancieerd plan voor de gezondheiszorg? Dat de financiering van verkiezingscampagenes in de VS, in het algemeen gesproken, nogal scheef ligt? Klopt, maar wat heeft dát er mee te maken? Ik had het over een gedurfde speech van Obama en trok op basis daarvan analogieën met Nederland. In die speech probeerde ik Obama citerend aan te geven wat ik er goed aan vond en wat dit voor de Nederlanse situatiie zou kunnen betekenen. Vervolgens krijg ik een enorme woedeaanval over me hen en, erger nog, maak je Obama’s speech verdacht door hem in z’n geheel verdacht te mnaken. Sterker nog, alles wat uit de States komt is verdacht. Op Kriugman en degenen die je standpunt bevestigen na, natuurlijk. Enfin, tegen dit soort verdachtmakingen is geen kruid gewassen. Ik wil best realistisch om me heen kjken, maar niet in het wilde weg. En ik wordt een beetje moe van al die losse flodders. Wat mij betreft einde disussie.
@Pieter: Het gebruikte argument tegen Obama is een vorm van op de persoon spelen. Dat is jammer.
Deze presidentskandidaat is natuurlijk sowieso verdacht:
a) Amerika is het land van de $.
b) Obama scheelt maar 1 letter met Osama.
Ik prefereer hem niettemin boven Hillary Clinton.
Go Clinton! Go Clinton!
@Henk: Hillary hoort je niet van zoverre, Henk.
@ Pekelharing
Toen ik net nog even keek zag ik dat Pekelharing het er niet bij heeft willen laten zitten. Helaas reduceert hij een complexe discussie tot een serie plattitudes die hij dan “losse flodders” noemt. Dat is alweer niet zo netjes van hem.
Wat is heb beweerd is a) dat een politieke speech van een kandidaat in relatie tot het beleidsfundament moet worden geïnterpreteerd (zie de historische voorbeelden), waarvoor het ook nodig is om naar de ‘voting record’ te kijken, en b) dat als je dat in het geval van Obama doet er geen reden is voor het enthousiasme van Pekelharing.
Dit onderscheid beantwoordt bijna alle vragen die Pekelharing in zijn laatste bijdrage opwerpt (deel ze in bij de juiste categorie en het wordt duidelijk). Dit moet toch allemaal niet zo ingewikkeld zijn.
Wat overblijft is de vraag naar de relatie van Amerikaanse politici tot geldschieters en het geval Obama in het bijzonder. Pekelharing doet net alsof dit enorm controversieel zou zijn. Dat is het niet (Obama heeft dit nota bene zelf aan de kaak gesteld!), en dat weet hij ook wel (openbaarheid en invloed is trouwens wat anders). Voor het geval van Obama is dit ook plausibel gemaakt en de details zijn hier minder goed bekend; zie http://www.zmag.org/content/showarticle.cfm?ItemID=12687 (het middenste deel), vooral voor referenties.
Op het verwijt dat ik anti-amerikanistisch zou zijn en een complotdenker ga ik maar niet in.
samenvattend: Pekelharings oorspronkelijke positie was dat hij wil dat we in Nederland een politicus krijgen van het “statuur van Obama”. Dat is de openingszin van zijn column. De reden? Obama verenigt het volk met zijn speeches. Deze eenzijdigheid stuitte mij tegen de borst en leidde tot een felle reactie mijnerzijds: als we het statuur van een politicus willen beoordelen moeten we naar meer kijken dan zijn speeches.
in tweede instantie betoogt Pekelharing dat hij alleen de speech, alleen de woorden (de speech act) van Obama waardeert. De rest laat hij buiten beschouwing. Ik maak volgens hem “Obama’s speech verdacht door hem in z’n geheel verdacht te maken”. Het cruciale punt is dat de woorden van een politicus betekenis krijgen in hun politieke context - het zijn geen filosofische teksten die eeuwige waarheid claimen. Als je het politiek gezien een sterke speech vindt, dan veronderstel je daarmee dat hij een goede uitwerking zal hebben in deze politieke (!) context. Als je dit effect wilt nagaan, zul je moeten inschatten of de woorden substantie hebben: ze werken langer door dan het moment waarop je ze uitspreekt, en op de lange termijn kun je maar beter zorgen dat er beleid achter zit! En hoe onvolkomen ook: de enige middelen die we hebben zijn de beleidsvoorstellen in combinatie met de voring record om te zien of een politicus zijn woorden ook waar maakt.
@ Pekelharing
Toen ik net nog even keek zag ik dat Pekelharing het er niet bij heeft willen laten zitten. Helaas reduceert hij een complexe discussie tot een serie plattitudes die hij dan “losse flodders” noemt. Dat is alweer niet zo netjes van hem.
Wat is heb beweerd is a) dat een politieke speech van een kandidaat in relatie tot het beleidsfundament moet worden geïnterpreteerd (zie de historische voorbeelden), waarvoor het ook nodig is om naar de ‘voting record’ te kijken, en b) dat als je dat in het geval van Obama doet er geen reden is voor het enthousiasme van Pekelharing.
Dit onderscheid beantwoordt bijna alle vragen die Pekelharing in zijn laatste bijdrage opwerpt (deel ze in bij de juiste categorie en het wordt duidelijk). Dit moet toch allemaal niet zo ingewikkeld zijn.
Wat overblijft is de vraag naar de relatie van Amerikaanse politici tot geldschieters en het geval Obama in het bijzonder. Pekelharing doet net alsof dit enorm controversieel zou zijn. Dat is het niet (Obama heeft dit nota bene zelf aan de kaak gesteld!), en dat weet hij ook wel (openbaarheid en invloed is trouwens wat anders). Voor het geval van Obama is dit ook plausibel gemaakt en de details zijn hier minder goed bekend; zie http://www.zmag.org/content/showarticle.cfm?ItemID=12687 (het middenste deel), vooral voor referenties.
Op het verwijt dat ik anti-amerikanistisch zou zijn en een complotdenker ga ik maar niet in.
samenvattend: Pekelharings oorspronkelijke positie was dat hij wil dat we in Nederland een politicus krijgen van het “statuur van Obama”. Dat is de openingszin van zijn column. De reden? Obama verenigt het volk met zijn speeches. Deze eenzijdigheid stuitte mij tegen de borst en leidde tot een felle reactie mijnerzijds: als we het statuur van een politicus willen beoordelen moeten we naar meer kijken dan zijn speeches.
in tweede instantie betoogt Pekelharing dat hij alleen de speech, alleen de woorden (de speech act) van Obama waardeert. De rest laat hij buiten beschouwing. Ik maak volgens hem “Obama’s speech verdacht door hem in z’n geheel verdacht te maken”. Het cruciale punt is dat de woorden van een politicus betekenis krijgen in hun politieke context - het zijn geen filosofische teksten die eeuwige waarheid claimen. Als je het politiek gezien een sterke speech vindt, dan veronderstel je daarmee dat hij een goede uitwerking zal hebben in deze politieke (!) context. Als je dit effect wilt nagaan, zul je moeten inschatten of de woorden substantie hebben: ze werken langer door dan het moment waarop je ze uitspreekt, en op de lange termijn kun je maar beter zorgen dat er beleid achter zit! En hoe onvolkomen ook: de enige middelen die we hebben zijn de beleidsvoorstellen in combinatie met de voring record om te zien of een politicus zijn woorden ook waar maakt.