Terug in het dorp Nederland
dinsdag 4 maart 2008 door Pieter Pekelharing
Pas als je een tijdje uit Nederland bent weggeweest merk je wat voor een eigenaardig land dit is. En kan je alleen maar verwonderd zijn over de zorg van Paul Scheffer en de zijnen dat we hier onvoldoende aan migranten duidelijk maken wat onze identiteit is. Die is namelijk oorverdovend. De Nederlandse identiteit vind je dagelijks in de krant. Op de opiniepagina. Je hoeft Nederlanders niet naar hun mening te vragen. Die krijg je. Er is geen land waar er per inwoner zoveel opinierubrieken zijn als in Nederland. Om van de vele blogs, columns, debat-avonden en ingezonden brieven in dit land maar te zwijgen. Je moet goed gebekt zijn en flink veel eelt op je ziel hebben om je temidden van het meningengeweld staande te houden. Alleen in Nederland worden individuen of gemeenschappen reglematig gevraagd zich in het openbaar over elkaar uit te spreken.
Ik ken geen ander land waar met zoveel gretigheid en intensiteit van het recht op vrije meningsuiting gebruik wordt gemaakt. Alleen in ons land werden Marokkaanse Islamieten in het openbaar geitenneukers genoemd. En alleen in Nederland kan iemand als Wilders zo ver gaan de Koran te willen verbieden. Inmiddels is het openbare debat in Nederland tot een loopgravenoorlog verworden, waarin de extremen de gematigden wegdrukken. Wie de eeltlaag der opinievorming kwijt is, krijgt na terugkeer de eerste paar dagen een behoorlijk rauwe ziel.
Inmiddels is onze botheid uit fatsoen zo ver doorgedreven, dat het geregeld tot conflicten komt. Met als resultaat dat burgers steeds meer expliciete regelgeving eisen. In het uitgaansleven, op scholen, in treinen, op de werkvloer, in de lift, op de camping of in het ziekenhuis, overal hebben stilzwijgend gedeelde omgangsvormen plaatsgemaakt voor uitdrukkelijk geformuleerde gedragsvoorschriften. Huisregels en codes of conduct zijn inmiddels een vast bestanddeel van de Nederlandse identiteit geworden. Zo proberen we in Waterland een heuse sekscode op te stellen en werkt de regering inmiddels aan een handvest voor verantwoord Nederlands burgerschap.
Terwijl Nederlanders voortdurend over de kloof tussen burgers en politiek klagen, valt buitenstaanders juist het omgekeerde op. Alle politieke macht is hier gedeelde macht. Niemand kan zelfstandige beslissingen nemen en er is geen land waar de overheid zo sterk aan zich zelf twijfelt. Met het gevolg dat de politiek zich van incident naar incident sleept. Dat is wellicht nog het meest verbijsterende. Te midden van verschijnselen als globalisering, migratie en ontwortelde elites zijn we er in dit land alleen maar dorpser op geworden. Het nare is alleen dat onze dorpsruzies inmiddels de hele wereld rond gaan en daar voor ongekende effecten zorgen.
Wat het Nederlanderschap betreft, kunnen Scheffer en de zijnen dus gerust gaan slapen. Wilders is een extreem uitvergroot voorbeeld van een trend die zich algemeen in ons land voordoet. In dit dorp dient iedereen hetzelfde innerlijk, dezelfde gemoedstoestand en dezelfde houding te bezitten. Daartoe neemt men elkaar dag in dag uit de maat. Van doorslaggevend belang zijn je geloof, je cultuur, je seksuele gezindte en hoe je over de gelijkheid denkt tussen man en vrouw. Mocht je houding ten opzichte één van die zaken niet kloppen, dan zit je niet zomaar fout, maar ben je over de hele linie fout.
We zijn in dat opzicht heilig overtuigd van het belang van voortdurend onderzoek naar elkaars ideeën en mentaliteiten. Terwijl sociaalwetenschappelijk onderzoek keer op keer uitwijst, dat de inhoud van hetgeen je gelooft weliswaar belangrijk is, maar dat instituties en omgevingsfactoren minstens zo gewichtig zijn. Stel je voor dat het debat wat meer over dat laatste ging. We zouden ineens weer over de wereld moeten nadenken, in plaats van iemands houding tegenover een heilig boek.
“Er is geen land waar de invloed van de opinierubrieken zo groot is als in Nederland. Om van de vele blogs, columns, debat-avonden en ingezonden brieven in dit land maar te zwijgen.”
Ik betwijfel dat. Vergelijk het met de invloed van bloggers, radio-talkshows en columnisten van Time en de New York Times in de VS. Dan valt op dat met name die eersten veel meer politieke druk uitoefenen.
In Nederland zijn er wel merkwaardige mechanismen die maken dat je bij de aankondiging van een Zembla- of Novareportage al de kamervragen en wetsvoorstellen van de komende dag kunt voorspellen. Of dat in geen enkel buitenland zo is weet ik niet.
Maar een verschil is dat die blogs, columns, debat-avonden, ingezonden stukken en wat niet al hier veel minder dienstbaar zijn aan een partij-belang. Al is het maar omdat er 10 partijen zijn in plaats van 2.
En dat is geen onverdeeld genoegen. Het gevolg van die reactie-mechanismen is dat partijen proberen zich standpunten en issues toe te eigenen, in plaats van ze uit te dragen.
Ik kan me goed voorstellen dat de enorme boertigheid waarmee Nederlanders hun opinies rondtoeteren door buitenstaanders niet direct als een identiteit herkend wordt.
Een mening over meningen
Wat is dit stuk:
• O.a: een nauwelijks serieus te nemen uiteenzetting met Paul Scheffer. Wie Scheffer is en wat hij vindt wordt bekend verondersteld.
• Paul Scheffer wordt op een hoop gegooid met anderen, “Paul Scheffer en de zijnen”. Dat doet denken aan de verschijnschelen die de column hekelt. Welkom terug, zou ik zeggen.
Het meningengeweld - wat bevalt je niet aan Nederland:
• Iedereen heeft over alles een mening
• Het gebrek aan twijfel, luisterbereidheid: iedereen duwt je zijn/haar mening in het gezicht
• Botheid: er worden tijdens debatten kennelijk alleen monologen afgestoken (er wordt vanuit loopgraven geopereerd) en gescholden (ieder heeft als ontvanger eelt op de ziel nodig)
• Het land is één grote burenruzie.
Commentaar:
• Ongerijmd vind ik een later opgevoerd kenmerk: iedereen hoort dezelfde mening te hebben (“In dit dorp dient iedereen hetzelfde innerlijk, dezelfde gemoedstoestand en dezelfde houding te bezitten. Daartoe neemt men elkaar dag in dag uit de maat”). Dit lijkt me in tegenspraak met het vorige. Als iederen is gelijkgeschakeld eindigt het debat en houd je monitoring door de zedenpolitie over. Maar dit is beetje vliegen afvangen.
• De opgevoerde voorbeelden “geitenneuker” en “Koran verbieden” zijn recent. De geschetste Nederlandse identiteit is zo’n acht jaar oud. Om dat nu “identiteit” te noemen. Je kunt ook zeggen “Nederland gaat door een fase”. Ik moet dan denken aan het danseresje dat Jules Feiffer ooit ten tonele voerde, kameleontisch van stemming. Zelf gebruik je later het woord “trend”. De vastigheid van ‘identiteit’ verdraagt zich mijns inziens slecht met het conjuncturele of vlinderige van trend. Overigens gebruik je ‘identiteit’ ook erg onbepaald.
• Wat is nu eigenlijk je punt: de individualisering is te ver doorgeschoten, de hufterigheid regeeert? Wie zijn de burgers die “steeds meer expliciete regelgeving eisen”? Mensen die vinden dat anderen moeten veranderen, maar zelf net zo goed hufters zijn? Of mensen zoals jij? Indien het laatste: hoe groot is die zwijgende (?) minderheid/meerderheid?
• Wat is je oplossing? Je wilt vast niet terug naar het heldere fatsoen van de verzuiling. Je verwijst – nostalgisch? – naar “stilzwijgend gedeelde omgangsvormen” die plaats hebben gemaakt voor uitdrukkelijk geformuleerde gedragsvoorschriften. “Gedeelde” omgangsvormen: is je wens dat we daar (weer) naar toe gaan? Een antwoord in de stijl van Waterland lijkt me, dat het verdwijnen van Grote Moralen wordt geaccepteerd, als pendant van de voortgaande individualisering; dat mensen het project van hun leven zelf vormgeven, inclusief hun moraal; en dat ze dat niet op een eiland doen. Slappe tekst natuurlijk - maar ik wil hier alleen maar zeggen: een stadsetiquette kan zijn verdiensten hebben, een minima moralia verwoorden en verder ieder de ruimte geven zijns/haars morele weg te gaan. Bij jou lijkt het een teken des tijds: ’Het is al zover gekomen dat we met stadsetiquettes moeten werken’
• De relatie tussen het meningengeweld en de dorpsheid van Nederland blijft vaag. “Niemand kan zelfstandige beslissingen nemen en er is geen land waar de overheid zo sterk aan zich zelf twijfelt. Met het gevolg dat de politiek zich van incident naar incident sleept. (..) Te midden van verschijnselen als globalisering, migratie en ontwortelde elites zijn we er in dit land alleen maar dorpser op geworden”. Ik heb het gelezen als de bwering: “In dat land zijn de politici al even erg als de burgers, het is daar een grote burenruzie”.
Tot slot, in je betoog zijn trekken van een identiteitsvormend kenmerk van Nederland te herkennen: het domineespraatje. Met de dominee deel je dat je soms over “we” spreekt terwijl je volgens mij “jullie” bedoelt. Als contrast, moderne moraliseerders: Fokke en Sukke maken gisteren in de NRC in minder woorden een vergelijkbaar punt en zijn iets leuker (helaas is het niet mogelijk het plaatje te kopieren, http://www.foksuk.nl/nl/?cm=79&ctime=1204585200
Beste Pieter,
expats zijn niet alleen een groeiende groep in Nederland, ze worden ook steeds “zichtbaarder”. Je mening wordt denk ik gedeeld door nagenoeg alle expats, maar ook door de “stille meerderheid” van Nederland. Ongeveer een jaar geleden ben ik met de zelfde ervaringen in de hand als jij, begonnen meningen te sonderen op het Web. Daaruit is de site BinnenenbuitenNederland.nl ontstaan. Aan de reacties op die site is zelfs te danken adt er nu een nieuwe partij ontstaat, V&V of te wel Vrij en Vooruitstrevend. Meer hierover vindt je op het blog venv.wordpress.com en de site vrijenvooruitstrevend.nl. Met je artikel geef je dus iets weer wat duidelijk in gehele samenleving aanwezig is en behoefte heeft om geuit te worden.
(Het plaatje kun je overigens gewoon kopiëren doo een rechtermuisklik erop en dan kopiëren)
groeten
Francois
Beste Gerard
Bedankt voor je kritiek. Een paar puntjes:
(1) Ik geloof niet dat die heftige meningenstrijd iets van de laatste tijd is. Nederlanders lustten daar al langere tijd pap van. Conflicten tussen Remonstranten en Contra-Remonstranten, tussen rekkellijken en preciezen, dominees en kooplieden, republikeinen en koningsgezinden zijn er een voorbeeld van. Onze pleidooien voor tolerantie - denk aan Ersasmus, Coornhert, Episcopius of Spinoza - zijn gewonnen op momenten waarin de spanning in het land te snijden was. Nederland is niet voor niets lange tijd verzuild geweest -het was een verstandige manier om burgeroorlog te voorkomen. Kortom, als het om de juiste richting en precizie in de leer gaat, kunnen Nederlanders er wat van. Dat viel buitenlanders honderd of tweehonderd jaar geleden ook al op. Ze schrokken van wat er in dit land allemaal gezegd kon worden, maar ze waren er ook onder de indruk van. Nederland valt al langere tijd op door een eigenaardige combinatie van extreme consensupolitiek en heftige richtingenstrijd. Hetgeen vermoedelijk nauw met elkaar samenhangt.
(2) Ik noemde Paul Scheffer omdat je grof gezegd in Nederland twee houdingen tegenover nieuwkomers en migranten hebt. De ene partij - die van Paul Scheffer - zegt: ‘We vragen te weinig van ze, we zijn in dit land te kosmopolitisch, we identificeren ons te weinig met onze eigen geschiedenis en met wie we zijn. En dat is verwarrend voor nieuwkomers -zo verwarrend, dat ze denken dat ze zich niet hoeven aan te passen.’ De andere partij zegt: ‘je hebt er geen idee van hoe veeleisend we zijn en hoe sterk we nieuwkomers onder druk zetten op te gaan in de Nederlandse kudde.’ Ik ben het met de tweede partij eens.
(3) Ik geloof inderdaad dat we in dit land meer dan elders van elkaar hetzelfde innerlijk en hetzelfde gemoed verlangen. Het is hier nog steeds een dorp en dat verlies je met al dat gepraat over moderniteit en globalisering vaak uit het oog. Moderne infomatiie- en communicatiemiddelen hebben de sociale controle van het dorpsleven weer teruggebracht. Diversiteit? Alleen als die streng gestandariseerd is -tot en met ons seksleven toe.
(4) Ik sprak bewust van ‘botheid uit fatsoen’, omdat onze directheid en ons verlangen te zeggen waar het op staat opvallende kenmerken van ons gedrag zijn. Dat is iets waar nieuwkomers dikwijls moeite mee hebben. Wat ze niet begrijpen is dat die directheid bij ons van respect voor de ander en juist niet van minachting getuigt. Als je een tijdje weg bent geweest moet je daar opnieuw aan wennen. En ik kan me voorstellen dat niet iedereen daarvan gediend is.
(5) Waarom ik nu eens van ‘Nederlanders en dan weer van ‘wij’ spreek? Omdat ik een haat liefde verhouding met dit land heb. Ik zou hier nooit weg willen. Ik voel me hier thuis. Maar ik kan me ook ergeren aan de zucht alles te willen bespreken en zelfs op straat, waar iedereen bij is, ons innerlijk via de mobiel transparant te maken. Was het maar zo dat ik, om met Dick Pels te spreken, alleen een ‘zwak voor Nederland’ had!
(6) Ik zie Wilders (helaas) niet als een extreme afwijking van onze manier van doen. Hij doet me sterk denken aan al die Nederlandse dominees in Kampen, die ik moest lezen toen ik me met pleidooin voor tolerantie in Nederland bezig hield. Als het om striktheid in de leer gaat, zijn zelfs de Katholieken in dit land nog protestants. In Kampen waren de dominees echter strikter dan strikt en namen ze net niet alle middelen te baat om elkaar van de juistheid van hun vise te overtuigen. Zoals Wilders nu de grenzen van het tolereerbare opzoekt, zo deden de dominees dat ook. Het kostte de regenten van toen de grootste moeite de verontwaardiging van die dominees over afwijkende meningen in toom te houden. We zijn met vallen en opstaan een redelijk tolerant land geworden, maar van een leien dakje ging het niet. Het verschil met vroeger is echter dat de wereld nu nog letterlijker dan toen meeluistert en straks, als de film van Wilders uit is, ook meekijkt. Maar afgezien van de moderne communicatie-technologie is er wat de heftigheid van onze meningenstrijd betreft niet veel nieuws onder de zon.
Dank voor je uitgebreide reactie. Ik laat het nog eens op me inwerken.
Misschien vertekend beeld maar na je reactie lijkt het je vooral over nationale identiteit te gaan, met de actualiteit als demonstratiemateriaal. Mij lijkt het zwakke natiebegrip in Een zwak voor Nederland een interessant aspect van ‘vrijzinnigheid’, met als ‘empirische’ vraag: in hoeverre is het leefbaar, in welke mate kunnen mensen praktizeren wat ze belijden.
De vraag van zwakke/sterke nationale identiteit is, meen ik, die naar de mate waarin je vrij bent jezelf te ‘ontwerpen’. Pels gebruikt in Zwak voor Nederland meer termen als ‘gewoonten’, die suggereren dat afscheid altijd mogelijk is, kwestie van afleren.
Jouw Wilders is een geval apart. Begrijp ik je goed, dan is hij de ultieme Nederlander, in de lachspiegel. Vreemd is dan minder dat andere dorpsbewoners meer dan Wilders in de gaten hebben dat de wereld buiten het dorp meeluistert (meer dan vroeger). Misschien weet Wilders het ook wel, hij zoekt de confrontatie. Vreemde is meer dat die anderen zich aantrekken dat de wereld meeluistert en meekijkt. Want ik begrijp dat Nederlanders “van oudsher” scherpslijpers zijn, drammers op details.
Wij zoeken vertalers in verschillende talen :
duitser, italiaan, spanjaard, portugezen, grêque, nederlanders, denen, finnen, bask, catalaan, japonés, enz.
Als niet een antwoord, het bericht opnieuw terugsturen
–
Nous cherchons des traducteurs en plusieurs langues :
allemand, italien, espagnol, portugais, grêque, hollandais, danois, finlandais, basque, catalan, japonais, etc.
http://www.noslibertes.org
ben het echt helemaal eens met deze log, zoals het er staat zo is het gewoon, je kan in dit land niet meer jezelf zijn vind ik en mensen schamen zich daar ook voor en als anderen zichzelf zijn dan weten ze niet wat ze er mee aan moeten want je valt buiten de boot, misschien moeten we als allerlaatste regelwetje de reclame verbieden en met zijn allen de hongerdood sterven en vervolgens argentijns biefstukvlees importeren en een verbod op meningen uitvaardigen, we sterven toch allemaal voor de buurman of niet soms?? het stigmatiserende van dit land vind ik de allerergste straf van deze plaats, ze kijken hier echt teveel naar de buitenkant.