Tik ‘salaris’ in op google en je kunt naar talloze sites klikken die je vertellen of je verdient wat je verdient. De meeste sites zijn keurig verzorgd, maar het resultaat wordt er niet doorzichtiger op. Van het onderzoek naar de redelijkheid van de hoogte van je salaris kan je een dagtaak maken. Het aantal variabelen die bepalen wat je verdient is enorm: opleiding, leeftijd, sekse, traditie, de grootte van het bedrijf, de status van het beroep, allemaal spelen ze een rol. “Opmerkelijk genoeg zijn deze bovenstaande items telkens in een andere combinatie, en andere ‘zwaarte’ van belang voor de hoogte van een salaris in een bepaalde beroepsgroep”, staat op één van de sites. Je kunt het ook anders zeggen: ons loonstelsel is in hoge mate willekeurig. Uitgerekend de productiefactor arbeid, naast kapitaal de belangrijkste spil van onze economie, valt eigenlijk nauwelijks economisch te verklaren. Want waarom zouden vrouwen economisch gesproken voor precies hetzelfde werk minder loon moeten verdienen? Waarom zijn er in de wijze van beloning in zo’n klein landje als Nederland zulke grote regionale verschillen? Hoe is het mogelijk dat commissarissen van bedrijven van het ene op het andere moment kunnen besluiten dat deze of gene ondernemer in hun dienst voor exact hetzelfde werk een ton meer of minder verdient? En hoe komt het dat in verpleeghuizen het slechtst opgeleide personeel voor de moeilijkste mensen zorgt? Is dat een effect van marktwerking of van de illusie van marktwerking? Wie het weet mag het zeggen. Uit het gekrakeel van de deskundigen blijkt in ieder geval hoe weinig de economie een exacte wetenschap is.
Marx zei het al: er is minstens één waar op de markt die zich aan de wetten van de markt onttrekt en dat is de waar arbeidskracht. In de beloning daarvan zit een groot ‘historisch en variabel’ element. Inderdaad. Het nieuws over aandelenkoersen en de waarde van het kapitaal is goed te volgen, maar er zijn volgens mij weinig journalisten of deskundigen die de weg in loonland kennen, laat staan daar een transparant verhaal over kunnen vertellen. Het waarom van de hoogte van ons salaris is ook voor kenners in nevelen gehuld.
Het enige waar we in de krant regelmatig over horen zijn topsalarissen. En minimuminkomens natuurlijk. Volgens de meeste economen zijn hoge beloningen aan de top en lagen lonen onderin goed voor de economie. Als mensen niet voldoende geprikkeld worden zich te ontwikkelen, krijg je een ‘watten-economie’. Zoals econoom Rolf Schöndorff jaren geleden schreef:’het is zaak om tussen de ‘jungle-economie’ van uiterst rechts en de ‘watten economie’ van uiterst links een stuk op te schuiven richting jungle, zonder er in verzeild te raken”.
Soms wordt de kapitalistische economie zelfs economen te gortig. Kort na het Enron-schandaal sprak het aartskapitalistische blad Fortune zijn verontwaardiging uit over de zelfverrijking van topmanagers. In 2002 berekende het blad dat de topmanagers van 1.035 beursgenoteerde Amerikaanse ondernemingen in anderhalf jaar tijd “ruwweg 66 miljard dollar in hun zak hebben gestoken”. Dat was niet vanwege hun prestaties maar vanwege hun macht. “Je hoeft geen Marxist te zijn om te zien dat er iets mis”, schreef Niall Ferguson, hoogleraar politieke en financiële geschiedenis, in de Financial Times, “integendeel, juist zij die het vurigst geloven in het kapitalisme zouden het meest moeten aandringen op radicale hervormingen.” Dat was in 2002. Anno 2008 is minister Wouter Bos niet veel verder gekomen dan een gentlemans agreement. Een gentlemens agreement met de koningen van de jungle. Inmiddels kon Nederlander Jan Bennink, topman bij het bedrijf Numico, in 2007 een bonus van circa 14 miljoen euro in aandelen en opties toucheren. Dat is vijf keer zoveel salaris als alle ministers van het nieuwe kabinet Balkende bij elkaar.
Het is onmiskenbaar zo dat talent schaars is en ‘geprikkeld’ moet worden. Maar zoals Robeco’s ex-topbelegger Jaap van Duijn in 2006 vaststelde, verdienden directeuren in Amerika in 1970 veertig keer modaal en nu 550 keer modaal. “Je kunt in gemoede niet beweren dat schaars talent vijftien keer zo schaars is geworden.” We weten dus dat er ‘gegraaid’ wordt. Maar waar en wanneer houdt het ‘graaien’ op? Toezichthouders en executives die onder één hoedje spelen, altijd weer die verwijzing naar het buitenland en het feit dat we bij moeten blijven, de valse aanname dat alles in een bedrijf van één man afhangt, arbeidersaristocratieën die buitenstaanders pogen uit te sluiten, aandeelhouders die beter georganiseerd zijn dan werknemers, Wim Kok die als een blad aan de boom omslaat op het moment dat hij commissaris wordt: dat alles maakt duidelijk dat het in het loongebouw een jungle ‘all the way down’ is. Het best bewaarde geheim van de economie luidt, dat niet je marktwaarde, maar je machtwaarde de hoogte van je salaris bepaalt. Om Niall Ferguson nog eens te citeren: “acher het wel en wee van het kapitalistische systeem woedt de klassenstrijd; en de klassenstrijd is de sleutel van de moderne politiek.” In de klassenstrijd zien we op het ogenblijk dat de mensen onderop slecht en de mensen bovenin juist uiterst goed georganiseerd zijn.
Vandaar dat al dat gepraat over talent zo misleidend is. Veel betekenisvoller is de zorg van de gemeente Amsterdam dat al dat gemekker over topsalarissen nu eens afgelopen moet zijn, omdat anders de hoofdkantoren van de bedrijven waar die salarissen verdiend worden naar elders verkassen. Een mooiere bekentenis dat het niet om talent, maar om macht gaat is er niet.
Een kleine toevoeging tot slot: Volgens Robert Reich, ooit staatssecratis arbeidszaken onder Clinton en nu auteur van het boek Supercapitalism (Knopf, 2007), is de inkomens- en vermogenskloof in de VS sinds 1929 niet zo hoog geweest. In 2005 verdiende de hoofddirecteur van de Amerikaanse Walmart keten negenhonderd keer zoveel geld als zijn gemiddelde werknemer. En bedroeg de waarde van het vermogen van de familie-eigenaars van Walmart 90 miljard dollar. Dat is net zoveel geld als de onderste veertig procent van de bevolking in de VS verdient ( 120 miljoen mensen). De economie in de VS vertoonde de laatste twintig jaar uitbundige groei, maar de middeninkomens zijn nauwelijks gestegen. Vrijwel alle rijkdom verdween naar de top. En denk niet dat de top dit verdiende omdat ze bereid was zulke enorme economische risico’s te dragen. Die risico’s zijn voor de top al lang in de vorm van belastingvoordelen, pensioengaranties, gouden handdrukken, enzovoort, afgedekt. Het zijn tegenwoordig alleen de werknemerns, niet hun bazen, die de effecten van risco-dragend kapitaal voelen
L.S.,
OK, de topmanagers verrijken zich. Maar ten koste van wie? Ten koste van de aandeelhouders toch? Die zijn tenslotte de “residual claimants” die recht hebben op al het geld dat niet aan iets anders besteed wordt. Waarom is dit een probleem voor de overheid, voor de minister van financiën, voor de arbeidersklasse, voor welke andere groep dan ook? Kan iemand me dat misschien even uitleggen?
@martinned: goede vraag. Ik geloof dat het niet zozeer te maken heeft met het je verrijken ten koste van wie, maar om een elementair rechtvaardigheidsgevoel. Het is toch vreemd als topmanagers bonussen krijgen waarvan je vaak tientallen ‘lagere’ banen kan betalen. Het eerste wat die topmanagers vaak doen is juist die tientallen lagerbetaalden eruit te gooien. Tevens is het zoals Pieter zegt: geld is macht en dat produceert binnen een democratie dus onevenwichtigheden.
Tenslotte: het lijkt alsof je ervanuit gaat dat ‘eigendom’ van nature gegeven is. Maar is dat wel zo? Eigendom is volgens mij een willekeurig stel afspraken op basis waarvan we het spelletje ‘marktwerking’ spelen. Maar dat iets ‘van jou’ is heeft alleen betekenis binnen het symbolisch weefsel van een samenleving. Daarbuiten is het betekenisloos. Waarom zou je dan niet mogen problematiseren dat sommige mensen heel veel daarvan hebben/verdienen en anderen niet?
L.S.,
Dit impliceert dat er een verband bestaat tussen het salaris van de top, en het aantal banen onderaan de pyramide. Dat is natuurlijk niet zo. Het ontslaan van werknemers die “hun salaris niet terugverdienen”, maw die minder toevoegen aan de waarde die in de onderneming gecreëerd wordt dan ze aan loonkosten kosten, is een van de taken van het management. Dat is juist een van de grote voordelen van het capitalisme in vergelijking met meer centraal gestuurde systemen: constante herverdeling van middelen om de efficiëntie van het productiesysteem zo groot mogelijk te laten zijn. Alleen in communistische landen worden/werden mensen aan het “werk” gehouden alleen omdat iedereen nou eenmaal een baan moest hebben. Het leggen van een verband tussen het salaris van de top en de werkgelegenheid op de werkvloer is niets meer en niets minder dan een retorische truc.
Dat elementaire rechtvaardigheidsgevoel dat snap ik ook niet zo. Het wettelijk systeem van boek 2 BW geeft de aandeelhouders genoeg middelen om het salaris van de topmanagers binnen de perken te houden. Dat ze er niet in slagen om hun bevoegdheden effectief uit te oefenen is jammer, maar dat lijkt me nou niet een reden om de hele samenleving een gevoel van onrecht aan te praten.
Geld is macht, dat klopt. En dat is maar goed ook. [Toegegeven, dit is een beetje off topic. Heel kort dan...] In het maken van beleid is er een fundamenteel belangenconflict tussen, zeg, de top 10% en de rest. Al sinds het eerste werk op het gebied van public choice uit de jaren ‘60 (Buchanan & Tullock) is bekend dat het systeem van one-man-one-vote ertoe leidt dat de meerderheid wetten maakt die haar voordeel opleveren, terwijl het nadeel wordt afgeschoven op de minderheid. In abstracto is dit te simpel gesteld, maar toegepast op het voormelde belangenconflict suggereert dat wel dat, ceteris paribus, de meerderheid (middenklasse) de neiging zou hebben teveel belasting te heffen, en met dat geld “leuke dingen voor de mensen” te doen. Maar omdat geld macht is, wordt die neiging een beetje gecorrigeerd.
Terug naar het onderwerp van deze post: Ja, geld is macht, maar dat is in het algemeen zo. Bovendien, macht is ook macht, en macht hebben de topbestuurders van ondernemingen sowieso al genoeg. Denk je eens in wat er zou gebeuren als de CEO van ING zou voorstellen om het hoofdkantoor naar Londen te verplaatsen…
Tenslotte: Eigendom is zonder twijfel een social construct, al kun je betwijfelen of dat ook geldt voor bloot bezit. (In de trant van: “Ik bezit een brood en als iemand het daar niet mee eens is dan moeten ze dat brood maar komen halen.”) Maar om te stellen dat eigendom “een willekeurig stel afspraken” is, is absurd. Minstens 50 jaar economisch-historisch onderzoek (Demsetz, North, Coase) toont aan dat de regels zoals ze zijn weliswaar in grote mate padafhankelijk zijn, maar ook de neiging hebben om zich in de richting van grotere efficiëntie te ontwikkelen. M.a.w. we spelen “het spelletje ‘marktwerking’” zoals we het spelen omdat onder deze regels iedereen beter af is dan onder alternatieve mogelijke regels. (Vgl. het minimax principe van Rawls: Als we alle eigendom gelijk verdelen, is iedereen slechter af, inclusief de armsten. Conclusie: dat is een slecht idee.)
Wat mij betreft mag iedereen alles problemiseren. In een centraal geleide economie is inkomensongelijkheid per definitie een collectief probleem, een probleem dat de overheid zou moeten oplossen. Omdat het kenmerk van onze samenleving is dat de ordening het resultaat is van transacties die op basis van vrijwilligheid tussen twee of meer mensen zijn aangegaan, moet een eventuele onrechtvaardigheid normaliter ook op het niveau van een individuele transactie worden beoordeeld. (Zoals hier dus tussen de aandeelhouders en het management.)
@ Martinned: je argument heeft wel iets van een theodicee: dit is wat we krijgen als iedereen winstmaximalisatie nastreeft, dus dit is de beste van mogelijke werelden. Quite simply wrong.
1. Geld groeit niet aan de bomen. Als de marges om af te romen groter worden heeft dat niet zozeer met grotere efficiency te maken als met vergroting van de schaal van de markt. Om die marges mogelijk te maken moet iemand voor de laagst mogelijke prijs arbeid leveren en in dit geval is dat de helft van de wereldbevolking.
2. Dat managers zichzelf verrijken is een ding; gevaarlijker is dat ze zich een positie hebben verworven waarbinnen ze elkaars beloning kunnen vaststellen, vrijwel zonder controle van buitenaf. Uiteindelijk vloeit dat geld wel weer in de economie terug, maar het betekent wel dat zij economische macht uitoefenen zonder democratische controle. Democratie betekent uiteindelijk ook (en volgens mij VOORAL) niet onderworpen zijn aan andermans willekeur.
@Dylan: eigendom is inderdaad geen natuurrecht. Een staat mag er belasting over heffen, omdat diezelfde staat ook het recht op eigendom erkent en beschermt. Je zou kunnen zeggen: wanneer eigendom zich dusdanig ophoopt dat het als machtsmiddel tegen de belangen van de burgers gebruikt kan worden, moet de staat ingrijpen. Maar hoe wil je zo’n scheiding aanbrengen tussen bezit dat de staat waarborgt en kapitaal dat de publieke zaak aangaat?
@martinned: ‘Het ontslaan van werknemers die “hun salaris niet terugverdienen”, maw die minder toevoegen aan de waarde die in de onderneming gecreëerd wordt dan ze aan loonkosten kosten, is een van de taken van het management.’
Maar wie zegt dat die managers zoveel waarde toevoegen als dat ze aan salaris verdienen? Wie zegt dat een bonus van een miljoen voor een topmanager productiever is dan 20 werknemers in het middenkader? Je doet net alsof er binnen de markt altijd een rationele logica wordt gevolgd. Ik geloof er niets van: die managers aan de top moeten achteraf hun positie waarmaken. Reorganisaties doen vaak meer kwaad dan goed aan een organisatie. Slechts drie op de tien reorganisaties gaan goed. Elke nieuwe manager moet er weer op zijn eigen manier overheen pissen, al naar gelang de laatste hippe managementtheorie. Dus die ‘constante herverdeling van middelen om de efficiëntie van het productiesysteem zo groot mogelijk te laten zijn’ die jij zo roemt werkt maar ten dele en levert een hele hoop rotzooi op. Het is veel te gemakkelijk om te spreken over een retorische truuk als je zegt dat er geen verband zou zijn tussen het salaris aan de bovenkant en ontslagen aan de onderkant. In jouw ideale wereld misschien, in werkelijkheid zijn mensen gewoon mensen en moeten managers ergens het geld vandaan zien te halen om hun achterlijk hoge salarissen goed te praten. Zo’n salaris druk gewoon op de betalingsbalans. Punt.
Later meer.
@Dylan: het is ook weer te makkelijk om af te geven op managers die maar wat aan klooien. Het punt is dat iedereen prijzen kan vergelijken en vraag en aanbod tegen elkaar kan afwegen, maar dat er geen eenduidige oplossing is voor optimale taakverdeling. En er vallen, in een economie die gedigitaliseerd en geglobaliseerd is, veel meer taken te verdelen. Dat managen kan je zien als voodoo, maar ook als creatief werk.
En ja, als je gaat kijken naar management in het onderwijs, of ‘bedrijfsreorganisatie’ bij de overheid, dan is het inderdaad voodoo. Net zoals je beter niet kunt geloven in ‘marktconforme’ beloningen voor ‘excellente’ topmanagers.
L.S.,
@Floris: Je schrijft: “Democratie betekent uiteindelijk ook (en volgens mij VOORAL) niet onderworpen zijn aan andermans willekeur.” Omvat dat ook de willekeur van de overheid? Volgens mij is het idee van onze samenleving dat mensen zoveel mogelijk in staat worden gesteld om zelf keuzes te maken. Of iets “the best of all possible worlds” is, moet danook aan de individu worden overgelaten. Als samenleving proberen we individuen te “empoweren” (sorry voor dat engels, maar in nederlandse vertaling klinkt dat gewoon niet), we proberen ze de gereedschappen te geven om zelf hun positie te verbeteren. Dus tenzij er in een concreet geval iets aan die gereedschappen schort, is er geen reden om over de schouder van de individu mee te kijken of hij/zij wel de juiste keuzes maakt. Dat zou pas willekeur zijn.
Mijn punt was ook dat topmanagers sowieso economische macht uitoefenen zonder democratische controle. Dat is nou net het idee! Die economische macht staat immers al onder de economische controle van kapitaalverschaffers en klanten. Overheidscontrole over de economie is zo nu en dan een noodzakelijk kwaad (nutsbedrijven, spoor), maar meestal een slecht idee.
Trouwens, de bevoegdheid om belastingen te heffen is geenszins het gevolg van het feit dat eigendom een “social construct” is, want in de zin dat eigendom “sociaal” van oorsprong is, gaat haar oorsprong terug tot ver voor de uitvinding van de staat. De staat mag belastingen heffen omdat haar die bevoegdheid door de burger is gegeven, om daarmee diensten te verlenen waaraan de burger behoefte heeft.
@Dylan: Als de topmanagers “hun salaris niet terugverdienen” is het aan hun bazen, de aandeelhouders, om daar wat aan te doen, niet aan de overheid. Laat die laatste immers eerst maar eens haar eigen problemen oplossen, voordat ze zich aan de problemen van de private sector wagen. Maw nogmaals: waarom zouden wij als samenleving ons oordeel dat die managers hun salaris niet waard zijn in de plaats stellen van het oordeel van diegenen wiens geld het is? Zoals je correct schrijft wordt er een hoop onzin verkocht; niemand heeft de waarheid in pacht. Dus laat iedereen zijn geld investeren zoals het hem/haar goed dunkt, laat de ondernemers van Nederland hun ondernemingen runnen zoals het hun goed dunkt, en waak er simpelweg voor dat eenieder de gereedschappen heeft om voor zijn eigen belang te waken.
Daarom is de discussie over het ontslagrecht een belangrijke, want dat gaat over de “wapens” van de werknemers ten opzichte van de kapitalisten, zonder dat dat impliceert dat de overheid het beter weet dan de private sector.
@Martinned: Het gaat er niet om dat ‘bezit’ ouder is dan de staat, maar dat bezit gedefiniëerd is als een recht, waar de plicht van belasting betalen tegenover staat.
Democratie is OOK bescherming tegen willekeur van de overheid, helemaal waar.
Maar het punt is dat de economie steeds meer een quantumfysica is geworden met extreme getallen en begrippen zonder relatie met de alledaagse werkelijkheid, en de ‘rationele’ omgang daarmee een stochastisch algoritme. En brengt dat het geld sneller waar de mond is?
Ongetwijfeld, maar het schept ook een netwerk van geldkanalen dat op ieder verdeelpunt een beetje wordt afgetapt.
‘Rationalisering’ slaat zo om in het maken van systemen die zo complex zijn, dat we in het beste geval weersvoorspellen en in het slechtste geval regendansen.
L.S.,
@Floris: Het is me volstrekt duister waar je het verband tussen het eigendomsrecht en het recht van de overheid om belasting te heffen vandaan haalt. Maar omdat we het erover eens zijn dat die twee rechten, elk los van elkaar, bestaan is dat verder niet zo belangrijk.
Wat wel interessant is, is je (impliciete) idee dat onze samenleving iets is dat op de een of andere manier beheerst zou moeten worden. De betere manier om ernaar te kijken is om je te realiseren dat de vrijwel oneindige complexiteit van ons ordeningssysteem correspondeert met de even oneindige complexiteit van het probleem. Steeds meer mensen met steeds meer behoeften, steeds meer kennis, steeds meer innovaties, etc. In plaats van te proberen dat allemaal in de hand te houden is onze liberale maatschappij erop gebaseerd dat beslissingen zoveel mogelijk decentraal worden genomen. Bovendien biedt het systeem de mogelijkheid, waar we danook zoveel mogelijk gebruik van moeten maken, om problemen en andere tekortkomingen stuk voor stuk te bekijken.
Verdienen topmanagers “teveel”? Analyseer het probleem, concludeer “collective action problem” en ontwerp een aanpassing aan, in dit geval, het rechtspersonenrecht om de aandeelhouders in staat te stellen beter samen voor hun belang op te komen. Zo’n aanpassing is mogelijk zonder dat iemand in de problemen hoeft te komen door de complexiteit van het gehele systeem.
Een poging om de maatschappij als geheel te beheersen, dat is pas een “quantumfysica (…) zonder relatie met de alledaagse werkelijkheid”. De samenleving is niet maakbaar, omdat ze, zelfs op haar allersimpelst, al oneindig veel complexer is dan één individu zou kunnen overzien. Daarom hebben we in plaats daarvan een systeem waar het maken van de samenleving geschiedt door alle inwoners van ons land, als gevolg van oneindig veel individuele beslissingen, elk zo veel mogelijk genomen door mensen die hun eigen belangen, beperkingen en voorkeuren kunnen overzien. (En nogmaals, waar dat ideaalbeeld in de praktijk tekort schiet, is het mogelijk dat van geval tot geval te corrigeren.)
L.S.
@Martinned: de aandeelhouders zijn misschien de mensen die met de verdeling van de winst moeten instemmen, maar ze zijn niet degenen die de toegevoegde waarde leveren waaruit de salarissen van de managers worden betaald. Een aandeelhoudersvergadering wil wel een ingrijpen bij een uitzonderlijk geval van graaizucht, maar is bepaald niet bezig met het bewaken van ‘het publieke belang’. (If such a thing exists, we hoeven ook weer niet te doen alsof ‘de gewone man’ bestaat.)
Het probleem dat je lijkt te ontgaan is dat de controle op het economisch proces ook weer een gepriviligeerd goed is. Het aandeel van juristen, fiscalisten en accountants in de economie groeit nog steeds.
Die dynamische economie is niet zozeer een probleem voor de overheid. Die kan nog altijd zijn taken uitoefenen. Het is wel vervelend voor de leraren en verpleegkundigen die gewoon hun werk willen doen zonder lastig gevallen te worden door onderwijs- en zorgmanagers, maar ook die overleven het wel.
De uitdijende groep freelancers en mensen met kortetermijncontracten en eenpersoonsbedrijfjes is al minder goed af. Dat zijn de mensen die nooit weten of ze verdienen wat ze verdienen, en vaak slechter af zijn dan mensen met een ouderwetse vaste baan.
Maar het is vooral vervelend voor de mensen die wat minder makkelijk kunnen inpluggen in de ‘dynamische’ economie: de uitzendwerkers en winkelhulpjes die geen verworven rechten hebben en voor wie de vakbond in feite niks doet, de 60 % van de bevolking die op het VMBO zit.
Ik wil niet zeggen dat dit allemaal ’slachtoffers van de globalisering’ zijn, net zo min als de helft van de wereldbevolking die in bittere armoede zwaar en afstompend werk doet per se beter af zou zijn zonder global economy.
Maar wat ik wel wil zeggen, is dat het in de samenleving die bij zo’n dynamische economie hoort steeds minder duidelijk is waar je je op kunt beroepen. Je bent niet meer veroordeeld tot een traditioneel loopbaanpad, maar je blijft wel tegen beperkingen oplopen. Je weet niet of je verdient wat je verdient. En als je er niet in slaagt aansluiting te vinden, is het ook nog eens ‘je eigen schuld’, omdat we immers in een meritocratie leven.
L.S.,
@Floris: Om maar met dat laatste punt te beginnen: Ja, dat is het grote probleem van meritocratie: Niemand hoeft medelijden te hebben met de mensen die niets hebben, want die hebben immers ook wat ze verdienen. Gelukkig zitten we zo niet in elkaar, en bovendien leven we gelukkig maar in beperkte mate in een meritocratie. Toch iets om in de gaten te houden.
De stelling dat de werkende klasse gen**id wordt, omdat ze immers al het werk doen en maar een deel van de gecreëerde waarde mogen houden (”ze zijn niet degenen die de toegevoegde waarde leveren waaruit de salarissen van de managers worden betaald“)komt uit deel 1 van Das Kapital, en toen was het ook al onzin. Het is zeker mogelijk om over productie van goederen en diensten na te denken als de combinatie van meer dan alleen arbeid en kapitaal. (Human Capital is al een paar decennia gebruikelijk, en recenter wordt er ook wel over gedacht om Putnam’s Social Capital in het sommetje mee te nemen.) Het is alleen lastiger om het te doen met minder dan die twee. Probeer maar eens een onderneming te starten of te runnen zonder kapitaal. Dat lijkt me toch vrij lastig. Zonder kapitaal en arbeid gaat het niet, en degenen die dat verschaffen mogen de toegevoegde waarde die ze creëeren verdelen.
Verder is er hier geen echt publiek belang. Het publieke belang is normaliter een efficiënt runnende economie, maar als we het hebben over een paar topmanagers geloof ik het wel. Er wordt hier gewoon geld over geheveld uit de zakken van de aandeelhouders naar de zakken van de topmanagers. Waar is het publieke belang? (Dat is eigenlijk gewoon het kernthema van deze thread…)
Wat betreft de rest van je comment, ben ik bang dat een grotere onzekerheid een fact of life is voor iedereen; alles verandert steeds sneller. Op de noodzaak voor meer flexibiliteit valt uiteraard nog wel wat af te dingen (Ik ben het niet eens met het hele <a href=”http://www.waterlandstichting.nl/pdf/Sockapmanif.pdf”Manifest, maar veel van wat er staat is uitermate zinnig.), maar in de 21e eeuw moet eenieder, tegen de achtergrond van een rechtvaardig systeem van sociale voorzieningen, zijn weg vinden. De tijd dat vadertje staat je aan je handje meevoerde is (gelukkig) voorbij. De staat waarborgt de gereedschappen die het recht eenieder biedt, en waarborgt een bestaansminimum voor iedereen.
Tenslotte, om de vraag in de titel van deze thread dan eindelijk maar eens te beantwoorden: In de taal van handel in goederen gaat dat om het verschil tussen “value in use” en “value in trade”. De vraag hoe die zich tot elkaar verhouden heeft veel van de oude economen (Smith, Mill, Ricardo, etc.) bezig gehouden. Tot nu toe is de conclusie dat de value in use voor een bedrijf afhangt van de kasstromen die het goed genereert (voor een consument gaat het om utility/nut), terwijl de value in trade simpelweg is wat je voor het goed kunt krijgen. In een efficiënt werkende markt zouden die twee aan elkaar gelijk moeten zijn; de persoon of het bedrijf voor wie het goed de hoogste toegevoegde waarde heeft, zou ook degene moeten zijn die het goed uiteindelijk in handen krijgt. Waar de twee definities van waarde verschillen, is er een probleem met het marktmechanisme. Het probleem daarbij is dat value in trade objectief is vast te stellen; het is “wat de gek ervoor geeft”. Value in use is lastiger, want dat vergt schattingen van toekomstige kasstromen en disconteringsvoeten. Daar kunnen heel dure consultants gemakkelijk over van mening verschillen.
De vraag in de titel van deze thread kan dus worden geformuleerd als: Komt (voor topmanager en arbeidersklasse) de value in trade (1e “verdient”) en de value in use (2e “verdient”) ongeveer overeen? Het antwoord op die vraag kun je dus op twee manieren bepalen: Je kunt betogen dat de waarde die de persoon creëert drastisch afwijkt van zijn/haar salaris, en dan zul je toch wat argumenten moeten hebben voor waarom de toegevoegde waarde zo is zoals die zou zijn. De andere benadering is om te beginnen met (het aannemelijk maken van) de inefficiëntie van de markt, en van daar de “burden of proof” te verschuiven naar degene die betoogt dat de beide versies van “verdient” wel ongeveer aan elkaar gelijk zijn.
Als het gaat om topmanagers lijkt me dat het vrijwel onmogelijk is om in abstracto iets te zeggen over de waarde die door topmanagers wordt gecreëerd, als is het natuurlijk duidelijk dat een goede manager die een onderneming van de ondergang redt (Moberg, Scheepbouwer) honderden miljoenen “verdient”. (NB. Een faillissement is niet 100% waardevernietiging, maar er gaat bij zo’n proces natuurlijk wel een aanzienlijk deel van de waarde van de onderneming verloren.)
Dat de markt voor topmanagers ernstig inefficiënt is lijkt me minder moeilijk aan te tonen.
Als het gaat om de markt voor relatief laaggeschoold personeel, lijkt het me veel moeilijker om echt ernstige inefficiënties aan te tonen. Daar lijkt het probleem me veel meer dat men moeite kan hebben met de definitie van waardecreatie, respectievelijk de uitkomst ervan. Toegegeven, het is een nogal instrumentele benadering; de werknemer is het middel tot een doel, geen doel op zich. Maar het alternatief, om mensen aan het werk te houden ook als ze niets toevoegen, is al geprobeerd en dat werkt ook niet. Misschien moeten we wel accepteren dat voor steeds meer banen steeds meer “human capital” nodig is, en dat die werknemers die dat niet hebben concurreren om een relatief beperkt aantal banen die “non-tradeable” zijn, dwz banen die niet naar een lage lonen land kunnen worden geëxporteerd. (Ik zeg “relatief beperkt”, want we hebben het nog steeds wel over enkele tientallen procenten van de beroepsbevolking.) De oplossing: onderwijs… (En zo heeft alles weer met alles te maken.)
L.S.,
Kijk, je zult mij niet horen oproepen tot ’solidariteit met de arbeidersklasse’ (weer zo’n miljoenkoppig monster). Maar het is wel wat simpel om de verdeling van winst voor te stellen als een kwestie tussen bestuurders en aandeelhouders. Kapitaal is goed, zonder kapitaal zou de markt een zero-sum-game zijn, maar het komt wel ergens vandaan en het maakt afhankelijk.
Kapitaal is niet alleen een individueel bezit, het is ook een sociaal construct. Er is een samenleving voor nodig om de ophoping van individueel kapitaal mogelijk te maken. Het ‘publieke belang’ hierbij is dat die ophoping van kapitaal ook echt de samenleving ten goede komt. En dat bedoel ik niet als een pleidooi voor een ‘maakbare’ samenleving, maar wel tegen juridisering en managerisering.
Niemand is tegen onderwijs, maar er moet nog altijd iemand onze spijkerbroeken stikken en bananen plukken. Scholing kost geld en is daar niet voor nodig. Je kunt wel de individuele bananenplukker opleiden tot iets beters, maar dat betekent dat iemand anders weer zijn bananen moet plukken.
Opnieuw: dat betekent niet dat bananenplukkers en spijkerbroekenstikkers ’slachtoffers van de globalisering’ zijn, want zonder globalisering zouden ze ook arm zijn. Wat dat betreft zijn we het geloof ik wel eens over hoe een economie werkt.
Marx in de prullenbak? Volgens mij groeit het stadsproletariaat wereldwijd sneller dan ooit.
Om weer op het onderwerp van de thread terug te komen: het lijkt er vooral om te gaan om een niche te vinden waarin je ‘value in trade’ kunt genereren, zodat je in staat gesteld wordt om datgene te doen wat je interesseert.
Ik zou dat willen omschrijven als een ‘plug-in society’. Zoals ik jouw comments lees, lijkt het volgens jou de taak van de overheid om vooral voor goede aansluitingen te zorgen.
Onzekerheid is maar een van de problemen die aan zo’n plug-in society verbonden zijn. Een ander probleem is de alleen maar toenemende afhankelijkheid van juristen en managers, ook op terreinen waar je ze liever buiten de deur zou houden (zorg, onderwijs & wetenschap). En een derde probleem is dat politiek er dan niet meer over gaat in wat voor samenleving we willen leven.
Dat laatste is in zoverre geen probleem, dat de politiek er is voor dingen waar we onderling niet uit komen en het heuchelijk is als-ie zichzelf overbodig weet te maken. Maar politiek zonder idealen, daar geloof ik niet in. Die reduceert zichzelf tot een consumptiegoed.
Was het niet zo dat iemand nooit meer kan verdienen dan anderen hem of haar kunnen onthouden?