Mannen, seks en relativisme
woensdag 9 januari 2008 door Dylan
Eén van de meest krachtige verbeeldingen van de pose van het alfa-mannetje is te vinden in de film American Psycho. Patrick Bateman (gespeeld door Christian Bale) nodigt twee prostituees uit in zijn dure appartement. Hij houdt een uitvoerige monoloog over de muziek van de band Genesis en over popzanger Phil Collins. Zo zegt hij over Genesis: ‘”Invisible touch” is onbetwist het beste nummer van de band. Het is een epische meditatie over onaantastbaarheid.’ en geeft de twee vrouwen vervolgens aanwijzingen over hoe ze zich moeten opstellen. Hij laat de prostituees seksuele handelingen met elkaar uitvoeren en voegt zich daarna zelf bij het tweetal. Naast het bed plaatst hij een videocamera en neemt de hele, volledig door hem geregisseerde gebeurtenis op. Aan weerszijden van het bed staan twee grote spiegels waarin hij –zichzelf bewonderend- zijn spierballen laat zien en bodybuilder-poses uitvoert terwijl hij de dames in verschillende dominante standjes ‘neemt’. Tegen één van de vrouwen zegt hij: ‘kijk in de camera!’.
Natuurlijk gaat het hier om een absurde scène waarin de filmmaker met veel overdrijving duidelijk wilde maken wat voor gestoorde narcist de hoofdfiguur (de ‘american psycho’) uiteindelijk is. Onderwerp is hier dan ook niet de seks, maar het ego van de yup Patrick Bateman. De seksuele handelingen zijn in het geheel niet erotisch in beeld gebracht, het gaat hier dan ook niet om seks, maar slechts om de ‘pose’ van seks. Seks gedacht als dominantie, als macht, als status en niet als een gevoel waarvan je kan genieten. Bateman wil zelf de hoofdrol spelen in een pornofilm, hij wil aan de kijker van de film (‘de buitenwereld’) duidelijk maken dat hij de koning is, de macho, die stoer twee vrouwen tegelijkertijd kan nemen. Wie die buitenwereld precies is, is niet duidelijk. Maar uit de rest van de film blijkt dat Bateman vooral status wil ten opzichte van andere mannen.
Hoe extreem en karikaturaal deze scène ook is, dit macho-gedrag is natuurlijk in een wat afgezwakte vorm in veel mannenculturen aanwezig. Extreme vormen ervan kun je terugvinden in de teksten en video’s van rapmuziek, zoals het nummer ‘Ballen tot we vallen ‘van de groep THC:
‘Okee, kom in de tent, je weet wie ik ben
Arbijan, de man, met ballen, opvallende vent
Tanga’s ik wenk ze
Ben voor hun nog onbekend, maar binnenkort, ben ik de fucking rappresident’
‘Eey eey chuck, check die baka, die tanga met die planga, ik moet die tanga vangen, ik moet die tanga ballen
Mijn god, deze chick is te fucking hot, wat een kapsones ho’ volgens mij is ze pot
Kijk die tanga oog vallen, met die dubbel d ballen, wat een wereldcup, ik schiet hem helemaal stuk
Met een beetje geluk eet ik vanavond tuk, brada, ik krijg het nog druk, ik neem der mee naar m’n hut’ (enz enz)
Wat opvalt is de verbinding die wordt gemaakt tussen, seks, vrouwen en status. De zelfbenoemde pimps van de hiphop grijpen terug op een discours waarin status en eer belangrijk zijn en die status krijg je als je met veel vrouwen seks hebt. Seks is hier niet het uitgangspunt, maar is iets wat je moet doen om status te verkrijgen. ‘Ballen tot we vallen’ is geen lofzang op de seksualiteit, maar een lofzang op de macho die doet wat andere mannen van hem verwachten, waar anderen mannen (in werkelijkheid en denkbeeldig) tegen opkijken. Namelijk neuken. Het liefst met zoveel mogelijk vrouwen. Nog iets dat opvalt is dat andere gevoelens dan de ego-kick onbesproken blijven. Dat geldt voor de vrouwen die het object zijn van het ‘gebal’. Maar ook de eigen lustgevoelens worden op een hele afstandelijke manier besproken. Het is alsof er in de mannen eigenlijk twee mannen zitten: eentje die opgewonden is en de seks beleeft. De ander die daarnaar kijkt en er met veel bravoure over vertelt. Die de belevenis giet in een vertelvorm die begrijpelijk, acceptabel en vooral stoer is voor zijn maten. En daarbij de eerste man, de voelende man, buiten schot laat.
Die manier van praten over seks blijft niet beperkt tot het getto of tot de (al of niet allochtone) onderklasse. Ik geloof dat die afstandelijkheid in het spreken over gevoel en in het bijzonder over seks voor veel mannen en in mindere mate ook voor vrouwen herkenbaar is. Ik vermoed dat er veel mannen zijn die wel eens een overheersend gevoel van ‘trots’ gevoeld hebben bij hun zoveelste verovering die het ‘genot’ van de daad zelf volledig in de schaduw stelde. Mannen die het aantal vrouwen waarmee ze het bed gedeeld hebben tellen en daarover opscheppen bij hun vrienden. Ik geloof dat veel mannen de afstandelijke manier van spreken over seks met hun vrienden herkennen, áls ze al over het onderwerp spreken.
Want het is gemakkelijker om seksualiteit in getallen te vangen dan in gevoel. Het is gemakkelijker om het te maken tot een ego-ding, dan je bewust te zijn van je eigen seksuele verlangens. Vaak is het dan ook dat als mannen wél over seks schrijven, ze dat gevoel als geheel externaliseren. Neem Tommy Wieringa in zijn pamflet De dynamica van begeerte. Verlangen is hier een verslaving, een last waartegen je moet vechten. De hoofdpersoon in het essay van Wieringa is bang voor zijn eigen seksualiteit, bang voor de ‘leegte’ die daarachter ligt. Na het bezoek aan een porno-feest beschrijft de ik-figuur het als volgt:‘Ik had de uiterste grens van mijn begeertes opgezocht, ik had ze zonder veel terughoudendheid vervuld, mijn zenuwen verdoofd met overprikkeling, en nu viel ik. De kleine dood was de voorafschaduwing van de grote, ik had achter de begeerte gekeken en het Niets gezien. Afgrijselijk, afgrijselijk.’ En verderop: ‘De god van de seksualiteit lacht naar je – met de grijns van een doodskop.’
Het heroïsche gevecht tussen de eenzame man en zijn libido. Maar waarom noemt hij de vrouwen niet waarmee hij vree? Waarom vertelt hij niet wat voor interactie er was tussen hem en de vrouwen? Dat zou je in een artikel over begeerte verwachten. Maar alle vrouwen zijn inwisselbare objecten, er is alleen de man en zijn begeerte en daarachter een onpeilbaar Niets. Bij Wieringa is de begeerte, de lust een vaststaand gegeven, die af en toe oplaait bij een willekeurige vrouw.Ook bij filosoof Jos de Mul, die vorig jaar een stuk in De Volkskrant schreef over seks, gaat het om een externe macht. ‘Seks is subliem. Subliem noemen wij krachten die ons door hun onbegrensde, overweldigende of mateloze karakter kunnen vernietigen. Ze fascineren ons en trekken ons aan, maar ze boezemen ook, en niet zonder reden, angst in.’ Ook hier wordt seks geëxternaliseerd en gemaakt tot een ‘ding’, een kracht die buiten je staat. De Mul reïficeert seksualiteit dus, zoals Wieringa dat met de begeerte doet. Beide maken deel uit van een afstandelijk vertoog over lust en seks. De mens wordt weer gespleten in twee helften: de man die geniet van de seks en een andere man die angstig toekijkt.De vraag is of de begrippen begeerte en seksualiteit ook in de werkelijkheid bestaan. Je kan ‘begeerte’ of ‘seksualiteit’ geen hand geven, je kunt ze niet aanraken. ‘Verlangen’ en ‘begeerte’ ontstaan tussen twee mensen of bij één mens tegenover een ander mens. Het zijn gevoelens die door verschillende oorzaken opgewekt kunnen worden en die wel of niet kunnen worden uitgeleefd. Seksualiteit is ook geen massieve oerkracht, maar is het gehele proces van vormgeven van gevoelens van lust en verlangen tussen individuen. Eigenlijk kun je dus niet spreken over ‘de begeerte’ maar zijn er heel veel verschillende begeertes, één voor elk individu en voor elke seksuele gelegenheid.
De ‘leegte’ waar Wieringa het over heeft ontstaat volgens mij vooral als je dat andere individu niet wil kennen. Op het moment dat je je afsluit van de ander, haar objectiveert, ontstaat een toestand van vervreemding. Die vervreemding werpt je op solipsistische wijze op jezelf terug: de seksualiteit die je niet werkelijk kon beleven omdat je je niet openstelde voor de ander wordt tot een groot, verschrikkelijk subliem ding gemaakt. De angst voor de ander wordt de angst voor ‘de begeerte’. Het begrip wordt opgeblazen tot mythische proporties. Daarom zijn het meestal mannen voor wie seks altijd zo negatief voorkomt. Want het eerder besproken machistische discours, waarin seks een middel is om je ego op te vijzelen ten opzichte van een (denkbeeldige) groep mannen, maakt het moeilijk om je gevoelsmatig open te stellen voor anderen en voor de gezamenlijke beleving, die seksualiteit toch eigenlijk is. Het haalt ook het individuele van de gebeurtenis af en integreert de gebeurtenis al tijdens de daad, in het vertoog van de groep.
Nu kan men altijd tegenwerpen dat dit een wel zeer essentialistische manier van het definiëren van seksualiteit is. De schrijver van dit blog legt zijn persoonlijke gevoelens en waarden (authenticiteit, echtheid, gezamenlijke beleving) op aan anderen, maakt ze zelfs tot een universele, dwingende waarheid. Voor we het weten gaat hij ons paternalistisch voorschrijven hoe we seks moeten hebben en seks moeten verbeelden! In wat voor opzicht moeten we meer geloof hechten aan hem dan aan Heleen van Royen of Arie Boomsma van de EO, die immers ieder een bepaalde interpretatie van seksualiteit voorstaan?
Ik kan daarom als antwoord proberen objectieve criteria te vinden: het onderzoek, de psychologie en seksuologie induiken. Het ontologische probleem is echter dat zodra je de objectiviteit induikt je nu precies datgene doet wat ik bekritiseer, namelijk afstandelijk oordelen. Je schuift je persoonlijke normen en waarden opzij en kijkt naar de zaken zoals ze zijn. Dan kom je waarschijnlijk tot een heel liberaal oordeel: mensen verschillen nu eenmaal, wie zijn wij om ze te beoordelen, zolang het niet om criminele activiteiten gaat mag iedereen doen wat hij of zij wil. Met als resultaat een doorwoekeren van platte, ongeinspireerde seksreclames op televisie, voor vrouwen vernederende afbeeldingen op billboards en het seksistische voorbeeld voor jongeren in de gemiddelde hiphop clip. Maar door te objectiveren negeer je het gevoelsmatige deel van de discussie, terwijl dat net de kern is van seksualiteit, het gaat om een gevoel!
Om eerlijk te zijn heb ik geen God of Grote Ander nodig in de vorm van een bijbel of resultaten van wetenschappelijk onderzoek om mij te vertellen hoe ik over seks zou moeten denken. Wel luister ik graag naar persoonlijke verhalen van mensen: hoe beleven zij seksualiteit, wat voelen zij precies? Ik geloof dat de afwezigheid van een positief ideaal over seksualiteit heeft geleid tot de pornoficatie van de samenleving zoals die nu is. Het liberale denken heeft daar geen antwoord op. De EO heeft wel een positief ideaal (seks moet altijd gepaard gaan met liefde) maar ook dat is het mijne niet.
Ik postuleer dat seks echt moet zijn, doorvoeld en intersubjectief. Het moet een gebeuren zijn tussen twee mensen die elkaar als subject en niet als object behandelen. Daar kun je het mee eens zijn of niet. Je kunt het bestrijden vanuit je eigen gevoel. Maar belangrijk is dat het onderwerp is van gesprek, van discussie. Wanneer we als samenleving een beleid over seksualiteit willen voeren, dan moeten idealen over seksualiteit op een lege plek staan, waarbij voortdurend onder discussie staat welk ideaal –tijdelijk- op die plek mag zitten. Seksualiteit moet wederom gepolitiseerd worden, zoals het dat in de jaren ’70 was. Ik wil daarom geenszins de universele essentie van seks blootleggen, ik wil slechts een voorzet doen richting een debat over dat ideaal. Een debat dat ditmaal niet afstandelijk is. Waarbij we onszelf niet verliezen in slap relativisme, maar durven oordelen en daar consequenties uit te trekken.
Want er is behoorlijk wat af te dingen op het overheersende objectiverende en afstandelijke vertoog over seks. Ik heb hierboven beschreven hoe het kan leiden tot een zekere vorm van vervreemding, die terugkomt in de culturele verbeelding en reïficatie van seksualiteit. Het is de vervreemding die in extreme vorm is terug te zien bij Patrick Bateman in American Psycho. Voor hem is niet alleen seksualiteit, maar zijn ook andere mensen verworden tot dingen waarover hij heerst, die alleen maar tellen voor zover ze bijdragen aan zijn ego. In een overdreven en extreme vorm vertegenwoordigt hij een bepaalde houding, een specifiek discours ten opzichte van seksualiteit en tegenover vrouwen dat heel veel mannen in de verte zullen herkennen. Laten we dat op zijn beloop, of gaan we over dat vertoog met elkaar in discussie?
de rol van de vrouw mis ik. die valt GEMIDDELD meer op mannen die meer status hebben. Het aantal vrijgezellen is onder de mannen met een bijstandsuitkering 2x zo groot dan bij werkende mannen.
Voordat de schuld weer eens geheel bij de man wordt neer gelegd -is het aardig te beseffen dat vrouwen ook een rol spelen in de seksualiteit. En als ze zich nu eens echt geemancipeerd gedragen - ipv naar boven te kijken op de relatiemarkt - dan zouden ze dus massaal op mannen vallen die ze nu als maatschappelijke losers zien.
Doen ze niet.
In die zin zijn vrouwen , door hun neiging op mannen met status en macht te vallen, mede verantwoordelijk voor het ego van de man…
als de man zijn biologische neiging (veel vrouwen neuken) moet onderdrukken en dat doen de meesten al binnen een rela, dan zouden vrouwen dat ook moeten doen.
Of gaan we ons weer lekker op de man richten, zoals dylan aankondigt inzijn laatste zinnen. alsof elke man een Bateman is…
en de vrouw, die is dan weer schuldeloos..
Renzo, wat is je status? Dan kan ik even bepalen hoe aangetrokken ik me tot je voel. Het moet overigens wel een enorm hoge status zijn om mijn gevoel van afkeer van je denkbeelden te kunnen compenseren. Alhoewel volgens jouw overtuiging dat laatste dus een onbelangrijke en ondergeschikte rol speelt.
Feitelijk stel je het volgende: Ik kan iemand een vreselijk persoon vinden qua uiterlijk, denkbeelden, liefhebberijen, voorkeuren etc etc, maar als de status goed is val ik toch voor hem..
Wel, wel, zo leer ik nog eens wat…
Ik heb geleerd dat gefrustreerde mannen zich laten verleiden…
Nee, niet door vrouwen, die kiezen liever een man zonder pathetisch geweeklaag. Net zoals mannen liever een vrouw kiezen zonder pathetisch geweeklaag.
Gefrustreerde mannen laten zich verleiden door hun eigen tekortkomingen, namelijk het niet goed kunnen /willen omgaan met het andere geslacht uit angst macht te verliezen. Het gedogen van vrouwen (omdat het niet anders kan) moet het leven van zulke mannen wel tot een hel maken…..
Renzo, wat probeer je nu eigenlijk te zeggen?
/De rol van de vrouw mis ik/ welke rol wilde je die toebedelen?
/Die valt GEMIDDELD op mannen met macht/ schrijf je GEMIDDELD bij voorbaat met hoofdletters zodat je jezelf tegen commentaar op deze uitspraak kunt indekken?
Wat fijn dat vrouwen ook een rol spelen in de seksualiteit. Het zou zo eenzijdig worden anders.
En mijn emancipatie zit dacht ik niet in het vallen op losers.
Sinds wanneer is het vallen op status en macht inherent aan vrouwen? Mensen die samenleven hebben samen ook verantwoordelijkheid voor elkaar (dus ook elkaars ego), maar jij maakt een abstract monster, afwijzing genaamd, dat alle vrouwen bij zich dragen.
/Als de man zijn biologische neiging (veel vrouwen neuken) moet onderdrukken en dat doen de meesten al binnen een relatie, dan zouden vrouwen dat ook moeten doen/ Ah, je wilt de gerechtigheid laten zegenvieren? Als jij vals speelt met knikkeren mag ik dat ook, zoiets?
Wil je een kopje thee en een knuffel voor je gaat slapen?
Dan kan ik straks de tekst van Dylan nog eens goed lezen (en hou ik op met spotten)
lullen over seks is plezant. zo blijkt.
minder gezever, meer seks!
Misschien handig om weer even on-topic te gaan?
Ik denk dat Dylan het treffend verwoord dat seks iets geobjectiveerds is, terwijl het intersubjectief zou moeten zijn. Ik vraag me alleen af of we dan ook daadwerkelijk van seks weer iets gepolitiseerds moeten maken: gepolitiseerde seks en geobjectiveerde seks hebben namelijk één ding gemeen: ze spelen zich beiden af in het publieke domein. Weliswaar op een andere manier, maar of een man nu zegt: “Kijk eens hoe stoer ik ben met hoeveel vrouwen ik “bal” ” of “kijk eens hoe gevoelig intersubjectief ik ben met [naam] “, in beide gevallen speelt die publieke dimensie een grote rol. Hoe je het ook wendt of keert, politiek is publiek.
Mijns inziens zou het een goed idee zijn om seks en seksualiteit juist weer een beetje wég te drukken uit het publieke domein. Don’t get me wrong: ik ben geen ChristenUnie-aanhanger,en houd er geen conservatieve seksuele moraal op na. Niettemin: als we van seks weer iets tussen volwassen, hopelijk verstandige personen maken, in plaats van een massagoed of een gepolitiseerd iets, dan krijgen we precies weer datgene wat zo node ontbreekt in de moderne seksuele moraal: intimiteit.
@Dada nee dat denk ik juist niet. Want we kunnen wel stellen dat in het publieke domein de ‘geobjectiveerde seks’ erg aanwezig is: het kijk-eens-hoe-stoer-en-sexy-ik-ben, maar juist níet de vraag hoe seks verbindend kan zijn, vol aandacht of intiem. Dus wat mij betreft hoeft seks niet weg uit de publieke ruimte, maar moet, zal ik maar zeggen, de kwaliteit van de discours omhoog. Wil je seks echt zo blijven afbeelden en beschrijven als in de raps en clips, als in vel reclame? Of wil je het er een keer anders over hebben. Misschien moeten we de reclamezuilen eens overspuiten met liefdesgedichten.