Onvruchtbare idealisten
zondag 6 januari 2008 door Tamira Combrink
In Wintergasten vroeg Joris Luyendijk aan Naomi Klein of ze dacht dat Milton Friedman slecht was. Ze had de founding father van de neoliberale doctrine net beschuldigd van het actief gebruik van een strategie van shock-therapie om neoliberale beleidswijzigingen door te drukken. Maar of hij slecht was? Ze wist het niet. Eerder in het interview noemde ze een dokter die niet op het idee was gekomen over te werken tijdens de ramp in New Orleans, een product van het systeem… “Gewoon een eikel” bromde mijn vriend vanuit zijn leunstoel.
Er zijn natuurlijk genoeg eikels op de wereld, maar slechte mensen? Wat zijn dat? Het idee werkt altijd een beetje op de lachspieren: heksen, sprookjes, satans… Ondanks het plezier dat ze schept in tekenfilms wil Naomi Klein er toch niet aan om Friedman als een manische professor neer te zetten die de wereld wilde veroveren. - Dat, terwijl ze over het algemeen toch niet zo een probleem heeft met tendensieuse metaforen die psychologisch sterk werken (“er zijn drie soorten shock’s, de nationale, de economische, en de electrische shock van de marteltafel”), maar ze zag er waarschijnlijk niet veel brood in: Een persoonlijke aanval op een dode denker leidt alleen maar af van de actuele punten. - Nee, dan verwijt ze liever ‘het systeem’, een veranderbaar ideologische onderbouwt systeem.
Maar hoe zit het eigenlijk met de psychologie van onze neoliberale medemens? Ik moest denken aan eindeloze discussies die ik gevoerd heb met leeftijdsgenoten die geloven dat uiteindelijk al ons gedrag te herleiden is tot eigenbelang. Zij geloven dat eigenbelang onoverkomelijk en onvermijdelijk de meest basale drijfveer is. Mensen met een dergelijk essentialistisch geloof in Eigenbelang zijn natuurlijk ook geneigd te geloven in theorieën die vertellen dat eigenbelang ook uiteindelijk leidt tot een goed resultaat voor iedereen. In plaats van een pessimistische wereldvisie en een ’slecht’ mensbeeld, kunnen zij zich dan optimistisch en zelfvoldaan voelen. ‘Ik ben noodzakelijk egoïstisch, maar daar wordt de wereld beter van.’ Wat een bevrijdende ideologie moet het liberale equilibrium-denken voor die mensen zijn.
Waar komt dat geloof in eigenbelang eigenlijk vandaan? Er zijn vele denkers in verschillende tijdperken en plaatsen die op het idee komen dat de mens in de kern een egoïstisch individu is. Egoïsme lijkt onmiskenbaar een universeel voorkomend en tamelijk wezenlijk menselijk fenomeen. Maar er zijn ook altijd veel denkers die niet geloven dat het de kern van het bestaan is. Was Hobbes niet een blinde sukkel die blijkbaar te autistisch was om zich te herinneren dat hij ook een moeder had gehad en een baby was geweest?
Een individu kan moeder zijn, maar een moeder is per definitie geen op zich zelf staand individu. Het woord impliceert een relatie: een relatie met een ander levend wezen dat compleet afhankelijk van haar is. Het woord impliceert ook tijd: een relatie met een levend wezen dat groeit, dat eerst mini is en dan groter en ouder wordt. Filosofieën waarbij een ‘natuurtoestand’ geschetst wordt waarin deze basisgegevens van het leven compleet genegeerd worden, zijn totaal belachelijk.
In de abstracte kern van het menselijk bestaan kan het niet anders dan dat er altijd drie zijn: de kip én het ei, en de haan niet te vergeten. In de basis is de mens het product van geslachtelijke voortplanting. En van het zogen, want een verbannen baby komt niet ver. Dat er daarnaast individualiteit is - persoonlijke overlevingsdrang en/of ik denk dus ben - is ook wezenlijk maar kan niet zonder het andere.
Zijn moeders egoïstisch? Ja, zullen sommige moeders zeggen die nog een beetje moeite hebben met de baby die net uit hun buik gekomen is te zien als iets anders dan zichzelf. Ja, zullen andere moeders zeggen, want het verzorgen van die baby is het enige wat hen nu gelukkig maakt. Maar feit blijft dat het moederschap, het sine qua non van het bestaan, van de individualiteit, van het denken en doen, zwaar ondergetheoretiseerd is en zeker binnen het liberale equilibrium-denken.
De uiterste consequentie van het eigenbelang-denken leidt niet gemakkelijk tot moederschap: ingewikkelde irrationele hormonen en/of culturele waarden en structuren moeten te hulp schieten om het helpen overleven van babies te verklaren. Zonder dat leidt het in de praktijk brengen van de eigenbelang-these theoretisch tot ‘human self extinction’.
Dit onvruchtbare eigenbelang-denken wordt mensen tegenwoordig echter massaal aangeleerd. Met daar aanhangig het aanlokkelijke neoliberale geloof dat het toch allemaal goed komt. In die zin zit Naomi Klein tegenwoordig misschien toch in haar broer’s actie groep SAGE: students against global extermination.
In mijn omgeving zijn gelukkig nog veel jonge mensen die niet in eigenbelang geloven. Ze krijgen de laatste tijd allemaal grote jongens van wel negen pond. Het verzet groeit…?
Als je het boek “The Selfish Gene” van Richard Dawkins leest, kun je daaruit leren dat altruistisch gedrag vaak op lange termijn leidt tot voordeel voor het gen wat dat gedrag veroorzaakt. Eigenbelang is denk ik de enige realistische drijfveer (waar je zelf invloed op hebt).
Waar het hier om gaat is wat voor jezelf belangrijk is. Als je je hele leven vooruit overdenkt en misschien nog een paar generaties daarna, kom je misschien wel tot hele andere beslissingen dan als je vooral aan de komende 2 minuten denkt.
Het veschil tussen progressieve denkers (meestal links) en (neo) conservatieve denkers (meestal rechts) is volgens mij dat progressieven proberen de wereld op lange termijn te optimaliseren en dat conservatieven niet zover doordenken en bang zijn om voor de lange termijn vooruit te denken en op basis daarvan radicale veranderingen in het hier en nu door te voeren. Die zijn dus blij met korte termijn resultaten, want dat is “veilig”. Zo kun je prima met een slakkegangetje de afgrond inrijden.
In jip en janneketaal: je zou kunnen stellen dat slimme conservatieven “evil” zijn en domme progressieven “roekeloos”. De andere conservatieven zijn gewoon kortzichtig en dom
En dan heb je nog de windvanen die stemmen wat ze financieel op dat moment het beste uitkomt, die zijn (asociaal of opportunistisch).
/Simon
@Simon: Richard Dawkins hangt een ‘vernistheorie’ aan. Volgens zo’n theorie is moraal een dun laagje vernis over ene kwade natuur. Dit is niet onomstreden. Er is bovendien geen empirisch bewijs voor. Dergelijke theorieën worden bijvoorbeeld door Frans de Waal bestreden. Lees bijv. ‘Van nature goed: over de oorsprong van goed en kwaad in mensen en andere dieren’ (199
of ‘De aap een de filosoof: Hoe de moraal is ontstaan’ (2007). Hij baseert zich daarbij op onderzoek naar mensapen, op hersenonderzoek en op bevindingen in de psychologie.
@Nirvana, volgens mij is de evolutieleer nogal amoreel. Ik ben niet op de hoogte van die andere boeken die je noemt, maar dat klinkt wel interessant.
Over moraliteit heb ik wel “Lila” van Robert Pirsig gelezen (ook van “Zen, and the art of motorcycle maintenance”). Daar zou je uit kunnen halen dat het ethisch verantwoord is als een veel verder geevolueerd wezen een minder geevolueerd wezen vertrapt in het proces van bestaan. (Hij ziet een stad als een geevolueerde organisatievorm die hoger staat dan de mens, als ik het tenminste goed begrepen heb).
Wat dit met het oorspronkelijke onderwerp te maken heeft weet ik niet
/Simon
Volgens mij vroeg Joris Luyendijk aan Naomi Klein of zij wist of Milton Friedman zelf vond dat zijn ideeën uiteindelijk (alleen maar) slecht hadden uitgepakt, en vroeg hij niet of zijzelf hem slecht vond. De vraag zoals JL hem bedoelde kon zij alleen maar met ‘I don’t know’ beantwoorden. Ze voegde eraan toe dat ze hem voor haar boek ‘The Shockdoctrine’ had willen interviewen, zodat ze hem dit kon vragen, maar dat hij toen inmiddels overleden was.
@Simon: (Deze was ik even vergeten.) Moreel gedrag kan voordelen hebben voor een groep om te overleven. Denk bijv. aan het nut voor overleven van ‘eerlijk’ delen (volgende keer deelt de ander in de winst), ‘goede’ reputaties, het oplossen van conflicten.