Angst voor diversiteit en ontmoeting in Rotterdam
zaterdag 22 december 2007 door redactie
In het kader van de gastbijdragen en de discussie over hoe om te gaan met de politiek van Geert Wilders, vandaag een gastbijdrage van Gerard van der Veer. Van der Veer is freelance publicist; hij reageert op de bijdrage van André Meiresonne van gisteren.
In plaats van Wilders te bestrijden kun je beter in gesprek gaan met zijn aanhang. Dat zijn mensen in ontredderde toestand, zonder houvast. PVV, SP en TON bieden hen politiek asiel. Met begrip voor hun marginale positie en met behulp van wijsheid en ervaring kun je hun vertrouwen winnen. Soms zul je ze moeten tegenspreken: “Hou op met sentimenteel doen en met anderen de schuld te geven”. Maar als het lukt, boor je een enorme maatschappelijke krachtbron aan. Dat is de boodschap van André Meiresonne.
Ik ben het gedeeltelijk met Meiresonne eens. Wildersaanhangers zijn mensen. Mijn bezwaren:
1. Meiresonne creëert een onnodige tegenstelling tussen contact met de aanhang van Wilders óf weerwoord tegen de politieke voorstellen van de PVV en de politicus Wilders. Beide zijn nodig en niet uitputtend.
2. Meiresonne psychologiseert de aanhang van Wilders. Hij stelt ze voor als patiënten, die ‘wij’ moeten helpen. De licht patroniserende opstelling rijdt zijn pleidooi voor respect voor deze mensen in de wielen. Door ze ziek te verklaren neemt hij ze ook niet helemaal serieus. Zichzelf wel. Maar heeft Meiresonne wel gelijk met zijn diagnose? Naar mijn mening is hij te eenzijdig psychologisch.
De PVV is een politieke beweging, geen psychologische uitlaatklep
Standpunten van de PVV en woordgebruik van Wilders doen ertoe. PVV-definities van problemen beïnvloeden het maatschappelijk debat en ook Wilders’ taalgebruik bewerkt wat. De uitdrukking “tsunami van islamisering” versterkt bijvoorbeeld de associatie van islam met negatieve dingen. Elke herhaling in de media bekrachtigt het effect. Dat werkt ook in op niet-Wildersstemmers. Je hebt beïnvloeding niet voor het kiezen.
Voor Meiresonne doen de precieze standpunten van de PVV er niet zo toe. Op het relevante niveau is de PVV uitwisselbaar met SP en TON. Relevant is het verkondigde simpele wereldbeeld met duidelijke tegenstellingen. Dat geeft de PVV-stemmers houvast en biedt een tijdelijk onderkomen. Meiresonne schrijft dat Wilders verwoordt “wat heel veel mensen denken en vinden”. In deze formulering valt minder op dat de precieze woorden er bij hem niet toe doen. Uit andere formuleringen komt het meer naar voren: “Hij geeft hun onmacht woorden” en “[PVV, SP en TON bieden] geen oplossingen die werken, but who cares? Wel een uitlaatklep voor de frustraties van massa’s mensen”.
Terzijde, Meiresonne redeneert hier vanuit de PVV- en SP-kiezer. Hoe moeten we de politici en actieve leden/deelnemers van PVV en SP eigenlijk beoordelen? Zijn dat rattenvangers van Hamelen (opportunisten, met al dan niet verborgen agenda)? Of mensen die zelf, ondanks de schijn van zelfredzaamheid, eveneens gevangen zijn in een simpel wereldbeeld, waarachter veel woede en angst te herkennen zijn?
De standpunten van de PVV en de politicus Wilders (en eventuele andere fractieleden die aan postuur winnen) kunnen mijns inziens effectief bestreden worden. En dat is ook nog eens de moeite waard (het zou me wat worden, anders verklaar je iedere politiek van woorden failliet!). Het lukt alleen nog slecht. Dat ligt aan de tegenstanders. Zij richten hun pijlen teveel op de persoon Wilders. Ze spreken hun afschuw uit en doen aan moreel vermaan. Zo verandert niets. Beter kunnen zij hun pleidooien afstemmen op het beïnvloeden van de achterban van Wilders. Is dat namelijk niet de bedoeling?? Rechtse politici hebben hier een betere uitgangspositie. Zij kunnen veel probleemdefinities van Wilders overnemen. Links staat, zoals bekend, hier betrekkelijk machteloos. Links kan Wilders een ‘klein gelijk’ geven: de opname van een grote groep niet-Westerse migranten in onze samenleving gaat gepaard met problemen en ja, er is een probleem met de radicale islam. Maar elk pogen het probleem te relativeren, bestrijdt Wilders effectief (voor zijn aanhang) als politiek correct wegkijken. Aan te raden tactiek, voor zowel rechts als links, is Wilders aan te vallen op de doeltreffendheid van zijn oplossingen. Je hoeft dan minder in discussie over de realiteit van de problemen zoals Wilders ze schetst. Het aantonen van de feilen van zijn oplossingen, brengt vanzelf bij de feilen van zijn analyse. Maar denk aan de Wildersaanhang! Vertrek zoveel mogelijk vanuit hun probleemdefinities!
Een aanval op het gebrek aan doeltreffendheid van zijn oplossingen is ook de meest effectieve manier om de politicus Wilders aan te tasten. Vraag naar de details van zijn plannen en hoe die bijdragen aan het bereiken van het beoogde doel. Knieschoten, de wonderbaarlijke werking van een Koranverbod (toch een bijzonder boek?). De kunst is er cabaret van te maken dat de Wildersaanhang een lach ontlokt. Dus moet je van Geert Wilders houden. Herman Finkers, geen Hans Teeuwen.
Tot slot, zo sterk staat Wilders politiek ook weer niet. Hij preekt vooral voor eigen parochie. Hij overtuigt weinig mensen die het niet al (bijna) met hem eens zijn. Zijn natuurlijke achterban is begrensd, hoewel een aanzienlijk deel van het electoraat. Die achterban wordt echter vanzelf een probleem naarmate Wilders meer stemmen bij hen weghaalt. Dan brengt hij tweedracht zijn beweging binnen. Hanteren daarvan vraagt vervolgens meer overtuigingskracht dan hij nu nodig heeft. Hij kan ook kiezen voor machtspolitiek om de eenheid te bewaren. Maar dat is maar beperkte tijd vol te houden (zie SP). Is het voorgaande een structurele zwakte van Wilders, direct bruikbaar voor politieke tegenstanders is de moeite van Wilders met kritische vragen. Reden te meer om het debat met hem te zoeken over de doeltreffendheid van zijn oplossingen! Buiten de Tweede Kamer mag hij het willen ontlopen, daarbinnen kan hij het niet zonder gezichtsverlies.
Respect en betrokkenheid
De Wildersstemmers zijn volgens Meiresonne arme sloebers. Geestelijk of materieel. Het zijn mensen die gewoon op straat lopen, die je bij de kassa tegenkomt of in de tram. Mensen “aan de kant”, “mensen die geen idee hebben hoe ze hun dagelijkse problemen in hun eentje op moeten lossen”. Villawijkbewoners zijn niet de eersten waaraan je hierbij denkt, hoewel ook daar SP- en Wildersstemmers te vinden zijn en hoewel Meiresonne zegt dat het “je buren” kunnen zijn. Dat laatste adresseert Meiresonne aan ons, Waterloglezers. Dat zijn in aanzienlijke mate GroenLinksstemmers en die wonen, zoals bekend, vaak in de betere buurten. Over deze arme sloebers moeten wij ons ontfermen, omdat we anders een groot maatschappelijk potentieel teloor laten gaan. Zonde! Tijd voor sociaal bewogen interventie, “echt slimme oplossingen”, door aanhangers van de gewone politiek.
De korte weergave van de oplossingsrichting doet vermoeden dat Meiresonne sterk geïnspireerd is door zijn werkzaamheden als trainer: “Hen vragen hoe we ze kunnen helpen, waar ze behoefte aan hebben. Gewoon een menselijk gesprek en daarin ook durven zeggen dat het echt nooit meer wordt zoals het was”. Hier kan ik me vergissen. Ik heb niet de moeite genomen (tijdgebrek) me te verdiepen in zijn artikelen.
Met hoeveel respect en betrokkenheid gaat Meiresonne zelf om met de Wildersstemmers? Niet zo heel veel. Het pathologiseren van hun overtuigingen maakt een gesprek bij aanvang al onmogelijk. Het is een dokter – patiëntgesprek, met hij en wij in de rol van dokter. We hebben begrip maar zijn zelf niet te overtuigen. Wij hebben geen probleem.
Wildersstemmers denken daar anders over en terecht. Zij hebben een probleem met Waterlandsympathisanten. We vertegenwoordigen beide uiterste polen op de dimensie “gemeenschapsdenken” – “individualisme/vrijzinnigheid”, dus voldoende gesprekstof. Wij vinden hen rigide en uitsluitend, zij ons…decadent? Ziek? Ben benieuwd of op een PVV-gelieerd blog ook een Meiresonne actief is!
Conclusie: betrokkenheid en respect, vanzelfsprekend. Maar neem dan – dus – de mening van Wildersstemmers serieus. Tot er reden is aan ‘ziekte’ te denken.
Geborgenheid en autonomie
En als ze ‘ziek’ zijn, wat dan? Hoe daar mee om te gaan? Goede maar lastige vraag. Wat voor sommigen oprechte zorg om het klimaat is, is voor anderen irrationele angst. En omgekeerd beleven sommigen het vertrouwen dat het goed gaat of door technologische ontwikkelingen goed komt met het milieu als pathologisch ontkennen. Pas op met anderen gek of ziek verklaren.
Misschien zijn veel Wildersstemmers irrationeel bang, zoals Meiresonne suggereert. Het kost weinig moeite je in hun bedreigde wereld te verplaatsen. Ook linkse mensen kunnen irrationeel bang zijn. Globalisering, de komende suprematie van China, het sprinkhanenkapitalisme van hedgefunds…Hannibal aan de poorten!
En misschien verschillen de bedreigde burgers die het kiezerskapitaal van Wilders vormen vaak van Waterlandsympathisanten in hun behoefte aan ordelijkheid, in hun afwerende reactie op diversiteit. Het is gemakkelijk maar onterecht dat als ‘ziek’ af te doen.
De PVV lijkt slechts tijdelijk een schuilplaats aan irrationeel bange mensen te kunnen bieden. De saamhorigheid van de PVV komt niet van binnenuit maar is gebaseerd op gezamenlijke uitsluiting van een Zij-groep. Daar is geen autonomie te vinden, geen intimiteit. Hé, nu haal ik politiek en persoonlijke door elkaar.
Ook links vond na de Tweede Wereldoorlog saamhorigheid in een zich gezamenlijk afzetten tegen een Zij-groep: nooit meer Auschwitz. Naarmate de hieraan verbonden idealen werden gerealiseerd, bleken ze niet leefbaar. Heijne, waarop ik me hier baseer, schrijft: “De idealen waarmee ik opgroeide waren gemeenschapsidealen, die vreemd genoeg geen werkelijke gemeenschap tolereerden – Europese eenwording, een multiculturele smeltkroes, een wereldgemeenschap van verlichte ongelovigen”. Hij noemt het, naar Safranski, “een thuishaven zonder geborgenheid”.
Alle mensen maken zich een kleine, knusse wereld in de onherbergzaam grote. Elk huis heeft muren. Waterland vertrekt vanuit het individu en is van de ‘lichte gemeenschappen’, relaties als het tijdelijk lidmaatschap van de tennisclub. Behalve de intieme relaties, want nou ja, bloedband en zo, knipt moeilijk door. Gemeenschapsdenkers hebben een ander vertrekpunt. Het individu bloeit op en komt tot wording in relaties (opvoeding). Autonomie en afhankelijkheid zijn verstrengeld. Dat is de common ground. Beide hebben hun valkuil: het asociale individu of het groepsbelang/de traditie welke het individu knevelt. Mensenrechten, neergelegd in tal van internationaalrechtelijke verdragen en in onze Grondwet, bevoorrechten het individu, beschermen het tegen een te opdringerige staat of gemeenschap. Dat is de theorie en grotendeels de praktijk – in Nederland. Maar het gevecht gaat door.
De thuisloosheid van de Wildersstemmer is modern. Het zijn niet mensen die de aansluiting missen met de moderne tijd. De vermaning van Meiresonne dat we Wildersstemmers moeten “durven zeggen dat het echt nooit meer wordt zoals het was (en waarschijnlijk nooit geweest is)” is bevooroordeeld. Willen Wildersstemmers wel terug naar de jaren vijftig?
De titel van deze bijdrage is ontleend aan de aankondiging van een debat door de jongerenredactie van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (geciteerd in Heijne). De jongeren constateren bezorgd een toenemende party apartheid in Rotterdam anno 2007. In de 80s en 90s mixten culturen, leeftijden, etniciteiten, geaardheden en levensstijlen nog harmonieus in de Rotterdamse uitgaansscène. Maar nu lijkt sprake van een monocultuur. Sprekende titel van het debat: Mixlukt: iedere subcultuur zijn eigen feestje? John Gray heeft betoogd dat Al-Qaida een ‘modern’verschijnsel is. Net zo vindt Heijne de vraagstelling van de jongerenredactie ‘modern’. Want er is geen sprake van nostalgie naar ‘vroeger’ (nou ja, vroeger). De jongeren vragen zich ook af óf er wel een probleem is. Wat is erop tegen om je terug te trekken in je monocultuur?
Tot slot
Waterland is voor socialisme terwille van het individualisme, maar valt nog niet op door heldere ideeën over het individu. Het richt zich tot dusver meer op het sociale, bijvoorbeeld op radicale kansengelijkheid of op verzachting van het kapitalisme. Ik ben zo vrij het individualistisch streven van Waterland te plaatsen onder de noemer van levenskunst, in de opvatting van Dohmen. Dohmen voelt inmiddels de noodzaak de levenskunst te onderscheiden van een reeks verwante activiteiten en praktijken, zoals ‘lifestyle’, ‘aan jezelf werken’, ‘de kunst van het genieten’ of ‘zen-boeddhisme’. Met Waterland deelt Dohmen een gerichtheid op sociale rechtvaardigheid, een individualisme dat niet zijn ogen sluit voor de buitenwereld.
Dat is misschien een laatste verschil met Meiresonne.. Ik vermoed dat Meiresonne’s filosofie tot een van de categorieën behoort die Dohmen’s banvloek over zich afroepen. Excuses als ik me vergis, ik heb een vooroordeel tegen het trainersgilde dat het Nederlands medewerkerspotentieel in arbeidsorganisaties ondersteunt en tot bevlogenheid brengt. Mijn wantrouwen wordt ook gevoed door het optimistisch slot van Meiresonne: “Als we onze intelligentie nou eens gebruiken om met echt slimme oplossingen te komen? En ons vooral niet vergissen in wat er allemaal aan energie aanwezig is. Energie die nu vaak negatief is. Diezelfde energie kan ook positief worden. Als we die nou eens aanboren”. Ik behoor, met Heijne en Dohmen, meer tot de pessimisten, het bekende verhaal van het menselijk tekort. Geen reden om er niet het beste van te pogen maken. Maar reden tot enige scepsis.
De noten:
- Roderik van den Bos en Lars Duursma, ‘In debat met Wilders: speel niet op de man maar praat over de inhoud’, NRC, 29 september 2007
- Joep Dohmen, Tegen de onverschilligheid, Ambo (2007)
- Lars Duursma, ‘Geert Wilders: Veilig verscholen achter een sporadische oneliner’, NRC Next, 24 oktober 2006
- Bas Heijne, Onredelijkheid, De Bezige Bij (2007)
Ten overvloede: realistisch doel is Wildersstemmers terug te brengen bij de partijen waar ze vóór de PVV op stemden.
Eigenlijk kom ik voor mezelf tot de conclusie dat de grootste zwakte van de groep mensen die zich willen inzetten voor een andere politiek dan die Wilders en aanverwanten de volgende is:
we kunnen het al niet eens worden over de juiste/beste/meest effectieve/waardigste aanpak om iets te weerleggen…
De kracht van Wilders (etc) is dat deze groep mensen wel allemaal dezelfde lijn volgen: Duidelijke taal (hoe krom ook), eenduidige oplossingen (hoe onhaalbaar ook) en standvastigheid (hoe wankel ook de basis).
Daar staan ‘wij’ dan tegenover met het weerleggen van elkaars aanpak (waar ik gretig aan mee doe/deed). Maar uiteindelijk raak ik er gewoon van in de war dus. De ene keer denk ik…, Jaaah, dat is een goed idee. De volgende dag voel ik ook sympathie voor het andere idee enzovoorts, enzovoorts. Ze allemaal bundelen tot één aanpak lukt niet en daar zitten we dan.
De politiek vertoont dit vacuüm momenteel ook vrees ik, naast een te gemakzuchtige houding die ik toch ook constateer.
Gevolg: ik weet het niet meer….
Hebben meer mensen dit of ben ik gewoon een zielige figuur die zich laat mangelen?
Dank voor je reactie, Karin.
Nou, er zijn wel meer smaken dan de twee die je ons twee keer voorhoudt…
Zo is er een boom op te zetten over de plus- en minpunten van “laat duizend bloemen bloeien” en “eendracht” (bundelen tot een aanpak) als manieren om “gelijk te halen”. Het hangt er maar helemaal vanaf op welk doel je je richt. Voor een politieke partij is het vaak verstandig om met een mond te spreken. Maar daarbuiten…Bij verschillende doelen en doelgroepen passen verschillende tactieken. De door mij geschetste aanpak op hoofdlijn (niet meer dan weergeven van de mening van Duursma, een overtuigingsdeskundige / goede debater ) is gericht op het overtuigen van Wildersaanhangers. Moeilijk voor een linkse politicus die dit overweegt is om niet je linkse aanhang te vervreemden. Die kan je namelijk teveel vinden meebuigen met Wilders. Een rolverdeling kan handig zijn: een richt zich op het paaien/verdelen van de Wildersaanhang, een ander op het eigen electoraat.
Ik wilde vooral bepleiten: denk eens minder vanuit het eigen gelijk en sta meer stil bij: wie wil ik overtuigen en hoe pak ik dat aan, voor welke belangen, waarden en stijl zijn deze mensen gevoelig? Dat is wat anders dan het type discussie hier gevoerd.
Je moet je aanpak en argumenten kiezen met het oog op je doelgroep, hoeft het zelf zelfs niet helemaal te menen. Je zult wat meer ‘politicus’ moeten zijn en wat minder huiskamerintellectueel.
Ik ga ervanuit dat Wildersstemmers even divers zijn als linkse stemmers. Is de indruk dat ze allemaal als een mens dezelfde dingen uitdragen niet illusie? Misschien dat je bepaalde dooddoeners op blogs veelvuldig tegenkomt (linkse kerk, politiek correct, wegkijken) maar dat is mogelijk meer omdat blogs nu eenmaal meer kankerpitten trekken.
@ Gerard
Dank voor de toelichting. Ik kan er wel wat mee, maar blijf wat sceptisch voor mezelf. Het is ook niet zo dat alle Wilders aanhang dezelfde taal spreekt nee en variatie zal er onder hen hopelijk zijn in genuanceerdheid en redelijkheid (ik ken deze mensen te weinig in real life, wat het lastig oordelen maakt), maar ik doelde eigenlijk meer op de politieke taal die gebezigd wordt door mensen als Wilders en Verdonk die beiden dus veel mensen weten te binden. Dat maakt ze op dit moment naar buiten toe sterk voor mijn gevoel en tegelijkertijd is het daardoor moeilijk voor anderen dat te weerleggen.
Ook daar geldt dan namelijk dat het er niet zoveel toe doet hoe we reageren (boos, honend, inhoudelijk etc), omdat ze als een soort halfgoden worden vereerd. Wie vereerd is niet of nauwelijks vatbaar voor kritiek, ietwat sektarisch ingesteld en dus teveel in de ban van het geloof in de verkondigde ‘waarheden’ en charisma’s zo je wilt. Het lijkt dus haast een soort religie te worden op deze manier. Alleen te weerleggen met een nieuwe ‘religie’ in de vorm van een evenzo krachtig en overtuigend weerwoord als die van de opponent..
Het feit dat een overtuigingskundige wordt genoemd geeft dit al een beetje aan.. Er moeten mensen overgehaald worden door ze het andere gevoel te laten beleven en dat als waarheid te accepteren…
Geen gemakkelijke taak, maar dat is geen reden het er maar bij te laten zitten. Door een afwachtende houding is nog nooit een ‘gelovige’ overtuigd vrees ik.
Afijnn, ik heb nog een stille hoop.. Ik moet nog zien hoe standvastig de aanhang zal blijken te zijn namelijk. De waarheid die verkondigd wordt met alle radicale oplossingen erbij zal zichzelf een keer verloochenen en iedereen weet dat kiezers niet van valse beloftes houden, ook niet van mensen die politicus van het jaar worden.. Juist niet van zo iemand. Een politicus van het jaar die veel pretendeert moet het dan ook maar eens waarmaken…
Uw niet overtuigende ‘dominee’ Karin
Beste Gerard,
Je weet nogal wat van en over mij. Je lijkt me te kennen, maar ik voel me niet gekend. Je citeert me veel, en dicht me vervolgens dingen toe die ik niet gezegd heb (’ziek’, ‘arme sloebers’). Is dat een debattechniek, een discussietruc? Ga je echt op me in, of gebruik je mijn verhaal om je eigen verhaal te vertellen?
Wat er nu gebeurt is wat mij betreft onvruchtbaar: twee mensen die zich allebei zorgen maken gaan zich druk maken over elkaar. In plaats van samen te werken aan oplossingen voor waar het over gaat: een verruwing en vergroving van maatschappij en politiek die op allerlei manieren negatieve effecten heeft.
Je noemt me ‘licht patroniserend’. En ik zou ‘psycholiseren’. Wie weet, en wat dan nog? Kinderen zeggen: Wat je zegt ben je zelf. Daar moest ik aan denken toen ik je stuk las. Met als uitsmijter je laatste regels: ‘Ten overvloede: realistisch doel is Wildersstemmers terug te brengen bij de partijen waar ze vóór de PVV op stemden.’
Ik begrijp de reactie van Karin. Ik weet het vaak ook niet meer. Wat ik ondertussen wel zie is dat ondernemende mensen een verschil maken. Terwijl ‘de politiek’ niet veel verder lijkt te komen dan nog meer regeltjes bedenken of een moreel beroep doen. Of machteloos te hoop lopen tegen degenen die het systeem uitdagen.
Ja, ik ben optimistisch, hoopvol en vol vertrouwen. Gelukkig wel (en niet alleen met kerst). Want in die instelling schuilt voor mij de sleutel naar vooruitgang. Ik zie het werken, direct om me heen. Ondernemende mensen die, los van politiek en instituties, op eigen kracht het goede doen.
Wantrouwen, skepsis en ongeloof klinkt heel verstandig. En we noemen het ‘realistisch’. Maar voor mij is het de dood in de pot. Ik word er niet blij van. En het lost volgens mij niets op, brengt een betere wereld niet dichterbij. Het versterkt volgens mij zelfs de collectieve onmacht en onvrede.
Groeten, Andre
Dag Andre,
Ook jij bedankt voor je reactie.
Ik gebruik je reactie inderdaad deels als kapstok voor een kort betoog over de noodzaak van meer uitgewerkte opvatingen over individualiteit bij Waterland. In dat betoog ben je stroman. Ik geef aan alleen je Waterlogreactie gelezen te hebben en je denkbeelden onder ‘trainersfilosofieën’ (niet letterlijk gebezigd) te rangschikken op basis van een quote.
Ik kan me voorstellen dat het ongemakkelijk aanvoelen kan. Niettemin is de vraag: heb ik een punt? Snijdt mijn kritiek op je probleemanalyse en oplossingen hout?
Mijn ‘ziek’ (inclusief aanhalingstekens) en ‘arme sloebers’ accentueren (via overdrijving) elementen van je betoog. Ik maak bezwaar tegen:
Een onduidelijke rol van jou (en ‘ons’ vermeende medestanders): spreek je met Wildersaanhangers als hulpverlener (coach, trainer) of als iemand met een andere politieke overtuiging?
• Het verwarren van het niveau van het politieke en het persoonlijke. De overtuigingen van Wildersstemmers worden door jou als ‘symptomen’ behandeld.
• (daarmee verbonden
Ik verklaar het een riskante en af te raden strategie mensen met andere politieke overtuigingen te psychologiseren. Je geeft toe te psychologiseren (“En ik zou ‘psycholiseren’. Wie weet, en wat dan nog?”).
Ik ben benieuwd naar je antwoord op de vraag: ben je met me eens dat psychologiseren een riskante en soms onfatsoenlijke strategie is?
Jij meent dat het onvruchtbaar is dat ons druk maken over elkaar in plaats van over de problemen. Mij lijkt het vruchtbaar kanttekeningen te plaatsen bij de door jou aangedragen, mijns inziens niet dóeltreffende oplossingen voor problemen. En ik keer me tegen jouw probleemdefinitie: Wildersstemmers zijn de weg kwijt (als persoon).
In het slot van mijn reactie beveel ik zeer kort de filosofische levenskunst aan als oriëntatatie voor Waterland op het gebied van ‘individualisme’. Ik rangschik jouw trainersfilosofie onder de populaire levenskunst. Die gok lijkt me terecht, gezien ook je reactie nu. Je oordelen nu zijn het omgekeerde van die van Dohmen over de populaire levenskunst. Stel jij inspirerend optimisme tegenover ‘dood in de pot’-realisme, Dohmen plaatst ‘bescheidenheid’ (scepsis) tegenover overdreven maakbaarheidsdenken. Ook is filosofische levenskunst een sociale filosofie, is het individu niet alfa en omega (Dohmen noemt dat onvriendelijk ‘narcisme’). Dit onderwerp verdient een aparte, uitgebreide bespreking.
Ben jij zelf ook niet benieuwd hoe jouw werk als trainer en je politieke opvattingen zich tot elkaar verhouden?
Beste Gerard,
Dank voor je reactie. En je toon, die ik nu wel ervaar als uitnodigend. Je laatste vraag begrijp ik niet. Vraag je dat ook aan je arts, de bakker of een huismoeder?
Wat ik lastig vind is om uit alle hokjes en categorieën te blijven die je noemt en op mij van toepassing verklaart. Nee, geen voorbeelden, want dan ben ik daar weer mee bezig.
Ik geloof met de dag minder in ‘de politiek’. Er zal altijd politiek zijn, natuurlijk. Maar het instituut ervaar ik als moe en oud. En met de dag minder vruchtbaar en aansprekend.
‘De politiek’ is in mijn beleving steeds minder bepalend, en steeds meer volgend aan het worden. Gelukkig. En gelukkig zijn er ook steeds minder mensen die geloven in maakbaarheid.
Want dat heeft de twintigste eeuw wel laten zien: van de staat en het collectief kun je maar beter niet hebben. Deze eeuw gaat denk ik over mensen: individuen en de optelsommen daarvan.
Ik zie mensen opstaan en gaan doen wat ze zelf kunnen. En ik zie mensen bij de pakken neerzitten. En klagen, en schelden. Anderen de schuld geven. Die tegenstelling groeit volgens mij.
Over die tegenstelling maak ik me zorgen. Ik begrijp dat mensen zich thuisvoelen bij populisten, links en/of rechts. Omdat die verwoorden wat veel mensen denken. Zo simpel.
Ik heb geen politieke oplossingen. Ik geloof ook niet dat de problemen van de mensen die op populisten stemmen door de politiek zijn op te lossen. Daarvoor zijn ze te persoonlijk.
Nederland behoort tot de top drie van landen met de gemiddeld meest welvarende burgers. Als in dat land dertig procent PVV, TON en SP stemt heb je het over een heel ander probleem.
Ik heb niet de illusie dat ik iemand op politiek niveau kan overtuigen. Want het probleem waar we het over hebben lijkt een politiek probleem. Maar het is een zingevingsprobleem.
We bevinden ons met z’n allen bovenin de piramide van Maslov. Daar zijn andere oplossingen nodig. Op individueel niveau. Daar kan geen staat, overheid of politiek meer iets doen.
Daar gaat het om wat je zelf doet. Heel frustrerend. Want het oude repertoire en de gebruikelijke routines werken niet meer. Regels, subsidies, stimuleringsmaatregelen: vergeet het!
Dit is de 21e eeuw. Met de dag complexer. Steeds gekker en onoverzichtelijker. Een steeds onveiliger en onherbergzamere wereld. Niet volgens mij, maar ik snap dat mensen dat ervaren.
Die mensen zoeken en vinden steun bij populisten. Geloven in hun makkelijk oplossingen. Maar al te graag. Er zijn geen makkelijke oplossingen. En dat is niet leuk om te horen.
En leg dat nou eens uit aan mensen die dat liever niet willen horen. Ik zou niet weten hoe. Wie wel? Ik weet een ding: Met verbaal, mentaal overtuigen gaat het niet lukken.
Fijne dagen! Andre
Aansluitend op de discussie over “what makes the Wildersstemmer tick” quotes uit de samenvatting van een onderzoek uit 2002.
In het kader van de discussie met Meiresonne zijn twee dingen interessant:
1) Als de wereld sinds 2002 niet dramatisch veranderd is en deze gegevens correct, zal Meiresonne zijn mening over de SP-stmmer moeten herzien: de SP-stemmer wijkt af van het beeld dat Meiresonne schetst. De SP-er past niet bij de PVV-er/TON-er.
2) Ik neem aan dat de de PVV-er en TON-er vooral afkomstig zijn van VVD en LPF. Onderstaand onderzoek noemt het gevoel van “entitlement” kenmerkend voor de LPF-er en VVD-er. Het is het gevoel recht te hebben op een bijzondere behandeling. De verongelijktheid die Meiresonne signaleert, komt dan mede voort uit deze misplaatste hoge dunk van zichzelf. De werkelijkheid steekt daar sterker bij af en is reden voor het uiten van misnoegen. Een CDA-er zal in precies dezelfde omstandigheden een stuk minder verongelijktheid reageren.
‘Persoonlijkheid en partijvoorkeur: je bent wat je stemt’, onderzoek van Roos Vonk en Sanne Nauts (zo op te googelen)
VVD
De stereotype VVD-er is nog vaker een man, die goed verdient (76% van de VVD-ers verdient bovenmodaal). De VVD-er is erg tevreden met zichzelf: zijn zelfvertrouwen is het hoogst van alle kiezers en hij scoort ook hoog op narcisme. Hij vindt dat hij recht heeft op bepaalde privileges en een bijzondere behandeling. Hij voelt zich over het algemeen gelukkig en heeft weinig negatieve emoties. Dit geluk haalt hij, meer dan elke andere kiezer, uit materiële zaken en minder dan anderen uit spirituele. Hij wordt niet ongelukkig van maatschappelijke problemen of wereldleed.
LPF
De stereotype LPF-kiezer is relatief oud en verdient, in vergelijking met andere partijen, buitengewoon slecht (36% van de LPF-kiezers in de steekproef verdient bovenmodaal). Hij heeft weinig positieve gevoelens en veel negatieve. Hij heeft moeite zich voor te stellen hoe een ander zich voelt. De LPF-er heeft weinig zelfvertrouwen en scoort ook laag op narcisme. Hij scoort echter hoog op een specifiek aspect van van narcisme: entitlement: net als de stereotype VVD-er is hij van mening dat hij recht heeft op een bijzondere behandeling. Het geluk van de gemiddelde LPF-kiezer hangt in sterke mate af van materiele zaken en nauwelijks van spirituele. Anders dan de stereotype VVD-er ligt de stereotype LPF-er juist wél wakker van maatschappelijke problemen. Tot slot heeft hij een erg hoge behoefte aan closure.
SP
De stereotype SP-stemmer heeft vrij veel overeenkomsten met de kiezers van andere linkse partijen: SP-stemmers zijn overwegend vrouwen en ze zijn vrij empathisch (zowel affectief als cognitief), scoren laag op narcisme en hebben relatief weinig behoefte aan closure (duidelijkheid, structuur, zekerheid). Waar de stereotype SP-er zich onderscheidt van alle andere partijen, is blowen: SP-kiezers gebruiken ietsje vaker softdrugs dan alle andere kiezers. Bovendien is opvallend dat SP-ers relatief ongelukkig worden van materiële zaken.
Deze week (7/1) laat Peter van der Geer, ervaren debatdeskundige en trainer van politici, zich in Desmet Live uit over Wilders (http://www.desmetlive.nl/program.asp?lIntEntityId=604).
Over Wilders’ weigering in debat te gaan: (1) Wilders truc om zijn tegenstander te negeren is een beproefde sofistische truc. (2) “Als je gaat debatteren, moet je argumenteren. Als blijkt dat je argumenten zwak zijn, lijd je gezichtsverlies. Dus de vraag is: kan Wilders zijn standpunten overeind houden in een rechtstreeks debat?”
“Het punt is alleen: wie krijgt hem zover?”. Van der Geer heeft geen tips hoe dat voor elkaar te krijgen.
Wel vindt (ook) hij dat het debat primair door POLITICI moet aangegaan: “Ik vind wel dat het debat moet plaatsvinden tussen politici. Zo’n manoeuvre van Terpstra nu, zo via de media, is eigenlijk niet interessant. Ja, je creëert wel iets maar het is niet een aanval op Wilders”.
Van der Geer over zijn ervaringen als trainer van politici: “Ik vraag me weleens af: wat willen ze nou? Willen ze een integer debat waar we kijken ‘Wat is het beste voor Nederland?’? Of willen ze alleen hun eigen standpunten nog overtuigender over het voetlicht krijgen?”. Het blijkt het laatste.
[...] maart, 2008 · No Comments December 2007 in iets andere vorm op Waterlog [...]