Onlangs heb ik mijn CO2 voetafdruk tot dinosaurusproporties opgeblazen door naar de VS op vakantie te gaan. In het Walhalla van de consumptiemaatschappij bezocht ik de vergrijzende hippiekolonie Berkeley in Californië. Daar in het ultieme toevluchtsoord van Hybride Autogekken, Vegafanaten en T-shirtradicalen, kreeg ik nogal jeuk van al die groene sociaalbewogenheid in één van de rijkste gebieden van het rijkste land ter wereld.
Wat me dwarszat was het button-en-bumpersticker karakter ervan. Het was allemaal iets te veel pralen met de eigen correctheid. Van die mensen die milieuverantwoorde kleren dragen die expres modeonverantwoord gemaakt lijken te zijn, zodat de ongebleekte jutegeur ervan als een olfactorisch uithangbord je het vervuilende schaamrood op de slapen brengt.
Op deze manier geprikkeld door één van de 7 progressieve hoofdzonden: zelfingenomenheid, en in gesprek met mijn gastheer, kwam ik tot een conclusie dat milieu nog te vaak wordt benaderd als een moreel thema. Een doel dat nog altijd met enige ijdelheid als een kruis door haar voorvechters wordt gedragen.
Natuurlijk heeft het milieu een ethisch basiskarakter. De juistheid om er voor op te komen moet je nou eenmaal leren inzien. Maar om maatregelen voor milieuproblemen op een juiste manier toe te passen en om het voor het merendeel van de bevolking acceptabel te maken, moet je rationeel over de zaken kunnen nadenken.
Een voorbeeld van dit idee is het eten van organisch geteelde producten die op geheel sociaal verantwoorde wijze zijn geproduceerd. Hartstikke mooi natuurlijk totdat zo’n stukje groente of fruit in een halfweggerotte Boeing de halve wereld wordt overgevlogen om op jouw bordje te belanden. Dit is even een geforceerd voorbeeld, want een beetje ekogroenteboer zal dergelijke groenten niet verkopen, maar het gaat om het concept dat “milieuvriendelijk” verder gaat dan alleen maar een naam en een leuke brochure.
Waar ik me met name zorgen over maakte daar in Californië, is het tegenwoordig zo hippe idee van biobrandstoffen. Dankzij (1) de stijgende olieprijzen en (2) de miraculeuze herstyling van ’s werelds saaiste schoonzoon Al Gore, zijn biobrandstoffen onderhand respectievelijk (1) rendabel en (2) de laatste hype. Prachtig idee, je kiest het juiste gewas en boem je hebt een hernieuwbare bron van bijvoorbeeld biodiesel. En al die brandstof komt rechtstreeks van de CO2 die we met zijn allen de afgelopen 100+ jaar in de atmosfeer hebben zitten pompen. Geweldig.
Nog mooier: een land als Brazilië heeft een prima klimaat en een enorme oppervlakte om dat soort gewassen te verbouwen. Als ik het goed heb, is Brazilië op dit moment dan ook een van de grotere producent van biobrandstof. Maar wacht eens even… Brazilië… hadden we daar niet het probleem dat we de halve Amazone aan het weghakken waren ten behoeve van tuinmeubeltjes en het laten grazen van koetjes die tot Big Macs verwerkt worden? Zouden ze met die Amazone in het geval van biobrandstof netter omgaan? Ook als al die rare rijke westerlingen maar al te graag vele dollars en euro’s willen neertellen zodat we met een gerust hart gewoon net zo veel kunnen blijven autorijden als we nu doen? En hoe komen eigenlijk al die bodemelementen die we in Europa en Noord-Amerika de lucht in pompen weer terug in Brazilië?
En die arme boer in Afrika die kan kiezen tussen een veld vol met goed betaalde brandstof voor het Westen en een veld met slecht betaalde voeding voor zijn creperende landgenoten. Wat is voor hem of haar de juiste keuze? Wat zouden wij doen als we voor de keus stonden?
Laat ik duidelijk zijn, ik ben maar een leek, dit is geen zorgvuldige milieuduurzaamheidsanalyse. Het gaat me ook niet alleen om dit specifieke geval van biobrandstof, het gaat me erom dat het milieu lang niet altijd zo simpel is als een pandabeer met een slagzin.
Betekent dit dat we zijn overgeleverd aan de expertocratie? Slachtoffers van het eindeloze getouwtrek tussen elkaar tegensprekende kenners? Voorlopig misschien. Maar we zijn, misschien wel dankzij die jutezakdragende milieuheiligen, op de weg terug naar het milieu als een centraal maatschappelijk thema. Met die eerste stap kunnen we starten met helderheid scheppen in de media, door onderwijs en door complexe zaken inzichtelijk te maken voor gewone mensen. Dat is democratisering.
Zodoende kunnen we straks misschien het voedingscentrum parafraseren en beginnen met de campagne: “Eerlijk over EKO”.
Het hele probleem van het millieu zit er volgens mij in het feit dat wij allemaal de economie belangrijker vinden.