Afgelopen donderdag werd het tweede deel uitgezonden van Sunny Bergmans Beperkt houdbaar, de documentaire over de invloed die schoonheidsidealen die uitgedragen worden via de media op vrouwen hebben. Doordat vrouwen dag-in dag-uit bestookt worden met beelden van perfecte modellen die in de meeste gevallen producten zijn van photoshop en plastische chirurgie, krijgen velen van hen het idee dat ze niet aan de norm voldoen. Ze worden kritisch over hun eigen lichaam, voelen zich ongelukkig en gaan nadenken over mogelijke chirurgische ingrepen.
De gangbare kritiek op de klacht van Bergman is de wedervraag waar ze zich eigenlijk druk over maakt. Je kunt toch zelf ook wel bedenken dat al die modellen niet ‘echt’ zijn? Waarom je onzeker voelen over je uiterlijk? Als jij niet aan perfecte normen voldoet, dan maakt dat toch niet uit, er zijn miljoenen vrouwen die niet aan het schoonheidsideaal voldoen. Waarom je druk maken over de pornoficatie van de samenleving? Als je al die porno niet wil zien, dan kijk je toch gewoon de andere kant uit? Dring je op deze wijze niet jouw normen, over wat goed en smaakvol is, op aan anderen? Laat mevrouw Bergman niet zo moeilijk doen, ze stelt zich aan, ze overdrijft, het loopt allemaal zo’n vaart niet, vrouwen zijn toch sterk en autonoom genoeg om hun eigen beslissingen te maken? Als iemand een plastische chirurgische ingreep doet, dan is dat toch prima en iemands eigen keuze?
Het probleem met dit soort laissez-faire liberalisme is een gebrek aan zelfreflectie. Het gaat immers uit van een aantal niet nader genoemde uitgangspunten die zeer twijfelachtig zijn. In de eerste plaats de idee dat vrouwen (mensen in het algemeen) volstrekt autonoom zijn en hun eigen beslissingen kunnen nemen onafhankelijk van de wereld om hen heen. Dit is een volstrekt utopische gedachte. Mensen worden vanaf hun geboorte gevormd door beelden, gedachten en verhalen uit hun omgeving. Wie je bent, wat goed en wat kwaad is, wat waarheid is, wat je zou moeten bereiken in je leven is grotendeels een product van onze omgeving. Omdat we niet alles wat we horen empirisch en wetenschappelijk kunnen testen nemen we heel veel aan, van autoriteitsfiguren bijvoorbeeld, of gewoon omdat iedereen het zegt of omdat je het overal ziet. Dat je je aan vuur kan branden kun je empirisch uitvinden, maar wat mooi en lelijk is, is veel vloeibaarder en moeilijker vast te stellen. In die laatste gevallen zoek je dan ook vaak houvast in je omgeving. In de eerste documentaire van Beperkt houdbaar kan Bergmans vriend praten als Brugman, zijn waarheid over haar schoonheid kan haar niet overtuigen. Dokter Mattlock in zijn witte jas heeft meer autoriteit, evenals de overdosis aan schoonheidsbeelden die ze elke dag toegediend krijgt.
Een tweede aanname van de liberale ‘vrije keuze’ gedachte is dat de vraag het aanbod bepaalt. Stelt u zich even voor: een grote groep geheel onafhankelijke, vrije geesten bedenkt uit het niets dat ze behoefte hebben aan een bepaald soort porno en schoonheidsbeelden. De industrie komt ze onmiddellijk tegemoet met alles wat hun hartje begeert. Wat een prachtige gedachte, maar hoe onrealistisch ook. Ik denk eerder dat mensen nog meer perfecte vrouwen en harde porno willen omdat ze geleerd hebben dat dat lekker is. Het is net als mode: we leren van de industrie wat hip is en we gaan vanzelf oudere modebeelden lelijk vinden (of mooi, in een tijdperk van retromode). Daar komt geen vrije beslissing aan te pas. Ja natuurlijk, op detailgebied is er vrije keuze. Je kan aan een bepaalde trend wel en aan een andere niet meedoen. Zoals je kan kiezen tussen de ene pornosite en de andere. Maar netto heeft dat op de industrie weinig invloed. Uiteindelijk bepalen zij hoe wij eruit zien en wat we lekker (horen) te vinden.
Nu heb ik weinig problemen met mode. Deze stimuleert een zekere afwisseling in kleding door de tijd heen en beperkt voor de gewone koper de keuzestress, omdat je slechts hoeft te kiezen uit datgene wat op een bepaald moment ‘in’ is. Bovendien is het bijzonder handig om op basis van de kleding oude foto’s gemakkelijk te kunnen dateren. Geïdealiseerde vrouwbeelden echter maken dat vrouwen zich ongelukkiger gaan voelen, de pornoficatie van de samenleving stimuleert de gedachte dat de vrouw onderdanig zou moeten zijn aan de man, lustobject zou moeten zijn, en staat daarmee de emancipatie in de weg. Wat dan ook noodzakelijk is, is meer dan de individuele keuze van zogenaamd ‘autonome’ vrouwen om hier niet aan mee te doen. Zelfbewustzijn moet zich dan juist vertalen in collectieve actie.
Wat Bergmans actie uitwijst is dat autonomie niet een gegeven is, maar iets is dat telkens weer opnieuw bevochten moet worden. Juist door de acties van Bergman, waarbij bijvoorbeeld foto’s in glossy’s worden voorzien van het ‘gephotoshopt’ logo, kunnen vrouwen zich losmaken van het door de industrie bepaalde beeld van de vrouw en daarmee een beetje individualiteit terugveroveren. Het is juist door actie, door daden dus, waarmee je –in samenwerking met anderen- ingrijpt in de omgeving om je heen, dat je wordt wie je bent. Niet door passief de wereld aan je voorbij te laten gaan. En zo is het niet alleen met de vrouwenemancipatie, zo is het met veel politieke onderwerpen. Rechts-liberalen hebben het naïeve idee dat werkelijke keuzevrijheid, gelijke kansen en autonomie reeds gerealiseerd zijn. Links-liberalen delen deze idealen, maar zien ze als mogelijkheden in de toekomst, waarvoor voortdurend opnieuw gestreden moeten worden. Het verschil tussen ideologie en doorleefde werkelijkheid, tussen gewilde illusie en ondervonden realiteit.

Je schrijft: “Het probleem met dit soort laissez-faire liberalisme is een gebrek aan zelfreflectie.” Dat is een ad hominem argument.
Het kunnen ook gewoon vragen zijn… (citaten van wie?) Je hoeft er ook niet bij aan te nemen dat mensen volstrekt autonoom zijn, enz. Je hoeft er ook niet rechts-liberaal voor te zijn.
Wat bedoel je met werkelijke keuzevrijheid?
Zelfreflectie slaat op het laissez-faire liberalisme zelf, niet op de persoon die het uitspreekt. Overigens is er niets mis met een beetje op de man spelen, aangezien iemands positie als subject wel degelijk invloed heeft op de vragen die die persoon stelt. Vragen berusten altijd op veronderstellingen. Soms zijn vragen geen vragen maar retorische statements, zoals in de door mij genoemde. Ander voorbeeld: ‘Waarom draag jij zulke lelijke schoenen?’
@Dylan:
Op welke veronderstellingen berusten de volgende vragen:
“Wat is er aan de hand?”
“Wie is Dylan?”
“Wat is liberalisme?”
“Wat is vrijheid?”
Zit er minstens één tussen die je accepteert als tegenvoorbeeld van je stelling ‘vragen berusten altijd op veronderstellingen’ ?
Geen van allen zijn suggestieve vragen Nirvana. Wel berusten ze ook op veronderstellingen (‘er is iets aan de hand’, ‘Dylan is een persoon’, ‘liberalisme heeft een vastgestelde betekenis’, ‘vrijheid is een begrip dat te definieren valt’). Andere, in deze context meer relevante voorbeelden:
‘Waarom zijn bananen krom?’ (veronderstelling dat bananen recht *zouden moeten zijn*)
‘Waarom werk je terwijl je moeder bent?’ (moeders *zouden niet* moeten werken)
De veronderstelling dat er iets aan de hand is hoeft er niet te zijn. Het antwoord op de vraag kan namelijk zijn “Niets”. Dat er iets aan de hand is kan bovendien een constatering of waarneming zijn.
Ook hoef je niet aan te nemen dat liberalisme een vaste betekenis heeft of dat vrijheid makkelijk te definiëren valt. Misschien is onze vrijheid vergelijkbaar met een voorwerp in zogenaamde ‘vrije val’.
Dat geldt natuurlijk ook voor de vraag “Wie is Dylan?” Wie kent zichzelf zo goed dat z/hij ‘echt’ antwoord kan gegeven op deze vraag? Zou het leven saai worden als we dat zouden kunnen?
Waarom bananen een bepaalde vorm hebben, krom zijn, lijkt me helemaal geen slechte vraag voor iemand die de groei van bananen bestudeert. Zit daar een veronderstelling achter? Waarom zijn bananen geel? Daar zit toch ook niet de veronderstelling achter dat ze eigenlijk bijv. rood zouden moeten zijn?
W.b. de laatste: ‘Waarom werk je terwijl je moeder bent?’ (moeders *zouden niet* moeten werken) Je kunt ook vragen: ‘Waarom werk je terwijl je vader bent?’
Maar ook de vraag ‘Waarom werk je terwijl je vader bent’ is suggestief. En als ‘er niets aan de hand’ is, dan is de hypothese misschien verworpen, er zat wel degelijk een veronderstelling achter. De vragen ‘Wat is liberalisme?’ of ‘Wat is vrijheid?’ zijn algemeen en wel degelijk sturend, je had ook kunnen vragen ‘Wat wordt er door wie bedoeld als zij het begrip “vrijheid” in de mond nemen’. Fidel Castro bedoelt daar iets heel anders mee dan bijvoorbeeld George Bush.
Zelfde geldt voor de bananen. In mijn log (om daar even op terug te komen) toon ik aan dat de ‘vragen’ die sommigen aan Bergman stellen, zeer suggestief zijn. Ik plaats ze in hun context en bekritiseer die context vervolgens. Jouw verweer is dat die vragen op zichzelf staan, maar dat staan ze volgens mij niet. Er is altijd een verwijzing naar een veronderstelling, een niet nader genoemd ‘men’. Je kunt die vragen niet beantwoorden zonder de achterliggende wereldbeelden, veronderstellingen of hypotheses te analyseren en in hun contexten te plaatsen.
Ja, dat klopt dat die vraag aan de vader suggestief is. Ik wilde er een m/v-asymmetrie mee aangeven.
‘Wat is vrijheid?’ is voor mij in de eerste plaats een filosofische vraag. Jij denkt daarbij meteen aan twee politici.
Het punt dat ik probeer te maken is dat er wel degelijk grond is om zaken verder te onderzoeken. Dan zijn de vragen die je nu afdoet gewoon te beantwoorden en maakt het niet zoveel uit of ze suggestief zijn of niet.
Wat een politieke context is die een rol speelt bij veel discussies rondom ‘Beperkt Houdbaar’ lijkt me dat zowel links als rechts vrij zwak zijn ten opzichte van het CDA/CU midden.
Terugkomend op je log: het gros van de mannen wil volgens mij helemaal geen perfecte vrouwen. Je kent de schoonheidindustrie ook teveel macht toe, m.i.
Bergman heeft m.i. een punt, maar meer niet. Ze maakt nieuwe illusies waarschijnlijker door te suggereren dat mensen onbeperkt houdbaar zouden kunnen zijn. Mensen worden ouder, worden er niet mooier op, en ze sterven vroeg of laat. Met name dat laatste willen veel mensen liever ontkennen. Dat is jammer.
In je bijdrage lijkt nature het volledig af te leggen tegen nurture.